Jac las: Bling Bling 3 – Jan van der Cruysse *****

Over het boek:

Door een stomme fout van een van de betrokkenen bij de diamantdiefstal in Delhi komt een diamant op de markt, die natuurlijk nooit op de markt had mogen komen. Immers diamanten zijn uniek en te traceren. Tenzij ze herslepen worden.

Die ene diamant zet het tot stilstand gekomen onderzoek van de Belgische politiediensten weer in beweging. Maar ook de Georgische maffia, in de vorm van enkele gestoorde moordenaars komt op stoom. Koste wat kost moeten van Paata Sirbiladze, de Georgische capo, de dieven gestraft worden en de juwelen terug naar de rechtmatige eigenaar. Trouwens Paata heeft genoeg te stellen met zijn blote stoeipoes Ana, die scherpe klauwtjes te voorschijn kan toveren. Vlak ook Viktor Gogua en Zurab Guruli niet uit. En wat doet de Italiaanse maffia op dit schouwtoneel?

De afwikkeling van deze jacht op daders en diamanten speelt zich af over de gehele wereld. Van Antwerpen, via Goes naar Delhi en Mumbai in India, naar Key West en Bangor in de VS, naar Italië en Georgië.

De ruime hoeveelheid aan locaties en de veelheid aan betrokkenen heeft de auteur verpakt  in  vele, korte scène wisselingen. Met als gevolg vele cliffhangers.

Conclusie:

Jan van der Cruysse heeft met deze trilogie bestaande uit:

Bling Bling Diamantroof in Delhi

Bling Bling 2 De Zaventemmers

Bling Bling 3 Toen was er nog maar één

een fraaie serie thrillers van internationale allure neergezet.

In dit spannende laatste deel van de trilogie  houdt van der Cruysse alle ballen op een onnavolgbare manier in de lucht. En dat mag best een prestatie heten, want er zijn  nogal wat verhaallijnen.

Wat vooral in BB3 opviel was trendy taalgebruik ( man bun, friends with benefits, Frappuccino, Toys in the attic van Harma Heijkens ). Ook een terloops geplaatste opmerking als ‘Een Virgin Caesar graag, enkel Clamoto, geen alcohol’ zit natuurlijk in de categorie ‘Shaken not stirred’ van James Bond ’s wodka Martini. Maar het barst van dit soort kleinigheden die het lezen een extra kontje geven.

Dit deel is tevens het spannendste van de drie. Het mooie is dat de ontknoping niet geconcentreerd op de laatste bladzijden van het boek plaats vindt. Het gehele boek door vallen er poppetjes om te midden van met fraaie couleur locale omschreven omgevingen.

Van der Cruysse’s schrijfstijl kenmerkt zich door een zekere, mild ironische lichtheid, die leidt tot relaxed lezen. De toonzetting van een  moord of een actiescène heeft bv bij Jo Nesbo  een heel wat harder en donkerder karakter dan bij van der Cruysse. Bepaalde personages zijn wat extra aangezet, waardoor hier en daar het lijkt of het persiflages betreft.  Dat doet niets af aan de lol. Integendeel, zien we hetzelfde niet bij Jussi Adler-Olsen in zijn serie Q?

Een zeldzaam goede Nederlandstalige serie, spannend, humoristisch, met veel kennis van zaken geschreven, goed gedocumenteerd en intelligent uitgewerkt. Bestaat er zoiets als een feelgood thriller?  Dit is er een van het zuiverste water. Zeker en vast.

Overigens voor de niet zo oplettende lezer. De laatste bladzijden bevatten een inhoudsopgave van alle personages en dieren die een rol spelen in de serie.

Vijf sterren

Jac Claasen

Advertenties

Jac las: 1793 – Niklas Natt och Dag****1/2

img_3304

Over de schrijver:

Niklas Carl Bosson Natt och Dag , geboren op 3 oktober 1979, was hoofdredacteur van het tijdschrift Slitz tussen oktober 2006 en oktober 2008,  en heeft daarna als freelancer gewerkt. Hij studeerde in Kalmar, 2000 – 2003 . Niklas is multi-instrumentalist.

Over het boek:

Jean Michel (Mickel) Cardell, in het bezit van een houten arm, tuchtwacht van beroep en uitsmijter bij Fördärvet als bijverdienste, wordt uit zijn dronkemansroes gewekt door een paar kinderen die een lijk hebben ontdekt in het water van Fatburen. Bij het slachtoffer zijn armen en benen één voor één weggesneden, maar eerst nadat een van de ledematen verbonden is en voldoende genezen. Bovendien zijn ogen uitgestoken, de tanden verwijderd en is z’n tong weggesneden. Het is duidelijk, er loopt een dodelijke wolf rond.

De schout Johan Gustav Norlin, de rechtschapen en integere advocaat-fiscaal, roept de hulp in van Cecil Winge om de ongewoon wrede misdaad op te lossen. Winge op z’n beurt roept de hulp in van Cardell, die zijn eigen redenen heeft om ja te zeggen op dit verzoek. Het verbond tussen de man met de houten arm en de aan de kruipende teringdood lijdende intellectueel, wordt aldus gekenmerkt door fysiek ongemak en hindernissen aan de ene kant maar geestelijke veerkracht anderzijds.

Wat volgt is een prachtige queeste naar de dader tegen de achtergrond van een Zweden dat gegrondvest is op een zieke, feodale standenmaatschappij, waar de lagere standen leven als dieren onder smerige leefomstandigheden, en waarin een mensenleven van geen enkele waarde en betekenis is. Niklas schetst een uitermate boeiend beeld van de onderklasse in Stockholm op het einde van achttiende eeuw, de teringzooi waarin ze wonen, de stank die hen dag en nacht omringt en het brakke putwater dat ze drinken. Evenals de smeerlapperij van de bovenlaag van de Zweedse maatschappij. De uitlatingen van hoerenmadam Sachs over de bizarre seksuele uitwassen van haar clientèle zouden zonder meer passen bij een Marquis de Sade. Als Niklas dàt beeld wil schetsen, dan is hij daar voor 100% in geslaagd. Cecil Winge is een intellectueel, de invloed van de verlichte ideeën van Rousseau klinken door in het gehele boek, maar zeker na de vreselijke terechtstelling op de galgenheuvel, waar Mårten Höss ( what’s in a name: Rudolf Höss was kampcommandant van Auschwitz tot eind 1943 ) met de bijl zwaait totdat kop en romp in eeuwige scheiding komen te liggen.

Taal- en woordgebruik zijn aangepast aan het tijdvak waarin het verhaal zich afspeelt.  Het boek is rijk aan lange, fraai geconstrueerde zinnen en archaïsch woordgebruik. Dat is even wennen. Verwacht derhalve niet de flitsende dialogen en dito scènewisselingen van een moderne thriller. Er zitten wat duistere elementen in het verhaal, de typering gothic novel zou niet op z’n plaats zijn. Daarvoor ontbreken te veel stijlkenmerken. Een minpuntje is het overdadig gebruik van de vele geografische benamingen van straten, stegen, gebouwen, molens, bruggen, waterlopen, meren etc. van het Stockholm anno 1793. Overdaad schaadt.

Niklas beschrijft een koninkrijk in verval, waar naast list en bedrog, corruptie en betaalde horizontale oefeningen de middelen zijn om te overleven. De vele details wijzen op een gedegen research. Op de achtergrond klinken de tonen van de Franse revolutie, waar Marat zijn giftige geschriften spuit en Marie-Antoinette en haar gemaal onder de guillotine onthoofd worden.

Is het een thriller, een spannend boek? In beperkte mate. Mij heeft vooral de historische setting geïmponeerd, de verhalen in het verhaal en de invulling van de karakters van de hoofdrolspelers. Naast Cardell en Winge, zijn dat Kristofer Blix en Anna Stina Knapp. Of Niklas  de titel ‘Beste debuut van het jaar’ van de Zweedse academie voor misdaadschrijvers terecht heeft gewonnen, kan uiteraard niet beoordeeld worden. Wel dat de auteur met dit boek, na een start waarin het wennen was aan taal- en woordgebruik, de lezer meeneemt in een enerverende ‘oude’ nieuwe wereld. Met vele uren leesplezier, want het boek “leest niet even vlot weg”.

Mooi verzorgde uitgave, met harde kaft en losse omslag, bordeauxrode schutbladen en excellente typografische uitvoering. Zo worden de eerste drie woorden van elk hoofdstuk in kapitalen neergezet. Een mooie, verzorgde uitgave van Uitgeverij Prometheus. En dat mag ook best wel eens een keer gezegd worden.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Vergeven en vergeten-Philip Kerr*****

Vergevenenvergeten

Over het boek:

1957.
Onder de naam Cristof Ganz heeft Bernie Günther een baan als nachtportier en beheerder van het  mortuarium in het Schwabinger Krankenhaus in München gevonden. Een mortuarium is natuurlijk een te bescheiden plaats voor een echt goede rechercheur die voor de oorlog op het bureau aan de Alexanderplatz werkte.

Schramma, een door en door corrupte politieagent, wil hem voor een karretje spannen voor moord en beroving, maar Bernie Gunther is hem te slim af en weet zichzelf en Max Merten, een oude bekende – een voormalig officier van justitie van voor de oorlog – te redden. Als dank voor de bewezen dienst zorgt Merten er voor dat Bernie in dienst kan treden bij Munich Re, een grote verzekeraar, als claimonderzoeker. Eigenlijk een voortzetting van zijn werk als rechercheur: het ontmaskeren van oplichters en bedriegers. Dat Munich Re alle concentratiekampen van de nazi’s had verzekerd tegen brand, diefstal en andere risico’s was voor Bernie niet van belang.

Cristof Ganz doet zo goed zijn werk, dat hij naar Griekenland wordt gestuurd om de claim van een Duitser te onderzoeken, wiens schip is gezonken. Er vallen links en rechts wat slachtoffers, en de zaak heeft meer kwalijke kanten dan gedacht. Duitsers liggen in 1957 niet zo goed in de markt in Griekenland. De zaak stinkt  steeds erger en Ganz komt zwaar onder vuur te liggen.

Conclusie:

Philip Kerr op z’n best in dit dertiende Bernie Gunther verhaal. De op 23 maart 2018 overleden auteur haalt weer alles uit de kast en laat zien waarom hij zo’n formidabele schrijver was. In het zoals altijd extreem goed gedocumenteerde boek, legt Kerr dit keer sterk de nadruk op het ingewikkelde morele dilemma tussen goed en kwaad. Iedereen in het naoorlogse Duitsland heeft boter op z’n  hoofd. De scheidslijn tussen de goeden en de slechten is niet altijd even duidelijk te trekken. Niet alleen de nazi’s waren fout.

De documentatie is weer groots en indrukwekkend. Op een bladzijde worden aangehaald: Irma Grease – ‘ das Biest von Belsen’ -, Timothy Q. Mouse, Jekyll and Hyde en Shakespeare’ s Jago die Othello voor de gek houdt. Alles klopt. Van het Shalamir parfum tot Sydney Hughes Greenstreet  en Drene shampoo, maar vooral Alois Brunner. En zelfs de gimlet van Philip Marlowe komt voorbij. Voor de fact checkers is het feest.

Zoals we weten is de relatie van Bernie met vrouwen geen succesverhaal. In dit boek leidt de ontmoeting met de uit Grieks marmer gebeitelde voluptueuze Elli Panstoniou, juriste op het ministerie van Economische Coördinatie, tot lyrische ontboezemingen , zowaar zelfs tot enige positieve beschouwingen over de mensheid. Maar laat u niet misleiden. Bernie blijft Bernie, en zijn opmerkingen al dan niet uitgesproken, staan bol van het sarcasme en ironie. De lezer moet bij de les blijven: het grote aantal personen – een fraaie mix van fantasie en realiteit-  en gebeurtenissen wordt intelligent geweven tot een fraaie thriller, niet spannend overigens, met als resultaat vele uren leesplezier op hoog niveau voor de lezer.

Geldzucht, gemakkelijk gewin, Alte Kameraden en ex-nazi’s, het blijft een rare combinatie, maar legt wel de bodem onder de beste Bernie Gunther tot nu toe.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Samenlezenisleuker-Teamchallenge-Jac las: 54 Minuten van Marieke Nijkamp!

TeamChallenge

Inleiding:

In het kader van de challenge mag ik dit boek lezen. Och ja, en waarom geen YA?  Ik had immers aangegeven dat YA aan mij niet besteed was? Ik moet uit mijn comfortzone en kennis nemen van een geschrift wat ik normaliter nooit gekocht of gelezen zou hebben. YA dat is toch voor de aanstormende lezer, zo tot 16 – 17 jaar, met een dito belevingswereld?  YA een niche in de boekenmarkt? Ik vind het al lang goed, als er maar jonge lezers bijkomen, hoe het beestje ook genoemd wordt. Maar de challenge wordt een graadje erger. 54 minuten is vooral ook een actiethriller, een schoolslachting waarvan we regelmatig beelden uit de USA zien langskomen  op het nieuws.

In de VS is het geweldsmonopoly niet voorbehouden aan de overheid, met als gevolg dat Jan en Alleman er op los knalt. Er zijn sinds 1970  meer Amerikanen omgekomen door vuurwapengeweld (inclusief zelfmoord, moord en ongelukken), dan bij alle Amerikaanse oorlogen tezamen sinds de Amerikaanse Revolutie. Ongelooflijk maar waar.

( Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/16/nrc-checkt-meer-doden-door-vuurwapens-in-vs-dan-in-alle-oorlogen-van-vs-13527687-a1577487 )

Het boek:

Marieke Nijkamp heeft een statement gemaakt, en de kille cijfers omgezet in een bloedstollende actiethriller. Nu wil het geval dat ik ook een reusachtige hekel heb aan actiethrillers. Het genre hangt van clichés aan elkaar. Veel onzinnig geweld  –  van krakende neusbotjes tot rond spetterende hersenen  – en de goede wint. Met bijbehorend jargon. U kent het wel: ‘Haar bloed voelde aan als kokend lood dat met reusachtige druk door haar aderen gejaagd werd.’

Het mooie is dat Nijkamp nauwelijks in deze val getrapt is. Het geweld wordt droog beschreven, niet overdreven of sensationeel. De emoties daarentegen worden uitgebreid verwoord in een goed geplot verhaal. De auteur heeft zo’n beetje alles uit deze schoolslachting gehaald wat er in zit. Het begin, de opzet van de verhaallijnen, zit wat rommelig in elkaar. De basis, de romp van het verhaal, leest voortreffelijk. Bepaalde aspecten in het verhaal zijn verregaand ongeloofwaardig, maar goed met de vrijheid van een schrijver kan veel toegedekt worden.

MariekeNijkamp54minuten

Conclusie:

YA zegt me nog steeds niets, maar kan best een interessantere niche zijn dan verondersteld, actiethrillers blijf ik haten en Marieke Nijkamp is een geweldig talent. Ik hoop echt dat ze doorbreekt met een mooie ‘ volwassen’ thriller. Dan ga ik haar zeker volgen.

Erg jammer dat een van de bekendste one liners van John F. Kennedy ‘ And so, my fellow Americans: ask not what your country can do for you – ask what you can do for your country’  misvormd, als variant in het verhaal wordt neergezet. Een slip of the pen zullen we maar zeggen. Het zij haar vergeven.

Het stokje wordt door gegeven aan Jennie en zij mag uit haar comfortzone met De laatste getuige van Frank Krake.

Jac Claasen.

Jac las: Zweedse laarzen- Henning Mankell***

Zweedselaarzen

Fredrik Welin, ex-chirurg, is bijna 70 jaar en slijt zijn laatste jaren op een klein eilandje aan de Scherenkust. Een fout bij een operatie heeft een dramatische invloed gehad op zijn leven. Hij trekt zich terug op een klein eilandje in de Scherenkust. Zijn huis brandt af. Hij kan ternauwernood ontkomen. Volgens de experts is er sprake van brandstichting.

Deze roman, want het is geen thriller, is een vervolg op de Italiaanse schoenen. Het thrillerelement is in geringe mate aanwezig. Het is een roman over de grote zaken in het leven, over de  klassieke thema’s van de eenzaamheid en de dood. En  ook natuurlijk over de liefde : de liefde, het dwaze verlangen naar samensmelting op 70-jarige leeftijd.

Van het eiland naar zijn eigen scheer, naar het dorp. En terug. Het gaat maar door. Met introspecties en beschouwingen. Herinneringen, als flarden van filmbeelden, komen het hele boek door naar boven drijven. Herinneringen aan vroeger, aan zijn vrouw Harriet, aan zijn ouders, aan zijn grootouders. Maar ook aan de eerste keer dat hij de liefde bedreef, met zijn hoofd tussen de knuffels en de beren. Mankell kijkt met liefde, maar zeker niet met weemoed terug. In het hoofd van Fredrik Welin, de einzelgänger, is daar geen plaats voor. Wat geweest is, is geweest. In zijn bedaagde schrijfstijl, waarbij iedere hyperactieve opsmuk afwezig is, worden de zaken nuchter voorgesteld zoals ze zijn.

Boeiend en minder boeiend. Het lijkt wel of Mankell op een gegeven moment niet meer weet welke kant hij op moet met het boek. Het thrillerelement verdwijnt in de verte, als de in het zwart geklede surfer op z’n plank met het zwarte zeil. De dood, het naderend einde komt veel ter sprake.

De opflikkering om Lisa Modin vast te pakken, een verankering aan de jeugd, is niet realistisch. Het boek verwordt meer en meer tot een opsomming van dagelijkse bezigheden. Louise komt en gaat, vertelt iets enorm belangrijks en vertrekt weer. De onmacht van de communicatie tussen vader en dochter is schrijnend. De manier waarop Fredrik in kennis werd gesteld van het bestaan van zijn dochter was dat natuurlijk ook. Henning Mankell schrijft niet literair, maar is in staat om zeer duidelijk en goed verwoord over gedachten en hersenspinsels uit te weiden, hetgeen resulteert in tal van mooie, boeiende, goed geformuleerde stukken tekst, die je graag nog een keer overleest.  In uitzonderlijke gevallen gebruikt hij een bijvoeglijk naamwoord dat de ernst van de situatie moet verduidelijken. Die rustige manier van schrijven maakt het boek voor iedereen toegankelijk. En dat is een grote verdienste.

Helaas, het boek heeft mij lang niet altijd geboeid, de aangrijpende zaken en onderwerpen waren  in de minderheid, met als gevolg dat de echte leesflow lang uitbleef, te lang.

Wahrheit oder Dichtung? Dat laatste, zeker gezien de opmerkingen daarover in zijn nawoord.

Drie sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Macbeth-Jo Nesbø****

Macbeth

Jo Nesbø – Macbeth

Inleiding:

Het is niet aan mij om te oordelen of de doelstellingen van het Hogarth Shakespeare project gehaald zijn. Dit geldt tevens  voor de vraag of de vertaling van Shakespeare’s Macbeth naar een hedendaagse thriller, spelend na de oliecrisis in 1973 in een Schots stadje, geslaagd is te noemen. Ter beoordeling  ligt een thriller ter lezing en beoordeling voor, zonder verdere historische achtergrond. Het zou uiteraard bijzonder interessant geweest zijn te vernemen hoe de creatieve gigant uit Stratford-upon-Avon (1564-1616) zijn Macbeth anno 2018 vorm gegeven zou hebben. Van Jo Nesbø weten we het nu.

Over het boek:

Wat een geweldig intro van Jo Nesbø. In de eerste vier bladzijden beschrijft hij de val van een regendruppel over een roestige, vervallen, corrupte stad, totdat de druppel valt op een helm en het leren jack van een motorrijder, een Norse Rider, lid van de gelijknamige outlaw motor gang. De toon is gezet. Drugs en corruptie, en daarmee de macht in dit stadje. Daar draait het om. De toon is hard, erg hard en donker, heel erg donker. Nesbø, toch al geen lachebekje, heb ik slechts een keer kunnen betrappen op een min of meer grappige opmerking. Het lijkt wel of het verhaal speelt in een post apocalyptische, dystopische wereld, waarin recht en orde, begrippen uit lang vervlogen tijden zijn.

De loodzware noodlotsbestemming is door Nesbø uitstekend invoelbaar en met veel gevoel voor dramatiek beschreven. Het drie, vier maal benoemen van dezelfde zaken in steeds andere bewoordingen verhoogt het dramatisch effect. Het regent het gehele boek door, het is koud en kil in de stad en in de harten van de hoofdrolspelers. Wat door moet gaan voor liefde is het ijsharde niets ontziende streven naar aanzien, prestige en macht. Lady, een ambitieuze, manisch depressieve vrouw, op het waanzinnige af, heeft de broek aan en stuurt de teruggevallen Macbeth naar een roemloos einde. Geweld en bloed, veel geweld en veel bloed zijn de onmisbare bestanddelen in dit koningsdrama.

Af en toe vliegt Nesbø heerlijk uit de bocht. De drie heksen voorstellen door een shemale en twee verminkte Chinese zussen die bedreven waren in de productie van heroïne in een opiumkit in Bangkok en die nu datzelfde kunstje uithalen voor Hecate, de maffiabaas, in een mysterieus productieproces waarbij uiterst obscure ingrediënten gemengd en gekookt worden, is een grandioze vondst.

Wijkt Macbeth af van hetgeen we gewoon zijn van Jo Nesbø? Ja, vooral in het gebruik van pathetische, gezwollen, barokke, theatraal woordgebruik en zinsopbouw, duidelijk afwijkend van zijn ander werk. Is het de bedoeling van Nesbø geweest om het bombastische stuk van Shakespeare op deze manier te eren en een ode te brengen aan de Engelse schrijver? En dan die rare trekjes in het SWAT team!  Kreten als ‘Trouw en broederschap. Gedoopt in vuur, Verenigd in bloed’  neigen naar Teutoonse tendensen, nog eens versterkt  door een leider met charismatische trekken, en het legitieme gebruik van geweld door de overheid of wat daar voor door moet gaan. Klassieke kenmerken van een verdorven isme.

Nesbø, in navolging van Shakespeare, maakt er een geweldig gewelddadig zootje van. In de klassieke strijd van goed tegen kwaad wordt ruimschoots baan gemaakt voor ontrouw, verraad, dood, wraak,machtsmisbruik en – wellust en dat alles gegoten in stromen van bloed. Nesbø schrijft uitstekend, maar op een of andere manier heeft het boek, met uitzondering van bepaalde stukken me te weinig geboeid. En dat zijn we niet gewend, niet in de Harry Hole reeks en zeker ook niet in zijn losstaande thrillers. Is het de barokke schrijfstijl geweest die onafgebroken over de lezer wordt uitgesproeid? Het ouderwets aandoende, niet aansprekende, naar de jaren zeventig van de vorige eeuw getransformeerde koningsdrama?

Er zitten een aantal superieure, spannende Nesbø gedeelten in het boek en een fraai apocalyptisch slot, maar bij elkaar opgeteld biedt deze som onvoldoende tegenwicht  om bijv. een vergelijking met De zoon of ander werk  te kunnen doorstaan.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Het lange afscheid-Raymond Chandler*****

Chandler

Over de auteur:

Raymond Thornton Chandler (Chicago, 23 juli 1888 – La Jolla (Californië), 26 maart 1959), was een Amerikaans schrijver van detectiveverhalen en -romans. Zijn bekendste titels zijn The Big Sleep en The Long Goodbye, beide met Philip Marlowe als hoofdpersoon. Samen met Dashiell Hammett en James M. Cain (de Californische School), geldt hij als één van de vaders van het ‘hard-boiled’ detectivegenre. Hij schreef slechts 7 misdaadromans en ruim 24 korte verhalen, die tot klassiekers uitgroeiden en van grote invloed waren op andere schrijvers, zoals Ross Macdonald. Hij wordt “de Shakespeare van de hard-boiled fictie” genoemd.

( Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Raymond_Chandler )

Chandler’s hoofdpersoon , Philip Marlowe, is ‘een nette, aardige, cleane, privédetective die geen as op de grond zou laten vallen en nooit meer dan één pistool bij zich zou dragen’.

Iedere serieuze thrillerlezer heeft ooit wel eens gehoord van Raymond Chandler of zijn alter ego Philip Marlowe. Maar gelezen? Uitgeverij Atlas Contact geeft een bijzondere reeks uit, L.J. Veen Klassiek geheten. Tussen Jane Austen, Dostojevski, Tolstoi en Flaubert duikt daar zeer onverwacht, Het lange afscheid op van Raymond Chandler. Een briljante ingeving van een belezen redacteur.

Waar gaat het boek over?

Philip Marlowe is een hard boiled privédetective. Hard gekookt wil zoveel zeggen als ruwe bolster, blanke pit en niet corrupt en chantabel.

Het verhaal speelt begin vijftiger jaren van de vorige eeuw in Los Angeles en Hollywood. Toen de wij hier in Nederland bezig waren door de klei te waden die de watersnoodramp achtergelaten had en Reve’s benauwende De avonden als naoorlogs hoogtepunt van de Nederlandse literatuur werd beschouwd , was in Amerika al een totaal andere mondaine maatschappij ontstaan met uitwassen als drank, dope, verveling, geld en riooljournalistiek – in willekeurige volgorde –  en waar sex en harde misdaad als verdienmodel floreerden.

Sylvia Lennox is een slet, een steenrijke slet. Zij wordt vermoord. Aan stukken geslagen met een bronzen beeldje in het bijgebouw  waar zij regelmatig mannen ontvangt. Sylvia  Potter is haar meisjesnaam. Zij is de dochter van Harlan Potter, een steenrijke en ijskoude miljonair. Haar man Terry Lennox wordt verdacht van de moord op zijn vrouw. Philip Marlowe wordt ingeschakeld om wat hand- en spandiensten te verlenen. Hij zet Terry op een vliegtuig naar Mexico. In een Mexicaans gat pleegt Terry zelfmoord, na eerst nog een bekentenis te hebben afgelegd. Hij stuurt op het laatst nog een brief naar Marlowe. So far, so good. Marlowe laat het er niet bij zitten. Daar maakt hij geen vrienden mee. Het begin van een markante, spannende en uitstekend geplotte thriller.

Vanaf bladzijde een is duidelijk dat Raymond Chandler geen gewone schrijver is. In de jacht op de waarheid stuurt hij privédetective Philip Marlowe alle kanten op in  een juweel van een thriller, die uitsteekt boven 99,99% van wat ooit op dit gebied op de markt is gebracht. Het plot zit ijzersterk in elkaar, maar dat komt meer voor. De schrijfstijl, met veel korte zinnen, is eerder horkerig en schokkerig te noemen dan vloeiend, en is bepaald geen voorbeeld van een mooie stylist.

Maar waar Chandler verreweg de meeste schrijvers op verslaat en ver achter zich laat, is het ultieme leesplezier dat hij weet te creëren met zijn honderden one liners, wisekracks en rauwe, sterke, flonkerende dialogen. Met een ongelooflijk cynisme en een verbijsterende hoeveelheid one liners wordt de middelmaat omver geschopt De harde, cynische humor laat de lezer regelmatig verbijsterd achter, en doet hem  dan weer eens opveren van plezier, ingehouden grinniken of bulderen van de lach.

Daarnaast is zijn talent om mensen en situaties met enkele woorden heel visueel te karakteriseren, bijzonder te noemen. De ondervragingen door bullebakken, commandant Gregorius en Grenz, zijn ronduit hilarisch en legendarisch te noemen. Trouwens, ook  zijn omschrijving van de blonde droom die Eileen Wade heet, is onaards, net als Eileen zelf. Maar ook schrijnende overpeinzingen over geld, macht, corruptie en de consumptiemaatschappij in een tijd dat alle Nederlanders bezig waren met de wederopbouw.

Voor elke thrillerlezer zou dit boek verplichte kost moeten zijn, voor elke Nederlandse thrillerauteur ook. Ook al is het boek 65 jaar geleden geschreven, de inhoud is fris en fruitig en voldoet aan de hedendaagse eisen die wij aan een topthriller stellen, ondanks de evolutie die het genre intussen heeft doorgemaakt. Wie wil er nou niet rondzoeven in een Chevy of een Oldsmobile, zonder gestoord te worden door een smartphone?

Vijf + sterren.

Jac Claasen.