Jac las: Metropolis – Philip Kerr ****1/2

Metropolis

In  1992 kocht ik bij de V&D in Tilburg voor 32,90 gulden  ( € 14,75. Hoezo zijn boeken duur in 2019? ) een boek van een zekere Philip Kerr. De thriller verscheen in de ‘Meulenhoff-M  THRILLER’ reeks en droeg als titel Een Berlijnse kwestie. Een privé detective, Bernie Gunther genaamd, is in 1936 in Berlijn, waar de Olympische Spelen gehouden worden, op zoek naar een moordenaar en komt daarbij in contact met Hermann Göring, nummer twee van de NDSAP, de partij van de bruine straatvechters die in 1933 aan de macht gekomen was.

Een intrigerende setting. Over de nazi’s en de WO II worden toch alleen bibliotheken vol met  zware geschiedkundige en historisch verantwoorde boekwerken, getuigenissen en romans gepubliceerd die verslag doen van dit immens zwarte tijdperk? Maar toch geen thrillers? Maar ja, Rinus Ferdinandusse, toentertijd zo’n beetje de godfather op dit gebied, zei nog wel in Vrij Nederland ‘Een opmerkelijk talent en een aanwinst voor het genre.’ Hij had,vooruit ik moet het toegeven, een keertje gelijk. Alleen hij had er geen flauw benul van hoe Philip Kerr zou uitgroeien tot een respectabel auteur van een reeks van 14 opmerkelijk goede thrillers met de onvergetelijke Bernie Gunther in de hoofdrol. De reeks speelt voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog. In de loop van de reeks wordt in elk boek teruggekeken op een episode uit het leven van Bernie in WO II.  Langzaam, heel langzaam ontrolt zich een beeld wat Bernie in de pikzwarte jaren heeft uitgevreten. Maar echt duidelijk wordt het niet of hij nu wel of geen  oorlogsmisdaden begaan heeft. Maar wat duidelijk wordt is de dunne scheidslijn tussen het goede en het slechte.

Typering Bernie Gunther:

Bernie gaat er prat op dat hij een Berliner is, al 40, 50 jaar voordat Kennedy in 1963 deze mooie woorden herhaalde. Dat is geen pre in de rest van Duitsland in de jaren dertig. Bernie is ruw, cynisch, drinkt en rookt teveel, is te zwaar en zijn relaties met vrouwen duren nooit lang. Zijn eerste vrouw is overleden aan de Spaanse griep in 1920. Maar Bernie is brutaal, heeft lef en durft voor zijn mening uit te komen, is buitengewoon erudiet, leverancier van talloze oneliners en is bovenal in het bezit van een flinke dosis rechtvaardigheid. Dat valt niet mee in jaren waarin de politie bruin kleurt en regeert met intimidatie en bruut geweld, en opportunisme normaal zijn geworden.

In 1932 heeft hij ontslag genomen bij de Kripo en vervolgens gewerkt in het Adlon hotel, en heeft daarna als privé detective zijn kost verdiend. Bernie Gunther is een waardig opvolger van de hard-boiled detective, de cynische privé-detective die in principe een antiheld is. De belangrijkste voorgangers in dit genre waren Dashiell Hammett ( The Maltese Falcon) en vooral Raymond Chandler( The Big Sleep end The Long Goodbye ).

De Berlijnse Trilogie bestaande uit Een Berlijnse kwestie, Het handwerk van de beul en Een Duits requiem zijn geschreven resp. in de jaren 1989, 1990 en 1991, en in 1992-1994 gepubliceerd in Nederland. In de tussenliggende jaren ( 1992-2005) verschijnen een aantal losstaande titels. Het volgende deel met Bernie Gunter in de hoofdrol – De een van de ander– wordt eerst geschreven in 2006. Daarna verschijnt er bijna elk jaar een deel met Bernie in de hoofdrol.

Met Metropolis nemen we waardig afscheid van een fameuze anti-held en ook van zijn op 23 maart 2018 overleden geestelijk vader, Philip Ballantyne Kerr. R.I.P.

Over het boek

Na sinds 1926 twee jaar bij Zeden te hebben gewerkt, wordt Bernie Gunther ontboden bij Bernard Weiss, chef van de Kripo, op de vijfde verdieping van bureau Alexanderplatz. Ernst Gennat is ook aanwezig, de tweede man na Weiss. Bernie krijgt een stoeltje aangeboden in de moordwagen, bij de ‘Mordkommission’. Want er zijn een aantal moorden gepleegd in Berlijn waarbij de dader op een extravagante en brute manier zijn handtekening achterlaat. Het zijn allen prostituees, een beroep dat in het dynamische Berlijn van die tijd met vier miljoen inwoners niet ongewoon was. Er waren er honderdduizenden. Berlijn is een liberale stad met talloze kroegen, theaters, casino’s en twijfelachtige revues,  een stad met een decadente en narcistische onderbuik waar lichte en zware criminaliteit, pooiers en hoeren, en allerlei perverselingen door elkaar heen krioelen om aan de kost te komen. Om een paar dode hoeren bekommert zich niemand. Totdat het vijfde slachtoffer, Eva Angerstein, een dochter blijkt te zijn van een vooraanstaand lid van een misdaadsyndicaat, de zgn. Ringvereine. Het wordt een race wie de dader vindt.

Conclusie

Metropolis is het laatste en 14e deel in de reeks rond Bernie Gunther. In zekere zin sluit met dit boek de cirkel.  Het eerste deel van de reeks, Een Berlijnse kwestie, speelt zich af in 1936. Het tweede deel van de Berlijnse trilogie, Het handwerk van de beul,  in 1938, de overige elf titels spelen zich allen af na WO II.

Het is een boek in de bekende Kerr stijl met al die typische kenmerken die zijn boeken tot een waar leesgenot maken. Gedetailleerd en grondig gedocumenteerd, de verwijzingen naar personen, situaties en gebeurtenissen uit die tijd, einde jaren twintig van de 20ste eeuw, zijn ontelbaar.

De jonge Bernie Gunther wordt neergezet in een welhaast, fascinerend tijdsdocument over het Berlijn in die roekeloze, decadente eind twintiger jaren. Het is een roman waarin talloze bekende en minder bekende figuranten uit die jaren figureren. De opkomst van de bruinhemden, het begin van eliminatie van de Joden uit het openbare leven, de enorme armoede, het flamboyante nachtleven, het leest als veel meer dan een simpele thriller.

Voor meer informatie: www.berniegunther.com

4,5 sterren.

Jac Claasen.

 

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 😀

Jac las: Vergeven en vergeten-Philip Kerr*****

Vergevenenvergeten

Over het boek:

1957.
Onder de naam Cristof Ganz heeft Bernie Günther een baan als nachtportier en beheerder van het  mortuarium in het Schwabinger Krankenhaus in München gevonden. Een mortuarium is natuurlijk een te bescheiden plaats voor een echt goede rechercheur die voor de oorlog op het bureau aan de Alexanderplatz werkte.

Schramma, een door en door corrupte politieagent, wil hem voor een karretje spannen voor moord en beroving, maar Bernie Gunther is hem te slim af en weet zichzelf en Max Merten, een oude bekende – een voormalig officier van justitie van voor de oorlog – te redden. Als dank voor de bewezen dienst zorgt Merten er voor dat Bernie in dienst kan treden bij Munich Re, een grote verzekeraar, als claimonderzoeker. Eigenlijk een voortzetting van zijn werk als rechercheur: het ontmaskeren van oplichters en bedriegers. Dat Munich Re alle concentratiekampen van de nazi’s had verzekerd tegen brand, diefstal en andere risico’s was voor Bernie niet van belang.

Cristof Ganz doet zo goed zijn werk, dat hij naar Griekenland wordt gestuurd om de claim van een Duitser te onderzoeken, wiens schip is gezonken. Er vallen links en rechts wat slachtoffers, en de zaak heeft meer kwalijke kanten dan gedacht. Duitsers liggen in 1957 niet zo goed in de markt in Griekenland. De zaak stinkt  steeds erger en Ganz komt zwaar onder vuur te liggen.

Conclusie:

Philip Kerr op z’n best in dit dertiende Bernie Gunther verhaal. De op 23 maart 2018 overleden auteur haalt weer alles uit de kast en laat zien waarom hij zo’n formidabele schrijver was. In het zoals altijd extreem goed gedocumenteerde boek, legt Kerr dit keer sterk de nadruk op het ingewikkelde morele dilemma tussen goed en kwaad. Iedereen in het naoorlogse Duitsland heeft boter op z’n  hoofd. De scheidslijn tussen de goeden en de slechten is niet altijd even duidelijk te trekken. Niet alleen de nazi’s waren fout.

De documentatie is weer groots en indrukwekkend. Op een bladzijde worden aangehaald: Irma Grease – ‘ das Biest von Belsen’ -, Timothy Q. Mouse, Jekyll and Hyde en Shakespeare’ s Jago die Othello voor de gek houdt. Alles klopt. Van het Shalamir parfum tot Sydney Hughes Greenstreet  en Drene shampoo, maar vooral Alois Brunner. En zelfs de gimlet van Philip Marlowe komt voorbij. Voor de fact checkers is het feest.

Zoals we weten is de relatie van Bernie met vrouwen geen succesverhaal. In dit boek leidt de ontmoeting met de uit Grieks marmer gebeitelde voluptueuze Elli Panstoniou, juriste op het ministerie van Economische Coördinatie, tot lyrische ontboezemingen , zowaar zelfs tot enige positieve beschouwingen over de mensheid. Maar laat u niet misleiden. Bernie blijft Bernie, en zijn opmerkingen al dan niet uitgesproken, staan bol van het sarcasme en ironie. De lezer moet bij de les blijven: het grote aantal personen – een fraaie mix van fantasie en realiteit-  en gebeurtenissen wordt intelligent geweven tot een fraaie thriller, niet spannend overigens, met als resultaat vele uren leesplezier op hoog niveau voor de lezer.

Geldzucht, gemakkelijk gewin, Alte Kameraden en ex-nazi’s, het blijft een rare combinatie, maar legt wel de bodem onder de beste Bernie Gunther tot nu toe.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Wat lezen wij nu?

Karin leest:

Met dank aan Kevin Deckers voor het recensie-exemplaar.

De duistere orlog boek 2.jpg

Over De duistere oorlog Boek 2 – Tocht der schaduwen :

Eindelijk is het moment daar. De Bloedmaan is opgekomen. De Tocht der Tochten zal gereden worden. Een tocht langs alle planeten. Voor de één een reis door het leven, voor de ander een reis naar de dood. Eén ding is zeker: de Dacan zal op de proef worden gesteld. De Bloedmaan kondigt een dertig dagen durende nacht aan, waarin de connectie met de Goden wegvalt. Om dit te herstellen, moeten Rayon en zijn metgezellen de Tocht der Schaduwen afleggen en op alle Planeten van het Licht de Godenpoort openen. Haast is geboden: als dit hen niet binnen een maand lukt, worden alle werelden aan de macht van de Duistere onderworpen. Zonder bijstand van de Goden zal niets de Duistere meer kunnen stoppen.

Myrtle (15) leest:

Met dank aan Uitgeverij De Fontein voor het recensie-exemplaar.

Hebzucht

Over The Cruelty 2 – Hebzucht :

Gwen en haar vader zijn ondergedoken in Uruguay. Het leven is er zwaar: voortdurend over je schouder moeten kijken is killing. Wanneer haar vaders naam op een dodenlijst blijkt te staan, beseft Gwen dat afwachten geen optie meer is. Ze moet proberen hen beiden te redden, maar de tijd dringt. Met de hulp van haar vriend Terrance, stort een vastberaden Gwen zich in de wereld van geld, spionage en verraad. Daar wachten nieuwe én oude vijanden. En deze keer zijn ze niet van plan haar te laten ontsnappen.

Jac leest:

Vergevenenvergeten

Over Vergeven en vergeten :

München, 1957. Na verschillende carrières in de loop der jaren werkt Bernie Gunther nu voor een verzekeringskantoor. Het is een logische stap: zowel politieagenten als verzekeraars zijn erbij gebaat leugenaars te ontmaskeren, en Bernie Gunther kan wat dat betreft bogen op een schat aan ervaring.

Bernie wordt naar Athene gestuurd om een claim voor een gezonken schip van een Duitser te onderzoeken. Als hij ontdekt dat het schip in kwestie ooit toebehoorde aan een Griekse Jood die werd gedeporteerd naar Auschwitz, is hij ervan overtuigd dat dit geen ongeluk was, maar wraak. Dan wordt de Duitser dood gevonden, vermoord. De Griekse politie haalt Bernie over om te assisteren bij het moordonderzoek en hij wordt wederom meegezogen in de zwarte geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de deportatie van de Joden van Thessaloniki. Europa is bereid om de vijandschap met Duitsland aan de kant te zetten, maar minstens één persoon in Griekenland lijkt daar niet klaar voor te zijn…

Corina leest:

Met dank aan Standaard Uitgeverij / Manteau voor het recensie-exemplaar.

de tragische eindes

Over De tragische eindes van Boris Bastarache :

Wanneer de elfjarige Boris Bastarache met zijn vrienden in de zomer van 1943 “verzet” speelt, leidt dat tot een geheim dat te allen prijze bewaard moet worden. Wat volgt is een reeks van gebeurtenissen in het Frankrijk van de jaren vijftig tot nu, in het kielzog van een gevaarlijke psychopaat. Een adembenemend verhaal in de traditie van de betere roadmovies.

Samen lezen, de Top Vijf van het eerste half jaar door: Jac

Jac top vijf juist

De directie van dit theater heeft mij gevraagd om een top vijf te produceren van de boeken gelezen in de eerste zes maanden van dit jaar. Na het sneuvelen van enkele topfavorieten ( Cilla en Rolf Börjlind – Wiegelied en Jo Nesbø – Bloed op sneeuw) resteren op volgorde van lezen de volgende titels:

Jean-Christophe Grangé – De Passagier

Philip Kerr – Pruisisch Blauw

Bernard Minier – Een kille rilling

Daniel Cole – Ragdoll

Michael Robotham – Sluit je ogen

 

Wat is het criterium geweest om te komen tot deze top vijf?

In principe is lezen de verwoording van emoties, zoals daar zijn vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en afschuw, door een auteur die de vaardigheid bezit om dit op te schrijven zodanig dat de lezer geroerd wordt.

Ik lees voor mijn plezier. Dat is voor mij de basisemotie. Een boek moet iets oproepen dat mij in mijn normale, saaie ( sic) leven nooit zal overkomen. Daarom was ik al na twee boekjes klaar met Baantjer. Met de tv serie ging het niet veel beter. De sympathieke, beetje truttige diender, die elke morgen, na het nuttigen van een bord havermout met bruine suiker, naar zijn kantoor ging om zich dra te begeven naar de plaats delict alwaar een al dan niet gedeeltelijke ontklede BN’er zijn best deed om er dood uit te zien, was niet bepaald mijn favoriet. Een tv format dat hartstikke dood was, om in vaktermen te blijven. Zo saai, dan was mijn kantoorbaan met twee juffrouw Jannie’s en het gegoochel met debiteuren en crediteuren een stuk spannender.

Nee dan Jules Maigret, die scherpzinnige speurder met de pijp, wiens avonturen zich tenminste afspeelden in spannende milieus. Auteur Georges Simenon, een gekend schuinsmarcheerder, had zijn huiswerk goed gedaan en het barstte dan ook van de nachtclubeigenaren, hoeren, pooiers, minnaars en overspelige lieden, verderfelijke lieden uit de bourgeoisie en ander schuim van laag allooi, die elkaar naar het leven stonden.

Het moge duidelijk geworden zijn. Mijn thrillers moeten hoofdpersonen bevatten met bepaalde kwaliteiten, zodanige eigenschappen dat de dunne scheidslijn tussen goed en kwaad niet altijd even duidelijk te duiden is. Eenzame wolven, licht ontvlambare neuroten, gescheiden of op z’n best elkaar duldend, anti autoritair, drankzuchtig en met losse handjes. Eigenschappen die in de regel niet positief worden gewaardeerd worden, die dikwijls leiden tot een niet zo politiek correctie instelling als gewenst en voorgeschreven is binnen het korps.

Bovenstaande titels hebben ( voor een groot deel het volgende) gemeen:

  • Er is sprake van veel zwarte humor, veelal cynisch van karakter met veel harde grappen.
  • Het verhaal is intelligent geschreven. Van de lezer mag verwacht worden dat hij wat moeite moet doen om in het spoor te blijven van de auteur.
  • Er is in alle boeken sprake van een sterke filmische schrijfwijze met korte hoofdstukjes en veelvuldig wisselende scènes.
  • De hoofdrolspelers gaan niet altijd volgens de regeltjes te werk , maar naaien hun eigen naad.
  • We diepen dit wat uit aan de hand van Anaïs Chatelet ( op de naam alleen al word je verliefd), een van de hoofdpersonen uit De Passagier. Neuroot, psychisch verminkt. Vroeger een kille verleidster, nu een neurotische internetdatester. In de loop van het verhaal ontwikkelt zij zich tot een volkomen politiek incorrecte anarchocop, die vastloopt in de politiebureaucratie; de evenknie van Colomba Caselli. De granieten schoonheid met de groene ogen, uit Dood de Vader.

Haar team bestaat uit:

  • Hervé le Coz, luitenant, leeft op de zak van een overjarige barones.
  • Amar bijnaam Jaffar, weigert alimentatie te betalen en heeft de familierechter achter zich aan.
  • Conant.
  • Zakraoui bijgenaamd ‘Zak’, drugsgebruiker en verdacht van polygamie.

Zij noemt dit zooitje ongeregeld ‘De enige echte mannen in mijn leven.’

Een schrijver moet een uitstekend verteller zijn, een plot kunnen neerzetten, goed gedocumenteerd waar nodig en vooral, hij moet meerwaarde kunnen creëren door beschouwingen, opmerkingen, verhaallijntjes die niet per se nodig zijn in het plot maar buitengewoon interessant zijn voor de lezer.

Bovenstaande auteurs hebben al deze eigenschappen. Trouwens vele anderen ook. Toch wil ik graag benadrukken hoe verschrikkelijk aangenaam verrast ik was door Jean-Christophe Grangé. Grangé beschikt over een onuitputtelijke fantasie vol absurde situaties, wendingen en mensen. Kunt u zich een karaokewedstrijd voor clochards indenken? Die  tandeloze, rochelende, spuwende,zuipende, grofgesneden en – gebekte clochards die Johny Halliday’s ‘Pour moi la vie van commencer’ verkrachten?

Michael Robotham’s Sluit je ogen is het gebruikelijke buitenbeentje. Als een fantastische stylist voert hij de lezer mee in een ijzersterke thriller met sprankelende dialogen en mooie levensechte personen.

Jac Claasen.

Jac las: Pruisisch Blauw-Philip Kerr*****

Jacblauw

Philip Kerr – Pruisisch Blauw *****

Philip Kerr (Edinburgh, 22 februari 1956) is de Britse auteur van de Bernie Gunther thrillers en de kinderboekenreeks Children of the Lamp.

Kerrs bekendste werk is een reeks goed gedocumenteerde historische thrillers die zich afspelen in het Duitsland van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De hoofdrol in deze boeken speelt de eigenwijze politieman (en later privédetective) Bernie Gunther. Kerr zat op school in Edinburgh en op een gymnasium in Northampton. Hij studeerde rechten aan de University of Birmingham van 1974 tot 1980, en ontving daar een mastergraad. Zijn romans en thrillers schrijft hij onder zijn eigen naam, en zijn kinderboekenserie Children of the Lamp als P.B. Kerr.

Bron: (https://nl.wikipedia.org/wiki/Philip_Kerr)

Over Bernie Gunther het volgende:

Bernie gaat er prat op dat hij een Berliner is, al 40, 50 jaar voordat Kennedy in 1963 deze mooie woorden herhaalde. Dat is geen pre in de rest van Duitsland in de jaren dertig. Bernie is ruw, cynisch, drinkt en rookt teveel, is te zwaar en zijn relaties met vrouwen duren nooit lang. Zijn eerste vrouw is overleden aan de Spaanse griep in 1920.

Maar Bernie is brutaal, heeft lef en durft voor zijn mening uit te komen, is buitengewoon erudiet, leverancier van talloze oneliners, en is bovenal in het bezit van een flinke dosis rechtvaardigheid. Dat valt niet mee in jaren waarin de politie bruin kleurt, en regeert met intimidatie en bruut geweld en opportunisme normaal zijn geworden.  In 1932 heeft hij ontslag genomen bij de Kripo en vervolgens gewerkt in het Adlon hotel, en heeft daarna als privé detective zijn kost verdiend.

Bernie Gunther is een waardig opvolger van de hard-boiled detective, de cynische privé-detective die in principe een antiheld is. De belangrijkste voorgangers in dit genre waren Dashiell Hammett ( The Maltese Falcon) en vooral Raymond Chandler( The Big Sleep).

De Berlijnse Trilogie bestaande uit Een Berlijnse kwestie, Het handwerk van de beul en Een Duits requiem zijn geschreven resp. in de jaren 1989, 1990 en 1991, en in 1992-1994 gepubliceerd in Nederland. In de tussenliggende jaren ( 1992-2005) verschijnen een aantal losstaande titels.

Het volgende deel met Bernie Gunter in de hoofdrol – De een van de ander– wordt eerst geschreven in 2006. Daarna verschijnt er bijna elk jaar een deel met Bernie in de hoofdrol. Tot op heden zijn 12 delen verschenen.

Voor meer informatie: www.berniegunther.com

Pruisisch Blauw

Het boek bevat twee verhalen die spelen in oktober 1956 en april 1939.

De verhalen kunnen elkaar nooit kruisen.  De verbinding tussen beide tijdvakken wordt gelegd door Friedrich Korsch, een oud collega van de Kripo, die na de oorlog een andere keuze heeft gemaakt dan Bernie. Korsch is hoog opgeklommen in de hiërarchie van de  Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst, alwaar hij acteert direct onder generaal Erich Mielke.

Het jaar 1956. Onder valse voorwendselen wordt Bernie Gunther naar Hotel Ruhl in Nice gelokt. Generaal Erich Mielke heeft hem ontboden. In het belang van de DDR moet hij iemand ombrengen. Trouwens ook in zijn eigen belang, als hij tenminste in leven wil blijven. Bernie staat niet te popelen, maar Friedriech Korsch en zijn twee gorilla’s hebben genoeg overtuigingskracht in huis om zijn medewerking af te dwingen. Hij weet te ontsnappen. En vlucht naar Duitsland, met in zijn kielzog de Stasi.

In april 1939 krijgt Bernie de opdracht van Heydrich zelf ( ‘zijn hart was net zo zwart als het uniform dat hij droeg ‘) de opdracht om een moordzaak op het terras van Hitlers privéwoning – de Berghof -in Obersalzberg te onderzoeken.  De klus moet geklaard worden voor de 50ste verjaardag van de Führer. Dan is het Führersperrgebiet hermetisch afgesloten.  Bernie en Korsch hebben 7 dagen de tijd. Bernie moet zo veel mogelijk smerigheid over Martin Borman, de Stellvertreter des Führers, naar boven halen, wat tevens geldt voor Kaltenbrunner, een Oostenrijks stuk schorremorrie die wat buitenechtelijke affaires heeft lopen, die zich afspelen in Berchtesgaden aan de voet van de Obersalzberg.

In een waanzinnig hoofdstuk waar cynisme, opportunisme en megalomaan machtsmisbruik met elkaar om voorrang strijden, houdt Bernie Gunther zich staande te midden van de top van de SS dankzij zijn verbluffende en alerte brutaliteit en ad rem reageren. Hij vraagt en krijgt Friedrich Korsch mee als adjudant.

Terug in 1956. Wat volgt is een race tussen Bernie en Korsch en zijn clubje gorilla’s om veilig Duitsland te bereiken, waarbij in flash-backs teruggekeken wordt naar april 1939. Overigens het oplossen van de moord in 1939 beslaat 80 percent van het boek.

Philip Kerr is verbaal geweldig op dreef, en de linkse directe wordt direct gevolgd door een uppercut of een rechtse hoek. De meeste dialogen kunnen zo toegepast worden in een verfilming. Kerr op z’n best. Hij gaat magistraal te keer. Hard, brutaal, barstensvol cynische oneliners, wisecracks en zwarte humor.

Een paar voorbeelden van de oneliners:

Over de twee kleerkasten met gemillimeterd haar: ‘Zij droegen zware Oost-Duitse pakken van het soort dat net als onderdelen voor tractoren en schoppen in massaproductie wordt vervaardigd.’

Over Rudolf Hess: ‘Hij was een man met een weinig aantrekkelijk uiterlijk. De meeste mensen die ik kende dachten dat Hitler Hess om zich heen duldde om zelf iets normaler te lijken.’

Over de liefde: ‘In Duitsland is echte liefde even zeldzaam als een Jood met een telefoon.’

Over de meisjes van plezier: ’Bovendien praat ik graag met hoeren. De meesten zijn van een niveau dat je niet kunt bereiken aan de Humboldt-Universität in Berlijn.’ 

En bovendien, wat is er leuker dan Hess en Bormann te horen ruzie maken  over de ravage die Bernie aanricht nadat hij op zoek naar bewijsmateriaal, de frontgevel van een grote schouw met een voorhamer aan gruzelementen slaat? En dat nog wel in de privé vertrekken van de Führer.

Kerr vermengt fictie en werkelijkheid op uitmuntende wijze met elkaar. Hij heeft zijn huiswerk goed gedaan en zich voortreffelijk gedocumenteerd. Jammer dat een lijst met bronmateriaal ontbreekt. De honderden verwijzingen en toespelingen op zaken die in die tijd speelden over bijvoorbeeld Pervitin oftewel methamfetamine (‘het magische gif‘) zijn vrijwel allemaal gecheckt. Wat Kerr bereikt is een schets, een verontrustend en cynisch beeld van het ‘normale’ dagelijkse leven, in een land waar alle normen en rechtsregels zijn weggevallen en waar onder een dun laagje beschaving zich een samenleving gevormd heeft waar het recht van de sterkste geldt.

Pruisisch Blauw is een ongelooflijk cynisch boek, met een erg duidelijk beeld van de totaal verwrongen kijk van de fascisten op hun wereldbeeld, een boek ook dat je voortdurend laat grinniken. Maar de ondertoon is duidelijk. Zelfs Bernie Gunther voegt zich naar het systeem. Hij ziet in dat fascistisch Duitsland een grote dieven- en moordenaarsbende is, niet te bestrijden door een man. Hij  mijmert over de aanslagen op Hitler die niet gelukt zijn.

Is met zijn 558 bladzijden en aangename traagheid Pruisisch Blauw Philip Kerr’s magnum opus? Ik neig daartoe.

Vijf sterren.

Jac Claasen.