Karin las: Weg zonder genade-John Hart*****

John Hart

Met dank aan Uitgeverij Luitingh-Sijthoff voor het recensie-exemplaar.

ISBN: 9789024572977

Pagina’s: 432

Gepubliceerd: 01-06-2016

Genre: Thriller

Over de auteur:

John Hart (1965) is de enige auteur die in opeenvolgende jaren een Edgar Award won. Eerdere titels als Het ijzeren huis en Onschuld waren wereldwijde bestsellers en er werden al meer dan 2 miljoen van zijn boeken verkocht.

Juni 2016 verscheen zijn nieuwe thriller Weg zonder genade.

( Bron: http://www.lsamsterdam.nl )

Cover:

Sober en goed gekozen kleurgebruik en een aandachttrekkende kerkdeur afgebeeld in een anoniem hoofd. Ik vind dit geweldig.

Achterflap:

Rechercheur Elizabeth Black wordt geconfronteerd met haar verleden in de nasleep van een bruut schietincident. Een jongen met een pistool staat te wachten op de man die zijn moeder vermoordde. Na dertien jaar in de gevangenis komt een goede politieman vrij. Maar voor hoelang? En op het altaar van een verlaten kerk, ver weg op een heuvel, is het onvoorstelbare net gebeurd. Dit is een stad aan de rand van de afgrond.

Dit is een Weg zonder genade.

Mening:

Dit was mijn eerste kennismaking met John Hart en om maar meteen met de deur in huis te vallen: Wat een weergaloze thriller! Dit is dus precies waarom ik zo graag thrillers lees, man wat een genot vanaf het begin tot het eind.

De proloog is zinderend, spannend, en vanaf nu word je een wereld van moorden, marteling, verkrachting, onderzoek en meer dan geweldige personages ingesleurd. De schrijfstijl is gewoon geweldig en de afzonderlijke verhaallijnen vallen op unieke wijze steeds een stukje verder in elkaar.

Nagelbijtend volg je met name Elisabeth, een eigengereide rechercheur met een flinke rugzak en ze stal mijn hart. Ook de overige personages doen uitstekend hun werk en laten je walgen of juist meeleven. Op het puntje van de stoel ben je continue aan het gruwelen, aan het twijfelen wie nu wel of niet deugt en vraag je je af hoe dit zal eindigen en of het nog enigszins goed zal kunnen aflopen.  Al had ik de dader goed, richting einde werd ik weer getrakteerd op een verrassend en goed uitgewerkt slot. Als een ijsje, waar je onder in het puntje van je beker de toverbal aantreft.

Wat een pageturner van jewelste is Weg zonder genade!

Conclusie:

Schrijfstijl: 5

Plot: 5

Originaliteit: 4

Leesplezier: 5

Psychologie: 5

Spanning: 4.5

Vijf sterren voor Weg zonder genade.

Karin Meinen.

Cees van Rhienen interview en recensie: Jacob Vis- auteur van ‘Merdeka’

Jacob-vis-1340488423.jpg

Recensent Cees van Rhienen interviewde auteur Jacob Vis naar aanleiding van de verschijning van het sluitstuk van de drieluik over de nadagen van Nederlands-Indië, ‘Merdeka’. Lees hieronder het volledige interview.

  1. Het verhaal in ‘Merdeka’ is best wel realistisch door u beschreven. De titel die is gebruikt betekent Vrijheid en het was een strijdkreet van de pemoeda’s(jeugdige strijders). Hoe waarheidsgetrouw is ‘Merdeka’?

Antwoord:

Het boek komt dicht bij de waarheid. Ik heb veel research gedaan en me bij het schrijven en de voorbereiding steeds de vraag gesteld: is dit realistisch? Als ik naar eer en geweten met ‘ja’ antwoordde, dan verscheen de scene op papier, hoe gruwelijk hij ook werd.

  1. In hoeverre is ‘Merdeka’ en zijn de eerdere twee boeken (‘Tandem’ en ‘Moerta’) biografisch?

Antwoord: Merdeka is het sluitstuk van mijn drieluik over de nadagen van Nederlands-Indië. Ik heb voor die periode (zie ook vraag 7) gekozen omdat ik me er door familiebanden of als tijdgenoot nauw bij betrokken voel. Daarom heb ik in de drie boeken, die de laatste halve eeuw van de kolonisatie overspannen, steeds een ik-figuur als hoofdpersoon genomen en hun belevenissen zo intens doordacht en in gedachten beleefd dat het mijn eigen ervaringen lijken. Dat kan natuurlijk niet, want in de periode van ‘Tandem’ en ‘Moerta’ bestond ik nog niet en tijdens de koloniale oorlog was ik een kind. Toch ging het inleven in de hoofdpersonen als vanzelf. Het was alsof ze hun verhaal dicteerden en me toestemming gaven zichzelf in de eerste persoon enkelvoud als romanpersonage tot leven te brengen.

  1. Uw familie heeft een Indisch verleden. Heeft u het land weleens bezocht, in de tijd van Nederlands-Indië of later als Indonesië?

Antwoord: Nee, ik ben er nooit geweest en toch voelt het als het land van herkomst. Een oud-planter die me belde na Tandem en hoorde dat ik er nog nooit ben geweest wilde het eenvoudig niet geloven: ‘Je maakt een grapje. Jij moet er jaren gewoond hebben!’

  1. In het verhaal worden namen genoemd. Zijn dit namen van bestaande mensen of zijn ze fictief? Als ze bestaand zijn, weten ze dat ze, inclusief hun daden in dit boek zijn opgenomen?

Antwoord: De meeste personages zijn fictief. De namen van de personages die werkelijk hebben bestaan staan in het naschrift. Ze weten van niets, want ze zijn er niet meer.

  1. Is uw mening over Indonesië, na het schrijven van ‘Tandem’, ‘Moerta’ en ‘Merdeka’, veranderd? Zo ja in welk opzicht?

Antwoord: Indonesië is voor mij wat een rond karakter is in een roman: een volk dat zich aan de knechtenrol ontworstelt en het sluimerende zelfbewustzijn met geweld tot ontplooiing brengt.

  1. Kunt en wilt u iets vertellen over de research die u hebt gepleegd over de gebeurtenissen in Nederlands-Indië voor de gebruikte onderwerpen die geen fictie zijn. Hebt u daar ook ooggetuigen voor gevonden en benaderd?

Antwoord: Ik heb talloze bronnen gebruikt en in de loop van jaren ook ooggetuigen gesproken die sterk uiteenlopende meningen verkondigden. Variërend van ‘ik heb geen schot gelost’ tot bekentenissen die onder geen beding onder hun ware naam naar buiten mochten komen. Alweer: ik ben er van overtuigd dat ‘Merdeka’ bij al zijn gruwelijkheden, een getrouw beeld van de waarheid geeft.

  1. Waarom hebt u in uw drie historische romans de keuze specifiek laten vallen voor de periode van de eerste helft van de vorige eeuw? De koloniale tijdperk bestrijkt vier eeuwen dus….

Antwoord: Dat heeft te maken met mijn persoonlijke betrokkenheid. (zie ook vraag 2)

  1. Hoewel de verhalen rondom commissaris Ben van Arkel en de romans over Nederlands-Indië beiden zijn voorzien van een dosis spanning, zijn ze van opzet volledig anders. Hebt u een bepaalde techniek om beide soorten spanning niet met elkaar te vermengen? Of moet u in een andere mood zijn om het een of het ander te kunnen schrijven?

Antwoord: In de historische romans schrijf ik over mezelf. In feite zijn het gefingeerde autobiografieën. In de thrillers gebruik ik ook vaak een ik-figuur, maar dat is nooit Ben van Arkel, hoewel hij vaak (ten onrechte) als mijn alter ego wordt gezien.  In dat genre zijn mijn ik-figuren zuiver functioneel om het verhaal vanuit dat personage te belichten.

  1. Kunt u het verschil aangeven tussen het soort spanning in de historische romans en de thrillers? Hebt u de indruk dat het een iets anders van u eist dan het andere?

Antwoord: Aansluitend op het vorige antwoord: er is een fundamenteel verschil tussen de spanning in een historische roman en die in een thriller.

In een historische roman ben ik op zoek naar mezelf en duik ik steeds dieper in de periode en de gebeurtenissen van het verhaal. Dat is buitengewoon spannend, in de eerste plaats voor mijzelf en, zoals blijkt, ook voor de lezer.

Bij een thriller weet ik, voor ik een letter op papier heb gezet, al waar het heengaat. Hoewel ik geen plotschrijver ben – de personages en hun motieven boeien me veel meer dan de plot – weet ik wel hoe het afloopt. In een thriller staat de misdaad centraal en de spanning voor de lezer zit in de vraag: wie heeft die misdaad gepleegd en hoe wordt hij opgelost. Dat ik er een hoop maatschappijkritiek aan toevoeg doet niets af aan het basisprincipe dat de spanning uit de zoektocht naar de dader voortkomt.

  1. Wat heeft uw voorkeur om te schrijven? Thrillers of romans? En waarom?

Antwoord: Een thriller is gebonden aan wetmatigheden. Een daarvan is een hoog tempo. Je hebt geen tijd om ergens diep op in te gaan omdat het dan al snel een documentair karakter krijgt. Dat kan niet, want de lezer heeft haast. Een bekend aforisme van Elmore Leonard is dat je als thrillerschrijver de scenes moet schrappen die de lezer overslaat. Terwijl die scenes juist zo verdomd leuk kunnen zijn. In ‘Tandem’ neem ik uitvoerig de tijd om de tabaksteelt te beschrijven, louter uit persoonlijke belangstelling en ook, zoals blijkt, die van de lezers. In ‘Moerta’ gaat het hoofdstukken lang over de opleiding van een inheemse arts en over haar wel en wee van als huisarts in de binnenlanden van Nieuw-Guinea. In ‘Merdeka’ neem ik de tijd om me – via een monoloog interieur van mijn hoofdpersoon – af te vragen waarom wij Nederlanders, pal na de bezetting van ons eigen land, zo tekeer gingen tegen de Indonesische bevolking die in 1946-49 hetzelfde wildenals wij in 1940-45: Merdeka!

Kortom: ik houd van vakmanschap en dat maakt dat ik graag de skills van mijn personages wil laten zien. Zoals ik genoten heb van ‘American Pastorale’ van Philip Roth waarin hij uitvoerig schrijft over het maken van glacéhandschoenen. Een saaier onderwerp kun je nauwelijks bedenken, maar ik zat op het puntje van mijn stoel. Geweldig!

Ander voorbeeld: ‘Het Bureau’ van Voskuil: zeven dikke delen over de ambtenarij in Nederland, een onderwerp waarover een mindere schrijver na een paar bladzijden wel uitgepraat is. Voskuil maakt er een gebergte van in de Nederlandse literatuur.

  1. Tenslotte ben ik overtuigd dat uzelf ook favoriete auteurs en genres hebt. Wilt u daar iets meer over kwijt?

Antwoord: Twee heb ik hiervoor al genoemd: Roth en Voskuil. Beide vertegenwoordigers van de ‘hoge’ literatuur. Net als Nescio, Elsschot, Kafka, Alice Munro, Mario Vargas LLosa, Afric Campbell. Plus nog honderd of meer andere auteurs wier vermelding van dit interview een onleesbaar verhaal zouden maken.

In het thrillergenre ben ik fan van Martin Cruz Smith en John Harvey. Fenomenale schrijvers. Ook lees ik graag de boeken van Deon Meyer en Philip Kerr.

Naar het onbewoonde eiland gaan drie boeken mee uit de ‘lage’ literatuur die ik van mijn jeugd tot nu vijfmaal herlezen heb: ‘Pieter Maritz’ van August Niemann (over de Boerenoorlog), ‘Hollands Glorie’ van Jan de Hartog (over de zeesleepvaart) en Frank van Wezels roemruchte jaren van A.M.de Jong (over de mobilisatie tijdens WO I) Schitterende boeken die ik stuk voor stuk dolgraag geschreven zou willen hebben en waarvoor ik mijn hoed zo diep afneem die iedereen mijn kale kruin mag zien.

Hoge en lage literatuur? Nonsens!

  1. Ik was op 23 juni 2015 in Antwerpen toen u de Diamanten Kogel 2014 won met ‘De zwarte duivel’. Weet u nog wat er de eerste drie minuten na de bekendmaking door u heen ging?

Antwoord: Een overweldigd gevoel van geluk.

  1. Welke vraag ziet u hier niet gesteld maar u wilt het antwoord toch graag met uw lezers en andere geïnteresseerden delen?

Vraag Jacob Vis: In ‘Merdeka’ staan een aantal uiterst realistisch beschreven wandaden van het Nederlandse leger waarvan de daders in een tribunaal als oorlogsmisdadigers zouden worden veroordeeld.  Dat geeft sommige lezers, voor wie de kolonie Nederlands-Indië een paradijs was, een onbehagelijk gevoel. ‘Wij’ waren toch zo goed voor de inlanders?

Ook Jan Bax, hoofdpersoon in ‘Merdeka’, noemt zijn jonge jaren op Java een jeugd in het Paradijs. Bent u niet beducht dat u, net als hij, als nestbevuiler wordt gezien? Alles wat er misging in die periode wordt hier met de mantel der liefde bedekt. U rakelt al die wandaden meedogenloos op. Moeten wij ons collectief schamen voor de daden van destijds?

Antwoord Jacob Vis: Ja.

De Nederlands-Indische literatuur wordt gekenmerkt door de gedachte aan tempo doeloe: een paradijselijke staat waarin de bovenliggende partij, de koloniale machthebber, het buitengewoon goed had en welwillend met hun bediendes omging. Terwijl de onderliggende partij, de overgrote meerderheid van de inheemse bevolking, op de grens van armoede en uitbuiting leefde. Als wij Nederlanders, werkelijk zo goed voor de bevolking gezorgd hadden als we in die tempo-doeloe verhalen lezen en schrijven dan waren ‘we’ na de Japanse bezetting weer met gejuich ingehaald en waren blank en bruin samen gewoon op dezelfde voet verder gegaan.

Het tegendeel gebeurde: de nationalisten onder aanvoering van Soekarno en Hatta grepen hun kans om de gehate Nederlanders eruit te schoppen en een eigen onafhankelijke staat te vormen. In de bersiap-periode kwam dat verlangen op een afgrijselijke manier tot uitdrukking: 6500 Nederlanders en Indische Nederlanders werden vermoord. Het Nederlandse antwoord, met de politionele acties, was vanuit die bersiap te rechtvaardigen, maar zodra die onderdrukt was (eind ’46) hadden de vijandelijkheden moeten stoppen.

De Indonesische onafhankelijkheid was onafwendbaar, net als de vrijwel synchroon lopende dekolonisatie van Brits-Indië. De Engelsen waren oorlogsmoe en hadden geen zin in een koloniale oorlog waarvan de uitkomst van tevoren vast stond: aftocht van de bezetter. Wij Nederlanders hadden daarvan kunnen leren, maar we renden als stieren in de muleta van de nationalisten. Uitgedaagd, zeker, maar dat gebeurde in Brits-Indië ook. Alleen gebeurde het daar op een vreedzame manier. Ghandi was een apostel van de geweldloosheid en een totaal andere leider dan de machtspoliticus Soekarno. De Nederlandsepolitici van die tijd hadden daar doorheen moeten kijken, maar ze kozen, net als Luns twaalf jaar later in de Nieuw Guinea-kwestie, voor de harde confrontatie. Het lijkt wel of we niets leren van de historie. Als de machthebbers het niet doen, dan moeten de schrijvers het voortouw nemen. In de hoop dat hun boeken bijdragen aan een genuanceerd beeld en een bezonken oordeel van de lezers.

Noot interviewer: ‘Tandem’, ‘Moerta’ en ‘Merdeka’ vormen samen de drieluik over de nadagen van Nederlands-Indië. De verhalen zijn op zichzelf staand, het gemeenschappelijke is Nederlands-Indië en de verhouding tussen Nederlanders en Indonesiërs.

 

‘Merdeka’ is vanaf 29 juli verkrijgbaar in de boekwinkels.

Voor de link naar de recensie klik hier:

Gastrecensie: Merdeka-Jacob Vis*****

 

 

Gastrecensie: Merdeka-Jacob Vis*****

merdeka

Interessant en verschrikkelijk ‘echt’

Oorspronkelijke titel: Merdeka

ISBN: 9789054294283

Uitgeverij: Uitgeverij Conserve

Pagina’s: 351

Zijn bekendheid heeft hij hoofdzakelijk aan zijn thrillers te danken waarin commissaris Ben van Arkel veelal de hoofdrol speelt. Voor ‘De zwarte duivel’ ontving hij in 2014 de Diamanten Kogel, de Vlaamse prijs voor beste Nederlandstalige misdaadroman. Tussen al die politieonderzoeken werkt Jacob Vis ook aan verhalen over het voormalige Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. In 2012 en 2013 verschenen respectievelijk ‘Tandem’ (over de plantage van zijn grootvader) en ‘Moerta’ (over de artsenloopbaan van zijn grootmoeder). Beide boeken oogstten veel bewondering en waardering. Zijn derde roman ‘Merdeka’ speelt tijdens de invasie van het Nederlandse leger nadat Soekarno de republiek Indonesië had uitgeroepen en de onafhankelijkheid had verklaard.

Op 25 november 1924 wordt in Bandung op het eiland Java, Jan Bax geboren. Zijn Nederlandse ouders zijn naar het eiland verhuisd in verband met het werk van zijn vader. Jan groeit op in Nederlands-Indië en op enig moment keert het gezin terug naar Nederland. Omdat Jan de Nederlandse nationaliteit heeft wordt hij opgeroepen om zijn dienstplicht te vervullen. Hij wordt ingedeeld bij het regiment Huzaren van Boreel. Dit regiment wordt door de Nederlandse regering ingezet bij de oorlogshandelingen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog in voormalig Nederlands-Indië.

Het ziet ernaar uit dat Jan moet gaan strijden tegen de mensen waarmee hij is opgegroeid en waarvan hij een aantal inmiddels als zijn vrienden beschouwt. De grote voordelen die in zijn koffer meereizen zijn de kennis van de Indische cultuur en de taalbeheersing van het Maleis en Javaans. Maar dat daar ook dodelijke wapens aan worden toegevoegd heeft hij vooraf nooit kunnen bedenken.

‘Merdeka’ is een verhaal waarin Vis op een waarheidsgetrouwe wijze een inkijk geeft in de vreselijke oorlog die in de voormalige Nederlandse kolonie heeft gewoed. Na vier eeuwen koloniaal bewind, dat hoofdzakelijk het belang van de koloniale bestuurders en beheerders diende, werd hier in de jaren veertig van de twintigste eeuw vooronafhankelijkheid gevochten.

Onbekend met klimaat en cultuur werd er een legermacht van vele duizenden Nederlandse militairen naar het Overzeese Rijksdeel gezonden om de strijd met de Nationalisten aan te gaan. In de persoon van Jan Bax die kennis bezit van de bevolking en het land, wordt keihard duidelijk gemaakt in welke onverwachte omstandigheden de Nederlandse soldaten destijds terecht kwamen. Maar ook wordt door Vis in deze roman op confronterende wijze de onmenselijke behandelingen van een deel van datzelfde leger naar de plaatselijke bevolking onder de aandacht gebracht.

Massa-executies, verkrachtingen, berovingen, standrechtelijk neerschieten, het zijn daden die je niet van een leger uit het beschaafde Nederland verwacht. Maar de gedrevenheid en openheid waarmee Jacob Vis dit in ‘Merdeka’ aan de orde brengt, stemt tot diep nadenken en even diep het hoofd buigen. Om ‘Merdeka’ maar even af te doen als goede roman is het boek onwaardig. ‘Merdeka’ is naast een heel goed geschreven roman ook een waardevol werk dat een klein tipje van deze beschamende zwarte sluier oplicht.

Eindoordeel: 5 sterren

Geloofwaardigheid: 4 sterren

Plot: 5 sterren

Leesplezier: 5 sterren

Schrijfstijl: 5 sterren

Originaliteit: 5 sterren

Psychologie: 5 sterren

Cees van Rhienen.

 

 

Corina las: Slapen op je tenen-Henk Godthelp**** 

Met dank aan Uitgeverij Hulde voor het recensie-exemplaar.

Over Henk Godthelp:

Henk (1958-2013) was 35 jaar lang het boegbeeld van het ‘Amstelveens Nieuwsblad’. ‘Mister Amstelveen’ was een charismatische krantenman, 2 meter 5, kraag omhoog, favoriete uitspraak: ‘Hulde’.

In de laatste jaren van zijn leven schreef hij zijn eerste boek. Henk Godthelp overleed aan een longziekte, voor hij het had kunnen uitgeven. Ruim twee jaar later verscheen zijn romandebuut als een postuum eerbetoon.

Godthelp typeerde zijn roman als een mengeling van feiten en fictie, met vriendschap en de grenzen ervan als thema.

Over Slapen op je tenen

Herman en Erik zijn gezworen kameraden. Maar wat voor Erik vriendschap is, groeit voor Herman uit tot een heimelijke obsessie: hij wil Erik worden en zelf ‘vervagen’. Hermans zoektocht brengt hem in Gambia, Ierland en Griekland.

Slapen op je tenen gaat over een man die een ander wil zijn. Het is een meeslepend verhaal vol humor, verdriet, vreugde, seks, ziektes en filosofie. Een verhaal dat je raakt.

De cover:

Afgetrapte enkellaarzen op een donkere achtergrond, niet lelijk, niet heel mooi, maar maakt wel nieuwsgierig. Want wat zou het met het verhaal te maken hebben?

Mijn mening:

In een vlotte en meeslepende manier word je meegenomen door het leven van Herman en Erik. Hilarische dialogen worden afgewisseld met filosofieën die tot nadenken weten te zetten. Toch moet ik af en toe goed nadenken over wat er staat, zoals in het begin van het boek, waar Herman een pleidooi houdt tegen Erik en zegt: “Het bruine vlees is van de wereld, het witte vlees is van mij”.  Het duurde even voordat ik begreep wat er bedoeld werd en wat het deed in het verhaal. Maar als je de gedachtes van Herman meer en meer gaat begrijpen gaandeweg het boek zijn juist dit de dialogen die het boek zo sterk maken.

Herman en Erik komen helemaal tot leven en je hebt het gevoel dat je naast ze op het strand, in de kroeg of gewoon thuis op de bank zit.

Herman en Erik worden goed neergezet als personages en vooral Herman met zijn gedachtenkronkels doet me vaak laten glimlachen tijdens het lezen. Toch krijg ik ook een soort van medelijden met hem in zijn zoektocht naar dat wat hem gelukkig kan maken.

Het einde is verrassend, triest en tegelijkertijd heel mooi. En zo leuk dat je in het nawoord leest dat Henk het laatste hoofdstuk als eerste schreef.

Een bijzonder mooi debuut en wat is het zonde dat we geen andere boeken zullen mogen krijgen van deze auteur.

Vier sterren.

Corina Nieuwenhuis.


Samen met Saskia Jansen Storyteller: Blauwe allochtonen, Pokémon en kinderen, je krijgt er zoveel voor terug.

Saskia blauwalg

Kinderen. Soms zijn ze ontzettend lastig of zelfs bloedirritant, maar vaak zijn ze hartverwarmend in hun mooie onschuld.

Als moeder zijnde vind ik het soms erg moeilijk als ze met een zuur gezicht zuchtend en steunend om mij heen blijven draaien om tot vervelends toe mij te laten weten dat ze niets te doen hebben. Hun kamers liggen bezaaid met speelgoed wat ze destijds zo graag wilden hebben omdat iedereen (lees: twee kindjes uit de klas) het ook hebben. Een PlayStation twee tot en met vier, want iedere versie was leuker en beter en had mooiere spellen.

Skateboarden, skeelers, stuntsteppen en heely’s liggen op plaatsen waardoor je beseft dat de meeste ongelukken inderdaad binnenshuis gebeuren. Ik heb ondervonden dat ik ook kan skateboarden toen ik met een volle wasmand van de onderste traptrede op het board van mijn jongste stapte. Ik heb de wasmand uiteindelijk los moeten laten maar ik ben overeind gebleven. Ik zit te denken om beschermers aan te schaffen en ook maar eens op een half pipe mijn talenten verder te gaan ontwikkelen aangezien ik nog best ver kwam.

Mijn dochter wilde een IPhone 6 want die was zoveel sneller dan de iPhone 4 die ze al had. Gelukkig werkt ze, en was ze jarig, dus konden wij haar wens wel een keer waarmaken. Ze was intens gelukkig met het nieuwe speeltje. Dat ze er nu halve dagen mee op pad is om Pokémon mee te vangen bevalt me eerlijk gezegd niks maar, “iedereen doet het mam”, werd mij hoofdschuddend medegedeeld.

Iedereen? Ik ken niemand die dat spel speelt gelukkig. Ik kan me voorstellen dat het voor jonge kinderen een leuke bezigheid is, maar als ik volwassenen bloedserieus door onze wijk zie lopen op zoek naar virtuele poppetjes kan ik me daar echt niet in vinden. Maar goed, het is beter dan elkaar de hersens inslaan en dat filmen om op YouTube te plaatsen denk ik dan maar.

Wanneer mijn zoontje al voor de zesde keer heeft gezegd dat hij niets te doen heeft stel ik daarom voor dat hij lekker even een poosje Pokémon gaat zoeken buiten. Dat zou hij wel willen zuchtte hij alsof hij net een zware wee had weg gepuft, maar met zijn Iphone4 was dat onmogelijk. Die is niet goed genoeg voor dat spel.

“Waarom ga je niet even lekker voetballen met wat vrienden op het veld?’, vraag ik zonder geïrriteerd te klinken. “Al mijn vrienden zijn op vakantie. Wij zijn de enige die nooit op vakantie gaan”, zegt hij met een gezicht alsof hij in een weeshuis zit en wacht op stichting ‘het vergeten kind ’om hem de vakantie van zijn leven te bezorgen. Dat wij naar Aruba, Griekenland en Mallorca zijn geweest met hem is hij blijkbaar allang weer vergeten. “Wie zijn er allemaal op vakantie dan?”, vraag ik geïnteresseerd. “Iedereen, behalve ik”.

Iedereen bleken drie vage vriendjes te zijn die ik hier normaal gesproken ook al weinig zag. “Ik ben de enigste die niks leuks te doen heeft”, klaagt hij nogmaals. “Enige”, verbeter ik hem. “Duh, dat weet ik heus wel , ik ben niet dom”, zegt hij zonder op te kijken. “Ik weet dat je niet dom bent schatje”, lach ik en geef hem een zoen op zijn chagrijnige gezichtje. Opstandig veegt hij de plek op zijn gezicht af en gaat met zijn armen over elkaar boos voor zich uitkijken. Ik besluit hem maar even met rust te laten.

Terwijl ik de vaatwasser sta in te ruimen gaat de deurbel. “Ik ga wel”, klinkt het vanuit de woonkamer. Omdat het nogal lang duurt voordat hij terugkomt , ga ik even checken wie er aanbelde. Het blijkt het buurjongetje te zijn. Die was op vakantie maar is net thuis gekomen en vraagt of mijn zoon wil komen spelen. Nog niet dolenthousiast haalt mijn zoon zijn schouders op en vraagt wat ze dan kunnen gaan doen. “Misschien kunnen we in het meer gaan zwemmen”, zegt het buurjongetje enthousiast. Eindelijk komt er een glimlach op mijn zoon zijn gezicht en hij kijkt mij verwachtingsvol aan. “Mag dat mama?”, vraagt hij. “Ja hoor schat, ga maar lekker zwemmen”, zeg ik blij. “Mag jij dat ook van je vader?’, vraag ik aan de buurjongen.

Even twijfelt hij en zegt dan; “Ik denk het wel maar ik moet het toch nog even voor de zekerheid vragen want het zou kunnen zijn dat er blauwe allochtonen zitten bij het meer”, zegt hij ernstig. “Blauwe allochtonen?”, lach ik hardop . Voordat ik kon vragen wat hij daarmee bedoelde rende hij al weg naar zijn eigen huis met mijn zoon achter hem aan. Wanneer ik de voordeur sluit besef ik ineens wat hij bedoelde met blauwe allochtonen. Hij heeft vast iemand horen praten over blauwalgen in het water.

Ik lach hardop terwijl ik mijn voet keihard stoot aan de stuntstep die verdekt opgesteld lag in de gang. Kinderen, je krijgt er zoveel voor terug.

Gastrecensie: Dochter Vermist-Mikaela Bley****

Dochter vermist

Titel: Dochter vermist

Auteur: Mikaela Bley

Genre: Thriller

Uitvoering: Paperback

ISBN: 9789400506602

332 pagina’s| A.W. Bruna Uitgevers|2016

 

4****

Stockholm.

De achtjarige Lyncke is op een regenachtige vrijdagochtend in mei plotseling spoorloos verdwenen. Ellen Tamme, misdaadverslaggeefster bij de zender TV4, hoort het nieuws en raakt geobsedeerd door de vermissing. Temeer omdat ze dit in haar familie met haar eveneens achtjarige tweelingzusje Elsa ook heeft meegemaakt. Ondanks haar emoties weet ze er toch een spraakmakend en professioneel nieuwsitem van te maken.

Het raakt haar echter meer dan ze van zichzelf had verwacht. De zoektocht verloopt tot haar frustratie moeizaam, waardoor ze zich geroepen voelt mee te helpen de verdwijning op te lossen. Ze verdenkt de rechercheurs van tunnelvisie. Het verhaal wordt sterker naarmate het onderzoek vordert en de personages steeds verder worden uitgewerkt. Tot haar verbazing straalt de kilheid van de ouders en van de stiefmoeder van Lyncke af. Iets wat ze zich vanwege haar eigen ervaring maar moeilijk kan voorstellen.

Wat doet het met je als je zelf een slachtoffer bent geweest als gevolg van een vermissing? Deze vraag wordt op een mooie manier in het verhaal beantwoord, waarbij de psychologische kant van het verhaal zich opbouwt tot een spannend boek.

De vlotte en directe schrijfstijl zorgen ervoor dat het emoties oproept, waardoor je wordt geraakt. Het onderwerp is daarentegen niet uniek, maar het heeft een aantal mooie wendingen in zich waarvan ik heb genoten.

Mikaela Bley heeft met “Dochter vermist” een sterk debuut afgeleverd en ik hoop dat ze meer boeken met het personage Ellen Tamme zal schrijven.

Coenraad de Kat.

Samen praten met J.Sharpe!

 

Over Joris:

J. Sharpe – pseudoniem van Joris van Leeuwen (1986) – heeft verschillende mysterieuze thrillers en fantasy boeken geschreven, alsmede meerdere korte spannende verhalen.

Zijn werk wordt regelmatig vergeleken met de werken van auteurs zoals o.a Stephen King, Dean Koontz en Peter Straub.

Hij begon met schrijven toen hij acht jaar was. Hij woonde twee jaar op het Portugese eiland Madeira en was een fanatieke lezer. Al snel was hij echter door zijn Nederlandse leesvoer heen en besloot hij zelf te gaan schrijven.
Naast schrijven is Joris jarenlang banketbakker geweest en heeft hij in binnen- en buitenland voor verschillende bakkerijen gewerkt. Momenteel is hij, naast schrijver, tevens rijinstructeur, gitaarleraar en muzikant.

Hij staat erom bekend verschillende genres met elkaar te mixen. Zijn thrillers bevatten vaak zowel horror, sci-fi of fantasy elementen.

In 2011 was hij jurylid voor The Pure Thrillers Award.

Sinds 2014 is J.Sharpe onderdeel van het GNM (Genootschap van Nederlandstalige misdaadauteurs)

Zijn boek Gebroken geheugen was genomineerd voor de Harland Awards Romanprijs 2016, voor het beste boek van het afgelopen jaar, waar het naast de nominatie tevens een eervolle vermelding kreeg voor buitengewone originaliteit.

In augustus komt zijn nieuwe boek Eden uit, waar we zeer naar uitkijken.

 

Het interview:

1: Je schrijft onder een pseudoniem, waarom?

Mijn eerste drie boeken verschenen onder mijn eigen naam. Maar ik kwam erachter dat, in mijn genre, vaak wordt gedacht dat Nederlanders niet kunnen schrijven. Men pakt nu eenmaal eerder een boek op van een buitenlandse auteur. Ik besloot eens te kijken of dit klopte door onder een andere naam te schrijven en het klopt helaas. Daarnaast is het handig als ik ooit vertaald zou worden, al is dat op dit moment niet meer dan een droom. 

2: Je boeken bevatten sci-fi, horror, en/of fantasyelementen. Waar komt die fascinatie vandaan?

Geen idee. Van jongs af aan lees ik al veel. Ooit een keer een boek van Paul van Loon opgepakt in de Bieb en sindsdien verslaafd aan dat genre. Later ben ik wat meer naar andere genres gaan kijken, maar ik blijf toch steeds weer terugkomen naar boeken met deze elementen.

3: Vergeleken worden met Stephen King, Dean Koontz en Peter Straub!? Een vloek of een zegen?

Hahaha, beide. Even voor de duidelijkheid. Ik vind die vergelijking niet kloppen. Ik ben een groot fan van deze mannen en besef dat ik nog een hoop te leren heb wil ik in één adem met hen genoemd worden. Maar het is telkens wel een enorm compliment als anderen dit vinden, natuurlijk. Nadeel is wel dat je net zo goed bent als je laatste boek, dus je moet je wel steeds weer bewijzen. 

4: Eden komt bijna uit. De cover is GE-WEL-DIG. Bedenk je die zelf?

Nee, dat doet de illustrator van mijn uitgever, maar ik ken haar heel goed en heb wel een beetje aangegeven waar ik zelf aan zat te denken.

5: Naast het schrijven doe je nog veel andere dingen. Zou je fulltime willen schrijven of is de afwisseling juist prettig?

De afwisseling is prettig. Er staat nu geen druk op. Ik denk dat als ik zou moeten leven van het schrijven, de druk mijn inspiratie in de weg zou staan. Maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat als me de mogelijkheid wordt gegeven ik het best zou willen proberen.

6: Als we bij jou binnen konden spieken, hoe vinden we je dan als je aan het schrijven bent?

Aan de eettafel, achter mijn trouwe laptop. Ik schrijf zonder muziek. Dat leidt teveel af. 

7: Waar haal je je inspiratie vandaan?

Hahaha, overal en nergens. Boeken, films, gesprekken, gebeurtenissen in de wereld. 

8: Wat vinden we in jouw boekenkast?

Zoveel boeken dat ik er een tweede kast bij heb moeten zetten…. Vrijwel allemaal in het genre dat ik zelf ook schrijf. 

9: Is er een bepaald onderwerp waar je ooit nog over zou willen schrijven?

Niet iets wat me momenteel te binnen schiet.

10: In Eden komen maniakale engelen voor. Geloof je zelf in engelen?

Ik ben niet gelovig opgevoed en eerder een persoon die iets gelooft als hij het ziet – wat het hele begrip geloof nogal teniet doet, natuurlijk. Ik kan niet zeggen dat ik geloof in een God, maar ook niet dat ik er niet in geloof. Ik weet het simpelweg niet, omdat ik geen bewijs heb dat Hij bestaat, net zomin ik bewijs heb dat Hij niet bestaan. (Kunnen jullie me nog een beetje volgen?)

11: Gebroken geheugen schreef je samen met de helaas overleden Jos Weijmer. Zou je vaker samen met iemand willen schrijven? Zo ja, met wie?

Nee, ik denk het niet. “Gebroken geheugen” was een uitzondering. Het is erg lastig om iets samen te schrijven. Maar wie weet, ooit…

 

Wij vonden het super om Joris te mogen interviewen en wensen hem veel succes met Eden, we kunnen niet wachten! Van zijn vorige boeken hebben wij er (typen wij met schaamrood op de kaken) nog niet één gelezen maar van Gebroken geheugen hebben wij genoten! Karin schreef daar deze mooie recensie over, zie de link:

Karin las: Gebroken Geheugen****