Jac las: Dood de Engel-Sandrone Dazieri*****

dood de engel

Sandrone Dazieri:

Sandrone Dazieri is geboren in Cremona op 4 november 1964. Hij volgt een opleiding tot kok en oefent dit vak tien jaren uit. Als kind las hij strips en later allerlei genres zoals horror en sf. Hij begint met schrijven in de schoolkrant, en later probeert hij een paar horror  verhalen aan de man te brengen. Zonder succes overigens.

In Milaan gaat hij politieke wetenschappen studeren. Hij slaapt als een dakloze op het Centraal Station en kraakt woningen. Dazieri is een activistische student, die strijdt voor het milieu, tegen de kerncentrales en de woningnood. Hij wordt meerdere keren gearresteerd en voor korte perioden in hechtenis genomen. Zijn activistische periode eindigt in 1994. Hij verlaat de Universiteit zonder getuigschrift.

Na een tijdje corrector te zijn geweest, kan hij aan de slag als journalist. In 1999 komt zijn eerste roman uit. Hij schrijft vier romans voor volwassenen, een roman voor tieners, een aantal korte verhalen en diverse scenario’s voor film en tv. In 2004 wordt hij directeur van een uitgeverij. In 2006 kiest hij er voor om full time te gaan schrijven.

In 2014 publiceerde hij Dood de Vader. Deze thriller werd al snel een bestseller en is uitgebracht in 20 landen.

( Bron: http://www.sandronedazieri.it/biografia/ )

 

Over het boek Dood de Engel, het tweede deel van een trilogie:

Het intro speelt in een cel, waar een meisje van een jaar of 13 en een schoenmaker en een politieagent opgesloten zitten in de Doos, een cementen kubus zonder ramen. In een onbestemde omgeving, in een onbestemde tijd. Beklemmend.

De hoofdrolspelers uit Dood de Vader, Colomba Caselli en Dante Torre, keren terug in een onderzoek naar een aanslag op een treinwagon waarbij veertien passagiers om het leven kwamen. De sabotage van een geavanceerd ventilatiesysteem is de doodsoorzaak. In een videoboodschap claimt IS de aanslag. CC voelt intuïtief aan dat er veel meer aan de hand is. Zij schakelt Dante Torre in. Dante kan mensen lezen, d.w.z. aan de hand van microbewegingen en mensenkennis, en beoordelen of iemand de waarheid spreekt.

Het loopt allemaal anders dan gepland. Na een mislukte interventie wordt CC op verplicht ziekteverlof gestuurd. Het inlevingsvermogen van Dante Torre leidt naar de twee figuranten uit het videofilmpje van de aanslagplegers. Dante is ervan overtuigd dat met de arrestatie van de twee het niet gedaan is. Is de aanslag een cover up? Maar wie is dan het bedoelde slachtoffer, en zijn de overige slachtoffers te beschouwen als bijkomende schade? De passagierslijst biedt geen handvat. Dante denkt dat ‘ De Engel’ echt bestaat, en weet Colomba over te halen er naar te kijken en op jacht te gaan.

Wie is die Engel?

Wie is die Giltiné, de betoverd mooie engel uit Litouwen?

De wrake Gods?

Een mysterieuze zzp’er die op bestelling moordt en daarbij geen sporen achterlaat? Dazieri neemt ons mee op een fascinerende speurtocht naar deze Engel. Dwars door Europa, naar een decadent Berlijn en tenslotte naar Venetië. Het boek is een spel van waan en waanzin, en van een waanzinnige ziekte.

Zoals wij gewend zijn uit Dood de Vader’is het verhaal ook ditmaal tamelijk rechtlijnig. Er zitten wel wat zijlijntjes in, zoals de amoureuze avonturen van Colomba en gefilosofeer over complottheorieën en natuurlijk het dunne lijntje van de zoektocht van Dante naar zijn broer, maar Dazieri heeft fantasie genoeg om de grote verhaallijn uit te diepen en steeds verder uit te breiden.

Colomba, de reïncarnatie van de activistische Dazieri van weleer, en Dante Torre als de Man uit de Silo, die met al z’n fobieën en trauma’s weer moet integreren in de maatschappij, sluiten vrede. De twee antihelden kunnen niet zonder elkaar. De donkere en beklemmende sfeer uit het begin kan Dazieri niet handhaven. Hij is er in geslaagd een bijzonder boeiende thriller te produceren, die geen moment verveelt door de veelheid van bijzondere personages en situaties. Maar ook door de koppeling aan duistere randverschijnselen uit het oude USSR ten tijde van Tsjernobyl. Maar vooral ook door het grote aantal boeiende dialogen.

Dazieri heeft met dit boek duidelijk ingespeeld op de actualiteit. Een aanslag toegeschreven aan IS, de beroerde inval in een islamitisch centrum, maar ook  misinformatie en  nepnieuws, zo prominent in beeld bij bepaalde regeringsleiders, spelen een rol. De auteur geeft geen cadeautjes weg. Op basis van bepaalde historische feiten, construeert Dazieri een uiterst intelligent verhaal, met elementen uit de fantasy wereld, zeker, waarbij de lezer niet gespaard wordt.

Dood de Engel is een ander boek dan Dood de Vader. De accenten zijn verlegd – een figuur als de Vader was uniek in zijn slechtheid en kwaadaardigheid – maar opnieuw een kwalitatief meer dan uitstekende thriller van 523 blz., filmisch geschreven met korte hoofdstukjes en vele wendingen en wisselingen in locaties, personen en situaties. En met een zinderend slot.

Tot slot. Lezen als losstaande titel is mogelijk. Beter is het eerst Dood de Vader te lezen. Dood de Vader was vijf sterren cum laude.

Dood de Engel is 5 sterren min.

Enige nuancering in waardering is op z’n plaats. Verschil moet er zijn.

Jac Claasen.

Jac las: De Passagier-Grangé*****

 

Grange.jpg

Jean Christophe Grangé-De Passagier

Jean-Christophe Grangé is journalist, schrijver en scenarist, en geboren op 15 juli 1961 in Boulogne-Billancourt. Hij is een van de weinige Franse thriller auteurs die doorgebroken is in de VS.

Hij studeert aan de Sorbonne en begint als copywriter. In 1989 werkt hij als freelancer voor fameuze tijdschriften, zoals Paris Match, The Sunday Times en National Geographic. De reizen en verslagen die hij maakt zullen een bron van inspiratie voor zijn latere werken blijken te zijn. In 1994 schreef hij zijn eerste roman De vlucht van de ooievaars. Geroemd door de kritiek. Zijn tweede roman, De bloedrode gletsjer (1998), is zijn doorbraak naar het grote publiek.

Naast zijn carrière als romanschrijver, schreef hij diverse scenario’s gebaseerd op zijn eigen boeken, maar schreef ook het scenario voor een stripboek La Malédiction de Zener (de Philippe Adamov).

(Bron: http://www.fnac.com/Jean-Christophe-Grange/ia6134#Biography)

Over het boek

Mathias Freire, psychiater, heeft alle beroepsregels aan zijn laars gelapt en is een verhouding begonnen met een betoverende patiënte, die echter zelfmoord pleegt door zich op te hangen aan de riem van Freire. Hij ontspringt de dans en gaat werken in Bordeaux, in het psychiatrisch ziekenhuis: Pierre-Janet. Hij wordt geconfronteerd met een enorme man met een cowboyhoed op en cowboylaarzen aan zijn voeten die niets meer weet. Hij is zijn geheugen kwijt. Een amnesiepatiënt met een bahcosleutel en een telefoonboek, beide vol bloed. De man wordt verdacht van een gruwelijke moord. Mathias gaat er achteraan.

Anaïs Chatelet is politieofficier, kapitein bij de nationale politie, en haar eerste moord is nabij het station Saint-Jean. Zij vindt het opwindend. De moord is verschrikkelijk. Een stierenkop, de minotaurus, geplaatst op het hoofd van een junkie. Symboliek? Een ritueel? Anaïs is een neuroot, getekend door verschrikkelijke gebeurtenissen in het verleden. In de loop van het verhaal ontwikkelt zij zich tot een politiek incorrecte anarchocop, die volkomen vast loopt in de politiebureaucratie. Met alle gevolgen van dien.

Freire stelt de diagnose: retrograde amnesie. Geheugenverlies, gevolgd door het  aannemen van een nieuwe identiteit, oftewel het syndroom van de ‘Passagier zonder bagage’.

Het boek handelt over de identiteit of liever gezegd over het verlies van identiteit. Mathias Freire en Anaïs Chatelet zijn beiden hun greep op de werkelijkheid kwijt. Wat is echt en wat is verzonnen? Mathias gaat op zoek naar zijn eigen identiteit, en komt steeds in een andere persoonlijkheid tot leven. Hij vervangt de ene schil door de andere. Grangé houdt een boeiende beschouwing over de problematiek van de identiteit. De erfenis van het DNA, versus de invloed van het leven zelf?

Het patroon van Grangé is duidelijk. Zijn hoofdpersonen komen keer op keer in absurde situaties terecht, het boek neemt absurde wendingen, en er zijn tal van mensen met absurdistische karaktertrekken. Het is bij tijd en wijle hilarisch. Toch wordt de hoofdlijn niet uit het oog verloren. Het verhaal deed me een beetje denken aan The Fugitive. De oudere jongeren onder ons kennen deze serie nog wel, met David Janssen in de hoofdrol, als de arts die constant op de vlucht is als verdachte voor een misdaad (de moord op zijn vrouw), die hij niet begaan heeft.

Het boek telt 636 bladzijden. Een homerisch aantal voor een thriller. De vraag is of Grangé de aandacht gevangen weet te houden. Het antwoord is een volmondig ja. Het is niet alleen een superspannend boek, door de veelheid aan zijlijntjes, door de grandioze schrijfstijl, de vele bizarre, humoristische en boeiende dialogen en de ontzettend grote fantasie van Grangé, heeft hij een thriller gecreëerd die mij overrompeld heeft. Grangé is bovenal een meester verteller met surrealistische en fantasy invloeden. En hij sleept de lezer, die wel wat tijd moet uittrekken, mee naar deze bizarre wereld.

Grangé heeft er twee fans bij. Dit was het eerste boek van deze schrijver. Ik ben benieuwd naar de rest van zijn oeuvre.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Haat-Arne Dahl*****

Haat2

Arne Dahl-Haat

Jan  Lennart Arnald – geboren 11 januari 1963 in Stockholm Sollentuna -is sinds 1995 afgestudeerd literatuurwetenschapper. Hij is recent gescheiden van zijn tweede vrouw en heeft twee volwassen dochters. Hij werkt onder meer voor de Zweedse Academie, die jaarlijks de Nobelprijs uitreikt. Hij heeft drie boeken onder zijn eigen naam gepubliceerd bij uitgeverij  Bonniers. Hij publiceert in de tijdschriften  Artes en Aeolus en werkt als literair criticus bij een krant: Göteborgs-Posten.

Arne Dahl is een internationaal erkende en bekroonde misdaadauteur. Onder het pseudoniem Arne Dahl brak hij in 1998 door met de misdaadserie over de zogenaamde A-groep, een speciaal onderzoeksteam van de Zweedse politie. De serie is in vele talen vertaald en verfilmd. Dahl had 10 delen gepland voor deze serie. Het zijn er elf geworden.

In 2011 begon Dahl met de Opcop serie, een nieuwe serie over een geheim team van rechercheurs van Europol, een soort Europese FBI, een directe voortzetting van de zogenaamde A-groep. De serie bestaat uit vier delen: HebzuchtWoedeAmsterdam-Stockholm en Haat. De laatste reeks Sam Berger und Molly Blom , twee delen verschenen tot nu toe, is nog niet vertaald.

( Bron: https://de.wikipedia.org/wiki/Arne_Dahl) en Arne Dahl zelf.

Hij zegt over zijn A-team het volgende:

Niet alle lezers zullen even gecharmeerd zijn van de speelse highbrow-conversaties van deze geïdealiseerde groep misdaadbestrijders. En de optelsom van het droomteam met de realistisch opgetekende, intensief geresearchte misdaden die zij ontrafelen, maakt de boeken van Dahl een beetje ongrijpbaar. Een effect dat Dahl bewust nastreeft. ‘Ik wilde het team slimmer maken dan de doorsnee politieagent. Anders zouden ze niet in staat zijn om de misdaden die op hun pad komen, op te lossen. Het gevecht tussen het team en de misdadigers moet ook een intellectuele strijd zijn, tussen twee even slimme entiteiten.’

(Bron: https://www.vn.nl/arne-dahl-misdaadverhalen-onthullen-een-waarheid/)

 

Over Haat

Haat is het laatste deel uit de Opcop serie. Alles wat vooraf is gegaan in HebzuchtWoedeAmsterdam-Stockholm wordt zonder losse eindjes afgesloten.

Haat is de grandioze afsluiting van de serie van vier misdaadverhalen. De globalisering van de misdaad wordt getracht vorm te geven door een aantal partijen te laten samenwerken, om aldus een wereldomvattend misdaadsyndicaat te genereren.

Gustaf Horn, een vakantiemedewerker, ontdekt een inbraak in een ultrageheim laboratorium van Bionova AB, een cyberinbraak wel te verstaan, vermoedelijk gepleegd door Volksbevrijdingsleger, vanuit een flat in Shanghai. Twee medewerkers, Marek Kowalewski en Corinne Bouhaddi, gaan naar Shanghai waar een aantal partijen elkaar in de gaten houdt.

In Madrid loopt Felipe Navarro, op vakantie met vrouw en kind, temidden van de chaos van de marsen der verontwaardigden, tegen iets aan. Hij heeft geen idee wat, maar hij weet dat het belangrijk is. Jorge Chavez en Salvatore Esposito worden naar Italië, naar Calabrië gestuurd. Op zoek naar Fabio Tebaldi en Lavinia Potorac, waarschijnlijk niet omgekomen in een explosie, maar gevangen gehouden door de maffia.

Het thema maffia wordt door Dahl uitermate boeiend behandeld. Hij schetst een fascinerend beeld over het ontstaan van de maffia, over de maffiaoorlogen tussen de vernieuwers en de conservatieven,  de ongekende vormen van wreedheid en geweld die samenhangen met de instandhouding en uitbreiding van de diverse families. We maken kennis met Il Ricurvo en Il Sorridente en ander tuig van de richel. In een aantal getuigenverklaringen wordt in de loop van het verhaal duidelijk wie aan het woord is. Het maffiaverhaal is slechts een onderdeel van een groot aantal verhaallijnen. Het gaat ook en vooral over designerdrugs en genenmanipulatie, maar op een andere manier dan u wellicht als lezer denkt. Op een gegeven moment is iedereen op pad, en volgen we Paul Hjelm in zijn gesprekken met Ruth, de zeer ervaren politiepsycholoog. Zijn relatie met Kerstin Holm staat onder druk.

Maak u niet druk om het grote aantal namen, feiten en gebeurtenissen, Dahl heeft dit zelf ook wel beseft en laat regelmatig door Opcop-rechercheurs een samenvatting produceren. Bovendien heeft de lezer steun aan de introductie van het Opcop,  in het begin van het boek, waarin alle leden van deze club maar ook de mensen in de periferie worden voorgesteld. De indeling van het boek is een mooie. ‘Het eerste paar slachtoffers’, ‘Het tweede paar slachtoffers’ etc. wordt  afgewisseld met ‘De eerste getuigenverklaring’,’ de tweede getuigenverklaring’ etc.

Arne Dahl knoopt alles zorgvuldig aan elkaar. De weg naar het punt waar alle verhaallijnen bijeenkomen en waar de vragen een afdoend antwoord vinden, is boeiender dan de ontknoping zelf. Frappant is de zorgvuldige en uiterst boeiende opbouw van het verhaal, met uitgebreid de overwegingen die ten grondslag liggen voor Paul Hjelm om het ene pad te kiezen en het andere spoor te laten liggen, en waarom andere theorieën aan de kant worden geschoven. Dahl laat zich in dit boek in een felle tirade uiterst kritisch uit over de globalisering en het roofkapitalisme dat volgt in haar kielzog. Zoals wij  dat ook in Nederland kennen bij de V&D en de Volkskrant. De Occupy Wallstreet beweging, als reactie op de steeds groter wordende kloof  tussen rijk en arm, maar ook de marsen der verontwaardigden in Spanje, spelen een (kleine) rol en worden zorgvuldig ingebed in het verhaal.

Dahl is een meester in het schrijven van intelligente,  boeiende en bovendien uitstekend gedocumenteerde misdaadverhalen. En daar houden we van. Zijn achtergrond als literair wetenschapper komt regelmatig naar boven. Hij verwijst regelmatig naar de grote humanisten als Erasmus van Rotterdam. Motieven en teksten van Erasmus worden gebruikt in mooie dialogen, en die geven o.a. de meerwaarde aan in deze thriller, naast de veelheid aan verhaallijnen , in een intelligente filmische schrijfstijl, die maakt dat van de lezer meer oplettendheid gevraagd wordt dan gewoonlijk. Het boek is losstaand te lezen, echter het verdient aanbeveling eerst de drie voorafgaande  boeken uit deze serie te lezen.

Waar auteurs komen en gaan, blijft Arne Dahl sinds 1998 een constante factor in de productie van kwalitatief hoogwaardige en kritische thrillers. Jammer dat de Nederlandse uitgever zo treuzelt en zo ver achterloopt met de publicatie van zijn boeken.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Landlopersblues-Louis van Dievel****

Landloper

Louis van Dievel – Landlopersblues.

Louis van Dievel (Mechelen, 24 april 1953) is een Vlaams journalist en schrijver.

Van Dievel is tolk Italiaans en Engels van opleiding, en is nagenoeg zijn volledige loopbaan bij de Vlaamse publiekszender VRT actief als journalist. Een lange periode die tweemaal kort werd onderbroken door zijn overstappen naar VTM. Tot heden is hij moderator bij de redactie.be van de VRT.

Als schrijver haalde hij bekendheid in Vlaanderen met De Pruimelaarstraat. Daarin grijpt hij terug naar het begin van de jaren zeventig, toen een seriemoordenaar en verkrachter de streek van Mechelen terroriseerde. Voor dit boek kreeg hij een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs, nadien werd het bewerkt door het theatergezelschap ’t Arsenaal uit Mechelen.

Voor zijn werk Hof van Assisen behaalde hij de Hercule Poirotprijs en werd hij genomineerd voor de Diamanten Kogel. Een misdaadroman met vooral aandacht voor de werking van het assisenhof zelf.

(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_van_Dievel)

Over het boek

De flaptekst luidt als volgt:

Op het kerkhof in de Kolonie van Merksplas, in de Kempen, zijn sinds halfweg de negentiende eeuw duizenden landlopers begraven, bijna altijd naamloos. De witte kruisjes dragen enkel een nummer. Niemand had de overleden landlopers gemist. Maar nu gaan alsmaar vaker kleinkinderen of neven of nichten op zoek naar de grootvader of oom wiens naam in de familie taboe was, die nooit had bestaan, met wie nooit werd gesproken. Landlopersblues begint wanneer kleindochter Anita Kneepkens na lang zoeken het graf van haar grootvader Pol Vervoort ontdekt op het landloperskerkhof. En zich afvraagt waarom hij indertijd vrouw en kinderen in de steek heeft gelaten.

Blues is de muziekstroming die zijn oorsprong vindt in het zuiden van de VS, 150 jaar geleden, waar slaven op katoenplantages zingen over de ellende van alledag, over alcohol, seks, geweld en verbroken relaties.

Het boek van Louis van Dievel is in feite een erg triest boek, want juist die factoren, de alcohol en de seks, liggen ten grondslag aan de teloorgang van mensen. Het gebruik van het woordje blues in de titel is zo gek nog niet gekozen.

Van Dievel doet dat op een bijzonder originele manier. Onder de grond, vanuit hun graven, laat hij zeven landlopers en een crimineel commentaar leveren op wat boven en onder de grond gebeurt. Op de aanvallen van de mollen op de restanten die een meter diep begraven liggen, op de honden die hun gevoeg doen op de graven, maar vooral op de woorden die gesproken worden door de bezoekers van de graven. Anita Kneepkens is de kleindochter van Pol Vervoort, en haar zoektocht naar opa Vervoort en haar openlijk gesproken, voor iedereen onder de grond duidelijk hoorbaar, openen de poorten  naar de indrukwekkende epiloog van Pol. Maar daar zijn ook nog Jeanneke van Gorp als weduwe van en overleden cipier en André, de gepensioneerde cipier, die de stemmen onder hen beroeren en informatie verstrekken over Merksplas.

Voor het zover is maken wij kennis met het rauwe leven van de hoofdrolspelers, dat grotendeels bepaald wordt door een continue zoektocht naar drank en goedkope seks. Van Dievel beschrijft in het mooie Vlaams een aantal hilarische en gepekelde taferelen, af en toe gechargeerd, zeker, maar hij vergeet ook  niet om aandacht te vragen voor maatschappelijke  misstanden, zoals die van de weeshuizen waar geestelijken zich massaal te buiten gaan aan het misbruiken van kinderen. Landlopers bestaan officieel niet meer. Ook in Nederland niet langer. Ze zijn vervangen door drugsgebruikers. De problematiek blijft hetzelfde, alleen is deze in omvang verveelvoudigd.

Louis van Dievel heeft een boeiend stukje Vlaamse geschiedenis beschreven, barstensvol humor, maar ook met liefde en passie voor mensen die op bepaalde kruispunten in hun leven de verkeerde afslag genomen hebben en een leven vol leegte en triestheid leefden.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Pruisisch Blauw-Philip Kerr*****

Jacblauw

Philip Kerr – Pruisisch Blauw *****

Philip Kerr (Edinburgh, 22 februari 1956) is de Britse auteur van de Bernie Gunther thrillers en de kinderboekenreeks Children of the Lamp.

Kerrs bekendste werk is een reeks goed gedocumenteerde historische thrillers die zich afspelen in het Duitsland van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De hoofdrol in deze boeken speelt de eigenwijze politieman (en later privédetective) Bernie Gunther. Kerr zat op school in Edinburgh en op een gymnasium in Northampton. Hij studeerde rechten aan de University of Birmingham van 1974 tot 1980, en ontving daar een mastergraad. Zijn romans en thrillers schrijft hij onder zijn eigen naam, en zijn kinderboekenserie Children of the Lamp als P.B. Kerr.

Bron: (https://nl.wikipedia.org/wiki/Philip_Kerr)

Over Bernie Gunther het volgende:

Bernie gaat er prat op dat hij een Berliner is, al 40, 50 jaar voordat Kennedy in 1963 deze mooie woorden herhaalde. Dat is geen pre in de rest van Duitsland in de jaren dertig. Bernie is ruw, cynisch, drinkt en rookt teveel, is te zwaar en zijn relaties met vrouwen duren nooit lang. Zijn eerste vrouw is overleden aan de Spaanse griep in 1920.

Maar Bernie is brutaal, heeft lef en durft voor zijn mening uit te komen, is buitengewoon erudiet, leverancier van talloze oneliners, en is bovenal in het bezit van een flinke dosis rechtvaardigheid. Dat valt niet mee in jaren waarin de politie bruin kleurt, en regeert met intimidatie en bruut geweld en opportunisme normaal zijn geworden.  In 1932 heeft hij ontslag genomen bij de Kripo en vervolgens gewerkt in het Adlon hotel, en heeft daarna als privé detective zijn kost verdiend.

Bernie Gunther is een waardig opvolger van de hard-boiled detective, de cynische privé-detective die in principe een antiheld is. De belangrijkste voorgangers in dit genre waren Dashiell Hammett ( The Maltese Falcon) en vooral Raymond Chandler( The Big Sleep).

De Berlijnse Trilogie bestaande uit Een Berlijnse kwestie, Het handwerk van de beul en Een Duits requiem zijn geschreven resp. in de jaren 1989, 1990 en 1991, en in 1992-1994 gepubliceerd in Nederland. In de tussenliggende jaren ( 1992-2005) verschijnen een aantal losstaande titels.

Het volgende deel met Bernie Gunter in de hoofdrol – De een van de ander– wordt eerst geschreven in 2006. Daarna verschijnt er bijna elk jaar een deel met Bernie in de hoofdrol. Tot op heden zijn 12 delen verschenen.

Voor meer informatie: www.berniegunther.com

Pruisisch Blauw

Het boek bevat twee verhalen die spelen in oktober 1956 en april 1939.

De verhalen kunnen elkaar nooit kruisen.  De verbinding tussen beide tijdvakken wordt gelegd door Friedrich Korsch, een oud collega van de Kripo, die na de oorlog een andere keuze heeft gemaakt dan Bernie. Korsch is hoog opgeklommen in de hiërarchie van de  Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst, alwaar hij acteert direct onder generaal Erich Mielke.

Het jaar 1956. Onder valse voorwendselen wordt Bernie Gunther naar Hotel Ruhl in Nice gelokt. Generaal Erich Mielke heeft hem ontboden. In het belang van de DDR moet hij iemand ombrengen. Trouwens ook in zijn eigen belang, als hij tenminste in leven wil blijven. Bernie staat niet te popelen, maar Friedriech Korsch en zijn twee gorilla’s hebben genoeg overtuigingskracht in huis om zijn medewerking af te dwingen. Hij weet te ontsnappen. En vlucht naar Duitsland, met in zijn kielzog de Stasi.

In april 1939 krijgt Bernie de opdracht van Heydrich zelf ( ‘zijn hart was net zo zwart als het uniform dat hij droeg ‘) de opdracht om een moordzaak op het terras van Hitlers privéwoning – de Berghof -in Obersalzberg te onderzoeken.  De klus moet geklaard worden voor de 50ste verjaardag van de Führer. Dan is het Führersperrgebiet hermetisch afgesloten.  Bernie en Korsch hebben 7 dagen de tijd. Bernie moet zo veel mogelijk smerigheid over Martin Borman, de Stellvertreter des Führers, naar boven halen, wat tevens geldt voor Kaltenbrunner, een Oostenrijks stuk schorremorrie die wat buitenechtelijke affaires heeft lopen, die zich afspelen in Berchtesgaden aan de voet van de Obersalzberg.

In een waanzinnig hoofdstuk waar cynisme, opportunisme en megalomaan machtsmisbruik met elkaar om voorrang strijden, houdt Bernie Gunther zich staande te midden van de top van de SS dankzij zijn verbluffende en alerte brutaliteit en ad rem reageren. Hij vraagt en krijgt Friedrich Korsch mee als adjudant.

Terug in 1956. Wat volgt is een race tussen Bernie en Korsch en zijn clubje gorilla’s om veilig Duitsland te bereiken, waarbij in flash-backs teruggekeken wordt naar april 1939. Overigens het oplossen van de moord in 1939 beslaat 80 percent van het boek.

Philip Kerr is verbaal geweldig op dreef, en de linkse directe wordt direct gevolgd door een uppercut of een rechtse hoek. De meeste dialogen kunnen zo toegepast worden in een verfilming. Kerr op z’n best. Hij gaat magistraal te keer. Hard, brutaal, barstensvol cynische oneliners, wisecracks en zwarte humor.

Een paar voorbeelden van de oneliners:

Over de twee kleerkasten met gemillimeterd haar: ‘Zij droegen zware Oost-Duitse pakken van het soort dat net als onderdelen voor tractoren en schoppen in massaproductie wordt vervaardigd.’

Over Rudolf Hess: ‘Hij was een man met een weinig aantrekkelijk uiterlijk. De meeste mensen die ik kende dachten dat Hitler Hess om zich heen duldde om zelf iets normaler te lijken.’

Over de liefde: ‘In Duitsland is echte liefde even zeldzaam als een Jood met een telefoon.’

Over de meisjes van plezier: ’Bovendien praat ik graag met hoeren. De meesten zijn van een niveau dat je niet kunt bereiken aan de Humboldt-Universität in Berlijn.’ 

En bovendien, wat is er leuker dan Hess en Bormann te horen ruzie maken  over de ravage die Bernie aanricht nadat hij op zoek naar bewijsmateriaal, de frontgevel van een grote schouw met een voorhamer aan gruzelementen slaat? En dat nog wel in de privé vertrekken van de Führer.

Kerr vermengt fictie en werkelijkheid op uitmuntende wijze met elkaar. Hij heeft zijn huiswerk goed gedaan en zich voortreffelijk gedocumenteerd. Jammer dat een lijst met bronmateriaal ontbreekt. De honderden verwijzingen en toespelingen op zaken die in die tijd speelden over bijvoorbeeld Pervitin oftewel methamfetamine (‘het magische gif‘) zijn vrijwel allemaal gecheckt. Wat Kerr bereikt is een schets, een verontrustend en cynisch beeld van het ‘normale’ dagelijkse leven, in een land waar alle normen en rechtsregels zijn weggevallen en waar onder een dun laagje beschaving zich een samenleving gevormd heeft waar het recht van de sterkste geldt.

Pruisisch Blauw is een ongelooflijk cynisch boek, met een erg duidelijk beeld van de totaal verwrongen kijk van de fascisten op hun wereldbeeld, een boek ook dat je voortdurend laat grinniken. Maar de ondertoon is duidelijk. Zelfs Bernie Gunther voegt zich naar het systeem. Hij ziet in dat fascistisch Duitsland een grote dieven- en moordenaarsbende is, niet te bestrijden door een man. Hij  mijmert over de aanslagen op Hitler die niet gelukt zijn.

Is met zijn 558 bladzijden en aangename traagheid Pruisisch Blauw Philip Kerr’s magnum opus? Ik neig daartoe.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Selfies-Jussi Adler-Olsen****

Selfies

 

Jussi Adler-Olsen –Selfies.****

Carl Valdemar Jussi Henry Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950), is de bijzonder succesvolle  Deense schrijver van  misdaadromans die spelen rond afdeling Q. Deze afdeling, gehuisvest in  kelders en andere krochten van het hoofdkantoor van de politie in Kopenhagen, houdt zich bezig met het het oplossen van cold case zaken.

Plot

Anne-Line Svendsen, is bijstandsconsulente op het kantoor van de sociale dienst. Haar klantenbestand bestaat uit een aantal relatief jonge vrouwen, die als voornaamste bezigheden hebben uitslapen, een uren durende optutsessie gevolgd door shoppen en uitgaan, èn hun hand ophouden om een greep te doen in de staatskas. Zonder tegenprestatie uiteraard. Zelf wordt zij geconfronteerd met de harde werkelijkheid van een levensbedreigende kankerdiagnose, die leidt tot negatieve gevoelens jegens haar klantenbestand, die na het nuttigen van wat glaasjes port, escaleren in wraak- en liquidatiegevoelens jegens die nietsnuttende barbiepopjes..Het wordt tijd dat die parasieten van de maatschappij aangepakt worden.

Carl Morck, leider van afdeling Q, wordt geconfronteerd met een managementingreep. Het percentage opgeloste zaken is ver onder de maat, en er gaat bezuinigd worden op afdeling Q. Zo heeft de commissie juridische zaken van het parlement beslist. Dan is Rose, steun en toeverlaat van de afdeling, plotseling weg. De ongerustheid over haar neemt toe op afdeling Q. Zeker bij  Gordon, een lange bleke slungel, die heimelijk verliefd is op Rose. Rose krijgt blokkades en black outs, en komt in een soort psychische schemertoestand te verkeren. Een zaak uit het verleden beknelt haar geestelijke vermogens.

Daarnaast gaat het geweld in de maatschappij gewoon door. In een park wordt het lichaam gevonden van een vermoorde vrouw, vallen er twee dodelijke slachtoffers door opzettelijk gearrangeerde auto-ongevallen, is er een roofoverval op een discotheek geweest met wederom een slachtoffer- ook een klant van Anne-Line-,  en zoekt een weggezakte oud politieman contact met Carl. Hij ziet overeenkomsten met een vroegere moordzaak met een actuele zaak. Al met al, een  spaghetti van verhaallijnen.  Adler-Olsen ontrafelt op een verbluffende manier de warboel. Eind goed, al goed? Neen, wat is er met Mona aan de hand, wier parfum als signaalmolecuul, als feromoon functioneert en op tientallen meters afstand Carl altijd weer knikkende knieën bezorgt?  Wordt vervolgd dus.

Conclusie

Thrillers en humor hebben een moeizame relatie. Er zijn uitzonderingen. Jussi Adler-Olsen is er een van. In zijn serie Q wordt dit element door Adler-Olsen waar mogelijk naar voren gehaald. Selfies is het zevende deel uit een serie misdaadverhalen rond afdeling Q, een cold case team van de Deense politie, gehuisvest in de kelders van het hoofdbureau in Kopenhagen.

Selfies is een weerzien met tal van bekende personen uit de privé- en werksfeer van Carl Morck, hoofd van afdeling Q. Het aantal personen is in de loop van de tijd dermate toegenomen, dat het de uitgever niet zou misstaan een lijstje met alle hoofd- en bijrollen toe te voegen. Zeker voor de instappers een must. Het merendeel heeft wel een of andere tik of bijzonderheid die door Adler-Olsen uitvergroot wordt en een komisch effect teweeg brengt.

Met gebruikmaking van tijd en wijle barok taalgebruik en een groot scala aan verhaallijnen, creëert Adler-Olsen een uiterst amusante en spannende thriller. Dramatisch ook.  De hoofdrol is daarbij weggelegd voor Rose, die steeds verder wegzakt in een uiterst labiele psychische  toestand, en daarbij ook nog eens terecht komt in de bizarre lotgevallen van een stelletje nietsnutten. Rose wordt volledig ontrafeld, en haar raadselachtig gedrag uit vorige boeken verklaard.

Adler-Olsen plaatst volop maatschappij kritische noten. Over de invloed van de media, die elke moordzaak zien als een stuk amusement waarmee de kijkcijfers omhoog gejaagd kunnen worden, over het naziverleden van moordenaars, nu eerbare burgers die de dans ontspringen en hun terechte straf weten te ontlopen, en vooral een meesterlijke persiflage op de kunstwereld met het zelfbenoemde schildericoon Kinua von Kunstwerk in de hoofdrol.

Adler-Olsen’s Selfies is een spannend boek om in een ruk uit te lezen. Dat zal niet lukken door de omvang van 490 bladzijden. Waar in eerdere delen uit de serie bijv.  in  De vrouw in de kooi of  De noodkreet in de fles het realisme overheerste kan Selfies gemakkelijk gelezen worden als een parodie. Wat mij betreft mag Adler-Olsen weer terug naar de mix van realisme en aanstekelijke humor.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Een kille rilling- Bernard Minier*****

een kille

Bernard Minier – Een kille rilling *****

Bernard Minier groeit op in  Montréjeau aan de voet van de  de Pyreneeën, en studeerde in Tarbes en Toulouse, en gaat daarna voor een jaar in Spanje wonen en werken.

Hij woont nu in Essonne in Ile-de-Frankrijk. Zijn eerste baan is bij de douane, alwaar hij de functie van controller vervult. Hij neemt deel aan wedstrijden voor nieuw schrijftalent en waagt de sprong en stuurt zijn eerste manuscript op naar een uitgever. Zijn eerste boek, Glacé, verschijnt in 2011. De Nederlandse titel is Een kille rilling. Het wordt een groot succes in Frankrijk en in vele landen daarbuiten.  In 2012 volgt zijn tweede roman. Le Cercle, vertaald als Huivering. In Frankrijk is de auteur inmiddels een beroemdheid.

Plot ( Inleiding)

Diane Berg, psychologe van Zwitserse afkomst, wordt aangenomen als forensisch psycholoog bij de Wargnier kliniek, gesitueerd in een hoog,  afgelegen deel van de  Pyreneeën. Een unieke kliniek voor forensische psychiatrie, uniek voor Frankrijk en Europa, en gehuisvest in een oud, sinister gebouw, waar het ultieme uitschot van de maatschappij behandeld wordt: paranoïde mensen, zedendelinquenten, psychopaten en seriemoordenaars. Gevoelloos, manipulatief en labiel. De Wargnier kliniek staat sinds een paar maanden onder leiding van een nieuwe directeur. Dr. Francis Xavier zit niet op Berg te wachten, die nog was aangenomen door de vorige directeur. De ontvangst is kil. Al spoedig ontdekt Berg dat het ultra beveiligde gebouw meer geheimen bevat dan zij had durven dromen.

Martin Servaz is commandant op het regionale bureau van de recherche in Toulouse. Servaz is een zachtmoedige, scherpzinnige speurder. Hij is gescheiden. Wie niet bij de recherche, waar de uren nooit geteld worden en het werk prevaleert boven het gezinsleven. Zijn schaarse vrije uren worden gevuld met  muziek, hij is gek op Mahler, en de Griekse en Romeinse filosofen en wijsgeren. Servaz is goed in zijn werk. Cathy d’Humières, de flamboyante en ravissante 50+ aanklaagster van het OM, lang, blond geverfd haar en elegant gekleed, heeft hem naar de reusachtige waterkrachtcentrale gestuurd. Alleen. Waarom? Samen met een aantal kopstukken moet hij een moord oplossen. Een moord gepleegd op het bergstation van de kabelbaan, op tweeduizend meter hoogte. Het lijk is aangetroffen op een steunpilaar van de kabelbaan, onthoofd en ontdaan van ledematen. De huid is samengespannen tot grote vleugels. Maar het stoffelijk overschot is geen menselijk wezen. Het is een … paard.

Het volbloedpaard is eigendom van Eric Lombard, een van de topindustriëlen van Frankrijk. De implicaties zijn zorgwekkend. Lombard’s invloed is groot, met onbeperkte toegang tot de hoogste regionen van de macht. Servaz staat voor een raadsel. Als lezer weet je dat, volgens de wetmatigheden van de thriller, beide verhaallijnen elkander een keer zullen kruisen. Dat gebeurt ook. En hoe!

Conclusie

Glacé ( IJskoud), om onbekende redenen vertaald in Een kille rilling, is het debuutalbum van Bernard Minier.

Een kille rilling is een fraaie thriller, en behoort tot het beste wat ik de afgelopen jaren gelezen heb. Daar zijn een aantal redenen voor aan te wijzen die kort besproken worden. De belangrijkste reden is vooral gelegen in het feit dat Minier een groot verteller is ( zoals alle grote auteurs in dit genre) die de dreigende atmosfeer 587 bladzijden lang weet vast te houden.

Niet alleen de hoofdpersonen, maar ook de beschrijving die uitgaat van de donkere hoge bergen, kliffen en rotsen, de vries- en sneeuwkou, de huilende koude wind; Bernard Minier neemt in zijn beschrijving  de woeste natuur in de Pyreneeën als een extra dimensie mee in zijn thriller. Hij spreekt zelf van het apocalyptisch karakter van de natuur.

Het plot is ingenieus van karakter en verveelt geen moment. Er gebeurt veel, en de schrijver is het uitstekend gelukt om de snelheid in het verhaal aan te houden. Stap voor stap, helder en integraal volgen we de speurders op hun tocht naar de waarheid. Het aantal personages is behoorlijk groot te noemen. De verteller Minier creëert een groot aantal heerlijke mensen van vlees en bloed, met hun (on)hebbelijkheden en geheimen, met name op relationeel gebied.

De grote kracht lag, naast het krachtige plot en de raak getroffen typeringen, in het groot aantal zijlijnen op het gebied van de psychiatrie. Minier vertelt uiterst boeiend en passend in het decor van het verhaal over de nieuwste behandelmethoden voor gewelddadige en geesteszieke criminelen, zo weten we nu wat aversietherapie, oculomotorische observatie en penisplethysmografie inhouden en wat de mensonterende toepassingen zijn. (Deze moeilijke woorden moet u maar googelen. Uitleg hier gaat te ver.)

Daarnaast, in een vloeiende schrijfstijl met vele dialogen, mooie beschouwingen over tal van onderwerpen die raakvlakken hebben met het verhaal, niet essentieel daarbij zijn, maar duidelijk het leesplezier aanmerkelijk verhogen. Wat te denken van zijn mening over de gekheid van de media, fora en internet, over het cliché van de egocentrische artiest en avantgardische, non-conformatische publiek dat hen omringt, over belastingontwijking ( “Alleen gewone mensen betalen belasting”) , over de zes morele ontwikkelingsfasen van Lawrence Kohlberg etc.

Onderstaande quote als voorbeeld voor het feit dat Minier kan schrijven:

“… Er waren toch ook landen waar de dood gezien werd als iets luchtigs,iets moois, waar het werd gevierd, en er gelachen werd en waar die sombere, vreugdeloze, kerken met hun requiems en larcrima rerum, Kaddisj en treurgebeden er buiten werden gehouden. Alsof kanker, ongelukken, harten die ermee ophouden, zelfmoorden en moorden nog niet genoeg waren, dacht hij bij zichzelf.”

Als uitsmijter een van zijn Latijnse spreuken die hij regelmatig in het rond strooit.

“Consensus non concubitus facit nuptias.”

Een huwelijk bestaat bij de gratie van overeenstemming, niet het delen van een bed.

Want na de afsluiting van het drama rond het paard, en een reeks van verdere gewelddadige incidenten, komt als een duveltje uit een doosje, de auteur met een aantal morele vraagstukjes. Nou ja, vraagstukjes? Hoe zit het als een meisje van zeventien en een getrouwde man van tweeënveertig elkaar meer dan leuk vinden? Of wat als de gierende hormonen van een vrouw die niet zwanger is van hem, hem zoent en liefdevol zijn wang streelt?

Vijf sterren.

Jac Claasen.