Jac las: Zweedse laarzen- Henning Mankell***

Zweedselaarzen

Fredrik Welin, ex-chirurg, is bijna 70 jaar en slijt zijn laatste jaren op een klein eilandje aan de Scherenkust. Een fout bij een operatie heeft een dramatische invloed gehad op zijn leven. Hij trekt zich terug op een klein eilandje in de Scherenkust. Zijn huis brandt af. Hij kan ternauwernood ontkomen. Volgens de experts is er sprake van brandstichting.

Deze roman, want het is geen thriller, is een vervolg op de Italiaanse schoenen. Het thrillerelement is in geringe mate aanwezig. Het is een roman over de grote zaken in het leven, over de  klassieke thema’s van de eenzaamheid en de dood. En  ook natuurlijk over de liefde : de liefde, het dwaze verlangen naar samensmelting op 70-jarige leeftijd.

Van het eiland naar zijn eigen scheer, naar het dorp. En terug. Het gaat maar door. Met introspecties en beschouwingen. Herinneringen, als flarden van filmbeelden, komen het hele boek door naar boven drijven. Herinneringen aan vroeger, aan zijn vrouw Harriet, aan zijn ouders, aan zijn grootouders. Maar ook aan de eerste keer dat hij de liefde bedreef, met zijn hoofd tussen de knuffels en de beren. Mankell kijkt met liefde, maar zeker niet met weemoed terug. In het hoofd van Fredrik Welin, de einzelgänger, is daar geen plaats voor. Wat geweest is, is geweest. In zijn bedaagde schrijfstijl, waarbij iedere hyperactieve opsmuk afwezig is, worden de zaken nuchter voorgesteld zoals ze zijn.

Boeiend en minder boeiend. Het lijkt wel of Mankell op een gegeven moment niet meer weet welke kant hij op moet met het boek. Het thrillerelement verdwijnt in de verte, als de in het zwart geklede surfer op z’n plank met het zwarte zeil. De dood, het naderend einde komt veel ter sprake.

De opflikkering om Lisa Modin vast te pakken, een verankering aan de jeugd, is niet realistisch. Het boek verwordt meer en meer tot een opsomming van dagelijkse bezigheden. Louise komt en gaat, vertelt iets enorm belangrijks en vertrekt weer. De onmacht van de communicatie tussen vader en dochter is schrijnend. De manier waarop Fredrik in kennis werd gesteld van het bestaan van zijn dochter was dat natuurlijk ook. Henning Mankell schrijft niet literair, maar is in staat om zeer duidelijk en goed verwoord over gedachten en hersenspinsels uit te weiden, hetgeen resulteert in tal van mooie, boeiende, goed geformuleerde stukken tekst, die je graag nog een keer overleest.  In uitzonderlijke gevallen gebruikt hij een bijvoeglijk naamwoord dat de ernst van de situatie moet verduidelijken. Die rustige manier van schrijven maakt het boek voor iedereen toegankelijk. En dat is een grote verdienste.

Helaas, het boek heeft mij lang niet altijd geboeid, de aangrijpende zaken en onderwerpen waren  in de minderheid, met als gevolg dat de echte leesflow lang uitbleef, te lang.

Wahrheit oder Dichtung? Dat laatste, zeker gezien de opmerkingen daarover in zijn nawoord.

Drie sterren.

Jac Claasen.

Advertenties

Jac las: Macbeth-Jo Nesbø****

Macbeth

Jo Nesbø – Macbeth

Inleiding:

Het is niet aan mij om te oordelen of de doelstellingen van het Hogarth Shakespeare project gehaald zijn. Dit geldt tevens  voor de vraag of de vertaling van Shakespeare’s Macbeth naar een hedendaagse thriller, spelend na de oliecrisis in 1973 in een Schots stadje, geslaagd is te noemen. Ter beoordeling  ligt een thriller ter lezing en beoordeling voor, zonder verdere historische achtergrond. Het zou uiteraard bijzonder interessant geweest zijn te vernemen hoe de creatieve gigant uit Stratford-upon-Avon (1564-1616) zijn Macbeth anno 2018 vorm gegeven zou hebben. Van Jo Nesbø weten we het nu.

Over het boek:

Wat een geweldig intro van Jo Nesbø. In de eerste vier bladzijden beschrijft hij de val van een regendruppel over een roestige, vervallen, corrupte stad, totdat de druppel valt op een helm en het leren jack van een motorrijder, een Norse Rider, lid van de gelijknamige outlaw motor gang. De toon is gezet. Drugs en corruptie, en daarmee de macht in dit stadje. Daar draait het om. De toon is hard, erg hard en donker, heel erg donker. Nesbø, toch al geen lachebekje, heb ik slechts een keer kunnen betrappen op een min of meer grappige opmerking. Het lijkt wel of het verhaal speelt in een post apocalyptische, dystopische wereld, waarin recht en orde, begrippen uit lang vervlogen tijden zijn.

De loodzware noodlotsbestemming is door Nesbø uitstekend invoelbaar en met veel gevoel voor dramatiek beschreven. Het drie, vier maal benoemen van dezelfde zaken in steeds andere bewoordingen verhoogt het dramatisch effect. Het regent het gehele boek door, het is koud en kil in de stad en in de harten van de hoofdrolspelers. Wat door moet gaan voor liefde is het ijsharde niets ontziende streven naar aanzien, prestige en macht. Lady, een ambitieuze, manisch depressieve vrouw, op het waanzinnige af, heeft de broek aan en stuurt de teruggevallen Macbeth naar een roemloos einde. Geweld en bloed, veel geweld en veel bloed zijn de onmisbare bestanddelen in dit koningsdrama.

Af en toe vliegt Nesbø heerlijk uit de bocht. De drie heksen voorstellen door een shemale en twee verminkte Chinese zussen die bedreven waren in de productie van heroïne in een opiumkit in Bangkok en die nu datzelfde kunstje uithalen voor Hecate, de maffiabaas, in een mysterieus productieproces waarbij uiterst obscure ingrediënten gemengd en gekookt worden, is een grandioze vondst.

Wijkt Macbeth af van hetgeen we gewoon zijn van Jo Nesbø? Ja, vooral in het gebruik van pathetische, gezwollen, barokke, theatraal woordgebruik en zinsopbouw, duidelijk afwijkend van zijn ander werk. Is het de bedoeling van Nesbø geweest om het bombastische stuk van Shakespeare op deze manier te eren en een ode te brengen aan de Engelse schrijver? En dan die rare trekjes in het SWAT team!  Kreten als ‘Trouw en broederschap. Gedoopt in vuur, Verenigd in bloed’  neigen naar Teutoonse tendensen, nog eens versterkt  door een leider met charismatische trekken, en het legitieme gebruik van geweld door de overheid of wat daar voor door moet gaan. Klassieke kenmerken van een verdorven isme.

Nesbø, in navolging van Shakespeare, maakt er een geweldig gewelddadig zootje van. In de klassieke strijd van goed tegen kwaad wordt ruimschoots baan gemaakt voor ontrouw, verraad, dood, wraak,machtsmisbruik en – wellust en dat alles gegoten in stromen van bloed. Nesbø schrijft uitstekend, maar op een of andere manier heeft het boek, met uitzondering van bepaalde stukken me te weinig geboeid. En dat zijn we niet gewend, niet in de Harry Hole reeks en zeker ook niet in zijn losstaande thrillers. Is het de barokke schrijfstijl geweest die onafgebroken over de lezer wordt uitgesproeid? Het ouderwets aandoende, niet aansprekende, naar de jaren zeventig van de vorige eeuw getransformeerde koningsdrama?

Er zitten een aantal superieure, spannende Nesbø gedeelten in het boek en een fraai apocalyptisch slot, maar bij elkaar opgeteld biedt deze som onvoldoende tegenwicht  om bijv. een vergelijking met De zoon of ander werk  te kunnen doorstaan.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Het lange afscheid-Raymond Chandler*****

Chandler

Over de auteur:

Raymond Thornton Chandler (Chicago, 23 juli 1888 – La Jolla (Californië), 26 maart 1959), was een Amerikaans schrijver van detectiveverhalen en -romans. Zijn bekendste titels zijn The Big Sleep en The Long Goodbye, beide met Philip Marlowe als hoofdpersoon. Samen met Dashiell Hammett en James M. Cain (de Californische School), geldt hij als één van de vaders van het ‘hard-boiled’ detectivegenre. Hij schreef slechts 7 misdaadromans en ruim 24 korte verhalen, die tot klassiekers uitgroeiden en van grote invloed waren op andere schrijvers, zoals Ross Macdonald. Hij wordt “de Shakespeare van de hard-boiled fictie” genoemd.

( Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Raymond_Chandler )

Chandler’s hoofdpersoon , Philip Marlowe, is ‘een nette, aardige, cleane, privédetective die geen as op de grond zou laten vallen en nooit meer dan één pistool bij zich zou dragen’.

Iedere serieuze thrillerlezer heeft ooit wel eens gehoord van Raymond Chandler of zijn alter ego Philip Marlowe. Maar gelezen? Uitgeverij Atlas Contact geeft een bijzondere reeks uit, L.J. Veen Klassiek geheten. Tussen Jane Austen, Dostojevski, Tolstoi en Flaubert duikt daar zeer onverwacht, Het lange afscheid op van Raymond Chandler. Een briljante ingeving van een belezen redacteur.

Waar gaat het boek over?

Philip Marlowe is een hard boiled privédetective. Hard gekookt wil zoveel zeggen als ruwe bolster, blanke pit en niet corrupt en chantabel.

Het verhaal speelt begin vijftiger jaren van de vorige eeuw in Los Angeles en Hollywood. Toen de wij hier in Nederland bezig waren door de klei te waden die de watersnoodramp achtergelaten had en Reve’s benauwende De avonden als naoorlogs hoogtepunt van de Nederlandse literatuur werd beschouwd , was in Amerika al een totaal andere mondaine maatschappij ontstaan met uitwassen als drank, dope, verveling, geld en riooljournalistiek – in willekeurige volgorde –  en waar sex en harde misdaad als verdienmodel floreerden.

Sylvia Lennox is een slet, een steenrijke slet. Zij wordt vermoord. Aan stukken geslagen met een bronzen beeldje in het bijgebouw  waar zij regelmatig mannen ontvangt. Sylvia  Potter is haar meisjesnaam. Zij is de dochter van Harlan Potter, een steenrijke en ijskoude miljonair. Haar man Terry Lennox wordt verdacht van de moord op zijn vrouw. Philip Marlowe wordt ingeschakeld om wat hand- en spandiensten te verlenen. Hij zet Terry op een vliegtuig naar Mexico. In een Mexicaans gat pleegt Terry zelfmoord, na eerst nog een bekentenis te hebben afgelegd. Hij stuurt op het laatst nog een brief naar Marlowe. So far, so good. Marlowe laat het er niet bij zitten. Daar maakt hij geen vrienden mee. Het begin van een markante, spannende en uitstekend geplotte thriller.

Vanaf bladzijde een is duidelijk dat Raymond Chandler geen gewone schrijver is. In de jacht op de waarheid stuurt hij privédetective Philip Marlowe alle kanten op in  een juweel van een thriller, die uitsteekt boven 99,99% van wat ooit op dit gebied op de markt is gebracht. Het plot zit ijzersterk in elkaar, maar dat komt meer voor. De schrijfstijl, met veel korte zinnen, is eerder horkerig en schokkerig te noemen dan vloeiend, en is bepaald geen voorbeeld van een mooie stylist.

Maar waar Chandler verreweg de meeste schrijvers op verslaat en ver achter zich laat, is het ultieme leesplezier dat hij weet te creëren met zijn honderden one liners, wisekracks en rauwe, sterke, flonkerende dialogen. Met een ongelooflijk cynisme en een verbijsterende hoeveelheid one liners wordt de middelmaat omver geschopt De harde, cynische humor laat de lezer regelmatig verbijsterd achter, en doet hem  dan weer eens opveren van plezier, ingehouden grinniken of bulderen van de lach.

Daarnaast is zijn talent om mensen en situaties met enkele woorden heel visueel te karakteriseren, bijzonder te noemen. De ondervragingen door bullebakken, commandant Gregorius en Grenz, zijn ronduit hilarisch en legendarisch te noemen. Trouwens, ook  zijn omschrijving van de blonde droom die Eileen Wade heet, is onaards, net als Eileen zelf. Maar ook schrijnende overpeinzingen over geld, macht, corruptie en de consumptiemaatschappij in een tijd dat alle Nederlanders bezig waren met de wederopbouw.

Voor elke thrillerlezer zou dit boek verplichte kost moeten zijn, voor elke Nederlandse thrillerauteur ook. Ook al is het boek 65 jaar geleden geschreven, de inhoud is fris en fruitig en voldoet aan de hedendaagse eisen die wij aan een topthriller stellen, ondanks de evolutie die het genre intussen heeft doorgemaakt. Wie wil er nou niet rondzoeven in een Chevy of een Oldsmobile, zonder gestoord te worden door een smartphone?

Vijf + sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Papa-Jesper Stein****1/2

Papa

Over de auteur:

Jesper Stein is een Deense misdaadauteur, geboren 28 februari 1965 te Aarhuus. Van beroep journalist en misdaadauteur. De Gyldne Laurbær of voluit Boghandlernes Gyldne Laurbær is een Deense literaire prijs. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt door de Vereniging van Deense Boekhandelaren. Stein heeft de prijs in 2016 ontvangen voor ‘Aisha’ ( Nog niet vertaald )

( Bron: Wikipedia )

Over het boek:

Vicky Thomsen is adjunct-commissaris van de afdeling vermogensdelicten in de Deense hoofdstad Kopenhagen. Een inbraak bij de Danske Bank waarbij de kluisjes van 143 klanten worden leeggeroofd, leidt niet alleen tot haat en nijd binnen de afdeling wie de zaak mag oplossen, maar doet ook de wenkbrauwen fronsen bij Vicky en Ole Wagner, haar partner. Vicky, jong, intelligent en goed opgeleid, wordt op alle mogelijke manieren dwars gezeten door de oude hap, de dinosaurussen op de afdeling. Dit dwarsbomen gaat ver, erg ver. Maar er zijn meer complicaties. Zo blijkt dat ook het kluisje van Jens Jessen, het hoofd van de PET, een angstaanjagende streber, Don Juan en kandidaat voor de hoogste politiepost in Denemarken, is leeggeroofd. Wat moet Jens Jessen met een kluisje? Wat heeft hij te verbergen?

Haar voormalige partner, Alex Steen, is overgeplaatst naar de afdeling Speciale Operaties van Politie inlichtingendienst (PET). De samenwerking tussen de PET en de DEA (Drug Enforcement Administration, een Amerikaanse overheidsinstantie, gericht op de bestrijding van de handel in drugs), heeft geresulteerd in een zeer gevaarlijke undercoveroperatie, waarbij het uiteindelijke doel is de uitschakeling van een wereldwijd opererende wapenhandelaar Grigor Grigovich, Papa genaamd.

Conclusie:

Papa is in principe een klassieke thriller, met twee verhaallijnen. Vicky Thomsen die de diefstal van de bankkluisjes moet oplossen, en Alex Steen, bezig met zijn undercoveroperatie als Hans Hauser, zijn criminele psychopathische alias. De twee verhaallijnen, de kluisjesroof en de undercoveroperatie, hebben raakvlakken. Maar anders dan voor de hand ligt.

Papa is het eerste boek dat ik van Jesper Stein lees. Hier en daar wordt verwezen naar Onrust , zijn debuut. Papa is uitstekend los te lezen.

De aantekeningen over dit boek resulteren in twee opmerkingen. Stein heeft een opmerkelijk goede thriller geschreven. Spannend, goede karaktertyperingen, vele en goede dialogen en een uitstekend plot. Het feit dat Amsterdam als drugshoofdstad van de wereld, uitgebreid aan het woord komt, verleent het boek een extra charme.

Opmerkelijk is echter de constatering dat hoofdpersoon Axel Steen opmerkelijk veel weg heeft van Harry Hole, de liefdesbaby van Jo Nesbø. Een politieman met demonische verslavingsverschijnselen, dramatische privéproblemen en vele vraagtekens bij het leven dat hij leidt.

Is Axel Steen (Jesper Stein) een kloon van Harry Hole (Jo Nesbø) ? Het antwoord is zonder meer ja. En wel in de positieve zin van het woord. Beter goed gejat dan slecht bedacht luidt het motto. Met één verschil. Jo Nesbø schrijft compacter en indringender dan Jesper Stein. Wat niet is kan nog komen. Jesper Stein ga ik volgen.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Bekraste zielen-R.J. Ellory*****

Het verhaal speelt in 1964.

Carole Kempner is de moeder van twee zoons,  Elliott Danziger en Clarence Luckman, die elk verwekt zijn door een andere vader‘Twee stumperige en deerniswekkende vaders’ zoals ze zelf zegt. De jeugd van de jongens werd beheerst door geweld en waanzin.

‘Om te beginnen sloeg Clarence’ vader, Jimmy Luckman, Carole op een koude winterochtend voor de ogen van Elliott en Clarence dood’

Dit alles en nog meer staat op de eerste bladzijde van Bekraste zielen. Dit zijn binnenkomers van jewelste, en daarmee wordt duidelijk de toon voor de rest van het boek gezet. Geweld en het lot of toeval. Elliott en Clarence zwerven van tehuis naar tehuis en jeugdgevangenis en hebben alleen elkaar. In deze keiharde omgeving weet Elliott zich met geweld te handhaven en beschermt met zijn vuisten ook zijn anderhalf jaar jongere broertje. Earl Sheridan, een ter dood veroordeelde misdadiger, gijzelt beide wezen. Er ontstaat een merkwaardige symbiose tussen de volkomen geschifte, paranoïde en gewelddadige Earl Sheridan en Elliott Danziger. Elliott heeft zijn afgod gevonden, zijn filosofische geestverwant en bloedmaat. Zijn adoratie neemt bizarre vormen aan:

‘En je hoeft mij niet dood te schieten, maar als je het toch doet, ben ik blij dat jij het bent’

Letterlijk. Elliott kruipt in de misvormde en door en door verrotte geest van  Earl en zet zijn kruistocht voort.

Conclusie:

Dit boek uit 2013 had ik al zeker twee of drie jaren in huis, en telkens was er weer de waan van de dag die maakte dat Bekraste zielen weer opschoof. Een verkeerde beslissing zo blijkt nu.

Dit boek past perfect in het rijtje thrillers die duidelijk maakt dat R.J. Ellory tot een de beste thrillerauteurs van deze tijd behoort. In wezen betreffen de twee hoofdthema’s in dit boek het geweld en het lot, toeval of bestemming. Het donkere gesternte zoals het wordt benoemd. Maar ook  een mooie verhaallijn over het verband tussen sociale en culturele structuren en controle en de relatie met moordzuchtige of sociopathische neigingen. Dit aan de hand van de gedachten van een rechercheur die wat verder kijkt dan de gebruikelijke neus lang was in de zestiger jaren.

Ellory houdt er van om in zijn boeken een veelheid aan personages te laten figureren. Als daders, als slachtoffers, als uitvoerders van de wet. De achtergronden en geschiedenissen van al deze hoofdrolspelers zijn telkenmale levensverhalen in een notendop. Veelal koel, beschrijvend, feitelijk, maar als lezer word je meegetrokken in een scala van emoties als het lot of toeval toeslaat.

Een intelligent geschreven boek, waarin Ellory diep in de geest en de zenuwbanen van zijn hoofdpersonen kruipt en de krankzinnige gedachten en gevoelens bloot legt, ze fileert als het ware en de uiteindelijke beklemmende gevolgen krachtig en waar nodig, gevoelig en vol emotie, beschrijft.

Vijf sterren en daarmede in lijn met zijn voorafgaande romans zoals Een stil geloof in engelen, De helden van New York, Een mooie dag om te sterven en Een volmaakte vendetta. Allen los staande titels.

Jac Claasen.

Jac las: Zwarte lelies-Michel Bussi****

zwarte lelies

Over de schrijver:

Michel Bussi ( 29 april 1965), is geboren in Louviers , in de Haute-Normandie,waar veel van zijn boeken zich afspelen. Bussi is docent politieke geografie aan de universiteit van Rouen en onderzoeksdirecteur bij het Centre national de la recherche scientifique. Sinds zijn debuut in 2006 heeft hij  tien thrillers geschreven. Hij behoort in Frankrijk tot de best verkopende auteurs en is in het bezit van talloze literaire prijzen. Slechts twee boeken zijn in het Nederlands vertaald: Laat mijn hand niet los’en Zwarte lelies.

( Bron: https://it.wikipedia.org/wiki/Michel_Bussi )

Over het boek:

Drie vrouwen, drie feeën, drie heksen, drie sirenen of drie schikgodinnen, die de levensloop bepalen van stervelingen zoals deze een hoofdrol spelen in deze whodunit? Het lijkt bijna op een sprookje.

Het verhaal speelt zich af in Giverny, het Normandische dorpje waar alles impressionisme ademt, het dorpje dat dankzij Claude Monet aan de vergetelheid ontrukt is en waar zich in een tijdsbestek van 13 dagen, van 13 tot 25 mei 2010 een heus drama zal afspelen. Het bloed uit de ingeslagen schedel van Jérôme Morval kleurt het water van het beekje roze. Morval, een gerespecteerd oogarts, heeft  een kaart in zijn jaszak, een ansichtkaart van de Waterlelies met vier woorden, in drukletters: ELF JAAR. HARTELIJK GEFELICITEERD. En een bijgeplakt strookje met een citaat: ‘De misdaad van het dromen zou strafbaar moeten zijn’

Inspecteur Laurenç Sérénac, recent overgeplaatst naar Vernon, na stage te hebben gelopen op de afdeling kunst en antiekcriminaliteit in Parijs, wordt belast met het oplossen van de moord. Zijn adjudant is inspecteur Silvio Bénavides. Het slachtoffer, Jérôme Morval, had twee brandende passies, waar hij al zijn tijd en geld aan besteedde: schilderijen en vrouwen. Wat het eerste betreft, hij droomde ervan een Monet te bezitten. Zijn tweede obsessie betrof een onneembare vesting, de onderwijzeres van het dorp, Stéphanie Dupain, getrouwd met een waanzinnig jaloerse echtgenoot, had hij, met een obsessieve instelling, aan zijn rijtje jachttrofeeën willen toevoegen. Stéphanie Dupain met haar violette Waterlelie-ogen, met haar porseleinen huid, haar krijtwitte lippen en de zilveren linten in het haar… Zie hier de ingrediënten van een charmant, ruraal drama, met tintelende, blozende en verrimpelde hoofdrolspelers.

Conclusie:

Inspecteur Laurenç Sérénac is de scherpzinnige Jules Maigret, die aan de hand van zijn intuïtie en met behulp van het deduceren van feiten en gegevens, zijn best doet om de dader op te sporen. Sérénac is bepaald niet van steen en kan zijn beroepsmatige afstand maar moeilijk in de hand houden. Met alle gevolgen van dien.

Zwarte lelies is een ontwapenende, romantische, lichtvoetige thriller, met donkere tinten en een werkelijk fabuleus plot. Het verhaal is niet bijzonder spannend, doch gaat zijn gang met de aangename, trage tred van een lome wandelaar op een gloeiend hete zomerse namiddag. Zo duikelt de lezer langzaam maar zeker dieper en dieper in het leven van de drie vrouwen en tal van bijfiguren.

Het boek ontleent zijn kracht grotendeels aan de met veel liefde neergeschreven ontwikkelingen. Enigszins bevooroordeeld ben ik zeker. Als van Gogh en Monet fan is het een heimelijke verrukking om kleine details uit het leven van Monet en zijn ingewikkelde huishouding  te zien opduiken in het boek. Dat geldt tevens voor de beschrijving van het meermaals bezochte Giverny en zijn omgeving.

Het slot is onthutsend, beklemmend en explodeert recht in je gezicht èn in je hart en zal niemand onberoerd laten. Het tilt dit ingenieus geschreven boek in een klap naar een hoger niveau. Hoe ingenieus blijkt pas als je het boek neerlegt.

4 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: De vlucht van de ooievaars-Jean-Christophe Grangé*****

Grangé

Over de schrijver:

Jean-Christophe Grange is journalist, schrijver en scenarist, en geboren op 15 juli 1961 in Boulogne-Billancourt. Hij is een van de weinige Franse thriller auteurs die doorgebroken is in de VS. Hij studeert aan de Sorbonne en begint als copywriter. In 1989, werkt hij als free lancer voor fameuze tijdschriften zoals Paris Match, The Sunday Times en National Geographic. De reizen en verslagen die hij maakt zullen een bron van inspiratie voor zijn latere werken blijken te zijn

In 1994 schreef hij zijn eerste roman De vlucht van de ooievaars. Geroemd door de kritiek. Zijn tweede roman, De bloedrode gletsjer ( 1998 ), is zijn doorbraak naar het grote publiek. Dit boek dateert uit 1991, en is met 400.000 exemplaren een van de best verkochte Franse thrillers ooit. Een klassieker derhalve. En terecht. De smartphone was nog niet uitgevonden en de geopolitieke verhoudingen lagen wat anders in 1991, maar overigens is deze thriller tijdloos.

( Bron: http://www.fnac.com/Jean-Christophe-Grange/ia6134#Biography )

Over het boek:

Louis Antioche is pas afgestudeerd, en neemt op verzoek van zijn adoptie ouders George en Nelly Braesler, contact op met Max Böhm, groot ornitholoog. Hij krijgt een vreemde opdracht van Böhm. De vogelfanaat volgt zijn hele leven al de witte ooievaar. Deze fantastische trekvogels vliegen elk jaar vanuit Europa naar Afrika, tienduizend kilometer heen en ook weer terug. Of via Gibraltar, of via het Midden-Oosten. Maar er is iets vreemds aan de hand. De vogels in Polen en Duitsland zijn niet teruggekeerd. Antioche krijgt de opdracht de vogels te volgen, tot in de Soedan of verder, en te rapporteren wat er aan de hand is.

Drie maanden later. Max Böhm wordt dood aangetroffen in het grootste ooievaarsnest van Europa, bovenop het belfort van het écomusée te Montreux, op een hoogte van 20 meter, half verslonden door zijn geliefde vogels. De autopsie wordt uitgevoerd door Catherine Warel. Er is een probleem. Böhm heeft een harttransplantatie ondergaan, hij heeft een nieuw hart gekregen. Maar de mysterieuze operatie staat nergens geregistreerd. Bovendien bevat het hart een minuscuul stukje titanium.

Inspecteur Dumaz haalt Antioche over toch de reis aan te vangen.  Het leven van Max Böhm en zijn mysteries kan langs het spoor van de ooievaars in kaart gebracht worden. Louis Antioche gaat de reis maken en de ooievaars volgen, te beginnen in Oost Europa. De mysteries stapelen zich op. Een bizarre ontmoeting met zigeuners in Bulgarije, waarbij moordenaars het hart van Rajko Nicolitsj, een waarnemer van Böhm, geroofd hebben. Het kwaad is terug op aarde, zo wordt gemompeld door de stamoudste.

Conclusie:

Direct bij het lezen van de oorspronkelijke titel Le vol des cigognes moest ik direct  denken aan de volgende regels van Mort Shuman: ‘Il neige sur le lac majeur. Les oiseaux lyres sont en pleurs.’ Een liervogel is geen ooievaar natuurlijk. Maar toch. Een ooievaar is de brenger van geluk en kinderen. Maar bij Grangé is de ooievaar niet een mooie vlag die een mooie lading dekt. De prachtige ooievaar dekt hier een enorme lading drek en smerigheid toe.

De vlucht van de ooievaars, een romantische en idyllische titel, brengt Antioche op een gewelddadige weg, een weg die hij zal volgen tot het einde, een weg die hij moet volgen tot het einde. De reis wordt een odyssee, vol met ontmoetingen en gebeurtenissen die een steeds vreemder licht werpen op Max Böhm en zijn verleden. De hoofdrolspeler omschrijft op een gegeven moment het verhaal als ‘Een liefdesgeschiedenis vol chaos, gevoel en geweld’.

Het wordt nog veel erger. Een grootse thriller waarin een buitengewoon intelligente maar decadente gedegenereerde de onherroepelijke neiging tot het kwade in al zijn ondraaglijke wreedheid in extremis heeft doorgevoerd. Een afschuwelijk boek ook, met ongekende wreedheden.

Grangé is een groot auteur met een verslavende literaire schrijfstijl, het verhaal wordt gestadig en volkomen logisch opgebouwd. De lezer wordt veelvuldig geconfronteerd met originele zinnen, uitdrukkingen en ontelbare metaforen die getuigen van ’s mans enorme fantasie en schrijverskwaliteiten. Halverwege lijkt het verhaal zijn climax bereikt te hebben, Grangé zet dan nog een tandje bij, en de ontknoping bevat alles en iedereen die ook maar enige rol van betekenis hebben gespeeld in dit drama.

Vijf sterren.

Jac Claasen.