Jac las: Het wolvenrijk-Jean Christophe Grangé****1/2

Wolvenrijk

Over de auteur:

Jean-Christophe Grange is journalist, schrijver en scenarist, en geboren op 15 juli 1961 in Boulogne-Billancourt. Het is een van de weinige Franse thrillerauteurs die doorgebroken is in de VS. Hij studeert aan de Sorbonne en begint als copywriter. In 1989, werkt hij als free-lancer voor fameuze tijdschriften zoals Paris Match, The Sunday Times en National Geographic. De reizen en verslagen die hij maakt zullen een bron van inspiratie voor zijn latere werken blijken te zijn In 1994 schreef hij zijn eerste roman De vlucht van de ooievaars. Geroemd door de kritiek. Zijn tweede roman, De bloedrode gletsjer ( 1998), is zijn doorbraak naar het grote publiek.

Naast zijn carrière als romanschrijver, schreef hij diverse scenario’s gebaseerd op zijn eigen boeken, maar schreef ook het scenario voor een stripboek: La Malédiction de Zener (de Philippe Adamov).

Over het boek:

Verhaallijn 1

Anna Heymes, 31, geen kinderen, getrouwd met Laurent Heymes, directeur van het studie- en onderzoekscentrum van het ministerie van Binnenlandse Zaken, heeft last van vervagende, vervormde, vertekende beelden van gezichten en herinneringen. Met name het vertrouwde beeld van het gezicht van haar man  herkent zij niet meer. Black outs, hallucinaties, gezichten lopen door elkaar en vormen een afschuwelijk masker. Een neuro-degeneratieve ziekte? Een kleine weefselafsterving in de rechter hersenhelft, in het onderste gedeelte van de temporale kwab? Een fysieke oorzaak? Of een psychisch trauma zoals Mathilde Wilcrau, een psychiater-psychoanalytica die zij  heeft ingeschakeld voor een second opinion, oppert. Een schok? Een paranoïde psychose? Wat is er met haar aan de hand?

Dan doet Anna een bizarre ontdekking en breekt de hel los. Waarom zit de halve Parijse politiemacht achter haar aan?

Verhaallijn 2

Locatie: Parijs, Rue Saint-Denis, Klein-Turkije, waar het barst van de illegale, anonieme Turken.

Drie moorden.

De slachtoffers: drie vrouwen met exact dezelfde kenmerken, ze zijn een jaar of dertig, rossig en mollig. Paul Nerteaux, inspecteur, is op eigen verzoek overgeplaatst naar de afdeling Criminele Recherche van het tiende arrondissement in de rang van gewoon rechercheur van de afdeling Recherche van de Rue de Nancy. Hij wil deze  kans pakken en de zaak van de drie vermoorde Turkse vrouwen oplossen. Hij beseft dat hij het Turkse bastion niet alleen kan binnendringen, en  zoekt hulp in de vorm van Jean-Louis Schiffer, een gepensioneerde wijkagent, een klootzak van een politieman, die diep met z’n vingers in de georganiseerde misdaad zat, door iedereen gevreesd, maar te slim om gepakt te worden.

Conclusie:

De maakbaarheid en breekbaarheid van de menselijke geest en het menselijk lichaam is een geliefd thema bij Jean-Christophe Grangé. Dit leidt in De Passagier tot een vuistdikke, werkelijk adembenemende thriller. In Het Wolvenrijk is de flexibele geest van Grangé weer op dreef met hetzelfde thema.

Op een fraaie manier brengt Grangé beide verhaallijnen bij elkaar in deze uitstekend gedocumenteerde en geplotte thriller, die zich al snel ontpopt tot een page turner. Met hele mooie zijlijnen. De  geopolitieke beschrijvingen en achtergronden zijn weer uiterst actueel. De thrillers van Grangé hebben geen samenhang in de zin dat bepaalde hoofdrolspelers keer op keer terugkomen. Dat is zelfs onmogelijk in veel gevallen. Het slot doet wat geforceerd en gekunsteld aan.

In een mooie, vloeiende schrijfstijl zet Grangé een keiharde thriller neer. Het boek is geschreven in 2002, en door de Geus in 2004 op de markt gebracht. En derhalve al weer veertien jaren oud. Geen probleem.

Qua woordgebruik, woordspel en zinsopbouw heeft hij van een gewone policier, een meedogenloze, bijzonder goed geschreven, literaire thriller gemaakt. Het plakplaatje met dat etiket ontbreekt echter.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Advertenties

Jac las: Het meesterwerk-Geir Tangen****1/2

GeirTangen

Over de auteur:

Geir Tangen, Noors van geboorte (1970), is opgeleid als leraar Noors en maatschappijleer en beheert de grootste crimeblog van Noorwegen. Hij beschrijft zichzelf als een dromer, nog steeds de gekke tiener, die geen grenzen kent in zijn dromen. In het dagelijks leven een vader en opa, een man en een vriend. Een leraar en een schrijver.

Het interview in Samenlezenisleuker van 9 februari 2018 geeft een ontzettend mooi inkijkje in de manier van werken van Geir Tangen. Hij geeft aan dat de ongeveer 80 scènes nauwgezet ingepland zijn, alvorens hij begint met schrijven. En dat hebben wij als lezer gemerkt.

(Bron: Samen praten met: Geir Tangen inclusief Winactie-Win de thriller Het meesterwerk!)

Het meesterwerk is het eerste deel van een trilogie, waarbij het tweede deel reeds in Noorwegen is gepubliceerd en deel drie grotendeels klaar is en in het najaar van 2018 zal verschijnen, althans in Noorwegen.

Over het boek:

Viljar Ravn Gudmondsson is journalist en werkzaam bij de kleine lokale krant ‘Haugesunds Nieuws’. Op 13 oktober 2013 ontvangt hij een mail, waarin een zekere Stein Amli een hebzuchtige vrouw veroordeelt. De straf zal 14 oktober 2013 voltrokken worden. Een dreigbrief? Een idioot die het recht in eigen hand neemt en maatschappelijke uitvreters bestraft?

Wanneer de moord werkelijk wordt uitgevoerd, komt hij in contact met Lotte Skeivoll, inspecteur bij de politie van Haugesund, 32 jaar en leidster van het onderzoeksteam. Beiden hebben grote privé problemen. Bij Viljar is er vier jaren geleden iets gebeurd waardoor hij uitgeblust is en last heeft van hyperventilatie, paniek- en angstaanvallen, angst, depressies. Hij functioneert niet meer. Lotte heeft een vijf jongere zus, Anne, die verslaafd is aan de hard drugs.

Het blijft niet bij een moord.

In een tweede tijdlijn, die speelt in het jaar 2010, gebeuren zaken die vreselijke gevolgen hebben voor de hoofdrolspelers. Het gevolg is dat er een direct verband is tussen de gebeurtenissen van 2010 en de moorden van 2014. Maar welk verband? Wat is er gebeurd dat van Viljar de sterjournalist, een sjofele medewerker heeft gemaakt?

Conclusie:

Tangen heeft een fantastische plot in elkaar gedraaid waarbij, in het tijdvak van 13 tot 20 oktober 2013,  de lezer meegenomen wordt in een draaikolk van gebeurtenissen en ontwikkelingen. Het bekende thema van de eenzame wolf, niet uniek, zie Jo Nesbo, die de kakkerlakken wil verdelgen die door de mazen van het net van politie en justitie zijn geglipt, is erg goed uitgewerkt.

Waar de hoofdrollen zijn toebedeeld aan Viljar Ravn Gudmondsson en Lotte Skeivoll, die beiden psychologisch goed worden neergezet, is Tangen er ook in geslaagd een groot aantal bijrollen van collega’s en kennissen naturel te beschrijven.

Het boek kent een aantal zeer goed uitgewerkte zijlijnen.

De dader vergelijkt de uitvoering van zijn moorden met de partituur van een requiem. In dit geval het requiem (zielenmis) van Wolfgang Amadeus Mozart – Requiem, een mysterieus Meesterwerk (sic!) want het gaat over een reis naar de ultieme bestemming: de dood. Tangen geeft de hoofdstukken,  waarin de verziekte en ontspoorde geest van de moordenaar aan het woord komt en die tot de beste uit het boek behoren, namen uit dit requiem: Introitus,Confitutis Maledictis. Een zeer fraaie vondst van Tangen.

Het boek is vooral ook een eerbetoon aan de Scandinavische misdaadliteratuur. Het aantal verwijzingen naar auteurs en titels is groot en op een gegeven moment zat ik volop mee te denken naar de betekenis van afkortingen. En zowaar, in een geval was ondergetekende de politie voor. Dat deed me deugd. Maar ook het falen van de politie, de fiasco’s en blunders, de onderlinge rivaliteit en competentiestrijd binnen het politieapparaat komen ruim aan bod. Met name de gefrustreerde Lotte Skeivoll staat symbool voor een groot aantal fouten in het hele onderzoeksproces.

Als negatief aspect dient zeker de wisselende schrijfstijl van Tangen genoemd te worden. De auteur gebruikt veelal metaforen die de toonzetting aandikken, waar dat helemaal niet nodig is.  Jammer van de oververhitte, overdreven en soms naïeve schrijfstijl die meer past bij een actie- of oorlogsthriller.

Geir Tangen heeft een volwaardig en uitermate fraai debuut afgeleverd. In korte hoofdstukjes, laverend in de tijd en met een groots plot dat enorm spannend is uitgewerkt, worden een aantal bijzondere  wendingen verwerkt. Het is een donker boek, volledig passend in de traditie van  ‘Nordic noir’.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Irene-Pierre Lemaitre*****

Irene

Over de schrijver:

Pierre Lemaitre ( 19 april 1951) is autodidact. Hij bracht zijn jeugd afwisselend door in Aubervilliers en Drancy. Hij studeerde psychologie en hield zich bezig met  beroepsonderwijs voor volwassenen, communicatie en algemene cultuur en literatuur voor bibliothecarissen. Lemaitre is vooral bekend om zijn thrillers met Commissaris Camille Verhoeven in de hoofdrol. Met zijn roman Tot ziens daarboven (Au revoir là-haut) verlaat hij het thrillergenre, maar blijft trouw aan de geest van de vroegere romans. Zijn romans zijn of worden vertaald in dertig talen.

Bronnen: http://sieplex.com/article/pierre-lemaitre en https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Lemaitre

Over het boek:

Camille Verhoeven is commandant bij de politie in Parijs. Hij is 145 cm groot. Zijn eindlengte als gevolg van foetale hypotrofie. Een bleke kopie van Toulouse Lautrec of een man die nooit af was? Zijn prachtige vrouw ‘Irène’, met wie hij een ontroerende, tedere en liefdevolle relatie onderhoudt, is gevallen voor Camille en Camille voor Irène. Getrouwd en wel is Irène in verwachting. Nog een paar weken resten er alvorens de bevalling zal plaatsvinden.

Zijn werkomgeving wordt raak getypeerd: van de legendarische krenterige Armand tot de 50-jarige rechter Madame Deschamps, slank, elegant, lelijk als de nacht en liefhebster van gouden sieraden.

Wat is er gebeurd?

In de rue Félix-Faure, nummer 17, in een monsterachtige grote bungalow in aanbouw, heeft een ware slachting plaats gevonden. De slachtoffers zijn twee vrouwen, twee blonde prostituees tussen de 20 en 30 jaar: Évelyne Rouvray en Josiane Debeuf, beiden voorzien van een flinke bos hout voor de deur. Dat was de eis van de klant die hen beiden had ingehuurd voor een hele nacht. Maar het rare van de situatie: de bloederige vingerafdruk op de muur was aangebracht met een rubberstempel èn bekend van een onopgeloste zaak uit 2001: de zaak Tremblay. De beschrijving van de patholoog over de martelingen en de daarbij gebruikte gereedschappen gaan het voorstellingsvermogen van een normaal mens te boven en getuigen van een absurde, pathologisch kwaadaardige geest.

Daar blijft het niet bij.

Conclusie:

Ach, wat is dit boek verontrustend scherp geschreven. Nu eens cynisch en sarcastisch, dan weer hoogdravend en bombastisch, naar gelang het Lemaitre zo uitkomt en de omstandigheden dit vereisen. En met veel humor, af en toe een tikje verborgen.
Een boek naar mijn hart, waarbij het zoeken naar ongerijmde elementen net zo belangrijk is als de speurtocht naar bekende elementen. Dus moordzaken met rafelrandjes, ongerijmde details die nergens mee sporen. Wat moet je bijvoorbeeld met een pooier met liefde voor zijn vak?

De gecompliceerde situatie wordt met inventief speurwerk op de rails gezet. En dan komt de verrassing voor iedereen die op de hoogte is van zijn klassiekers. Hoe aangenaam is het te ervaren dat het lezen van thrillers een nuttige functie heeft, zeker als het gaat om het oplossen van een reeks moorden waar in dit geval Camille en zijn brigade geen streep verder komen. Martin Beck komt te hulp. Een mooier eerbetoon aan Sjöwall en Wählöö kan moeilijk gerealiseerd worden.

Ingenieus, intelligent, frappant, gruwelijk en spannend.

Dit zijn de tref- en kernwoorden voor deze bijzondere thriller van Pieter Lemaître uit 2006, die eerst in 2014 op de markt gekomen is. De zorgvuldig gecreëerde, macabere en angstaanjagende settings hebben een bijzondere relatie met onze hobby, die als extra laag functioneert. Heel af en toe is er een thriller die uitstijgt boven hetgeen in de regel als goed of zeer goed wordt gekwalificeerd. Irène is zo’n uitzonderlijk juweeltje.

Chapeau monsieur Lemaître en een diepe buiging voor dit meesterstuk.

Vijf dik verdiende sterren.

Jac Claasen.

Jac en Tal lazen: Zielsgeheim-Sharon Bolton*****

img_1341

Duorecensie Sharon Bolton – Zielsgeheim*****

Over de schrijver:

Sharon werd geboren in 1961 en groeide op in Lancashire. Ze was een dromerig meisje wat graag en veel las. Als kind wilde ze actrice worden. Ze zat op ballet en tapdansen. Later ging ze drama studeren aan de universiteit. Ze heeft zelfs enkele kleine rolletjes in toneelstukken gespeeld, maar uiteindelijk kon ze geen werk meer vinden en solliciteerde ze op alles wat op haar weg kwam. Ze kreeg zij een baan als junior marketingassistente.

Sharon Bolton heeft later een MBA-opleiding gevolgd en had een carrière in de marketing en communicatie. Ze werkte in Londen stad in de public relations. Ze was in de dertig toen ze een journalist sprak die 15.000 pond verdiend had met een boek. Dit zette haar aan het denken. Met 15.000 pond kon ze de lening die ze had afgesloten om haar studie te betalen aflossen. Toen ze die avond thuiskwam had ze al een verhaal in haar hoofd. Ze liep direct naar haar laptop en begon met schrijven. Ze kon er niet meer mee stoppen en schreef de hele nacht door. Haar eerste boek, de psychologische thriller Offerande werd geboren. Sharon ging op zoek naar een uitgever. De J. in haar naam staat nergens voor. Haar uitgeverij vond het een goed idee wanneer ze haar boeken uitgaf met initialen. Twee vond ze beter staan dan één. Sharon heeft maar één voornaam dus de J. werd verzonnen om aan de S. toe te voegen.

Sharon werd altijd al gefascineerd door griezelige verhalen en horror, dus haar keuze voor thrillers was niet toevallig. Haar ervaring met toneel en drama is waarschijnlijk verantwoordelijk voor haar duidelijke visuele verteltrant. Sharon is getrouwd met Andrew, die ze leerde kennen tijdens haar MBA-studie en samen hebben ze een zoon en een hond.

( Bron: https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/mensen/102242-sharon-bolton-thrillerschrijfster.html )

Over het boek:

Ons beider eerste kennismaking met een thriller van Sharon Bolton, tevens ook het eerste deel rond rechercheur Lacey Flint.

Wie is Lacey Flint?

Lacey Flint is 29 jaar, ongehuwd en rechercheur bij bureau Southwark. Ze heeft een rot jeugd achter de rug, is verslaafd geweest en heeft acht maanden op straat geleefd. Wat haar liefdesleven betreft, gaat ze op zoek naar mannenvlees, als de hulpmiddelen niet meer toereikend zijn. Zij is bepaald niet op haar mondje gevallen. Zij is werkzaam bij de Metropolitan Police en houdt zich vooral bezig met seksuele delicten, m.n. groepsverkrachtingen. Zij heeft een grote fascinatie: seriemoordenaars, met name sadistische psychopaten. Jack de Ripper is haar favoriet.

Vrijdag 31 augustus

Een dode vrouw leunde tegen mijn auto.

Dit zijn de eerste woorden uit het boek. 31 augustus, de avond dat Geraldine Jones was vermoord, was de dag van de eerste onweerlegbare Rippermoord 120 jaar geleden. Emma Boston, een alternatieve journaliste, ontvangt een brief. Zodra de woorden Saucy Jack vallen, weet Lacey dat er iets meer aan de hand is. Een copycat?

Zij wordt toegevoegd aan Tullochs onderzoeksteam dat de moord op Geraldine Jones onderzoekt. Met haar collega, hoofdrechercheur Mark Joesbury, revaliderend en werkzaam bij Schotland Yard, bij S010, Special Operations oftewel Geheime Operaties, onderhoudt ze een moeizame relatie. Dat is wederzijds. Zij vindt hem een klootzak. Er is min of meer sprake van een haat-liefde relatie tussen de twee. Dat geeft het verhaal een extra dimensie. Er volgen meer daden en feiten die wijzen op een navolger van Jack the Ripper. De kennis van Lacey komt van pas. De jacht op de moordenaar begint.

Conclusie:

Sharon Bolton heeft een bijzonder goed gestructureerde thriller neergezet. Bij het voor een tweede keer doorbladeren van het boek blijkt pas goed hoe intelligent het plot in elkaar zit.

Het is een thriller, pageturner zoals we die graag zien: angstaanjagend spannend, met gruwelijke moorden en een groot aantal verrassingen. Er zit, midden in het boek, een zekere oase van rust. Daarna pakt Bolton de draad weer op en dendert de moordtrein door. Tijdens het lezen, zit je regelmatig op het puntje van je stoel en wil je niet meer stoppen met lezen.

De scherpe kantjes van het verhaal worden regelmatig gerelativeerd door de vileine dialogen tussen Flint en Joesbury. Karakterologisch worden beiden behoorlijk uitgediept evenals Hoofd rechercheur Diana Tulloch, dit zorgt er alleen al voor dat je ook de volgende delen van Flint persé wil lezen. Al met al redenen genoeg om Lacey Flint toe te voegen aan het standaardrepertoire.

Waarderingen:

Tal Plantaz: 5 sterren

Jac Claasen: 4,5 sterren.

Jac las: Bling Bling 2-Jan Van der Cruysse****1/2

Bling Bling 2

Over de schrijver:

Jan Van der Cruysse liep school in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge en studeerde daarna rechten, communicatiewetenschappen en marketing (1979-1985).

Na een legerdienst in Duitsland, was hij gedurende vijf jaar journalist, tot hij op de luchthaven van Zaventem woordvoerder werd van Aviapartner (1989-1994) en vervolgens van Brussels Airport (1994-2014). Hij beleefde het reilen en zeilen van de luchtvaart gedurende meer dan 25 jaar van op de eerste rij. De talrijke incidenten die zich voordeden en waar hij over moest communiceren met de buitenwereld, meer bepaald de passagiers, maakten dat hij een specialist werd in crisiscommunicatie.

Na de luchthavenperiode te hebben afgesloten, stichtte hij zijn eigen vennootschap en werd consultant in crisiscommunicatie bij een belangrijke Belgische pr-groep.

Tijdens de Antwerpse boekenbeurs van 2016 won Bling Bling de Hercule Poirotprijs, de jaarlijkse literatuurprijs voor de beste Vlaamse misdaadroman. Daarmee werd de prijs voor het eerst uitgereikt aan een schrijfdebuut. Begin 2017 won het boek ook nog de Diamanten Kogel voor het beste spannende, oorspronkelijk Nederlandstalige boek. Nooit eerder won dezelfde titel beide prijzen voor misdaadfictie. in juni 2017 werd aan Bling Bling 1: Diamantroof in Delhi tevens de Schaduwprijs toegekend, de Nederlandse prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige thrillerdebuut

(https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Van_der_Cruysse)

 Over het boek:

Het vervolg op Bling Bling 1 Diamantroof in Delhi staat bol van de verhaallijnen n.a.v. de grootste diamantroof ooit, gepleegd op Zaventem, Brussels Airport – Gate A47 en bevat tevens de wederwaardigheden van een groot aantal oude bekende hoofdrolspelers.

Centraal staan deze diamantroof  de bendevorming vooraf, maar vooral de met veel bloed en kruitdampen omgeven vlucht richting Georgië van de drie Georgiërs: de knettergekke psychopaat zonder remmingen wat sex en geweld betreft Elisabed Medvedev, en haar kornuiten Boris Darsadze en Mate Dvali. Dit drietal is onderwerp van de jacht van Roman Tokar, broer van de door het trio vermoorde koerier Sergei Tokar en zijn vriendin Ingrid Voorspoedt.Roman wil de ultieme wraak.

Dat is tevens de link met het misdaadsyndicaat van Paata Sirbiladze en Ana, zijn kledingloze partner in crime in Georgië.

Politiediensten in Antwerpen en Brussel, maar ook Nederland, die op zoek zijn naar diamantrovers en moordenaars, de verwikkelingen in de diamantwereld in Antwerpen, de uiterst bloedige vlucht naar het Oosten van de drie moordenaars, de ‘oefeningen’ aan de Tskhvaresrivier en Lentekhi, dit en nog veel meer, heeft de auteur samengebald tot een kwikzilverige thriller annex avonturenroman.

 Conclusie:

Het boek is uitstekend gedocumenteerd en gestructureerd. Van der Cruysse heeft z’n huiswerk goed gedaan en de nodige uurtjes aan research besteed. Hij trekt achteloos, met aandacht voor details, zijn personen het verhaal in. Neem nou Luigi, de vervalser, die het lome luie leven van een pensionado opgeeft als Ricardo (Rik) belt. En daarbij blijk geeft zijn klassiekers te kennen, zowel muzikaal als letterkundig.

Het boek van 522 bladzijden leest uitermate relaxed door de vele subtiele grapjes en humoristische opmerkingen, en het oog voor details  die dit boek een aangename lichtvoetigheid geven. Zoals ook in het debuut het geval was.

Geen verbeten en opgefokte politie inspecteurs, maar keurige nette Belgische agenten en inspecteurs. Maar vergis u niet. De de bij tijd en wijle morbide scènes laten sporen vol bloed en lichaamsdelen  neerplenzen op de maagdelijke, witte pagina’s. Of wat te denken van de actie van de lieftallige Albertientje?

De grote vraag is of  het Van der Cruysse gelukt is  een waardige opvolger te creëren voor zijn overdonderend debuut Diamantroof In Delhi? Wat de schrijfstijl betreft is de auteur vormvast. Avontuurlijk, veel scène wisselingen, humorvol en met de fantasie van een goede verteller wordt een uitstekend verhaal neergezet.

Op één gebied doet de auteur een stapje terug: pas de laatste honderd bladzijden wordt de spanning opgevoerd. En maak u niet druk over de vele namen. Achterin het boek staat een keurig personenregister.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Dansen met de duivel-Gard Sveen****1/2

Dansen met de duivel

Over de schrijver:

Gard Sveen (1969), werkt als adviseur bij het Noorse Ministerie van Defensie. Zijn indrukwekkende debuut De doden hebben geen verhaal werd bekroond met zowel de Gouden Revolver, voor de beste Noorse thriller, als de prestigieuze Glazen Sleutel voor de beste thriller van heel Scandinavië. De enige andere auteur die voor zijn debuut beide prijzen wist binnen te slepen was Jo Nesbo in 1998.

( Bron: achterzijde van het boek )

Over het boek:

Dansen met de duivel is het derde boek met in de hoofdrol rechercheur Tommy Bergmann. Het is een vervolg op De hitte van de hel.

Gard Sveen heeft gelukkig goed begrepen dat zonder een fatsoenlijk intro het moeilijk zou zijn aan dit boek te beginnen. In vier bladzijden wordt ingegaan op het voorafgaande.

Sveen heeft een behoorlijke aanloop nodig voor het verhaal op gang komt. Afwisselend worden de verhaallijnen van Tommy Bergmann en Susanne Bech synchroon naast elkaar gezet. Leeft Jon-Olav Farberg nog? En wie heeft Amanda ontvoerd en waarom?

Tommy  Bergmann heeft redenen om aan te nemen dat Farberg nog leeft. Op basis van een restaurantbonnetje, een krantenartikel en een uitspraak van Anders Rask, de seriemoordenaar, begint Tommy Bergmann een onderzoek, en komt uiteindelijk in Litouwen terecht waar de sleutel voor de oplossing lijkt te liggen. Bergmann doet z’n best om het spoor in Litouwen te ontrafelen, samen met de Russische hoer Tatjana, die in eerste instantie Bergmann als een ticket naar het Westen ziet.

Susanne Bech voert het onderzoek in Noorwegen uit. Maar ook in Zweden, waar zij een oude minnaar tegen het lijf loopt. De karakters van Tommy en Susanne worden goed uitgediept.

We weten al van Tommy dat hij losse handjes heeft, en dat Hege niet zonder reden van hem weggegaan is. Hij weet van zichzelf dat hij een superegoïst is. ‘De enige liefde die hij voelde, was die voor zichzelf’

De neurotische Susanne kent een moeilijke verhouding met haar moeder, en als zij behoefte heeft aan vijf minuten liefde dan is Svein Finneland, hoofdofficier van Justitie,met wie zij inmiddels samenwoont er niet. Het was verkeerd geweest om met Svein te gaan samenwonen denkt ze in een flits. De zaak komt op scherp te staan als een zekere Susanne Bechmann haar opbelt en zij , Susanne Bech, in het bezit komt van een cassette. Bechmann is geraffineerd en weet uit handen te blijven van de politie. Wie is die Bechmann en welke rol speelt zij in het geheel? De dreiging wordt nog sterker als op het dagverblijf bij haar dochtertje Mathea een verjaardagsfoto wordt weggehaald.

Het is een hard, cynisch boek, met personen die opgroeien zonder liefde en empathie.

‘Moeders wat moet je er mee’

‘Zelfs het woord ‘relatie’ vind ik problematisch’

De verbanden zijn duidelijk en hard. De conclusies ook. Gard Sveen bouwt het verhaal zorgvuldig op, en zorgt voor een daverende logische ontknoping.

Conclusie:

Gard Sveen heeft  in zijn karakteristieke no-nonsense stijl, een prachtig vervolg op De hitte van de hel geproduceerd.

Er staan een paar hele mooie zijlijnen in dit boek, functioneel maar ook uitermate boeiend. Zoals over het Tsjechische legioen en de Skoptsy sekte. De dialogen  zijn bovengemiddeld goed, scherp en intelligent. Dat geldt in principe voor het gehele boek. De donkere dreiging van iets slechts dat staat te gebeuren is latent aanwezig.

Een algemene opmerking. Wat mij opvalt bij schrijvers van dit kaliber is de (bijna) afwezigheid van stijlbloempjes en gemeenplaatsen zoals ‘ Het bloed kolkte en raasde op topsnelheid door haar aderen’. Of ‘ met een welhaast bovenmenselijke krachtsinspanning‘.

Sveen schrijft compact. Geen uitgebreide beschrijvingen van mensen, huizen en landschappen. Niet meer dan nodig. Hij slaat ook stapjes over in redenaties of gevolgtrekkingen. De lezer moet er zijn aandacht bijhouden.

Deze compacte schrijfwijze heeft tot gevolg dat de prijs/prestatieverhouding slecht is te noemen. Voor de prijs van € 19,99 ontvangt de lezer een boek van 237 bladzijden, gezet in een (te) grote broodletter met nogal wat lege pagina’s. En dat is te duur. En dat is weer jammer. Dit aspect heb ik niet mee laten wegen in de beoordeling van de publicatie. Het boek is beoordeeld op z’n inhoudelijke merites en vooral het leesplezier.

Een ding is duidelijk. Het woord ‘verlossing‘ heeft niet voor iedereen dezelfde betekenis.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: De man van de blauwe cirkels-Fred Vargas****1/2

 

Vargas

Over de schrijver:

Fred Vargas, pseudoniem van Frédérique Audouin-Rouzeau, (Parijs, 7 juni 1957) is een Franse historicus, archeologe en schrijfster. Als pseudoniem voor haar boeken koos ze de naam “Fred Vargas”. Vargas is archeozoöloge en geschiedkundige van opleiding, en is gespecialiseerd in dierlijk gebeente.

( Bron: Wikipedia)

Over het boek:

De knappe 50-tiger Mathilde, lijdend aan de ziekte van de zevende dag, en de mooie blinde, Charles Reyer genaamd, wiens blindheid veroorzaakt is bij het ontleden van het voortbewegingssysteem van een katachtige, in dit geval een gore leeuwin, raken met elkaar in gesprek op het terras van Café Saint-Jacques ( what’s in a name). Wat blijkt, haar minnaar is vertrokken na een aanval van een haai op haar been. Fred Vargas zet direct de toon in het eerste hoofdstukje.

Hoofdpersoon in het boek is Jean-Baptiste Adamsberg, benoemd tot commissaris in Parijs, in het 5e arrondissement. Adamsberg heeft niet de trekken van de commissarissen zoals we gewoon zijn aan te treffen in reguliere thrillers. Hij krabbelt tekeningetjes op zijn knie,draagt geen horloge, is altijd te laat ( dat was hij al bij zijn geboorte, zestien dagen), denkt nooit grondig na, maar heeft een geniale oplossingsgave. Zijn ongestructureerde geest en dwaallust leiden tot niet-rationele oplossingen. En in de liefde heeft hij geen geluk. Camille, zijn grote liefde, wil hij nog een keer zien, al is het maar voor een uur.

Zijn adjudant is Danglard, een rationalist, die zich in de loop van de dag verliest in een alcoholische loomheid, in de regel ’s middags na drieën. Danglard gaat gebukt onder de zorgen voor zijn kinderen, nadat zijn vrouw er vandoor is gegaan met haar minnaar.

Het boek is bevolkt met bizarre figuren, met dito karakters, zoals daar zijn Clémence, de oude aan contactadvertenties verslaafde alleenstaande met spitse tanden, die nog nooit gescoord heeft; Charles, de mooie blinde, die vals als een kat, een grote mate van tegendraadsheid aan de dag legt. Met name bij het helpen oversteken van oude vrouwtjes. En natuurlijk Mathilde Forestier, die diepzee onderzoekster, die er ook ettelijke, niet nader te duiden gewoonten op na houdt en aangeduid wordt met koningin  Mathilde.

Waar draait het verhaal om?

Een man tekent cirkels met blauw krijt op de trottoirs van Parijs, perfecte cirkels, op èèn na, en in het midden van die cirkels bevindt zich een onbenullig voorwerp, een ijscohoorntje,een krulspeld, een wattenstaafje. Adamsberg laat de cirkels en objecten fotograferen. Hij vermoedt naderend onheil. Hij krijgt gelijk. Er wordt een moord gepleegd – een vrouw met een doorgesneden keel- met het slachtoffer in de cirkel, gevolgd door een tweede slachtoffer en een derde.

De cirkels roepen vragen op. Waarom betreurt Adamsberg het dat zijn verdachte geen suikerziekte onder de leden heeft? Wat zijn dat voor kronkels, gespeend van enige betekenis, wat zijn dat voor zinloze ondervragingen en banaliteiten? Waarom heeft Danglard, de byzantinist en witte wijndrinker pur sang ( er is overigens geen verband tussen beide feiten), zo genoeg van Augustin-Louis Le Nermord, dat hij het verdomd ook maar een letter te lezen van diens ‘Ideologie en Maatschappij onder Justinianus’? En dat Adamsberg, die woord voor woord leest, juist wel gebiologeerd is door dit boek?

Voor de niet-lezer, de niet-ingewijde, zijn dit chaotische zinnen zonder enige betekenis. Bent u niet gesteld op een zekere chaos en gaat uw voorkeur uit naar een rechtlijnig verhaal? Dan kunt u dit speelse boek beter niet lezen, het lezen ervan zal leiden tot irritatie en meer ernstigere aandoeningen van de geest. Wilt u wel meegaan in de chaotische maar doeltreffende geest van Jean-Baptiste Adamsberg, dan wacht u een humorvol, erudiet avontuur met vele zijlijntjes, dialogen en introspecties, die soms niet maar meestal wel te volgen zijn.

Want natuurlijk lost Adamsberg de moorden op, maar het motief van de moordenaar? En dan komt de aap uit de mouw en verrast Vargas de lezer met een fraaie ontknoping in deze onorthodoxe thriller met uitbundige, extravagante figuren, die je niet gemakkelijk vergeet. Ach, wat zou ik graag van een consumptie genieten met Mathilde Forestier op het terras van Café Saint-Jacques!

4,5 sterren.

Ps: Mes compliments à Rosa Pollé, qui a produit une très belle traduction à mon avis. Merci bien.

Jac Claasen.