Jac las: Het kwaad-John Sandford***1/2

Het kwaad

 

Over de auteur:

John Sandford is het pseudoniem van de Amerikaanse auteur John Camp (23 februari 1944). Hij werkte voor de krant Miami Herald van 1971 tot 1978, en verhuisde aansluitend naar Minneapolis waar hij werkte voor Saint Paul Pioneer Press. Hij won de Pulitzer-prijs in 1986 met een artikelenreeks over het leven van een moderne boerenfamilie. In 1989 schreef hij zijn eerste fictieromans, de politiethriller Spel op leven en dood (Rules of prey) en Het duivelscontract (The fool’s run). De laatste werd onder zijn eigen naam (John Camp) gepubliceerd, de eerste onder het pseudoniem John Sandford. Nadat gebleken was dat romans die onder pseudoniem waren gepubliceerd succesvoller waren, werden alle volgende romans onder het pseudoniem John Sandford gepubliceerd.

(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Sandford#Lucas_Davenport-reeks)

Over het boek:

Dit is deel 25 uit een reeks rondom Lucas Davenport.

Skye en Henry zijn trekkers, die het hele land doorreizen. Alles wat ze hebben zit in hun rugzak. Zij verdienen wat geld als straatmuzikanten. Het stelt allemaal niet veel voor en levert navenant niets op. Zij maken kennis met Letty Davenport, die medelijden met hen heeft en ze meeneemt naar Mcdonalds voor wat vulling. Het gesprek komt op Pilot, de grootste klootzak van Californië.
Skye belt ongerust Letty op. Wat is er nl. aan de hand?

Henry had een afspraak met klote clan van Pilate en is sindsdien spoorloos.

Letty weet haar (stief) vader Lucas Davenport te interesseren voor de zaak.

David reageert laconiek.

Dan wordt Henry een week later uiterst smerig vermoord teruggevonden.

Conclusie:

Lucas Davenport is een schematisch, bordkartonnen uitgetekende hoofdfiguur. De diepte van zijn psychologisch profiel bedraagt 0,01mm. Van de overige hoofdrolspelers trouwens ook. Maar dat is niet van belang in dit boek.

Zijn functie is dat navenant: adviseur bij het BM, bureau misdaadbestrijding. Niemand weet wat hij precies doet, maar met het vangen van boeven zit je er nooit ver naast.

Vergeet de eindeloze autoreizen door al die Amerikaanse staten en die tientallen namen van politiefunctionarissen. Vergeet ook de opsomming van al die culinaire hoogtepunten: van pizza pepperoni tot cheeseburgers.

Het wordt pas echt leuk als die rare moordenaarsbende met discipelen en seksslavinnen à la Charles Manson in zicht komt, met een wereldbeschouwing die niet verder komt dan dealen, blowen, neuken en moorden, in willekeurige volgorde.

Maar het leukste staat niet in het boek, en dat betreft de subcultuur van de Juggalo’s en Juggalettes. Ga uitgebreid googelen en verbaas u over de fans van de Insane Clown Posse, en luister naar hun muziek en kijk naar hun video’s. Erg leuk.
John Sandford is een geroutineerd schrijver, met de nodige harde one liners. Hij legt wel erg de nadruk op de wapen- en geweldsmanie van de Amerikanen. U bent een aantal uren goed onder de pannen als u van een actiethriller houdt. Waardering? Geen top, maar ook niet slecht. Een degelijke middenmoter.
3,5 sterren.

Jac Claasen.

Advertenties

Jac las: Tot as-Lisa Bjurwald****

Tot as

Over de auteur:

Lisa  Bjurwald (geboren op 24 december 1978) is een Zweedse journalist en schrijver. Ze werkte voor Expo tussen 2006 en 2011, ze was redacteur voor Svenska Dagbladet in 2007 en Dagens Nyheter tussen 2008 en 2009. Ze was ook een schrijver voor de krant Expressen. Vanaf 2016 is zij mede-eigenaar en voorzitter van de raad van bestuur voor Medievärlden.

( Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Lisa_Bjurwald )

Volgens de flaptekst is Bjurwald tevens lector en expert op het gebied van de xenofobie en het rechts extremisme.

Over het boek:

Aan de rand van Karlstad wordt een klein verbrand, verkoold lichaam gevonden. Ook in Grimsted, een dorp met uitsluitend zwarte meisjes, wordt een verkoolde tak gevonden. Beide slachtoffers zijn verminkt, beestachtig verminkt.

Voorjaarsoffers worden ze door de pers genoemd.

Politievrouw Rebecka Born werkt bij de dienst bijzondere dreiging, een elite eenheid. Zij wordt naar Värmland gestuurd, niet alleen omdat ze goed is, maar ook omdat in dit stukje Zweden, in landgoed Ulfsby,  haar wortels liggen. Maar niet alleen haar roots. Daar lag ook de plaats waar ze Haar had gezien in 1995, 20 jaar geleden.
Rebecka Born, 36, twee kinderen, gezondheids- en sportfreak, inmiddels gescheiden van Henrik en lijdend aan een dwangmatige zelfstandigheidsfobie, weet dat dat slechts een pantser is om het beest binnen haar in toom te houden.

Conclusie:

In de beste tradities van de Nordic Noir, heeft Lisa Bjurwald een pikzwart boek geschreven over de speurtocht naar de dader die twee mensen heeft vermoord, en vooral naar het waarom van deze abjecte daad. Maar tevens een speurtocht naar de meest zwarte plaats en moment uit het leven van Rebecka Born zelf.

Bjurwald kan goed schrijven. Met een paar woorden is zij in staat aan te geven waar het om draait  (‘ Värmland  is postacopocalytisch landschap, waar condooms en injectienaalden de plaats hebben ingenomen van strandballen’)

In 87 korte tot zeer korte hoofdstukjes, wordt veelvuldig van tijd en plaats gewisseld. De tijd- en verhaallijnen lopen door elkander. Dat geeft een rommelig geheel. De lezer moet dus goed opletten. Dat is geen bezwaar, integendeel, de schrijfster mag dat gerust eisen van de lezer, als zij dat nodig vindt.

Het boek is echter zodanig goed geschreven, dat op een gegeven moment alle blokjes in het juiste vakje terecht komen. Jammer alleen, en eigenlijk funest dat 200 bladzijden voor het einde de oplettende lezer al aan ziet komen waar deze thriller op uit draait.

Een intelligent en goed geschreven debuut van Lisa Bjurwald voor de liefhebber van de Scandinavische thriller. Het maatschappij kritische karakter van het boek en waar dat op is gebaseerd, wordt toegelicht in het nawoord. Het grotendeels wegvallen van de spanningsboog is het grote manke in dit verhaal.

Een vervolg mag zeker verwacht worden.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: De beschermengel-Dolores Redondo****

Debeschermengel

Dolores Redondo – De beschermengel 

Over de auteur:

Dolores Redondo (1969, San Sebastián) , heeft rechten gestudeerd aan de Universiteit van Deusto. Zij heeft de studie niet afgemaakt. Vervolgens heeft zij de hotelschool gedaan in San Sebastián en in verschillende restaurants gewerkt, voordat ze haar tijd aan het schrijven besteedde. Zij begon met het schrijven van korte verhalen en kinderboeken.

In 2009 verscheen haar eerste boek Los privilegios del ángel.

In 2013 volgde El guardián invisible ( De beschermengel), het eerste deel van de Baztán-trilogie.

Zij woont sinds 2006 in Cintruénigo, Spanje.

( Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Dolores_Redondo)

Over het boek:

De beschermengel is het eerste deel van een trilogie welke zich afspeelt in de vallei van Baztán, aan de Spaanse zijde van de Pyreneeën, waar koppige mensen zich vestigen in een vijandig en onherbergzaam gebied, waar de grond toebehoort aan de berg-en bosgeesten, de lamia’s ( feeën) en basajauns ( mythische figuur. Lett.: Heer van het woud).

Aan de ijskoude en bijna ontoegankelijke oever van de rivier de Baztàn, worden in korte tijd de lichamen gevonden van twee jonge meisjes, die kort na elkaar vermoord zijn. De kleding van de meisjes is opengesneden met een vlijmscherp voorwerp, dat oppervlakkige sneden in buik- en borsthuis heeft gemaakt. Op de schaamstreek is een cakeje achtergelaten. Een txatxingorri, een traditioneel Baskisch cakeje met o.a. reuzel en kaantjes. De rode laklaarsjes zijn duidelijk waarneembaar in de kant van de weg gezet.

De commissaris benoemt Amaia Salazar tot leider van het opsporingsteam. Om twee redenen. Amaia is afkomstig uit de streek, uit Elizondo, en heeft in Quantico aan de FBI-academie gestudeerd, en samengewerkt met de grootste experts op dit gebied van de misdaadbestrijding. Het moge duidelijk zijn: hier is een seriemoordenaar bezig met zijn duivels handwerk, die gestopt moet worden. Hoe dan ook.

Conclusie:

Redondo heeft een robuuste, klassieke thriller geschreven, een whodunit van het zuiverste water. Het verhaal is geschreven vanuit het gezichtspunt van Amaia. Zij en alleen zij bepaalt de verhaallijn, het speurwerk en de uiteindelijk deductie.

Amaia brengt een behoorlijk rugzakje aan problemen mee. De eerste grote zijlijn in dit verhaal betreft de familieperikelen, die niet bepaald van vandaag of morgen zijn. Naast de moorden staan centraal de relaties tussen de drie zussen Amaia, Flora en Rosa, maar nog meer de relatie van Amaia met moeder Rosaria. Sterke en minder sterke vrouwen, minnaressen en moeders. De karakters van de vrouwen zijn overtuigend beschreven.

Daarnaast, veel beschouwingen over oeroude riten en mythen uit een heel ver verleden, zelfs uit de voorchristelijke tijd en over mysterieuze wezens die bossen, grotten en spelonken bevolken. Dat hoeft niet perse altijd negatief te zijn.
De schrijfstijl is het grote minpunt. Wijdlopig en onnodig zaken uitleggend waar dit niet nodig is. Een tegenvaller. Er zal best een grote groep lezeressen zijn, die dit op prijs stelt; echter het boek had aan impact en overtuigingskracht gewonnen door een compactere manier van schrijven. Het boek deed mij een beetje denken als een mix van Ruth Rendell ( wijdlopigheid en deductie of bewijstechniek)  en Isabel Allende’s Het huis met de geesten met een familiehuis, geesten en waarzeggerijen.

Het boek zit voortreffelijk  in elkaar, is zeer goed gedocumenteerd – m.n. het forensisch onderzoek – met een geraffineerd, sterk plot.  De laatste 125 bladzijden zijn zo spannend, dat stoppen erg moeilijk is.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Duivelseed-Jean-Christophe Grangé****1/2

Duivelseed.jpg

Over de auteur:

Jean-Christophe Grange is journalist, schrijver en scenarist, en geboren op 15 juli 1961 in Boulogne-Billancourt. Hij is een van de weinige Franse thriller auteurs die doorgebroken is in de VS.

Hij studeerde aan de Sorbonne en begint als copywriter. In 1989, werkt hij als freelancer voor fameuze tijdschriften zoals Paris Match, The Sunday Times en National Geographic. De reizen en verslagen die hij maakt zullen een bron van inspiratie voor zijn latere werken blijken te zijn.

In 1994 schreef hij zijn eerste roman De vlucht van de ooievaars. Geroemd door de kritiek. Zijn tweede roman, De bloedrode gletsjer (1998), is zijn doorbraak naar het grote publiek.

Naast zijn carrière als romanschrijver, schreef hij diverse scenario’s gebaseerd op zijn eigen boeken, maar schreef ook het scenario voor een stripboek: La Malédiction de Zener (de Philippe Adamov).

(Bron: http://www.fnac.com/Jean-Christophe-Grange/ia6134#Biography)

Over het boek:

Mathieu Durey kan het nauwelijks bevatten. Zijn beste vriend en studiegenoot, Luc Soubeyras, de man die hem zijn hele leven altijd overal net voor is geweest, heeft zelfmoord gepleegd. Door snel ingrijpen komt hij in een diepe coma terecht. Het is ondenkbaar dat iets Luc de dood in kan hebben gejaagd. Luc hield een amulet in zijn vingers, een dof stukje metaal met de afbeelding van aartsengel Michael, aanvoerder van de aartsengelen, vaandeldrager van Jezus Christus, driemaal zegevierend over satan. Een ding dat bescherming biedt tegen de duivel.

De toon is gezet.

Satan. De duivel. Het blijkt dat Luc zich op uitgebreide schaal heeft beziggehouden met het systematisch verzamelen van onverklaarbare, duivelse uitingen. Waarom? Mathieu is vastbesloten dit uit te zoeken en gaat op zoek naar de Duivel. Het antwoord is uitermate verrassend.

Via Lourdes komt hij terecht in het Vaticaan, waar zich diep in de kelders een apart clubje  bezighoudt met al de mysterieuze moorden die regelmatig als wonderbaarlijke genezingen door het leven zijn gegaan.

Het boek van 701 blz. staat bol van de ontwikkelingen. Het plot zit steengoed in elkaar, en Jean-Christophe Grangé toont zich wederom een meester van de lange adem. Het boek zakt nergens in. Daarvoor zijn de ontwikkelingen te spannend en divers. De grote hoeveelheid aan personages, locaties en verwikkelingen, leidt nergens tot overbelaste neurotransmitters.

Toch zijn er wel enkele kanttekeningen te plaatsen.

Het boek is geschreven vanuit perspectief van de ik-verteller. Jammer. Het verhaal is van een dergelijke grote omvang, dat de aanwezigheid van een groter overzicht wenselijk zou zijn geweest. Gelukkig heeft Grangé zich niet of nauwelijks bezig gehouden met overdadige en zeurderige interne beschouwingen en overpeinzingen. Hetgeen wederom duidt op zijn sublieme schrijverschap. Wat mij, katholiek groot gebracht, zelfs op den duur ging irriteren, was de alom aanwezige nadruk op het Rooms-katholicisme. Te vaak en te lang werd er gebeden etc.

Conclusie:

Duivelseed  is een uitdagend en zeer goed gedocumenteerd epos. En van een goede documentatie houden we. Uitdagend wat betreft omvang, maar ook qua thematiek. Het ouderwetse begrip satan immers, komen we zelden tegen in thrillers. Grangé neemt je mee op een uiterst bizarre zoektocht, welhaast een odyssee, op zoek naar satan en de waarheid. Het boek is uitermate gevarieerd, biedt inkijkjes in tal van gebieden, is spannend en boeiend, want Grangé  kan geweldig vertellen. Het is een thriller met enkele horror elementen. Want reken maar dat Jean-Christophe de hulp van de entomologen heeft ingeroepen om die legers in toom de houden.

De vertaling van Floor Borsboom is uitstekend te noemen. De Geus heeft zijn best gedaan om het boek in 2008 met een mooie harde kaft in de markt te zetten.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Schemering-Bernard Minier*****

Schemering

Bernard Minier – Schemering.

Bernard Minier:

Bernard Minier, groeit op in  Montréjeau, aan de voet van de Pyreneeën, en studeerde in Tarbes en Toulouse, en gaat daarna voor een jaar in Spanje wonen en werken. Hij woont nu in Essonne in Ile-de-France.

Zijn eerste baan is bij de douane, alwaar hij de functie van controller vervult. Hij neemt deel aan wedstrijden voor nieuw schrijftalent, en waagt de sprong en stuurt zijn eerste manuscript op naar een uitgever. Zijn eerste boek, Glacé, verschijnt in 2011. De Nederlandse titel is Een kille rilling. Het wordt een groot succes in Frankrijk en in vele landen daarbuiten. In 2012 volgt zijn tweede roman. Le Cercle, vertaald als Huivering. Verduistering is de titel van z’n derde roman. Nuit ( Schemering ) is zijn vierde thriller rond Martin Servaz en Julian Hirtmann. In Frankrijk is de auteur inmiddels een beroemdheid.

Over het boek:

Kirsten Nigaard werkt bij de Kripos, een tak van de Noorse politie die zich vooral bezighoudt met de georganiseerde misdaad. Vanuit Oslo is zij onderweg naar Bergen. Waarom wordt Kirsten betrokken bij een moord die 400 km verder is gepleegd? Een moord in een kerk. De Mariakirken, waar een vrouw is afgeslacht op het altaar, te midden van de liturgische voorwerpen. Het antwoord is simpel. In de zakken van het slachtoffer is een klein briefje aangetroffen. Het bewijsstuk bevat slechts twee woorden: KIRSTEN NIGAARD. Het spoor leidt naar een boorplatform, waaronder duivelse weersomstandigheden een dader wordt gearresteerd. Bij verdere doorzoeking van het boorplatform wordt een envelop met foto’s gevonden, foto’s waarop  een groot gebouw staat met de woorden HÔTEL DE POLICE, maar ook foto’s met close-ups van een man, een doelwit. En een foto van een kind. GUSTAV, staat er op de achterkant geschreven. Hetzelfde handschrift als op het briefje van Inger Paulsen, het slachtoffer van de kerkmoord.

Kirsten reist af naar Toulouse. De man op de foto’s is Martin Servaz.

De grote vraag is, waarom wil Julian Hirtmann Kirsten Nigaard en Martin Servaz bij elkaar brengen? Julian Hirtmann, de seriemoordenaar, de man die zijn Marianne had ontvoerd vijf jaar geleden, Marianne die verdwenen was, opgelost in de sneeuw en de mist. Marianne was van de aardbodem verdwenen. Zij moest wel dood zijn.

Gustav, een spoor, eindelijk een spoor richting Hirtmann?

Conclusie:

Bernard Minier, de beste thrillerauteur van dit moment, zit in een productieve fase van zijn leven. Hij slaagt er in om jaarlijks met een thriller van kwalitatief hoog niveau en grote omvang naar buiten te komen. Als lezer zit je gebeiteld. De 510 bladzijden van Schemering – rare vertaling van Nuit, maar ook verkeerd, gezien de inhoud van het boek, leveren een ongekend gunstige prijs/prestatieverhouding op. Oftewel, je krijgt heel veel waar voor je geld. En daar houden wij Nederlanders van.

Deze thriller is een voortzetting van de vorige drie delen. In een uitstekende, intelligente schrijfstijl, zet Bernard Minier de lezer een boeiend, superspannend boek voor. De strijd van goed tegen kwaad woedt voort. Met wederom in de hoofdrol de Pyreneeën, waar het sneeuwt, koud is, mistig en bovenal onheilspellend is. En het weer net zo veranderlijk is als Julian Hirtmann, de seriemoordenaar.

Bloedstollende ontwikkelingen, een fraaie tekening van de hoofdpersonen,  vele mooie en boeiende zijlijntjes, en voor het eerst ook een dampende liefdesscene. De cliffhanger zorgt voor kippenvel en een kille rilling !

Geen kritiek? Zeker wel. In geringe mate en spoilergevoelig, dus niet verder toegelicht. De vijf sterren worden moeiteloos gescoord.

Vijf  sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Het eeuwige gezeik-Giphart & Kluun****

Gezeik

Giphart en Kluun – Het eeuwige gezeik.

Tussen alle thrillers door lees ik geregeld een hoofdstukje uit Het eeuwige gezeik. Ook al heb je een hekel aan een of beide schrijvers, dit werkje heeft eeuwigheidswaarde, zoals de titel ook reeds vermeld.

Tussen alle mogelijke vormen van het toebrengen van lichamelijk letstel in die maar verzonnen kunnen worden door de thrillerauteurs, is het goed even je zinnen te verzetten. Het beste doe ik dat bij een treurniswekkend, echt gebeurd verhaal.

Het verhaal van het Nederlands elftal, dat om honderd verschillende redenen er nooit in is geslaagd wereldkampioen voetballen te worden.

Het Eeuwige Gezeik van Kluun en Ronald Giphart kreeg de prijs voor het slechtste sportboek van 2017. ‘Dit wordt de komende jaren in treurigheid niet meer overtroffen,’ vindt juryvoorzitter M. Smeets, die zich niet kan heugen zo’n slecht boek onder ogen te hebben gekregen. ‘En dat wil heel wat zeggen,’ aldus de 83-jarige Smeets. Dit zegt natuurlijk meer over Smeets zelf dan over de inhoud van dit boek. Een betere reclame is er niet.

Dit, in een jolige, studentikoze stijl, geschreven handboek, bevattende de manier om géén wereldkampioen te worden, is uiterst volledig onderbouwd. Dus laat Smeets c.s. maar jammeren Giphart en Kluun, jullie hebben een verdomd leuk stuk werk geleverd met dit boek.

Ik  moet eerlijk toegeven dat de depressieve staat waarin ik verkeer na het kennisnemen van het speurwerk van een gescheiden, aan de drank geraakte, uitgebluste, met kinderen tobbende en achter te jonge vrouwen  aan jagende inspecteur, het meest probaat wordt opgelost door een hoofdstukje te lezen van de jacht op de eeuwige roem, door de Nederlandse voetbalelite of wat daarvoor door mag gaan.

Dit hilarische, uiterst vermakelijke boek, is een aanrader.

Zeker voor mij. Het trauma van 1974 meegemaakt hebbende en al het gejeremieer in de jaren daarna, was het een waar genoegen om wat achtergronden te leren kennen van het collectieve falen van het Nederlands elftal. Tegelijkertijd wordt dan duidelijk dat het winnen van het EK in 1988, het slechtste is wat Nederland kon overkomen.

Onderstaand enige citaten uit het voorwoord. Dan weet u wat u te wachten staat.

Met hartelijke voetbalgroet,

Jac Claasen.

Voorwoord:

In de zomer van 1988 won Nederland haar eerste en enige internationale prijs ooit. Het land werd ondergedompeld in een bad van superioriteit: eindelijk waren we de besten.

Van Europa dan.

De beste van de wereld zijn we nooit geworden. Dat is een hele prestatie voor een land dat spelers voortbracht als Bep Bakhuys, Abe Lenstra, Faas Wilkes, Kees Rijvers, Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Frank Rijkaard, Ronald Koeman, Marco van Basten, Ruud Gullit, Dennis Bergkamp, Clarence Seedorf, Patrick Kluivert, Edgar Davids, Edwin van der Sar, Ruud van Nistelrooij, Robin Van Persie, Arjen Robben en trainers als Rinus Michels, Louis van Gaal, Johan Cruijff en Guus Hiddink.

1974. 1978. 1998. 2010. 2014. In meer dan de helft van alle WK’s waaraan Nederland deelnam, haalden we de halve finale. We speelden drie WK finales en twee halve finales. En toch werden we het nooit. Telkens als er iets goed dreigde te gaan, ging het fout met Oranje. Commentator Herman Kuiphof sprak bij de 2-1 van Gerd Müller in de finale van het WK 1974, het beste toernooi dat we ooit speelden: ‘Zijn we er toch ingetuind!

Kuiphof had gelijk, maar niet zoals hij het bedoelde.

We verloren niet van de Duitsers

We verloren van onszelf.

Dát is het verhaal van Nederland.

Altijd – we herhalen: altijd – gebeurt er iets waardoor Nederland zichzelf onderuit haalt. Commentatoren van buitenlandse kranten en tv-zenders vragen zich met open mond af hoe wij het toch voor elkaar krijgen om onszelf uit het toernooi te kegelen. Conflicten met sponsors. Conflicten over geld. Conflicten tussen spelers. Conflicten tussen spelers en trainer. Conflicten tussen spelers en bond. Conflicten tussen spelers en pers. Penaltydrama’s. Geslachtsziektes. Vuurwerkbommen. Kaartincidenten. Kaartenregens. En, de rode draad in Het Eeuwige Gezeik: Johan Cruijff.

Jac las: Grensgebieden-Arne Dahl*****

Grensgebieden

Over de schrijver:

Arne Dahl

Jan  Lennart Arnald – geboren 11 januari 1963 in Stockholm Sollentuna -is sinds 1995 afgestudeerd literatuurwetenschapper. Hij is recent gescheiden van zijn tweede vrouw en heeft twee volwassen dochters. Hij werkt o.m. voor de Zweedse Academie, die jaarlijks de Nobelprijs uitreikt. Hij heeft drie boeken onder zijn eigen naam gepubliceerd bij uitgeverij  Bonniers. Hij publiceert in de tijdschriften  Artes en Aeolus en werkt als literair criticus bij een krant: Göteborgs-Posten.

Arne Dahl is een internationaal erkende en bekroonde misdaadauteur. Onder het pseudoniem Arne Dahl brak hij in 1998 door met de misdaadserie over de zogenaamde A-groep, een speciaal onderzoeksteam van de Zweedse politie. De serie is in vele talen vertaald en verfilmd. Dahl had 10 delen gepland voor deze serie. Het zijn er elf geworden.

In 2011 begon Dahl met de Opcop serie, een nieuwe serie over een geheim team van rechercheurs van Europol, een soort Europese FBI, een directe voortzetting van de zogenaamde A-groep. De serie bestaat uit vier delen: Hebzucht, Woede ,Amsterdam-Stockholm en Haat.

Grensgebieden is de eerste titel uit een nieuwe reeks rond Sam Berger en Molly Blom.

Over het boek:

Ellen Savinger, 15 jaar, wordt ontvoerd als zij na  de laatste les het schoolgebouw in Östetmalm verlaat.

Sam Berger wordt op deze zaak gezet. Sam is een verre van sympathieke politie inspecteur. Zijn chef, Allan Gudmondsson, is een sociaal democraat van het oude stempel, die het s-woord niet wenst te horen. Berg trekt er zich niets van aan en benoemt het onbenoembare: seriemoordenaar.

Berg ontdekt wat hij eigenlijk niet wil ontdekken. De moordenaar heeft sporen achtergelaten, speciaal bestemd voor Sam Berger. Die sporen leiden terug naar zijn jeugd. Dat kan niet anders. Er ontstaat een concessieloze thriller. De naam van de dader is vrij snel bekend, hem achter de tralies krijgen is punt twee

Conclusie:

Wat een wow thriller. Iedereen kent het gevoel als er plots na het lezen van een paar bladzijden, de mening postvat: ik heb iets speciaals in mijn handen. Dat had ik bij Dood de vader van Sandrone Dazieri, Ragdoll van Daniel Cole , Een kille rilling van Bernard Minier  of  De passagier van Jean-Christophe Grangé om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Ieder heeft zo z’n eigen lijstje.

Waarom is dit een wow thriller?

Op de eerste plaats heeft Arne Dahl, wiens boeken ik al vijftien jaar blind koop, een ge-wel-dig ingenieus plot geconstrueerd. En wat nog belangrijker is, binnen dit excellente plot, vindt er een nu reeds fameuze kanteling plaats. Je gelooft je ogen niet. En daar blijft het niet bij. Van wie zijn die mooie blonde haren bijvoorbeeld waar hij achter aan rent in de proloog?

Arne Dahl is een geweldige verteller. Zijn sterke punt ligt bij de boeiende intelligente dialogen. Er vinden in dit boek een paar verhoren plaats, waarbij je als lezer op het puntje van je stoel zit. En benieuwd bent wat het antwoord van de tegenpartij is. Maar ook anderszins zijn het nooit rechttoe rechtaan dialogen, die je van te voren al kunt invullen.Aan de andere kant, er is het hele boek door sprake van actie. Daar opent het boek mee. Het verhaal speelt zich af in absurd donkere nachten. En het regent. Het regent trouwens het hele boek door. Ook overdag. Ook overdag is het meestal donker. Maar dit boek is gelukkig geen actiethriller. Integendeel.

Het psychologische gevecht tussen Sam Berg en Natalie Fredén ( ‘Geloof me, je wilt echt niet weten wie ik ben’)  is weergaloos beschreven.  Ik zie beelden in zwart-wit daarvan op mijn harde schijf terecht komen. Nordic noir op z’n best. Ook Sam Berg wordt psychologisch gefileerd. Wat is er met die vent aan de hand? Is hij een vrouwenhater met de neiging tot mishandeling? Die regelmatig zijn handjes laat wapperen tegenover vrouwen? Is macho Sam Berger, de laffe reïncarnatie van het kwaad? Niks is zwart-wit. Alles heeft nuances. Dat geldt ook voor Molly Blom.

Carpe motherfucking diem. Tot de grensgebieden.

De beste thriller van Arne Dahl tot nu toe. In de volgende delen zullen zeker wat zaken toegelicht gaan worden. Een zeer spannende thriller uit de buitencategorie met een duivelse cliffhanger. Dit worden vijf dikverdiende sterren.

*****

Jac Claasen.

PS: Dit boek schreeuwt om verfilming. Het wipneusje? Scarlett Johansson natuurlijk.