Jac las: De Zwarte Dahlia-James Ellroy*****

James Ellroy – De Zwarte Dahlia

Ergens had ik gelezen dat De Zwarte Dahlia een meesterwerk was. Bij aanvang overheerst de scepsis, na twee bladzijden komt de overtuiging dat er wel wat in zit en na twintig bladzijden is de conclusie duidelijk: het klopt! Er moeten dan nog drie honderd acht en dertig bladzijden volgen.


Het is opvallend hoe vaak uitgevers of liever gezegd hun literaire letterknechten heden ten dage het woordje rauw gebruiken in hun vertwijfelde aanprijzingen van nieuwe uitgaven in plaats van de gebruikelijke superlatieven als boeiend, leerzaam, interessant, geweldig of indrukwekkend. De gelijkenis met schoonmaakazijn ligt dan voor de hand. Een woord dat redelijk nieuw is in deze conservatieve sector en alles wegvaagt en schoon maakt wat tot dan toe gebruikelijk was om de nieuwe waren aan te prijzen. Echter de geoefende thrillerlezer weet wel beter. De schoonheid van het rauwe taalgebruik is in de wereld van de literaire roman zeker niet onbekend, het is toch eerder een uitzondering. James Ellroy voegt een nieuwe dimensie toe aan dit begrip. Wie de monumentale trilogie Underworld U.S.A. (1995-2009) gelezen heeft, is daarvan op de hoogte. Maar een paar jaar daarvoor, in 1987, kwam De Zwarte Dahlia op de markt.

‘Betty ging nogal losjes met mannen om en huwelijken stukmaken is mijn stijl niet.’

Deze uitspraak komt uit de mond van Russ Millard een van de onderzoeksleiders in de zoektocht naar de dader van de moord op Elizabeth Ann Short. Het naakte en in twee delen doormidden gesneden, verminkte lijk van Miss Short is 15 januari 1947 gevonden op een braakliggend terrein in Central L. A. Waarom Zwarte Dahlia? Simpel, ze droeg altijd zwarte, nauwsluitende jurken.

Het mooie bij James Ellroy is dat elke bladzijde net zoveel ontwikkelingen bevat als de meeste thrillers van meer bedaagde auteurs in een heel boek. Met ijzersterke, harde ondervragingstechnieken waarvan opa Baantjer nog wat kan leren, trouwens de hele Nederlandse schrijvende goegemeente. Een zooitje totaal verknipte figuren, waarbij er nauwelijks onderscheid bestaat tussen de figuren aan deze en gene kant van de scheidslijn van wet en recht. Geweld gebruiken was de norm. Wie met de beoordeling ‘Onwillig om gepast geweld te gebruiken tegenover weerspannige delinquenten’ op zijn conto kreeg bijgeschreven werd als een ‘doetje’ beschouwd.
De schrijfstijl is erg direct, een inbraak is een inbraak, punt uit. De gesprekken en woordenwisseling zijn het hart van het boek. Ook direct, invoelbaar, to the point en veelal met een hele zwarte humoristische ondertoon. Ook letterlijk. Het is 1947 ten slotte.

James Ellroy heeft de gave om volkomen naturel te schrijven. Een verhoor wordt weergegeven zoals dat in de praktijk gebeurd, rauw, onverbloemd en heftig zoals dat in 1947 eraan toeging. Mexicanen en zwarte Amerikanen worden genoemd zoals ze genoemd werden in die tijd. Geen verhullende omschrijvingen maar de gebruikelijke recht voor zijn raap scheldnamen.

Vooral de recensie van de film getiteld Slavinnen uit de hel maakt indruk. Elke bladzijde is een apart verhaal. Wie Ellroy leest als detective, doet zichzelf tekort. Neem nou zo’n beschrijving van Toguana, de lezer weet nu ongeveer hoe Dante’s inferno er moet hebben uitgezien. Trouwens, Dante komen we regelmatig tegen, vooral in Mexico, in Ensenada, in club Satan waar het rariteitenkabinet zijn hoogtepunt bereikt. Of dat schilderij De man die lacht van Frederick Yannantuono, naar het boek van Victor Hugo. En Gwynplain, de hoofdfiguur. Denk maar aan The Joker, dan zit je een beetje in de richting. Een onbeduidend detail, de lezer heeft veel uit te zoeken. Zoals het begrip Comprachicos of Seersucker. Doe dat, anders mis je (te) veel.

Je herkent de taferelen van het zooitje persmuskieten die alles en iedereen in de weg lopen bij de moord op JFK en daarna bij Lee Harvey Oswald en de chaos die er op volgde. De ronduit chaotische toestanden op Amerikaanse politiebureaus, waar iedereen in de beste kapitalistisch tradities bezig is met scoren, zijn dankbaar voer voor James Ellroy. Ik weet nu ook waar een heleboel misdaadauteurs hun inspiratie vandaan hebben gehaald. Het is natuurlijk erg moeilijk om het origineel te benaderen of te evenaren, maar oefening baart kunst niet waar Philip Kerr, Stuart MacBride en talloze anderen?

De harde, sarcastische humor en het even ingewikkelde als fraaie scenario maken er een tijdloze, goudgerande vijf sterren klassieker van.

Jac Claasen.

*Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker đŸ“šđŸ„‚




Jac las: Het Knekelhuis-James Ellroy****

Ellroy

Over de auteur:

James Ellroy, geboortenaam Lee Earle Ellroy Los Angeles, 4 maart 1948 is een veelgelezen Amerikaanse misdaadschrijver en essayist. Hij heeft een unieke “telegrafie”-stijl, waarbij hij woorden weglaat die andere schrijvers noodzakelijk zouden vinden. Zijn boeken worden gekenmerkt door hun zwarte humor, de weergave van Amerikaans autoritarisme, een veelheid aan verhaallijnen en een pessimistisch wereldbeeld.

Hoewel Ellroy in het algemeen conservatief lijkt, is hij een streng vegetariër die geen sterkedrank gebruikt, en die tegen de doodstraf is.

In 1958, toen James 10 jaar oud was, werd zijn moeder, Geneva, vermoord in El Monte. Zij was naar daar verhuisd samen met James, drie jaar na de scheiding van zijn vader, Armand. Ellroy is na zijn scheiding van zijn tweede vrouw Helen Knode in 2006, met wie hij in Kansas woonde, teruggekeerd naar Californië.

( Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/James_Ellroy )

Laten we het hem zelf maar laten zeggen: “Ik ben de grootste misdaadschrijver ooit.” James Ellroy schrijft ruige, intense fictie. Hij heeft een groot ego en stijl. Veel van zijn oeuvre speelt in Los Angeles in de jaren 50, een heftige omgeving die bevolkt wordt door agenten en slechte daden.

( https://www.vpro.nl/boeken/programmas/john-adams/2010/james-ellroy.html )

Over het boek:

Het Knekelhuis is een verzameling verhalen over zijn jeugd en opvoeding, of wat daar voor door moet gaan, maar de rode lijn zijn de onoplosbare moorden – met name de moord op Stephanie Gorman –  en onbereikbare vrouwen, te weten Donna Donahue.

Wie het boek na afloop verdwaasd weglegt, vraagt zich zonder enige twijfel af, is dit fictieve realiteit of realistische fictie. Want bij Ellroy weet je het nooit. Is het nu fictie of realiteit?

In een wereld met het fascistoïde politiekorps van Los Angeles, rondlopend door de riolen van Hollywood en L.A., en alles vertrappend wat onder zijn hakken komt, baant de hoofdpersoon zich een weg. Af en toe wordt hij gebeten door een rat, die hij achteloos fijn stampt. En hij slaat terug. Een wereld vol schoften en schurken aan de onder- en bovenkant van de samenleving en binnen het corps. Een wereld vol drugsgebruikers en snuivers, misdadigers, hoeren, oplichters,  freaks op allerlei gebied, hard slaande politieagenten, verdorven detectives en zieke klootzakken, wordt door Erroll neergezet in een stijl, die wel wordt omschreven als “kaal”, “staccato” en “gecontroleerd.” Zoals een recensent het treffend beschreef: “Ellroy schrijft alsof hij letterlijk door de duivel op de hielen wordt gezeten.”

Zijn schrijfstijl is fascinerend en kan met niemand vergeleken worden. Jens Lapidus doet wel een poging, ook qua thematiek, maar komt toch niet in de buurt van de schrijver die zijn toetsenbord als mitrailleur gebruikt.

Vier sterren.

Jac Claasen.