Jac las: Selfies-Jussi Adler-Olsen****

Selfies

 

Jussi Adler-Olsen –Selfies.****

Carl Valdemar Jussi Henry Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950), is de bijzonder succesvolle  Deense schrijver van  misdaadromans die spelen rond afdeling Q. Deze afdeling, gehuisvest in  kelders en andere krochten van het hoofdkantoor van de politie in Kopenhagen, houdt zich bezig met het het oplossen van cold case zaken.

Plot

Anne-Line Svendsen, is bijstandsconsulente op het kantoor van de sociale dienst. Haar klantenbestand bestaat uit een aantal relatief jonge vrouwen, die als voornaamste bezigheden hebben uitslapen, een uren durende optutsessie gevolgd door shoppen en uitgaan, èn hun hand ophouden om een greep te doen in de staatskas. Zonder tegenprestatie uiteraard. Zelf wordt zij geconfronteerd met de harde werkelijkheid van een levensbedreigende kankerdiagnose, die leidt tot negatieve gevoelens jegens haar klantenbestand, die na het nuttigen van wat glaasjes port, escaleren in wraak- en liquidatiegevoelens jegens die nietsnuttende barbiepopjes..Het wordt tijd dat die parasieten van de maatschappij aangepakt worden.

Carl Morck, leider van afdeling Q, wordt geconfronteerd met een managementingreep. Het percentage opgeloste zaken is ver onder de maat, en er gaat bezuinigd worden op afdeling Q. Zo heeft de commissie juridische zaken van het parlement beslist. Dan is Rose, steun en toeverlaat van de afdeling, plotseling weg. De ongerustheid over haar neemt toe op afdeling Q. Zeker bij  Gordon, een lange bleke slungel, die heimelijk verliefd is op Rose. Rose krijgt blokkades en black outs, en komt in een soort psychische schemertoestand te verkeren. Een zaak uit het verleden beknelt haar geestelijke vermogens.

Daarnaast gaat het geweld in de maatschappij gewoon door. In een park wordt het lichaam gevonden van een vermoorde vrouw, vallen er twee dodelijke slachtoffers door opzettelijk gearrangeerde auto-ongevallen, is er een roofoverval op een discotheek geweest met wederom een slachtoffer- ook een klant van Anne-Line-,  en zoekt een weggezakte oud politieman contact met Carl. Hij ziet overeenkomsten met een vroegere moordzaak met een actuele zaak. Al met al, een  spaghetti van verhaallijnen.  Adler-Olsen ontrafelt op een verbluffende manier de warboel. Eind goed, al goed? Neen, wat is er met Mona aan de hand, wier parfum als signaalmolecuul, als feromoon functioneert en op tientallen meters afstand Carl altijd weer knikkende knieën bezorgt?  Wordt vervolgd dus.

Conclusie

Thrillers en humor hebben een moeizame relatie. Er zijn uitzonderingen. Jussi Adler-Olsen is er een van. In zijn serie Q wordt dit element door Adler-Olsen waar mogelijk naar voren gehaald. Selfies is het zevende deel uit een serie misdaadverhalen rond afdeling Q, een cold case team van de Deense politie, gehuisvest in de kelders van het hoofdbureau in Kopenhagen.

Selfies is een weerzien met tal van bekende personen uit de privé- en werksfeer van Carl Morck, hoofd van afdeling Q. Het aantal personen is in de loop van de tijd dermate toegenomen, dat het de uitgever niet zou misstaan een lijstje met alle hoofd- en bijrollen toe te voegen. Zeker voor de instappers een must. Het merendeel heeft wel een of andere tik of bijzonderheid die door Adler-Olsen uitvergroot wordt en een komisch effect teweeg brengt.

Met gebruikmaking van tijd en wijle barok taalgebruik en een groot scala aan verhaallijnen, creëert Adler-Olsen een uiterst amusante en spannende thriller. Dramatisch ook.  De hoofdrol is daarbij weggelegd voor Rose, die steeds verder wegzakt in een uiterst labiele psychische  toestand, en daarbij ook nog eens terecht komt in de bizarre lotgevallen van een stelletje nietsnutten. Rose wordt volledig ontrafeld, en haar raadselachtig gedrag uit vorige boeken verklaard.

Adler-Olsen plaatst volop maatschappij kritische noten. Over de invloed van de media, die elke moordzaak zien als een stuk amusement waarmee de kijkcijfers omhoog gejaagd kunnen worden, over het naziverleden van moordenaars, nu eerbare burgers die de dans ontspringen en hun terechte straf weten te ontlopen, en vooral een meesterlijke persiflage op de kunstwereld met het zelfbenoemde schildericoon Kinua von Kunstwerk in de hoofdrol.

Adler-Olsen’s Selfies is een spannend boek om in een ruk uit te lezen. Dat zal niet lukken door de omvang van 490 bladzijden. Waar in eerdere delen uit de serie bijv.  in  De vrouw in de kooi of  De noodkreet in de fles het realisme overheerste kan Selfies gemakkelijk gelezen worden als een parodie. Wat mij betreft mag Adler-Olsen weer terug naar de mix van realisme en aanstekelijke humor.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Een kille rilling- Bernard Minier*****

een kille

Bernard Minier – Een kille rilling *****

Bernard Minier groeit op in  Montréjeau aan de voet van de  de Pyreneeën, en studeerde in Tarbes en Toulouse, en gaat daarna voor een jaar in Spanje wonen en werken.

Hij woont nu in Essonne in Ile-de-Frankrijk. Zijn eerste baan is bij de douane, alwaar hij de functie van controller vervult. Hij neemt deel aan wedstrijden voor nieuw schrijftalent en waagt de sprong en stuurt zijn eerste manuscript op naar een uitgever. Zijn eerste boek, Glacé, verschijnt in 2011. De Nederlandse titel is Een kille rilling. Het wordt een groot succes in Frankrijk en in vele landen daarbuiten.  In 2012 volgt zijn tweede roman. Le Cercle, vertaald als Huivering. In Frankrijk is de auteur inmiddels een beroemdheid.

Plot ( Inleiding)

Diane Berg, psychologe van Zwitserse afkomst, wordt aangenomen als forensisch psycholoog bij de Wargnier kliniek, gesitueerd in een hoog,  afgelegen deel van de  Pyreneeën. Een unieke kliniek voor forensische psychiatrie, uniek voor Frankrijk en Europa, en gehuisvest in een oud, sinister gebouw, waar het ultieme uitschot van de maatschappij behandeld wordt: paranoïde mensen, zedendelinquenten, psychopaten en seriemoordenaars. Gevoelloos, manipulatief en labiel. De Wargnier kliniek staat sinds een paar maanden onder leiding van een nieuwe directeur. Dr. Francis Xavier zit niet op Berg te wachten, die nog was aangenomen door de vorige directeur. De ontvangst is kil. Al spoedig ontdekt Berg dat het ultra beveiligde gebouw meer geheimen bevat dan zij had durven dromen.

Martin Servaz is commandant op het regionale bureau van de recherche in Toulouse. Servaz is een zachtmoedige, scherpzinnige speurder. Hij is gescheiden. Wie niet bij de recherche, waar de uren nooit geteld worden en het werk prevaleert boven het gezinsleven. Zijn schaarse vrije uren worden gevuld met  muziek, hij is gek op Mahler, en de Griekse en Romeinse filosofen en wijsgeren. Servaz is goed in zijn werk. Cathy d’Humières, de flamboyante en ravissante 50+ aanklaagster van het OM, lang, blond geverfd haar en elegant gekleed, heeft hem naar de reusachtige waterkrachtcentrale gestuurd. Alleen. Waarom? Samen met een aantal kopstukken moet hij een moord oplossen. Een moord gepleegd op het bergstation van de kabelbaan, op tweeduizend meter hoogte. Het lijk is aangetroffen op een steunpilaar van de kabelbaan, onthoofd en ontdaan van ledematen. De huid is samengespannen tot grote vleugels. Maar het stoffelijk overschot is geen menselijk wezen. Het is een … paard.

Het volbloedpaard is eigendom van Eric Lombard, een van de topindustriëlen van Frankrijk. De implicaties zijn zorgwekkend. Lombard’s invloed is groot, met onbeperkte toegang tot de hoogste regionen van de macht. Servaz staat voor een raadsel. Als lezer weet je dat, volgens de wetmatigheden van de thriller, beide verhaallijnen elkander een keer zullen kruisen. Dat gebeurt ook. En hoe!

Conclusie

Glacé ( IJskoud), om onbekende redenen vertaald in Een kille rilling, is het debuutalbum van Bernard Minier.

Een kille rilling is een fraaie thriller, en behoort tot het beste wat ik de afgelopen jaren gelezen heb. Daar zijn een aantal redenen voor aan te wijzen die kort besproken worden. De belangrijkste reden is vooral gelegen in het feit dat Minier een groot verteller is ( zoals alle grote auteurs in dit genre) die de dreigende atmosfeer 587 bladzijden lang weet vast te houden.

Niet alleen de hoofdpersonen, maar ook de beschrijving die uitgaat van de donkere hoge bergen, kliffen en rotsen, de vries- en sneeuwkou, de huilende koude wind; Bernard Minier neemt in zijn beschrijving  de woeste natuur in de Pyreneeën als een extra dimensie mee in zijn thriller. Hij spreekt zelf van het apocalyptisch karakter van de natuur.

Het plot is ingenieus van karakter en verveelt geen moment. Er gebeurt veel, en de schrijver is het uitstekend gelukt om de snelheid in het verhaal aan te houden. Stap voor stap, helder en integraal volgen we de speurders op hun tocht naar de waarheid. Het aantal personages is behoorlijk groot te noemen. De verteller Minier creëert een groot aantal heerlijke mensen van vlees en bloed, met hun (on)hebbelijkheden en geheimen, met name op relationeel gebied.

De grote kracht lag, naast het krachtige plot en de raak getroffen typeringen, in het groot aantal zijlijnen op het gebied van de psychiatrie. Minier vertelt uiterst boeiend en passend in het decor van het verhaal over de nieuwste behandelmethoden voor gewelddadige en geesteszieke criminelen, zo weten we nu wat aversietherapie, oculomotorische observatie en penisplethysmografie inhouden en wat de mensonterende toepassingen zijn. (Deze moeilijke woorden moet u maar googelen. Uitleg hier gaat te ver.)

Daarnaast, in een vloeiende schrijfstijl met vele dialogen, mooie beschouwingen over tal van onderwerpen die raakvlakken hebben met het verhaal, niet essentieel daarbij zijn, maar duidelijk het leesplezier aanmerkelijk verhogen. Wat te denken van zijn mening over de gekheid van de media, fora en internet, over het cliché van de egocentrische artiest en avantgardische, non-conformatische publiek dat hen omringt, over belastingontwijking ( “Alleen gewone mensen betalen belasting”) , over de zes morele ontwikkelingsfasen van Lawrence Kohlberg etc.

Onderstaande quote als voorbeeld voor het feit dat Minier kan schrijven:

“… Er waren toch ook landen waar de dood gezien werd als iets luchtigs,iets moois, waar het werd gevierd, en er gelachen werd en waar die sombere, vreugdeloze, kerken met hun requiems en larcrima rerum, Kaddisj en treurgebeden er buiten werden gehouden. Alsof kanker, ongelukken, harten die ermee ophouden, zelfmoorden en moorden nog niet genoeg waren, dacht hij bij zichzelf.”

Als uitsmijter een van zijn Latijnse spreuken die hij regelmatig in het rond strooit.

“Consensus non concubitus facit nuptias.”

Een huwelijk bestaat bij de gratie van overeenstemming, niet het delen van een bed.

Want na de afsluiting van het drama rond het paard, en een reeks van verdere gewelddadige incidenten, komt als een duveltje uit een doosje, de auteur met een aantal morele vraagstukjes. Nou ja, vraagstukjes? Hoe zit het als een meisje van zeventien en een getrouwde man van tweeënveertig elkaar meer dan leuk vinden? Of wat als de gierende hormonen van een vrouw die niet zwanger is van hem, hem zoent en liefdevol zijn wang streelt?

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Zwarte Dageraad-Cilla & Rolf Börjlind*****

Zwartedageraad

Cilla & Rolf Börjlind

De beide schrijvers/echtgenoten zijn de meest gevierde scenarioschrijvers van Zweden. Hun crimeseries en -films worden gekenmerkt door sterke plots, maatschappelijk engagement en charismatische personages die worstelen met levensechte conflicten. De Börjlinds zijn verantwoordelijk voor maar liefst 44 films voor bioscoop en tv, waaronder 26 Martin Beck-films en de Arne Dahl verfilmingen. Ze schreven tevens de scenario’s voor diverse tv-series. Als geen ander weten ze dus hoe ze met een spannend verhaal de lezer aan de bladzijden gekluisterd moeten houden. Hun thrillerserie over Olivia Rönning en Tom Stilton verschijnt in dertig landen. Het eerste deel, Springvloed, bewerkten ze tot 10-delige tv-serie. De derde stem is het vervolg op Springvloed.

( Bron: https://www.awbruna.nl/auteur/cilla-en-rolf-borjlind/)

Plot

Deel drie  in de reeks rond Olivia Rönning en Tom Stilton.

Vier zwaargebouwde en gespierde mannen, “onaangename types”volgens de ober, “gasten” volgens de man achter de bar, komen in 2005 de bar van het Sheraton hotel binnen. Zij heffen de whisky-glazen en brengen een toast uit met de woorden: “Eer”, “Hiërarchie”, “Discipline”, “Trouw”. Nummer vier krijgt als verjaardagscadeau de sleutel van Kamer 304. “Je hebt tenslotte al een half jaar geen wijf gehad”. Na drie kwartier komt hij terug. Met een doosje. De inhoud ontlokt de opmerking: “Godverdamme, wat smerig”. Einde intro.

Olivia Rönning was in Högänas, Skäne terechtgekomen, in de provincie. Geen droomplaats, waar ze moet samenwerken met  politieagenten met vooroordelen.

In het kerkdorp Arild speelt de driejarige Emelie Andersson in de zandbak, bij haar grootmoeder. Judith Boelsdotter gaat een paar minuten naar binnen om de telefoon aan te nemen. Als ze terugkomt is Emelie vermoord. De zevenjarige Aram Mellberg, is het volgende slachtoffer van een beestachtige moord. De moord is bijzonder. Het blijkt dat deze moord exact dezelfde modus operandi had als de moord op Emilie Andersson. De hypothese ligt voor de hand, er is sprake van een en dezelfde dader.

De jacht op de dader begint.

Conclusie

Het intro is van een ingenieuze eenvoud, en heeft een uitgesproken dreigend en onheilspellend karakter.

De woorden waarmee getoast wordt, en de titel van het boek, zetten de lezer op het spoor van bruinhemden, van fascisme, van de “ Blut und Boden” theorie, van “Lebensraum”, van eigen volk eerst, van al die kreten en uitspraken, die uiteindelijk uitmonden in een ziekelijke theorie dat het Arische ras superieur is boven alle andere, minderwaardig geachte rassen. Cilla en Rolf Börjlind nemen het rechts extremisme op de korrel.

Het boek telt meerdere verhaallijnen. Het vermoorden van een onschuldig kind is een daad van ultieme lafhartigheid. Het land  staat dan ook op z’n kop. Het team van de Rijksrecherche van Mette Olsäter, wordt gezien de omvang van de zaak, betrokken bij de oplossing ervan.

De tweede verhaallijn speelt zich af rondom Tom Stilton. Stilton de ex-politieman die huismeester wil worden, komt in het bezit van een boek. Het boek bevat knipsels over de moord op de prostituee Jill Engberg , ten tijde van de moord werkend voor het escortbureau van Jackie Bergman. De moord op de geschonden Engberg was een van de twee zaken die Stilton niet had opgelost. De andere, Nordkoster, is inmiddels opgelost.

Daarnaast zijn er talloze kleinere verhaallijnen: de gezondheid van Mette,de dood van Kerouac, de privé ontwikkelingen rondom Tom en Luna, het sekteverleden van enkele hoofdrolspelers. Laten we ook de talloze figuren niet vergeten, die opereren in de zijlijn of slechts kort in de schijnwerpers staan, maar een duidelijk toegevoegde waarde hebben zoals daar zijn de Drankbaron met zijn rubberen laars. Barbro, Benseman, Ronny e.v.a. En wat te denken van vermeldingen als “Siddharta” van Hesse, de anekdote van Leonard Bernstein en Mette die Tom Stilton op een mooie manier de les leest over de elementaire regels van het sociaal gedrag. Allemaal van die kleine uitweidingen die het leesplezier enorm vergroten, en het boek duidelijk boven de pulp uit laten stijgen.

In een aangename en rustige stijl met vele korte hoofdstukjes, en spitsvondige dialogen bouwen Cilla en Rolf Börjlind een thriller op die feilloos aansluit op de vorige twee delen. Het is opvallend dat de schrijfstijl leidt tot een glashelder verhaal, waarbij, of je dat nu wilt of niet, je er niet aan ontkomt een band op te bouwen met de hoofdrolspelers. Het is me nog steeds niet gelukt om verschillen in schrijfstijl te ontdekken die mogelijk duiden op een van de beide echtelieden. Op een doorwrochte manier komen heden en verleden in alle verhaallijnen bij elkaar, en komt uiteindelijk de waarheid naar boven drijven. Alhoewel de waarheid…

Rolf en Cilla Börjlind produceren met de Rölling en Stilton serie, thrillers die behoren tot de top van wat er op de markt komt. Groot vakmanschap, opbouw en schrijfstijl zijn uitermate verzorgd, goede en vele dialogen en niet te vergeten gewoon spannend. Uitstekend leesvoer voor vele uren.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Gauw naar deel 4 Wiegelied.

Jac las: Doodsimpel-Peter James****

Doodsimpel

Peter James – Doodsimpel ****

Peter James is een van de bestverkopende thrillerauteurs ter wereld. In de zeer succesvolle serie over inspecteur Roy Grace zijn alle delen afzonderlijk te lezen. Peter James produceert ook films en tv-series. Zijn boeken worden vertaald in meer dan dertig landen, en de totale wereldwijde oplage van het aantal verkochte boeken overstijgt ruimschoots de 18 miljoen exemplaren.

Plot:

Het verhaal handelt over een uit de hand gelopen grap van een aantal vrienden die hun grote pestkop Michael Harrison gaan terugpakken. Harrison is altijd haantje de voorste als het er om gaat zijn vrienden met zieke grappen te pakken te nemen. Drie dagen voor hij gaat trouwen met de bloedmooie Ashley Harper, wordt hij op de vrijgezellenavond zo zat als een Maleier in een doodskist begraven, vergezeld van een fles whisky, een walkietalkie en een playboy. Studentikozer kan het niet. Hij zal zweten. Het is de bedoeling dat hij na een paar uren weer wordt bevrijd uit zijn lugubere onderkomen. Maar, er gebeurt iets vreselijks. Zijn maten komen om bij een verkeersongeluk.

Wat gebeurt er met de levend begraven Michael Harrison? Niemand weet waar de kuil gegraven is waarin de lijkkist met Harrison ligt. Hoofdinspecteur Roy Grace wordt ingeschakeld en begint aan een race tegen de klok.

Conclusie:

Doodsimpel is het eerste boek van Peter James dat ik lees. Een bepaalde overredingskracht van leesvriendinnen was daar voor nodig.

Peter James is een meester in het creëren van spanning. Zijn schrijfstijl trekt je snel het verhaal binnen, en laat je niet meer los. Door afwisselend te werken vanuit de perspectieven van Roy Grace, Michael Harrison en andere sukkels en slechteriken, ontstaat  een uitermate spannende thriller. James hanteert zorgvuldig de cliffhanger. Met als gevolg een constant aanwezige spanningsboog die noopt tot doorlezen.

Na afloop van het 384 blz. tellende verhaal realiseerde ik me dat ik het boek in no time had doorgeploegd.. Terwijl mijn leesstijl kalm en bedaard is, de details opnemend en genietend van oneliners of mooie zinnen.

James lees je als een alles vernietigende orkaan, die pas tot stilstand komt als de laatste bladzijde gelezen is. Peter James kan schrijven, zeker, het plot is sterk in elkaar gestoken. Details en dialogen zijn prima in orde. Het deed mij bv. deugd een poster van Jack Vettriano aan te treffen aan de muur in de woning van Ashlye Harper

Peter James is naar mijn mening duidelijk een auteur met beperkingen. Wat mij vooral in het begin irriteerde waren de plastic figuren, de Kens en Barbies, de gebotoxte poppen die allemaal zo bloedmooi zijn, allemaal zo hartstikke lief, hartstochtelijk in de liefde, zo vertederend zijn en o zo succesvol en maatschappelijk geslaagd. Wat een keukenmeidenfiguren! Zijn hoofdfiguren zijn eendimensionale trekpoppen. Dat beeld draait wel enigszins bij in de loop van het verhaal. Gelukkig.

De schrijfstijl van James is ouderwets en oubollig, Wij zijn sinds Stieg Larsson’s Millennium trilogie en ook daarvoor al bij Henning Mankell en  Maj Sjöwall en Per Wahlöö en nadien bij al onze Scandinavische vrienden verknocht geraakt aan een stijl van schrijven, waarbij eens goed gekeken wordt hoe iemand in elkaar zit, en ook maatschappelijke misstanden een al dan niet prominente rol krijgen in het verhaal.

Peter James kent een verhaallijn, en die loopt kaarsrecht van begin naar eind, geen uitstapjes, wel beperkte uitweidingen over zaken die samenhangen met het onderzoek,  bv. de gang van zaken in een mortuarium, maar geen andere verhaallijnen die op een gegeven moment elkaar kruisen of op het eind van het boek bij elkaar komen, en door de auteur in een explosief slot uit de doeken wordt gedaan. Niets van dat alles bij Peter James. Hij bouwt uiterst vakkundig spanning op – tenslotte het wezenskenmerk van de thriller-,  en laat het daarbij. Het boek biedt voor mij geen verdere uitdagingen en dat is jammer. Zal ik nog een boek van Peter James ter hand nemen? Zeker, op zijn tijd. Zijn boeken hebben geen prioriteit.

De waardering:

De gecreëerde spanningboog  is boven alle lof verheven en verdient vijf sterren. De overige genoemde factoren nuanceren het beeld.

Totaal: 4 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: De Pruimelaarstraat-Louis van Dievel****1/2

Pruimelaar

Louis van Dievel – De Pruimelaarstraat ( vierenhalve ster)

Louis van Dievel (Mechelen, 24 april 1953) is een Vlaams journalist en schrijver.

Van Dievel is tolk Italiaans en Engels van opleiding, en is nagenoeg zijn volledige loopbaan bij de Vlaamse publiekszender VRT actief als journalist. Een lange periode die tweemaal kort werd onderbroken door zijn overstappen naar VTM. Tot heden is hij moderator bij deredactie.be van de VRT.

Als schrijver haalde hij bekendheid in Vlaanderen met De Pruimelaarstraat. Daarin grijpt hij terug naar het begin van de jaren zeventig, toen een seriemoordenaar en verkrachter de streek van Mechelen terroriseerde. Voor dit boek kreeg hij een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs, nadien werd het bewerkt door het theatergezelschap ’t Arsenaal uit Mechelen.

Voor zijn werk Hof van Assisen behaalde hij de Hercule Poirotprijs, en werd hij genomineerd voor de Diamanten Kogel. Een misdaadroman met vooral aandacht voor de werking van het assisenhof zelf.

(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_van_Dievel)

Op 14 april 2017 heeft  van Dievel zijn laatste column gepubliceerd over de politieke gebeurtenissen in België.

( Bron: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/louisvandievel)

Korte inhoud van het boek:

Staf ( Gustave) van Eijken is een ziekelijke lustmoordenaar. De vampier van Muizen heeft in 1972 drie vrouwen vermoord in de omgeving van Mechelen: Marie-Therèse Rosseel te Muizen , Ida van Isacker-Smeets in Mechelen en Lugarde van der Wilt in Bonheiden. Bij gelegenheid van de eerste moord te Muizen, zou hij zijn slachtoffer gebeten hebben. Vandaar zijn bijnaam.

Staf groeit op in de Pruimelaarstraat, gelegen in Bonheiden bij Mechelen, bij zijn stiefvader Pierre Jabobs. De bewoners van de Pruimelaarstraat zijn eenvoudige hardwerkende mensen. Een buurtje op zich. De arrestatie van Staf van Eijken heeft ingrijpende gevolgen voor de bewoners. Die bewoners zijn niet onder een noemer te vangen. Het is een bont gezelschap in de Pruimelaarstraat. Kapelaan Peeters heeft er geen invloed en durft zich niet meer te laten zien, en dokter van Camp doet wat hij kan om ziekten en psychische stoornissen te genezen.

En hoe kijkt de buiten wereld er tegen aan, tegen die bewoners van de Pruimelaarstraat? Van Dievel laat ingenieur van Kakenbeke dat als volgt zeggen: “Liefhebbers van pornografie, duivenmelkers, zelfmoordenaars, krankzinnigen, goddelozen, werkloze schertsfiguren, overspelige mannen en vrouwen, dronkenlappen.” Niet mis derhalve.

Opmerkelijk in het hele boek is het veelvuldige gebruik van (huiselijk) geweld en – in een broeierige sfeer – het gebruik van een pluisje zachte sex.

Conclusie:

De moorden die Staf van Eijken begaat, behoren tot het collectieve Vlaamse geheugen voor eenieder van een bepaalde leeftijd. Het boek van Louis van Dievel is eerst in 2006 gepubliceerd, 32 jaren na het proces in 1974. Op de intro pagina stelt van Dievel: “Iedere gelijkenis met bestaande personen en feiten berust op toeval.” Wij kunnen slechts gissen of dat zo is.

Van Dievel, die in de Pruimelaarstraat is opgegroeid en naast de moordenaar heeft gewoond,  heeft korte hoofdstukjes geschreven over een twintigtal fictieve bewoners uit de straat. De arrestatie is slechts een kapstok om al die mensen en hun onderlinge relaties op een afstandje te volgen. Geen diepgravende karakteromschrijvingen, de loop van de gebeurtenissen is ingrijpend genoeg om de lezer daar zelf een oordeel over te laten vellen. Van Dievel beschrijft vanaf een afstand, maar met liefde en toewijding. Hij doet dat zodanig dat je snel gaat houden van een groot  aantal personen.

Hij laat zijn sympathie spreken via de mond van notaris Daels. “Wij zijn de Vlaamse intelligentsia, maar die mensen in het café, met hun bieradem en hun werkmanskleren, en hun schelle stemmen en hun keukenschorten, die vormen het Vlaamse volk, daar mogen wij niet op neerkijken. Vergeet dat nooit Gerlinde.”, Gerlinde vergeet dat niet, zo blijkt later. Zij gaat er vandoor. De impact op de bewoners van het proces is groot, niet alleen het geroddel en het geklep, maar ook de druk die maakt dat sommige inwoners psychisch doorslaan.

Het boek is bepaald niet alleen kommer en kwel. Edgard van Oevelen, de vertegenwoordiger in Surdiac mazoutkachels, verkoopt die niet alleen, maar helpt ook vrouwelijke klanten uit de brand met andere zaken. Maar ook Gaby van de Mexicana op de Putse steenweg helpt hij mee de stoelen op de tafels te plaatsen aan het einde van de avond. En daar blijft het niet bij. Welnu, in de Mexicana komen ’s maandags de coiffeurs van de janettenbrigade bij elkaar. Marcske, de dwerg, is een gevierd lijkencoiffeur. In een werkelijk hilarische scene verslaat de biljartende dwerg Edgard, de ongekroonde koning ,in het tapbiljart.

Van Dievel sluit af met de indrukwekkende monoloog van Marie van Fons over de teloorgang van Fons, die verstrikt raakt in de viezigheid van Pierre Jacobs, en de hand aan zichzelf slaat omdat hij de schande niet kan verdragen, omwille van zijn gebrek aan beheersing van zijn aandriften.

De hoofdstukjes worden afgewisseld met “De gazetten”. Krantenberichten en feitelijke verhandelingen over de arrestatie van van Eijken en het proces, die een goed licht werpen op de gang van zaken bij een proces voor het hof van assisen.( Het assisenhof is een rechtscollege samengesteld uit een volksjury, een begrip dat in Nederland niet bekend is.)

Vergis u niet, dit is een rauw boek, niet te categoriseren. Een roman met fictieve personen, gebaseerd op waar gebeurde criminele feiten, en zeker geen streek- of keukenmeidenroman of feel good boek. Dit boek met zijn mooie Vlaamse uitdrukkingen, zinnen en zinsconstructies, valt buiten mijn comfort zone, en is gelezen op aanraden van Vlaamse leesvriendinnen. Een mooie tip, waar ik jullie dankbaar voor ben. Of van Dievel de Vlaamse ziel heeft geraakt of vertolkt, kan ik niet beoordelen. Hij is zeer zeker een formidabele verteller. Hij doet denken aan Hugo Claus en Louis Paul Boon.

Vierenhalve ster.

NB. Mazout is ABV voor stookolie, maar ook te verkrijgen aan de bar, als een cocktail van ¾ deel bier en ¼ deel cola. Het is maar dat u het weet.

Jac Claasen.

Jac las: IJsmoord-Fred Vargas*****

VARGAS_IJsmoord_WT.indd

 

Fred Vargas – IJsmoord:  4,5 of 5 sterren?

Fred Vargas, pseudoniem van Frédérique Audouin-Rouzeau, (Parijs, 7 juni 1957) is een Franse historicus, archeologe en schrijfster. Als pseudoniem voor haar boeken koos ze de naam “Fred Vargas”, Fred is de afkorting van haar naam Frédérique, terwijl ze met Vargas hetzelfde pseudoniem koos als haar tweelingzus Joëlle, die als schilder werkte onder de naam Jo Vargas. Eind jaren 80 begint ze met het schrijven van politieromans, waarvoor ze de term “rompol” lanceerde, een samentrekking van “roman policier”. Haar eerste roman Les Jeux de l’amour et de la mort verscheen in 1986. Hiermee won ze al meteen dat jaar de Prix de roman policier du Festival de Cognac. Een hoofdpersonage in verschillende van haar romans is politiecommissaris Jean-Baptiste Adamsberg.

Vargas is archeozoöloge en geschiedkundige van opleiding, en is gespecialiseerd in dierlijk gebeente. Later ging ze naar het Pasteur Instituut, als eukariotisch archeologe

(Bron: Wikipedia)

Beschouwingen over het boek:

Marie-France vangt Alice Gauthier van 33bis op toen ze viel bij haar wandeling van 30 meter naar de postbus, en vermijdt zo dat ze dodelijk letsel oploopt. Alice wordt afgevoerd naar het ziekenhuis, en Marie-France post na tot maximaal zeven bedenkingen te hebben geteld, de brief. Enkele dagen later overlijdt Alice. Zelfmoord, de twijfels zijn groot. Alice, een kordate gepensioneerde lerares wiskunde, met de haren gewassen ’s ochtends en met parfum op. “Het was geen zacht eitje.” En een mysterieus teken achterlatend op de zijkant van de badkuip. Dit wordt een zaak voor commissaris Adamsberg en inspecteur Danglard

Adamsberg, de commissaris die nooit nadenkt, en er alleszins andere vreemde gewoonten op nahoudt. Zo laat hij nooit de kans onbenut om door het gras te lopen, ondanks de bolletjes kleefkruid die zich vastmaken aan de stof van zijn broek, een bewijs volgens zijn korpschef dat hij nooit een normaal niveau van beschaving had bereikt.

De moorden leiden naar een archaïsch gezelschap genaamd “Vereniging ter Bestudering van de Geschriften van Maximilien Robespierre.” Ja, de Robespierre van het schrikbewind, terreur en de guillotine, de advocaat uit Arras, uiteindelijk onder dezelfde guillotine aan zijn eind gekomen, waarna een 15 minuten durend gejuich losbrak. Het illustere gezelschap speelt de geschiedenis na ten tijde van de Franse Revolutie, met als gevolg verbluffende psychologische veranderingen, zelfs pathologische uitwassen tot gevolg hebbend.

De ontwikkelingen in het onderzoek naar inmiddels vier moordzaken hebben een reis naar IJsland tot gevolg, naar een groot stuk rots, een rots in de vorm van een vos met  vossenogen. De afturganga, de mythische kracht, de dode geest van het eiland, ontbiedt hem. De gift is een uiterst schokkende revelatie. De achtergebleven verwarde gelederen behoeven een strakke teugel. Het moorden blijft doorgaan. Een vijfde slachtoffer. Politiecommissaris Jean-Baptiste Adamsberg moet de onrust en rebellie stoppen en de moorden oplossen. Maar hoe?

Conclusie:

Kunt u het bovenstaande af en toe niet plaatsen? Geen nood. De illustere brigade van de commissaris ook niet. Op een zeker moment zijn de bizarre en contrasterende karakters het spoor bijster. Zelfs Danglard. De chaotische denkwijze van Adamsberg vertolkt dit als volgt: ” Ideeën komen altijd uit het water. Maar ze gaan weer weg als je praat.”

Het boek van Vargas bevat weer vele mooie uitspraken. Laat ik me beperken tot de volgende zin. “Angsten, die voortwoekeren in twijfel, zoals champignons in een kelder, kunnen alleen worden verdreven door kennis van de feiten”.

Testimonials op de cover, een teken van intellectuele armoede, luiheid en verdorvenheid van de uitgever en veelal een bron van irritatie, zijn in dit geval terecht. Joris Luijendijk verwoordt het in een knoepert van een gemeenplaats: ” Fred Vargas is een feest om te lezen”. Dit bevestig ik met zeer grote instemming. Een voorbeeldje. Adamsberg is met gezwinde spoed onderweg naar de oplossing, als hij wordt aangehouden door twee dienstkloppers. Praten en delibereren helpt niet. Zijn rijgedrag is twijfelachtig en hij moet blazen. Positief zegt het blaaspijpje. De afloop mag u zelf lezen.

Bent u geïnteresseerd in de de Franse revolutie in het algemeen en in Robespierre ” De Onomkoopbare” in het bijzonder, dan is IJsmoord helemaal een echte voltreffer.

Vargas zet een uitermate boeiend verhaal neer, spelend in het heden, met sterke wortels in het verleden, spelend in Parijs, met vertakkingen naar het eiland Grimsey in IJsland. De lezer van de werken van Fred Vargas zal dienen te beschikken over een grote mate van affiniteit jegens het absurdisme en het ongerijmde. Laat u niet van de wijs brengen door de aparte schrijfstijl – dat is slechts een kwestie van tijd, alles went ( zelfs een vent, hoor ik hier en daar mompelen op de achtergrond) –  noch door de grote hoeveelheid aan personages en de op het oog verwarrende scènes in de nagespeelde bijeenkomsten van  de Assembleé. Hetzelfde geldt voor de mensen van zijn brigade, met hun speciale fysieke of mentale eigenschappen, hun gedragingen ,overpeinzingen en gedachtespinsels. Het leidt slechts tot verhoging van de leesvreugde. Zelfs de kat ontkomt niet aan eigenaardige gedragingen.

De ontknoping is, naast spannend,zeker fraai. Met enige weemoed leg ik het boek weg. Dit is het tweede boek van Fred Vargas dat ik ter hand heb genomen en zeker niet het laatste. Hulde aan Rosa Pillé en Nini Wielink voor de in de ogen van een leek niet gemakkelijke vertaling. De Franse titel Temps glaciaires is door de uitgever misleidend en onterecht verdraaid in de ordinaire titel IJsmoord. Een in alle opzichten foute titel. De toelichting hierop laat ik ter wille van de leesbaarheid en de spoilers achterwege.

De waardering:

De chaos blijft voortduren. De negen van een docent is vierenhalve ster of toch, afgerond, vijf sterren?

Jac Claasen.

Jac las: De Fluisteraar-Karin Fossum****

De Fluisteraar.jpg

Karin Fossum, geboren als Karin Mathisen (Sandefjord, 6 november 1954) is een Noorse schrijfster van misdaadthrillers.

Reeds als tiener begon ze met het schrijven van poëzie. Op haar twintigste verscheen er een dichtbundel van haar die goed ontvangen werd. Haar tweede bundel kreeg echter vrij veel negatieve kritiek, en dit was de reden waarom ze een hele poos stopte met schrijven. Karin Fossum heeft daarna als alleenstaande moeder vele jaren in verschillende instellingen en ziekenhuizen  gewerkt. Een bron van levenservaring en mensenkennis die veel van haar psychologisch inzicht verklaart.

(Bron: Wikipedia)

Het boek: samenvatting en de conclusie

Ragna Riegel is 44 jaar oud en werkt bij een winkel waar allerlei goedkope spulletjes verkocht worden. Zij leidt een eenzaam en teruggetrokken bestaan. Zij is een vrouw die houdt van  controle over haar leven, en dat doet door vaste patronen en rituelen aan te houden. Een van haar diepste gevoelens is de wens om niet gezien te worden, om niet op te vallen. Zij is mager en kleurloos; “Zij was geen schoonheid had de spiegel haar ingewreven en ze had haar hoofd gebogen en dit geaccepteerd.”

Ragna ontvangt een envelop met een vel papier met daarin de woorden JE MOET STERVEN. Het begin van een serie simpele dreigbrieven.  Wie bedreigt haar in hemelsnaam?  Ragna heeft geen stem meer. Er is iets mis gegaan bij een kleine operatie aan haar keel, waarbij haar stembanden voor altijd zijn verwoest. Op haar hals ligt het litteken te kloppen, open en bloot. Ze kan alleen nog maar fluisteren.

Rechercheur Konrad Seger, de vaste hoofdpersoon in boeken van Karin Fossum gaat haar ondervragen over een misdaad die zij gepleegd heeft. De lezer wordt lang in het ongewisse gelaten over wat er gebeurd is. De gesprekken van Seger met Ragna Riegel zijn fascinerend. Seger kan goed luisteren, zelfs naar een fluisteraar. Hij  is een rechercheur met groot psychologisch  inzicht, en dringt langzaam door in de grotten van haar geest. De conclusie is niet verbazingwekkend, de reis er naar toe is dat wel.

Wij maken kennis met haar teloorgang, haar angsten en  gevoelens, haar verwrongen geest die  geen onderscheid meer weet te maken tussen dag en nacht, diezelfde geest die  maakt dat haar lichaamssappen in hersenen en ruggenmerg verharden tot een trage rivier van vloeibare cement. De lichamelijke en geestelijke aftakeling gaan hand in hand, een loeiend hete kachel of de ijzige koude op het kerkhof, zij heeft er geen besef meer van. Haar eigen kleine wereld is gekrompen, het besef van tijd, dag en nacht is weg.
Zij heeft een zoon die op 17 jarige leeftijd uit huis vertrokken is, geen afscheid genomen heeft en de vaste wil heeft om nooit meer terug te keren. Zij heeft fantasieën over haar zoon, hoe hij er ziet, over zijn functie als directeur van een groot hotel in Berlijn. Elk jaar stuurt hij een kerstkaart. De lijn tussen moeder en zoon  bestaat nog, maar is dun en breekbaar. In de briefwisseling wordt veel duidelijk.

Een misdaadverhaal waarbij de dader vanaf de eerste letter vaststaat en waar het er meer om gaat te achterhalen wat de motieven zijn geweest van diezelfde dader. Karin Fossum laat het verhaal op een heerlijk, langzame manier volop tot bloei komen. Haar taalgebruik is meeslepend vertaald door Lucy Pijttersen. Door het ontbreken van een duidelijk spanningslijn en een explosief slot, zal dit boek niet iedere thrillerfan aanspreken. In een sobere en ingetogen stijl weet Karin Fossum ook dit keer te overtuigen.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: De derde stem-Cilla & Rolf Börjlind*****

Derdestem

Cilla en Rolf Börjlind

De beide schrijvers/echtgenoten zijn de meest gevierde scenarioschrijvers van Zweden. Hun crimeseries en -films worden gekenmerkt door sterke plots, maatschappelijk engagement en charismatische personages die worstelen met levensechte conflicten. De Börjlinds zijn verantwoordelijk voor maar liefst 44 films voor bioscoop en tv, waaronder 26 Martin Beck-films en de Arne Dahl verfilmingen. Ze schreven tevens de scenario’s voor diverse tv-series. Als geen ander weten ze dus hoe ze met een spannend verhaal de lezer aan de bladzijden gekluisterd moeten houden. Hun thrillerserie over Olivia Rönning en Tom Stilton verschijnt in dertig landen. Het eerste deel, Springvloed, bewerkten ze tot 10-delige tv-serie. De Derde stem is het vervolg op Springvloed.

( Bron: https://www.awbruna.nl/auteur/cilla-en-rolf-borjlind/)

Plot

Deel twee in de reeks rond Olivia Rönning en Tom Stilton draait in den beginne  om twee moorden.

Bengt Sahlmann, werkzaam bij de douane, wordt midden in de kamer, hangend aan een haak in het plafond, dood aangetroffen. Zelfmoord zo lijkt het. Al snel is duidelijk dat er sprake is van moord. Nabij de Zuid-Franse stad Marseille wordt het in stukken gesneden lichaam aangetroffen van een vrouw, een blinde vrouw zal later blijken. Abbas, die we nog kennen uit Springvloed, als de uiterst gesloten en verminkte Franse crimineel met een rugzak vol ellende, wil dat Tom en hij alleen meegaat naar Marseille om een zaak op te lossen. Een zaak uit het verleden. In de stad waaraan hij traumatische herinneringen had overgehouden, waar hij zowel fysiek als psychisch was mishandeld.

De twee hoofdlijnen komen op een ingenieuze manier bij elkaar. Olivia, niet meer gemotiveerd om haar politie opleiding af te ronden, volgt een ander spoor dan de recherche. Maar de moordenaar weet dat Olivia er aan komt.

Conclusie

Ik heb het woord ingenieus gebruikt. Dat is niet misplaatst. In het 380 blz. tellende boek vinden enkele honderden scenewisselingen plaats. De invloed van hun vakmanschap als scenarioschrijvers blijkt uit dit verbazingwekkend knap geconstrueerde plot.

Rolf  Börjlind zegt daarover: “Het is opvallend dat de structuur van Springvloed en De derde stem ongelooflijk doordacht is. Alle personages, alle details hebben een betekenis. Niets of niemand komt zomaar in beeld.” Rolf: “Een goed verhaal is als een kaartenhuis. Als je één kaart weghaalt, stort het hele huis in. Een misdaadverhaal is per definitie complex, dus heeft het geen zin om onnodige voorvallen te beschrijven of personages op te voeren die verder geen rol van betekenis voor het verhaal hebben. Dat is niet gemakkelijk.” (Bron https://www.hebban.nl/artikelen/interview-cilla-rolf-borjlind/ )

De derde stem leest als een warmgelopen diesel, de lezer wordt wel verzocht het stuur goed vast te houden en goed bij de les te blijven. Het grote thema in dit tweede deel is dat van de wraak.

Tom Stilton heeft de woedende behoefte om zijn plek weer in te nemen in deze wereld, om alle verloren tijd in te halen. De aan lager wal geraakte rechercheur wil die zak van een Rune Forss aanpakken. Hij is op weg terug. En ook Abbas wil wraak, wraak op de moordenaar van een blinde vrouw. Het gedeelte van het boek dat in Marseille speelt is erg sfeervol. De beide auteurs hebben met groot genoegen de misdadige, mediterrane sfeer beschreven.

Rolf en Cilla  hebben in deze thriller een volwaardige (bij)rol ingebouwd voor de kwaadaardige multinationals en andere vrije markt partijen die zorg voor zieken en ouderen voornamelijk zien als bron van winstmaximalisering en waarbij geen enkele empathie met de patiënt aan de orde is. De patiënt is een lopende pinautomaat, die zoveel mogelijk winst dient te genereren. Het fraaie van dit plot is dat deze maatschappelijk ongewenste uitwassen overduidelijk in beeld komen. Niet als hoofdlijn maar als onderdeel van de bedding waarin het verhaal zich afspeelt. Dat geldt tevens voor  de opvang van zwervers en de bizarre uitwassen van de porno-industrie.

Dit boek is gelezen na de eerste twee delen van Springvloed op tv  gezien te hebben. Gezien de seriesamenhang ware het beter geweest eerst de 10-delige serie af te kijken. Het aantal spoilers is beperkt. Ook goed te lezen als stand alone.

Dit is een voortreffelijke, onbetwiste vijfsterren thriller. De spanningsboog is hoog en latent aanwezig. Het boek zakt nergens in, vele snel wisselende scènewisselingen, is intelligent geschreven en de dialogen zijn meeslepend, to the point en naturel. We maken kennis met nieuwe spelers Luna, Muriel en ook Mette komt weer volop in beeld. Daarnaast zijn er vele kleine zijlijntjes, die hier verder niet aan bod komen maar wel er toe bijdragen dat de eretitel vijf sterren terecht kan worden toegekend.

Zwarte dageraad (deel 3) en Wiegelied ( deel 4)  schuiven duidelijk naar boven op mijn leeslijst.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Jac las: 24 Dagen-Guillaume Musso***

24dagen

Guillaume Musso – 24 dagen ***

Guillome Musso.

Guillaume Musso (1974, Antibes) was als kind al vaak te vinden in de bibliotheek, die door zijn moeder bestierd werd. Als student begon hij te schrijven. Zijn fascinatie voor de Verenigde Staten leidde er toe dat hij, 19 jaren oud, naar New York verhuisde. Hij had diverse baantjes o.a. ijsverkoper en woonde en werkte samen met andere werknemers met verschillende culturele achtergronden. Daarna keerde hij terug naar Frankrijk, zijn hoofd vol met ideeën voor romans. Hij behaalde een graad in een economische studie en begon les te geven.

In 2004 publiceerde hij zijn eerste roman: Et après. Met dit boek vestigde hij zijn naam als schrijver. In Frankrijk werden meer dan 1 miljoen exemplaren van dit boek verkocht. Zijn boeken zijn vertaald in 36 talen.

( Bron: http://www.guillaumemusso.com/)

Plot.

Het motto van de proloog is duidelijk. Arthur Costello zit op de rand van de bovenste matras van de dubbeldekker en zijn vader, Frank, zegt hem te springen. Hij zal Arthur opvangen. Arthur springt en Frank Costello doet een stap achteruit. De kleine Arthur komt hard en pijnlijk op de houten vloer terecht. “Je moet niemand vertrouwen in dit leven” zegt Frank. “Niemand”. Het waarom wordt later duidelijk.

In 1991 erft Arthur Costello  van zijn vader 24 Winds Lighthouse, een vuurtoren met een aangebouwde woning en de bijhorende grond op twee voorwaarden. Het onroerende goed mag nooit verkocht worden en moet altijd binnen de familie blijven. De tweede voorwaarde is mysterieuzer van aard. In de kelder bevindt zich een dichtgemetselde doorgang naar een andere ruimte. Deze doorgang mag niet opengebroken worden.

Het ligt voor de hand dat Arthur, zo gauw zijn vader uit de buurt is, begint te slopen. Hij stuit op een stalen deur. Op de deur een koperen plaat met een windroos met alle windstreken die in de oudheid bekend waren. Daaronder als waarschuwing een tekst in het Latijn “Postquam viginti quattor venti flverint, nhil jam erit”, “en”Na de vlaag van vierentwintig winden, zal niets overblijven.

Dan begint een strijd met een vijand die niet te bestrijden valt: de tijd. Eenmaal terecht gekomen in de kelder naast de kelder is er geen ontkomen mogelijk aan de vloek. Je komt terecht in een labyrint met verregaande consequenties voor de komende 24 jaren van je leven en vooral na het einde van deze periode, overeenkomstig de spreuk op de koperen plaat.

Conclusie.

Dit is de eerste roman die ik lees van Guillaume Musso. Het bovennatuurlijke en mysterieuze is in beperkte mate aanwezig. De in de ik-vorm geschreven roman bevat nauwelijks horror of fantasy en wat er is heeft voornamelijk betrekking op tijdsprongen. Naast de ik-persoon van Arthur, komt ook de ik-persoon van Lisa aan het woord. Arthur en Lisa vormen de hoofdpersonen in de liefdesrelatie, een relatie die gedoemd lijkt door de vloek. Musso weet te overtuigen in het verhalen van de ups en downs. Hij zorgt in de laatste 100 bladzijden voor een duidelijke versnelling in de waardering van het boek , met name  door de verhaallijn van het liefdesdrama dat zich aan het onttrekken is.

Musso is een fijne schrijver en weet veelvuldig de lezer te verrassen met op het oog simpele zinnen zoals bijv.

“Ik denk dat de vuurtoren een metafoor van het leven is. Een metafoor van het lot, beter gezegd. En tegen het lot kun je niet vechten”

“Om acht ’s morgens is elk leven in New York een roman”

“Door de aanslagen had ze een onlesbare honger naar het leven gekregen”

“Je kunt niet kiezen op wie je verliefd wordt”

Is dit een thriller? Maar zeer ten dele. De spanningsboog is latent aanwezig, maar overheerst niet. Er is nauwelijks sprake van een psychologische diepgang en uittekening van de karakters van de hoofdrolspelers. Toch leest het boek als een trein op stoom. De cover- een meisje dat over een houten brug naar een vuurtoren met aanbouw rent- is niet best wat kneuterig en doet onrecht aan de kwalitatieve inhoud van dit boek. De preoccupatie van de schrijver met de Verenigde Staten en met name New York is duidelijk merkbaar, met name beschrijvingen van straten, pleinen, winkels en mensen geven duidelijk sfeer aan het boek.

In het einde van het boek komt de gelaagdheid in dit boek naar voren. Let goed op de verschillende data in de kopjes om te begrijpen hoe het in elkaar zit. “De vloek van de vuurtoren” zou de ondertitel kunnen zijn, waarbij de relatie met fantasy en het mysterieuze zou worden aangegeven.

Drie sterren.

Jac Claasen.