Jac las: Natan Z. – Arjan Alberts *****

collage Natan Z

Over de schrijver en achtergrond:

De actualiteit heeft de inhoud van Natan Z. ingehaald.
Een paar recente nieuwsberichten:
– Nieuw bewijs zou in het voordeel zijn van Ernest Louwes, die is veroordeeld voor de moord op weduwe Wittenberg uit Deventer.
–  Het rapport over Michael P., de moordenaar van Anne Faber, is vernietigend. Organisaties die slecht met elkaar communiceren en niet goed informatie aan elkaar doorgeven. Fouten door een falend systeem. (lees bureaucratie)
– En de super intelligente moordenaar Natan Z., de man met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, lijkt die niet verdacht veel op Willem Holleeder?

Het komt allemaal aan bod in deze thriller.

Over het boek:

Het boek heeft twee verhaallijnen:

Suus heeft haar hele leven toegewerkt naar het moment waarop ze wraak kan nemen op Natan Z. Haar  moeder is het slachtoffer  geworden van deze zieke moordenaar. De dood van haar broertje, door dezelfde moordenaar, wordt afgedaan als bijkomende schade. Hoe ontzettend hard, cynisch en meedogenloos is dit.

Hannah de Graaf, thrillerschrijfster, heeft last van een writersblock en wordt door haar uitgever aan de kant gezet. Haar man Reinier de  Graaf is de advocaat van Natan Z., het megalomane monster. Zij duikt stiekem in het dossier van Nathan Z., zij wordt gefascineerd door Natan Z., zijn leven wordt haar bron van inspiratie. Zij trekt zich eenzaam en alleen, terug in een chalet, hoog in de Franse Alpen, om die thriller over Nathan Z. te gaan schrijven.

Een ding is zeker: Arjan Alberts, voormalig juridisch medewerker bij Justitie, en tot 2017 verantwoordelijk voor incidentonderzoek in gevangenissen en tbs-klinieken, heeft feilloos de tijdgeest aangevoeld, en dit verwoord in een donkere, naargeestige thriller, die bezwangerd is van spanning en onheil. Waarbij de door bezuinigingen geteisterde forensische instellingen, vaak ook  nog eens bemand/bevrouwd met (te) veel,  jong en onervaren personeel, een hoofdrol spelen als  broedplaats voor intriges en criminaliteit.

Daar blijft het niet bij. Erg opmerkelijk is de tirade van Antea Longo, de zus van de Italiaanse Antea Longo, die door Natan Z. vermoord is. Zij haalt keihard uit naar de macho, op roem en bekendheid beluste strafrechtadvocaten met hun grote ego’s, die net zo rot zijn als de daders. Alles bij elkaar een goed onderbouwd staaltje maatschappijkritiek, vrij uniek voor een Nederlandstalige thriller, tegen de achtergrond van een juridisch systeem waar veel goed gaat, maar waar door Alberts de vinger wordt gelegd op een aantal zaken die verkeerd gaan. De gevolgen voor de maatschappij zijn groot.

Een meer dan uitstekend debuut. Uitstekende karakters, nagelbijtende spanning en een snelle scènewisseling, prachtige beschrijving van machtige en onheilspellende grootsheid van de Alpen. Kritiek? Jazeker. Er zitten een aantal passages in het boek die het alleen al  waard zijn om verder uitgewerkt te worden in een tweede thriller of een prequel. En het ontbreken van humor, in dit geval harde humor, grappen of oneliners, die gezien het milieu waarin het verhaal zich afspeelt, voor de hand liggen. Tevens zijn de relationele verhoudingen niet of nauwelijks uitgewerkt.

Tot slot, het einde zit fabuleus ingenieus in elkaar. Het zal nog veel stof tot discussie opleveren. Edoch, het klopt als een bus. Maar het wordt je als lezer niet gemakkelijk gemaakt. Even puzzelen dus. Goed gedaan Arjan.

Voor het eerst in lange tijd weer vijf sterren voor een Nederlandstalige thriller.

Jac Claasen.

Jac las: Bloedspoor – Louise Boije af Gennäss ***1/2

Bloedspoor 2

“Hier klopt iets niet. Hier klopt iets niet. Hier klopt iets niet’.
Er gebeuren vele vreemde zaken rond Sara, het plattelandsmeisje uit Örebro, dat als bij een sprookje uit duizend-en–een-nacht terecht komt in een baan en leven vol luxe en glamour  in Stockholm, zaken die niet verklaard kunnen worden. Regelmatig gaan alle bellen rinkelen en springen bij Sara de seinen knerpend en gillend op rood. De lezer wordt in een alertfase geworpen. Met deze drie simpele zinnetjes weet de auteur bij de lezer binnen te dringen. Er ontstaat een gevoel van spanning.

Na de dood van haar vader ontdekt Sara honderden mappen met documenten en krantenartikelen. Allen doofpotzaken waarbij bepaalde belangengroeperingen uit de top van politieke en zakelijke establishment er voor zorgen dat onderzoeken stopgezet worden. Het draait om seks, geld en macht. Het zal eens niet zo zijn..Wie wat doorklikt op Google, komt terecht in deze niet zo frisse wereld, waarbij de naam van de later vermoorde premier van Zweden, Olof Palme, veelvuldig in beeld komt. Terecht of onterecht.

In feite is het centrale thema vriendschap en vertrouwen. Wie kan ik vertrouwen in het dagelijks leven, en kan ik als burger de overheid vertrouwen? Waarom wordt er zoveel geheim gehouden in Zweden, en in de doofpot gestopt? Of is er iets aan de hand met de rechtschapenheid van de Zweedse maatschappij, is die  niets meer dan een hardnekkige illusie? Louise Boije af Gennäss is niet mals met haar kritiek op de Zweedse samenleving en het ter sprake brengen van vele maatschappelijke issues.

De plot zit uitstekend in elkaar. Jammer van die soapachtige, oppervlakkige schrijfstijl, met lege poppen met lege karakters, virtuele dooddoeners, waar de Chablis altijd koud staat in de koelkast bla bla bla.. De potentie van het boek is daardoor de nek omgedraaid.

Daar komt bij dat de ik-vorm bij een thriller de auteur in de meeste gevallen direct op een achterstand zet. De beperkingen zijn groot, en je moet van goede huize komen om daar boven uit te komen. Louise Boije af Gennäss is geen Jean-Christophe Grangé.
De cliffhanger is ijzersterk. Of ik het vervolg ga lezen is twijfelachtig.

3,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Weerzin – Bernard Minier ****1/2

weerzin

Over het boek:

Weerzin speelt voor een groot gedeelte in 1993. Martin Servaz, is pas afgestudeerd van de politieacademie. De wereld ligt voor hem open: de beginneling met het lange haar gaat de wereld verbeteren, te beginnen bij de politie in Toulouse. Het idealisme botst met de keiharde werkelijkheid. In de zaak van de zusjes Alice en Amber Oesterman wordt bij de ondervraging een verdachte, de schrijver van duistere en erotische gewelddadige  thrillers, Erik Lang, door zijn collega’s  behoorlijk hardhandig tekeer gegaan. Servaz gaat daarin niet mee. De zaak lost zich overigens vanzelf op.

In 2018  wordt de vrouw van deze schrijver vermoord. Op een afschuwelijke, extravagante manier. Maar dat is niet wat Martin Servaz dwars zit. Er is één verbijsterend detail, een overeenkomst die niet toevallig kan zijn met de opgeloste moordzaak van vijfentwintig jaar geleden.

Conclusie:

Na Een kille rilling (2011), Huivering (2012), Verduistering (2014) en Schemering (2017), is Weerzin (2019) het vijfde deel van de ondertussen al weer relatieve nieuwkomer in de thrillerwereld: Bernard Minier. Relatief als je vijf prachtige thrillers weet te schrijven in 7 jaar tijd? Niet meer natuurlijk, Minier behoort tot de gevestigde grootmachten, en is in Frankrijk een beroemdheid

Vanaf Een kille rilling acteert Bernard Minier op een hoog niveau. Het zijn een aantal factoren die maken dat deze auteur boven de meeste van zijn collega’s uitsteekt. In de boeiende schrijfstijl van een groot verteller, wisselen duistere hoofdpersonen af met  de apocalyptische dreiging die uitgaat van de Pyreneeën met zijn donkere hoge bergen, kliffen en rotsen, de vries- en sneeuwkou, de huilende koude wind. Maar ook de vele dialogen, reflecties, beschouwingen, verhandelingen en meningen over tal van zaken die niet direct met de oplossing van het onderzoek te maken hebben, maar duidelijk het leesplezier aanmerkelijk verhogen.

Weerzin is niet van hetzelfde kaliber als de vier voorgaande delen. Met name het ontbreken van een rol van betekenis voor Juian Hirtmann, zijn zenuwslopende tegenstrever, werkt remmend op de spanning. Ook de wilde natuur komt wat minder aan bod. Het is ietsje pietsje minder. De plot is ingenieus en fantasierijk. Het slot spannend. Geen vijf sterren zoals de voorgaande vier delen, maar

4,5 ster.

Jac Claasen.

Jac las: Prooi – Deon Meyer ***1/2

Prooi

Deon Meyer heeft met de ‘Bennie Griessel’ reeks een reeks ijzersterke thrillers geschreven. Duivelspiek, 13 uur, 7 dagen, Cobra en Ikarus hebben niet alleen gemeen dat ze nagelbijtend spannend zijn, maar vooral dat het enorm mooie Zuid-Afrikaanse landschap veelal als decor dient voor de misdaden die de Eenheid Ernstige Delicten van het Direktoraat vir Prioriteits-Misdaadondersoeke, beter bekend als de Valken, probeert op te lossen. Daar komt bij dat de couleur locale zeer charmante kanten heeft door het gebruik van vele Afrikaanse namen.

In Prooi is dat nauwelijks het geval. En dat is een gemis. Na Ikarus was het vier jaren wachten op een nieuwe Bennie Griessel. De vreugde om het weerzien met Vaughn Cupido, Mbali Kaleni, Mooiwillem Liebenberg en de rest van het integere en onkreukbare team is groot. En daar draait het om: integer, niet omkoopbaar.

Het mooiste woord van het jaar moet wat mij betreft ‘staatskaping’ worden. Daar draait het allemaal om in dit boek. Meyer omschrijft dit als volgt: verregaande corruptie op regeringsniveau, waardoor bedrijven en andere omkopers het regeringsbeleid ( mede ) bepalen. Google maar eens op ‘Gupta broers Zuid-Afrika’. Een ander aspect waarom de boeken van Deon Meyer zo interessant zijn, betreft de gevolgen van het opheffen van de apartheid en de gevolgen daarvan voor het functioneren van de SAPS ( South African Police Services).

Deze inleiding is nodig om aan te geven dat Prooi één grote aanklacht is van Deon Meyer tegen het machtsmisbruik, nepotisme en corruptie in dit mooie land. De auteur verpakt dit in een thriller met een boodschap derhalve. In een tweetal verhaallijnen wordt dit alles uitermate gedoseerd op de lezer los gelaten. De ingenieuze en fraaie plot, heeft wel wat weg van een koude-oorlog-spionage-thriller van bijv. John le Carré, waarbij achter elke spion weer een andere spion klaar stond  om de eerste af te knallen mocht hij of zij in de fout gaan.

Maar met vermelding van de zeer goede plot is het gedaan met het noemen van de mooie kanten van deze thriller. Het boek is mij enigszins tegengevallen. Een wel om twee redenen. Na de flitsende start, verzanden de verhaallijnen. Meyer schrijft te gedetailleerd en omstandig. Dat kan in bepaalde situaties een bepaalde leesflow genereren, in dit geval duurt het te lang. Met als gevolg te weinig opbouw van spanning. Met West-Europa, Nederland en Frankrijk , als belangrijke plaatsen van handeling, is Zuid-Afrika helaas te weinig in beeld. De connecties met Nederland zijn volop aanwezig. Van het Rijksmuseum waar het schilderij van Jan Mostaert hangt van ‘Christophle le More’ tot ‘ Ma belle amie’ van de Tee-set.

3,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Blonde Dolly – Tomas Ross****

BlondeDolly

Blonde Dolly was een prostituee die op 30 oktober 1959 door een misdrijf om het leven is gebracht. De dader staat voor 99,9% vast. Haar dood is omgeven door tal van raadsels, want Sebilla Johanna Alida Niemans was werkzaam onder de namen Zwarte Molly en Blonde Dolly en was geen standaardprostituee. Iemand met twee gezichten. Beschikbaar achter het raam en dan vijftien of twintig arbeiders en de armoedzaaiers afwerkend, maar ook werkzaam in de luxe hotels en villa’s voor de diplomaten, zakenmensen en politici. Daar is zij de mevrouw van goede komaf, die goed gekleed, haar talen spreekt, van opera en theater houdt, en zich moeiteloos in de hoogste kringen beweegt. Een Dolle Mina en ZZP’er avant la lettre, economisch zelfstandig – zij heeft haar pooier uitgekocht – en vermogend, welgesteld.

Tomas Ross heeft een tijdsdocument geschreven over die late jaren vijftig. Talloze feitjes en weetjes worden over de lezer uit gestrooid. Het is bijzonder amusant hoe er gedacht werd over Jan Cremers (een prutser) en over ene K. Appel. Ross mengt fictie met realiteit ( faction). Zijn boeken zijn uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Het raadsel van de onvrijwillige dood van Blonde Dolly wordt door Ross verklaard met een theorie die net zo goed is als iedere andere. Hij klinkt logisch. Het levert een mooie thriller op, zijn beste in jaren. WO II en met name  de Velser affaire levert de basisstof op voor de diverse verhaallijnen. Af en toe speelt het toeval een (te) grote rol. In dit boek is de spaghetti aan gebeurtenissen goed overzienbaar en amusant. Verwacht van Ross geen psychologische diepgang van de hoofdpersonen.

Vier sterren.

Jac Claasen.

Jac las: Kind 39 – Ilaria Tuti****

kind39ilariatuti

Over het boek:

Bij het voorbijflitsen van de titel in onze groep, was de eerste gedachte en dat zijn meestal de beste : als kinderen rugnummers hebben in plaats van namen, dan denk je als simpele lezer maar aan een ding: een totalitair regime is bezig met een bizar broedprogramma. Het bekendste voorbeeld is Lebensborn. In 1935 startte SS-leider Heinrich Himmler het programma Lebensborn (Levensbron). Het doel was om kinderen met het juiste Arische uiterlijk, met blauwe ogen en blond haar, op te voeden tot de toekomstige leiders van het Duitse rijk. (Bron:Wikipedia).

Of is er een of andere nutty professor aan de gang? Enfin, het ligt gelukkig allemaal een beetje genuanceerder in dit boek. Het verhaal begint in Oostenrijk, 1978, duister en onheilspellend met de argeloze Magdalena Hoos die gesolliciteerd heeft bij een weeshuis. Je weet als lezer dat het eerste hoofdstuk betrekking zal hebben op gebeurtenissen die later zullen plaats vinden. En jawel, de schrijfster maakt een sprong naar het heden. In een afgelegen vallei wordt een lijk ontdekt, een man, ontkleed. Er volgen nog een paar slachtoffers. Het is volstrekt onduidelijk wat het verband is tussen de doden, het motief en wat de dader bezielt. Commissaris Teresa Battaglia leidt het onderzoek. Teresa is een wat oudere vrouw, die kampt met overgewicht en diabetes. Teresa is verreweg de meest interessante figuur in het boek.

Conclusie:

In een poëtische en empathische schrijfstijl voert de schrijfster ons mee , diep in de geest van Teresa, maar ook die van de moordenaar, die in zekere zin ook als slachtoffer gezien kan worden. De plot is een ongeloofwaardig rariteitenkabinet. De warme en serieuze schrijfstijl van de auteur overstemt dit met gemak, maar laat geen ruimte voor wat humor of een relativerende oneliner. Tuti haalt er Freud nog bij met wat opmerkingen over de oermens, maar het draait toch vooral om de reis door de geest bij Teresa en de moordenaar. Met recht een psychologische thriller, waarin in navolging van Bernard Minier, de wrede en machtige natuur een tweede hoofdrol speelt.

Ik miste wat scherpte, met name in de dialogen tussen Teresa en de nieuwe inspecteur Massino Marini. Tevens zijn er vele vraagtekens te zetten bij de hoofdrolspelers. Het ligt voor de hand dat een vervolg antwoord geeft op deze vragen.

Tot slot. Waarom moest de mooie, mysterieuze titel Fiori sopra l’inferno wat zoiets betekent als Bloemen boven de hel vertaald worden in het botte Kind 39?

Jac Claasen.

Vier sterren.

Een van de betere thrillers met hetzelfde thema is in 1976 geschreven door Ira Leven: The boys from Brazil. Twee jaar later indrukwekkend verfilmd.

Jac las: DNA-Yrsa Sigurdardóttir****

dna

De vorm is klassiek. Een gebeurtenis uit het verleden is van verregaande invloed op het leven en dood van een aantal mensen vele jaren later.

IJsland 1987.

Het eerste hoofdstuk heeft een zeer donkere en tragische ondertoon. Er heeft iets verschrikkelijks plaats gevonden. ‘De toestand van deze kinderen gaat ons inbeeldingsvermogen te boven’ zo is vastgesteld door deskundigen.

Drie kinderen, het meisje is 1 jaar en de broers drie en vier jaar,worden uit elkaar gehaald en in diverse adoptiegezinnen geplaatst. Haast onopgemerkt worden door  Sigurdardóttir allerlei suggesties gewekt, relaties uit de doeken gedaan of vermoed, aanwijzingen gegeven en achtergrondinformatie verstrekt. De lezer slaat dit op. Hij of zij weet immers dat er wat te gebeuren staat.

IJsland 2015.

Elísa Bjarnadòttir wordt op een gruwelijke wijze vermoord door een indringer, doodgemarteld in haar eigen slaapkamer. De zoontjes, Stefán en Bsrdúr, rennen op blote voeten de straat op waar een buurvrouw ze opvangt en alarm slaat. Margrét, het dochtertje, wordt totaal versteend onder het bed gevonden waar ze zich verstopt had. Karl Pétursson is radioamateur en ontvangt op een korte golf band een IJslands nummerstation dat uitsluitend reeksen cijfers uitspuugt. Een reeks cijfers vormt zijn burgerservicenummer. Een andere code behoort toe aan de hem onbekende jonge vrouw Elísa Bjarnadòttir. Kort daarop volgt een tweede moord. Ástrós Einarsdóttir, een 65 jarige gepensioneerde lerares biologie, wordt op een vreselijke manier om het leven gebracht. Hudar Jónas  onervaren en onvoorbereid ,wordt omhoog geparachuteerd om de zaak op te lossen. Zijn team bestaat verder uit de androgyne Erla en de saaie en goed gesoigneerde Ríkhardur

Conclusie:

Yrsa Sigurdardóttir heeft een heldere, transparante, maar ook wijdlopige schrijfstijl. De plot zit goed in elkaar. Het verhaal begint indrukwekkend, maar zakt behoorlijk in als het onderzoek niet vordert. Dit wordt gedeeltelijk opgevangen door wat relationele ontwikkelingen, maar vooral door de tragikomische gebeurtenissen rond Karl en zijn vrienden. Karl vindt van zichzelf dat hij een miserabel leven leeft, met zijn even miserabele vrienden: de stomme Halli en de idioot Börkur, drie contactgestoorde losers bij elkaar, die moeizaam hun weg moeten zien te vinden in de grote mensen maatschappij. Het boek kent een beperkte spanningsboog. Maar de geweldige manier waarop de ontknoping in elkaar zit verdient alle lof. De karakters zijn goed uitgezet, vooral van Hardur, Freya de psychologe van het opvangtehuis en Karl en zijn vrienden. De dader komt wat minder uit de verf.

Opvallend is dat de stereotiepe oude brombeer als rechercheur, die we kennen uit talloze series, vervangen is door een onzekere jonge vent, die nog veel moet leren. Zeker als hij de door hem in de steek gelaten een-nacht-vlinder onverwacht tegenkomt in het onderzoek en met haar moet samenwerken.

Vier sterren.

Jac Claasen.