Samen met Saskia Jansen Storyteller: De mooiste woorden die ik ooit gehoord heb

Storyteller

 

Mijn schoonvader is afgelopen dinsdag overleden. Hij woonde al enige jaren in een verzorgingstehuis. Menig mens krijgt een naar gevoel bij het woord verzorgingstehuis, en ik was daar een van, maar dit verzorgingstehuis heeft mij een ander gevoel gegeven.

Mijn schoonvader leed aan de ziekte van Alzheimer. Sommige dagen was hij redelijk helder en kon je nog wel een aardig gesprekje met hem voeren, op andere dagen kwam er geen zinnig woord uit. Vroeger was hij niet altijd even lief en behoorlijk autoritair, de laatste tijd was hij voornamelijk heel emotioneel. Dat was best rot om te zien. En eng ook. Het idee dat je dit kan overkomen vind ik persoonlijk een nare gedachte, en het maakt dat ik nog meer van mijn leven wil genieten nu dit nog mogelijk is. Hoe afgezaagd het ook klinkt, maar je moet echt nu leven.

De dag voor het overlijden van mijn schoonvader at ik mee in het tehuis. Hij leefde in een soort woongroep met een gezamenlijke woonkamer en keuken. Wel had hij een eigen slaapkamer. Het verzorgend personeel van zijn unit is fantastisch, geweldige vrouwen die geboren lijken te zijn voor dit werk. Ze hebben mijn schoonvader geweldig verzorgd en ook voor ons waren ze buitengewoon vriendelijk.

Terwijl twee vrouwen in de open keuken andijviestamppot aan het klaarmaken waren stond ik in de woonkamer wat om mij heen te kijken. Aan de lange tafel zaten zes mensen te wachten totdat de borden opgediend zouden worden. Een van de mannen aan tafel was een vriend van mijn schoonvader, hij zag er intens verdrietig uit, wetende dat zijn maatje in dit huis niet lang meer te leven had. Hij wilde niet meer naar mijn schoonvader toe, hij kan namelijk niet omgaan met veranderingen door zijn ziekte, dan raakt hij in paniek. Verder zag je niets aan hem. Als je niet beter zou weten dan had je je afgevraagd wat deze nog betrekkelijk jonge man hier deed.

Na het eten kreeg een grijze kleine mevrouw met extreem fleurige kleding een tabletje aangereikt van de verpleging. Ze keek naar het witte tabletje in haar hand en vroeg argwanend waar het voor was. “Dat is een tabletje voor uw suiker”, zei de verpleegster vriendelijk en glimlachte geruststellend naar haar. “Suiker? Heb ik suiker?”, vroeg de bejaarde vrouw hoogst verbaasd. Ik grinnikte zachtjes. De vrouw die het eten had gekookt stond naast me en fluisterde zachtjes in mijn oor dat ze iedere avond weer verbaasd is dat ze suiker heeft. De bejaarde vrouw keek nog even met een diepe frons in haar voorhoofd naar het tabletje en stopte het toen met haar rimpelige handen in haar mond, ze nam een slokje water en zei toen bloedserieus: “Wanneer hebben jullie dat ontdekt dan? Ik kan me niet herinneren dat iemand ernaar gekeken heeft.”

De verpleegster legde haar kalm en vriendelijk uit wanneer en hoe dit allemaal ontdekt was. De vrouw boog zich toen voorover en riep hard naar de man aan de andere kant van de tafel; “Ik heb suiker.” “Beter dan zout”, antwoordde hij zonder op te kijken van zijn bakje blanke vla. De vrouw haalde haar schouders op en zei dat dat inderdaad erger zou zijn.

In het midden van de tafel zat een vrouw in een rolstoel. Ze had nog geen woord gezegd en keek wat schichtig om haar heen. Ze leek heel oud, als ik het zou moeten schatten zou ik denken dat ze al ruim in de negentig zou zijn. De fleurig geklede bejaarde vrouw vroeg aan mij of ik de moeder was van de vrouw in de rolstoel. Ik moest hardop lachen maar verder lachte er niemand. Alle bejaarde hoofden keken afwachtend naar mij. “Nee, ik ben niet haar moeder, ik ben de schoondochter van Bul.” Ik keek even naar de vriend van mijn schoonvader die bij het horen van zijn naam direct somber naar zijn lepel bleef kijken. “Oh jammer dat je niet haar moeder bent want ze is nieuw hier en ze voelt zich nog niet zo op haar gemak. Ik dacht dat je haar misschien wel zou kunnen zeggen dat het hier leuk is.” De oude vrouw in de rolstoel keek me eventjes aan en leek ook teleurgesteld dat ik haar moeder niet was. Het hele tafereel ontroerde me.

De volgende dag overleed mijn schoonvader en samen met mijn man, schoonzus en de kinderen hebben wij hem gewassen, aangekleed en in zijn kist gelegd. Het was emotioneel maar toch ook mooi om dit met zijn allen te doen. De kist werd afgesloten en met zijn allen rolden wij hem de slaapkamer uit richting het woongedeelte. Daar vormden zijn medebewoners een erehaag, ze waren doodstil. Via de grote aula van het tehuis reden we hem naar buiten. Zowel bewoners als personeel als bezoekers stonden allemaal op terwijl wij met de kist langsliepen. Mijn hart brak. Zoveel oude mensen die de kist nakeken en hoogstwaarschijnlijk dachten aan hun eigen einde. Dit tehuis is voor iedere bewoner een eindpunt, ooit dragen ze je naar buiten.

Ik huilde voor mijn man, maar ook voor alle mensen die hier zo respectvol langs de zijlijn stonden. Oude mensen die hun leven geleefd hebben, die geen grote toekomstplannen meer hebben, die om de zoveel tijd afscheid nemen van een medebewoner. Op dat moment voelde ik plotseling spijt, spijt dat ik hier niet dagelijks naartoe ben gereden. Gewoon om even een kopje thee te drinken, en een verhaaltje te vertellen, even zijn hand vasthouden om te laten weten dat hij niet alleen is.

Wij hebben het druk en als iemand erg in de war is voelt het soms zinloos om ernaast te gaan zitten, maar nu pas besef ik dat dat nooit zinloos is. De tijd gaat zo snel, voor je het weet is je leven voorbij of dat van iemand waar je om geeft. Ik voel me rot. Rot omdat wij altijd zoveel moeten. Werken, haasten, vliegen, stress. En de dingen die echt belangrijk zijn schieten er daardoor vaak bij in. Ik heb uren doorgebracht op Facebook, die tijd had ik ook kunnen besteden aan mijn schoonvader, of aan mijn kinderen. Ik heb direct al mijn social media verwijderd. Ik wil niet meer de hele tijd boven mijn schermpje hangen om te zien wat honderden mensen doen waar ik uiteindelijk weinig mee op heb. Of me ergeren aan tientallen goedbedoelde adviezen.

Ik heb in het verzorgingstehuis de beste raad ooit gekregen van een hoogbejaarde man. Hij zag mij en mijn gezin en pakte mijn hand, hij keek me aan met oude lieve ogen en zei; “Het enige wat belangrijk is in dit leven, is dat je je eigen tuintje onderhoudt.”

En dat zijn de mooiste woorden die ik ooit gehoord heb.