Samen praten met: Liesbeth Jochemsen

liesbeth

Via Nienke Pool kwamen wij in contact met Liesbeth Jochemsen, auteur van De verdwenen prinses van Geografie welke zij uitgaf in augustus 2016. Toen als self-pubber maar dit jaar werkt ze voor haar nieuwste boek Het goud van de Gelaarsde Kat samen met Godijn Publishing en het initiatief BOEK10. Tijd om wat vragen te stellen natuurlijk!

Het interview:

1: Wie is Liesbeth? Kan je jezelf voorstellen in 3 zinnen?

Mijn naam is Liesbeth Jochemsen, geboren in Zeist in 1987, getrouwd, werkt als laborant en woonachtig in Olst. Ik hou van schrijven (dûh) en lees graag historische romans en fantasy. Ik kan goed alleen zijn, wat ook van pas komt tijdens het schrijven, aangezien ik van teveel achtergrondlawaai raak afgeleid.

2: Waar komt de liefde voor het schrijven vandaan?

Nog voordat ik kon lezen en schrijven, verzon ik al verhaaltjes. Toen ik op school leerde dat meerdere letters achter elkaar een woord vormen, meerdere woorden achter elkaar een zin en wat je daar allemaal mee kunt doen, wist ik dat ik later schrijver wilde worden. Het is denk ik iets dat altijd in mij heeft gezeten. In de loop der jaren wilde ik van alles worden, van archeoloog tot de journalistiek, maar de wens om te schrijven is altijd gebleven. Toen ik naar de middelbare school ging wilde ik maar 1 ding: schrijver worden. En bij de overgang naar het MBO was dat niet veranderd. Omdat ik destijds pas 15 was en tussen jaren vaak pas vanaf 17 jaar waren, en ik geen idee had wat ik dan wilde worden, werd het nog best lastig om wat anders te vinden.

Schrijven is iets dat ik altijd ben blijven doen en ik heb thuis schriften en mappen vol met korte en langere verhalen, sommigen van 2 A5-jes vol met hanenpoten en spelfouten, anderen uitgetypt van zo’n 50 bladzijden en alles ertussen.

3: Je tweede boek komt bijna uit. Is dat net zo spannend als het eerste boek?

Ik voel me enorm trots dat mijn tweede boek, Het goud van de Gelaarsde Kat, op 9 december uitkomt. Dit boek is een los te lezen vervolg op mijn eerste boek. Het is voor het eerst dat een boek van mij bij een reguliere uitgeverij uitkomt, en dat is echt een droom die uitkomt! Omdat mijn eerste boek, De verdwenen prinses van Geografie, is uitgebracht via een POD- uitgever (Printing On Demand, een boek wordt pas gedrukt als het verkocht is en je moet alles zelf doen) is het niet echt met elkaar te vergelijken. Mijn eerste boek had ik af, ik publiceerde het en deed (en doe nog steeds) zelf de promotie. Voor mijn tweede boek heb ik al een lijst met aandachtspunten gekregen wat betreft spelling, taalgebruik en interpunctie en daarna moet de eindredactie nog … Omdat ditmaal de uitgever veel voor mij doet, ook wat betreft promotie, is dit weer heel anders. Ik denk al met al dat het de tweede keer spannender is, maar dan vooral omdat ik voor het eerst bij een reguliere uitgever zit en ik soms nog steeds niet kan geloven dat het echt waar is.

4: Wie of wat inspireert je tijdens het schrijven?

Mijn grootste inspiratie tijdens het schrijven zijn sprookjes. De verdwenen prinses van Geografie is bijvoorbeeld gebaseerd op het verhaal van Doornroosje en in Het goud van de Gelaarsde Kat komen ook weer tal van sprookjes voor. Daarnaast laat ik me soms ook inspireren door mythen en legenden.

de verdwenen prinses

5: Je eerste boek is Fantasy, lees je dat zelf ook graag? Zou je ook een ander genre willen schrijven?

Zelf lees ik voornamelijk historische fictie en fantasy, maar daarnaast lees ik ook feelgood romans, oorlogsboeken, waargebeurde verhalen (liefst met happy end) en historische biografieën. Eigenlijk lees ik alles wel, alleen thrillers hou ik niet zo van. Het lijkt me ook leuk om een keer historische fictie te schrijven, hoewel je daar natuurlijk goed onderzoek voor moet doen en dat wat lastig wordt met een fulltime baan. Bij fantasy kan je lekker alles zelf verzinnen, al moet je wel opletten dat alles geloofwaardig blijft en je jezelf niet gaat tegenspreken. Maar dat geldt denk ik voor elk verhaal.

6: Hoe is de samenwerking met BOEK10 tot stand gekomen?

Via Facebook was ik al verschillende keren in aanraking gekomen met BOEK10 van Godijn Publishing. Het leek me ontzettend leuk en gaaf om daaraan mee te mogen doen. Op hun website staat dat je manuscript gereed moet zijn voor eindredactie en minimaal 60.000 woorden moet tellen. Op dat moment moest ik nog ongeveer een derde van Het goud van de Gelaarsde Kat schrijven en zat ik pas aan de 45 000 woorden. Ik verwachtte niet dat ik die 60 000 zou halen, hoewel het mij geregeld overkomt dat ik voor een nieuw hoofdstuk tekst heb voor een halve bladzijde, wat uiteindelijk soms wel 10 bladzijden wordt. Ik besloot om eerst verder te schrijven, eerlijk gezegd ook een beetje uit spanning. Maar BOEK10 bleef lokken en uiteindelijk heb ik Godijn Publishing een mailtje gestuurd met de vraag of ik mee kon doen met de editie van het najaar 2017 en wat daarvan de deadline was. Binnen enkele dagen moest ik een beslissing nemen en daarna had ik enkele weken om Het goud van de Gelaarsde Kat af te schrijven, wat uiteindelijk gelukt is.

7: In De verdwenen prinses van Geografie gebruik je een soort “eigen” taal, Emme en Eppe (moeder en vader), hoe kom je daar op?

De ik-persoon uit De verdwenen prinses van Geografie, heeft het vaak over haar moeder. Ik vond “mijn moeder” of “mamma” een beetje kinderlijk en heb gezocht naar een alternatief. Via Google Translate heb ik zowel “moeder”als “mamma” vertaald in tig talen. Uiteindelijk zag ik een vertaling die “emme” luidde. Vraag me niet welke taal dat was, dat ben ik vergeten. Emme werd toen mamma/ moeder in mijn boek. Omdat in emme de m van mamma zit, besloot ik dat eppe, met de p van pappa, dan pappa/ vader moest betekenen. En een samenvoeging van die twee, empe, werd dus ouder. Zet overal een s achter en je krijgt het meervoud en met bijvoorbeeld groot ervoor krijg je een grootemme oftewel grootmoeder. Verder spreken mijn personages gewoon Nederlands, dat is wel zo makkelijk.

8: Je schrijft in de samenvatting op Hebban dat jezelf de prinses van topografie bent. Wat vind je leuk aan topografie?

Deze vraag snap ik niet helemaal. De samenvatting op Hebban is geschreven vanuit het ik-perspectief van de hoofdpersoon. Dit ben ik dus niet zelf, maar het is prinses Dorarosa. Ik weet niet of ik met haar wil ruilen, lees De verdwenen prinses van Geografie maar en beslis zelf of je dat wel of niet ziet zitten.

Ik denk niet dat Dorarosa erg van Topografie houdt, waarom niet kan ik hier niet zeggen.

Ik ben nooit goed geweest in topografie en ben nog steeds niet goed in kaart lezen.

In mijn boeken zijn Topografie en Geografie trouwens landen. Ik was op zoek naar twee namen voor twee buurlanden, toen ik een programma op tv zag. Hierin moest iemand topografische vragen beantwoorden, waarbij de deelnemer steeds geen idee had van waar iets lag. Op een gegeven moment vroeg iemand haar: “jij weet ook niets van topografie, hè?” Waarop zij antwoordde: “Topografie? Is dat een land?” Op dat moment had ik mijn eerste naam voor een land. De naam Geografie vond ik daar goed bij passen en dat werd de naam voor het andere land.

Wie interesse heeft in een (gesigneerd) exemplaar van De verdwenen prinses van Geografie, mag mij een pb sturen. En ook als je alvast een (gesigneerd) exemplaar van Het goud van de Gelaarsde Kat wil bestellen. Wist je trouwens dat je bij de boeklancering daarvan aanwezig kunt zijn? Zie http://www.godijnpublishing.nl/galerij-en-webshop/toegangsbewijzen/boek10-2017-9-december/ voor meer info.

Ik wens iedereen veel leesplezier.

De interviewer was een beetje een waailap en had de samenvatting op Hebban verkeerd begrepen.  Maar gelukkig geeft Liesbeth een duidelijke uitleg en weten we hoe het zit. Natuurlijk willen we Liesbeth bedanken voor haar tijd.

Ennnnn binnenkort komt er nog meer leuks aan dankzij Liesbeth met betrekking tot De Verdwenen prinses van Geografie……. So stay tuned!!

Over De verdwenen prinses van Geografie:

Hoi,

Ik ben Alice. Onlangs vond ik een brief van mijn emme, dat betekent moeder in onze taal. Zij was prinses van ons vroegere buurland. Toen ze, als gevolg van een vloek, na honderd jaar slapen wakker werd, was alles anders. Met hulp van prins Hamlet probeert zij met een andere identiteit een nieuw bestaan op te bouwen. Wanneer hij ontdekt dat zij zwanger is, stuurt hij haar weg. Ze komt bij de zeven zussen terecht, waar ze mijn eppe, dat betekent vader, ontmoet. Hij is ook slachtoffer van een vloek. Om hem te bevrijden moet ze haar ware identiteit bekend maken. Voor velen is de verdwenen prinses van Geografie slechts een legende. Maar anderen hebben wellicht nog wraakgevoelens vanwege de gevolgen die haar verdwijning had. En wil prins Hamlet wel dat mijn eppe weer normaal wordt?

Hoe het allemaal is afgelopen lees je in dit boek, waarin ikzelf ook een belangrijke rol speel.

Groetjes van Alice Trijntje Jacoba,

prinses van Topografie.

 

Samen praten met Bronja Hoffslag!

Bronja

Weten jullie nog dat wij af mochten trappen bij de Blogtour van P.I.D.? Nee? Klik dan de meer dan enthousiaste recensie van onze Karin nog even aan via deze link:

Blogtour-Karin las: P.I.D. -Bronja Hoffschlag*****

En dan mochten wij ook nog eens een vragenrondje doen met deze veelzijdige auteur!! Whooooooo 😀

Het interview:

1: Na eerder verschenen thrillers nu een roman. Vanwaar de ommezwaai?

Het was een beetje een samenloop van omstandigheden. 2014 en 2015 waren echt tropenjaren. Met het schrijven en mijn kantoorbaan werkte ik zeven dagen per week 12 tot 15 uur per dag en dat gaat je opbreken. Mijn vitamine D waarden waren op een gegeven moment zo laag dat de huisarts dreigde me te laten opnemen. We hebben brand gehad onder ons huis, waarbij we gelukkig net op tijd wakker werden gemaakt door een van de hondjes. Anders hadden we het niet eens kunnen navertellen. Toen we daar een beetje van waren bijgekomen, overleden in een paar maanden tijd drie van onze huisdieren. Alles bij elkaar was het teveel en ik belandde in het voorjaar van 2015 in een depressie. Ik rondde nog wel De Skinner Methode af, maar daarna heb ik maanden in een zwarte tunnel gezeten. Zodra ik daar een beetje uit begon te krabbelen, wilde ik gewoon heel graag back to basics: schrijven alleen voor mezelf, zoals het was toen ik aan De Dode Kamer werkte en niemand wist wie ik was. Gevoelsmatig kon dat alleen met een project waar niemand het bestaan van afwist. In december 2015 ben ik P.I.D. gaan schrijven, hoewel ik toen nog niet had bedacht dat het een roman zou worden. Ik kies het genre altijd pas als een manuscript af of bijna af is. In dit geval paste roman beter dan (psychologische) thriller, hoewel die invloeden er wel in zitten.

2: De eerste recensies voor P.I.D. zijn lovend (ook die buiten de Blogtour) hoe spannend was en is dit na de successen van de thrillers voorafgaand aan P.I.D.?

Ja, echt super! Ik ben helemaal blij. Recensies zijn altijd spannend. Ik denk niet dat dat ooit verandert. Misschien wordt het juist per boek alleen maar spannender, omdat je als auteur wilt groeien en dan natuurlijk niet van je lezers wilt horen dat je eerste boek meteen het beste was. Je hoopt natuurlijk altijd dat je lezers zien hoeveel tijd, research en bloed, zweet en tranen er in een boek zitten.

Hoffschlag

3: Wat is je eigen connectie met The Beatles?

Behalve dat ik archiefdozen vol research over ze heb, verrassend weinig. Uiteraard staan hun platen in de verzameling en ze worden ook wel gedraaid. De Beatles hebben veel muziek gemaakt die ik goed vind, maar ik ben geen fan.

4: Elk personage wist wat los te maken en wist indruk te maken. Zaten deze personages vooraf al in je hoofd of ontwikkelden deze zich ook tijdens het schrijfproces?

De belangrijkste personages in dit boek zijn gebaseerd op bestaande personen, dus de blauwdruk was er in dit geval al voor een groot deel. Het was voornamelijk een kwestie luisteren, observeren en analyseren. Dat had ik al jaren gedaan voordat ik begon met het schrijven van dit boek, dus ik kende de karakters door en door toen de eerste zin op papier kwam. Het was even zoeken naar het juiste vocabulaire voor ieder personage, omdat mijn informatiebronnen allemaal Engelstalig zijn. Daarvoor heb ik uit mijn directe omgeving geput. De echte ‘Beth’ bijvoorbeeld, deed me qua karakter en lichaamstaal een beetje aan mijn oma denken, dus zij praat in het boek zoals mijn oma deed.

5: Dat hier de nodige research aan vooraf ging was wel duidelijk, petje af. Hoe ontstond P.I.D. en hoe lang heeft het geduurd voor het af was?

Het basisidee stamt uit de zomer van 1999. Ik was in Engeland op een feestje. Door een kennis werd ik voorgesteld aan een oude man die daar ook was, en die in de jaren ’60 en ’70 als bodyguard voor de Rolling Stones had gewerkt. Hij vond het leuk dat ik als zeventienjarige geïnteresseerd was in zijn oude werk en hij had veel te vertellen. Op een gegeven ogenblik kwam het gesprek op de Beatles en vroeg hij me of ik wist dat Paul McCartney een bedrieger was. De echte Paul zou zijn overleden bij een auto-ongeluk in november 1966 en vervangen door een lookalike. Het was een bizar verhaal dat me niet meer los liet. Vanaf dat moment heb ik ruim 16 jaar af en aan research gedaan. In december 2015 ben ik eindelijk begonnen met schrijven en 15 maanden later was het af, dus alles bij elkaar heb ik er bijna 18 jaar aan gewerkt.

6: Je bent ook tekstschrijver voor de metalband Burning. Hoe anders is dit en is dit goed te combineren? ( Lezen ze je boeken ook? *grinnik* )

Songteksten schrijven is een vak apart en heeft nauwelijks raakvlakken met boeken schrijven. Sowieso moet de tekst in het Engels zijn, het moet rijmen en je moet een volledig verhaal vertellen in ongeveer 3 minuten. Het is prima te combineren met al mijn andere werk, omdat het relatief heel weinig tijd kost. ‘Razors and Reasons’ schreef ik in twintig minuten. Bij ‘Anthem of the Lost Souls’ duurde het langer, omdat het een conceptnummer is van 13 minuten waarin drie losse liedjes zitten, spoken worden terugkerende instrumentale delen. Het laatste gedeelte stond al, dus ik moest een begin en middenstuk schrijven dat bij dat einde paste. Als ik mijn tekst heb ingeleverd, gaat de band repeteren, touren en opnemen, maar daar heb ik natuurlijk allemaal geen werk aan. Het is eigenlijk een ideale situatie voor mij: ik maak alle leuke dingen van dichtbij mee, ik heb totale vrijheid qua teksten en iemand anders gaat in de spotlight staan. En het zijn hartstikke fijne gasten om mee te werken. Het zijn niet allemaal lezers, maar zanger Hugo Koch en zijn vrouw Ellen lezen mijn boeken altijd. Hugo vroeg me als tekstschrijver toen hij Snuff had gelezen.

7: Welk boek van eigen hand ben je zelf het meest trots op?

Toch op P.I.D.. Gedurende mijn research heb ik heel mooie en bijzondere mensen leren kennen en ik ben er trots op dat zij mij het vertrouwen hebben geschonken om hun verhaal te mogen vertellen.

8: Als je schrijft is dat dan in complete rust of mag er een muziekje opstaan?

Er is niets dat mij zoveel afleidt als complete rust. Ik moet muziek op hebben staan, anders word ik afgeleid door ongeveer ieder geluidje in huis. Met vijf huisdieren en een man is er altijd wel iemand die geluid maakt. Om me af te sluiten heb ik altijd een koptelefoon met muziek op en staat mijn bureau tegen de muur, zodat ik niet naar buiten kan kijken. Daarnaast gebruik ik muziek om mijn personages vorm te geven. Ze hebben allemaal een eigen soundtrack, die past bij hun karakter. Het helpt me om me in te leven en te voelen wat zij voelen.

9: Wat kunnen we in je eigen boekenkast vinden?

Mijn eigen boekenkast is heel divers. Ik heb een heel brede interesse en lees ook heel breed, helaas alleen niet meer zo veel als ik zou willen. Ik heb heel veel werk van de Beat Generation-schrijvers, zoals Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William S. Burroughs en rijen vol met typische hippie-literatuur, zoals Herman Hesse. Verder voornamelijk klassieke literatuur van all over the world, boeken over psychologie en biografieën over mensen uit de muziekindustrie, seriemoordenaars, it-girls van de jaren ’60 en ’70 en iedereen die ik verder interessant vind. En ik heb 1 zielige rij thrillers en fantasyboeken. Nu moet ik er wel bij zeggen dat ik alleen boeken bewaar die ik ooit wil herlezen of die sentimentele waarde hebben. De meeste geef ik weer weg als ik ze uit heb.

10: Je hebt met je man een eigen uitgeverij, hoe moeilijk is dat te realiseren?

Het kost veel tijd en het is hard werken, maar zolang je dezelfde visie en een duidelijke taakverdeling hebt is het goed te doen. Sinds 2015 worden we bijgestaan door Natasja, die ons veel werk uit handen neemt.

11: Als je een co-auteur zou mogen kiezen, wie zou dat dan zijn en waarom?

Als ik heel eerlijk ben: niemand. Ik ben geen teamspeler wat schrijven betreft. Mijn man en ik zijn onze uitgeverij begonnen, zodat ik nooit te maken krijg met mensen die zich bemoeien met de inhoud van mijn boeken en ik mijn volledige artistieke vrijheid heb. Ik heb ook geen meelezers, zoals veel collega’s wel hebben. Zolang ik aan een manuscript werk, is het van mij en blijft iedereen er heel ver bij uit de buurt, totdat de laatste versie precies is zoals ik hem wil hebben. Mijn redactie houdt zich alleen bezig met typ- en taalfouten. Inhoudelijk bemoeien ze zich nergens mee. Als je meelezers en een redactie al niet trekt, moet je al helemaal niet aan een co-auteur beginnen.

12: Bij ons in de groep wordt graag een wijntje gedronken tijdens het lezen. Wat is jouw favoriete drankje tijdens het lezen en/of schrijven?

Ik drink eigenlijk alleen koffie en water, in de zomer soms ijsthee. Alcohol drink ik bijna nooit. Ik heb fibromyalgie en chronische hoofdpijn, en als ik alcohol drink of veel suiker binnenkrijg heb ik meer pijn, dus dat vermijd ik zoveel mogelijk.

Een hele dikke dank aan Bronja voor haar persoonlijke en te leuke antwoorden!

Zijn we weer heel trots oftewel trost op! 🙂

Samen praten met: Michiel Geurtse!

Michiel

Onze Karin las Piet Kreel is nog wel en mede daardoor mochten wij auteur, columnist Michiel Geurtse een paar vragen stellen. Te leuk natuurlijk! Heb je Karin haar recensie gemist? Klik dan de volgende link even aan:

Karin las: Piet Kreel is nog wel-Michiel Geurtse***1/2

Over Michiel:

Piet Kreel is nog wel is de debuutroman van auteur Michiel Geurtse, beter bekend als columnist onder het pseudoniem MichielZiet. Deze geboren en getogen Tukker schrijft zijn columns onder andere voor Fok.nl, het tijdschrift Schik en voor zijn website www.MichielZiet.wordpress.com.

Het interview:

1: Kun je jezelf beschrijven in 5 woorden?

In vijf woorden? Poeh! Uhm… Creatief, Impulsief, Dromer, Chaotisch, Luisterend.

2: Je schrijft al langer columns en korte verhalen en nu dan een roman. Waarom heb je die stap genomen? Was dat altijd al een droom?

Een aantal jaar geleden heb ik een Young Adult Fantasyboek geschreven. Mijn allereerste boek dat helaas nooit is uitgegeven. Dat was mijn grote droom. Een eigen boek. Destijds kwam ik erachter hoe lastig het wel niet is om iets uitgegeven te krijgen, maar vooral om iets te schrijven wat kwalitatief goed is over de gehele linie. Eigenlijk zette ik destijds de stap naar verhalen in de realiteit, en korte verhalen/columns om te leren schrijven met een persoonlijke tintje. Eerlijk is eerlijk: ik wilde ook een grotere doelgroep bereiken dan alleen fantasy. Hoewel hier nog steeds mijn leeshart ligt. Gaandeweg kwam ik erachter dat dit mij veel beter lag, en mensen mijn columns leuk vonden. Toen kwam de droom van mijn boek weer om de hoek kijken. Ik had een schrijfwedstrijd gewonnen voor korte verhalen over een zekere Piet Kreel en zijn wel en wee. Ik won. Een illustratrice vroeg of zij een illustratie mocht maken bij het verhaal, en tja, toen begon ik wel weer te denken aan een boek. Met Piet Kreel. De droom werd voortgezet.

3: Is Piet Kreel gebaseerd op een bestaand persoon?

Nee. Piet Kreel is een verzonnen persoon. Wel heb ik vaak de vraag gekregen of Piet bij mij in de buurt woonde. Dat vond ik wel een groot compliment! Wanneer je toch een licht vergelijk moet maken. Mijn inspiratiebron in beginsel was Meneer Foppe van Wim de Bie. Hij zou de buurman van Piet kunnen zijn. Haha.

4: Zit er veel van Michiel zelf in de hoofdpersonage?

Ja! Zonder meer. Ik denk niet dat je een karakter kunt schrijven zonder er iets van je zelf in te leggen. Zo hebben de belangrijkste bij-personages ook iets van mij in me. Tom Kreel, een kleine rol, zou mijn alter ego kunnen zijn. Hij gaat ruim aan bod komen in deel 2. (Ja, ja, er komt een deel 2 om even te teasen).

5: Hoe vinden we je al schrijvend? In complete stilte of?

Het hele huis kan instorten en dan nog kan ik schrijven! Hihi. Door mijn omstandigheden als mantelzorger heb ik vaak te maken met een dynamische omgeving. Oftewel: lawaai en gedonder. Ik heb me aangeleerd om in een soort bubbel te zitten, waar ik soort van eigen stilte creëer. Vereist is wel dat er een goede muziekzender aanstaat, of anders iets moois op mijn platenspeler. In mijn boeken speelt muziek een belangrijke rol en dat heb ik dan in de werkelijkheid ook graag.

6: Op je website zien we dat je van Fantasy houdt. Kunnen we daar ook ooit een boek over verwachten of blijf je bij de romans?

Zoals gezegd heb ik een Young Adult Fantasy boek geschreven: Thalius en het boek der Goden. Zeer enthousiast ontvangen door de testlezers, helaas nooit opgepikt door een uitgever. Misschien wel leuk om eens een totaal onbekende fantasyliefhebber van jullie site het manuscript eens te laten lezen? Terugkijkend begrijp ik wel dat het boek niet uitgekomen is. Ik was toen een stuk minder ver dan nu. Wel ben ik trots om te vermelden dat ik met dit boek derde werd in een manuscriptenwedstrijd, en met twee korte verhalen in twee fantasy boeken ben beland. Komt er ooit nog een fantasyboek? Zeg nooit, nooit, maar voorlopig richt ik me mijn columns en romans.

7: Lees je zelf ook veel en welke boeken kunnen we in je kast vinden? Heb je een favoriete auteur?

Ik ben een echte wurm! Ik lees zelfs de achterkant van een fles glorix! Mijn boekenkasten puilen uit aan diversiteit. De fantasy voert uiteraard de boventoon. Onder andere mijn favoriete schrijvers in dit genre: Feist, Weis and Hickman en Maryson. Verder lees ik veel Nederlands werk, van columnisten tot romans. Op dit moment lees ik veel Martin Bril en Heleen van Royen. Maar ook Berk, Dijkshoorn, Carmiggelt en natuurlijk Herman Finkers! Voor de rest heb ik veel boeken over cabaret/komedie, muziek (met name Queen) en geschiedenis.

8: Je schrijft ook toneelstukken. Hoe anders is zo’n schrijfproces?

Ja, bij een boek probeer je omgevingen te laten zien, emoties te laten voelen middels omschrijvingen en beschrijvingen. Bij toneel heb je in principe een podium waarom alles moet gebeuren. Je hebt een aantal karakters en zij moeten het verhaal vertellen/spelen. Je schrijft eigenlijk een grote conversatie tussen deze mensen. Tussen haakjes geef je dan gemoedstoestanden weer die de spelers moeten tonen, en hoe ze moeten lopen op het podium. Wanneer gaan ze af en komen ze op e.d. Je denkwijze is dan ook altijd alsof je zelf op het podium staat en de speler bent. Zo schrijf je ook. Gelukkig speel ik zelf toneel en mag sinds dit jaar regisseren. Dat scheelt een stukje met schrijven. Ik schrijf ook nog toneel voor een groep mensen met een beperking voor de Klup Twente. Dit geeft nog een extra moeilijkheidsgraad mee dat je rekening moet houden met niveau per speler. Dat je bijvoorbeeld iemand die zich moeilijk verbaal kan uiten geen lappen tekst geeft.

9: We horen wel eens dat auteurs “bang” voor recensies zijn, had/heb jij dat ook?

Laten we eerlijk zijn, niemand wil graag een slechte recensie. Toch, mits deze goed onderbouwd is, kan je er ook een hoop van leren. En nog eerlijker: goede recensies leiden hopelijk naar goede publiciteit en verkoop van je boek. Want dat is wat iedere auteur graag wil: dat zijn boek veel gelezen wordt. Tot nu toe heb ik het geluk nog geen negatieve recensies ontvangen te hebben. Nog geen reden om bang te zijn. En dan nog: heb je tien goede en een slechte, tja, dan heeft die ene het misschien wel mis gehad. Maar heb je tien slechten en een goede. Nou ja, dan kun je je afvragen of je boek niet goed overkomt. Verder denk ik, als het werk echt niet goed is, dat een uitgever het dan ook niet zo snel zal uitgeven. Een heel lang antwoord voor wat ik eigenlijk zeg: Nee, ik ben niet bang. Haha.

10: Je bent bezig met een vervolg op “Piet Kreel” kan je ons daar al wat meer over vertellen?

Een tipje van de sluier? Dat kan. Deel 2 zal zich meer richten op Tom Kreel, de kleinzoon van Piet. Tom komt net uit een scheiding en probeert zijn leven weer enigszins vorm te geven. Hij denkt dat hij al over de scheiding is, maar door omstandigheden merkt Tom dat dit misschien toch nog niet helemaal zo is. Met zijn nieuwe vriendin Tess en zijn twee kinderen Babette en PJ (Piet Junior), probeert hij zijn leven weer op de rails te krijgen. Gelukkig heeft hij zijn opa Piet Kreel om hem af en toe een spiegel voor te zetten. Dan gebeurt er iets onverwachts. Kan Piet hem hier nog wel in helpen? En wanneer zijn broertje Freek ook nog onverwachtse spatzen heeft, dreig het emmertje aardig over te lopen. Een pittige roman vol dagelijkse werkelijkheid, flashbacks en uiteraard met muziek en humor.

PietKreel

Wij bedanken Michiel natuurlijk heel erg voor zijn tijd en de te leuke antwoorden (vooral voor dat tipje van de sluier! 🙂 …)

 

Samen praten met Mariska Overman!

Over Mariska:

Mariska Overman is eigenaar van een bureau dat de dood bespreekbaar maakt. Ze schrijft als columnist voor verschillende websites over rouw en dood. 13 april 2017 verscheen haar thrillerdebuut Hoofdzaak.

( Bron: http://www.crimecompagnie.nl )

Na het lezen van Hoofdzaak, dankzij Uitgeverij De Crime Compagnie, mochten wij Mariska ook een paar vragen stellen. Hoe tof!! En hoe snel kregen we de antwoorden terug. Dank, dank, dank en wat zijn ze leuk!!

Het interview:

1: Wie is Mariska? En waarom ging zij schrijven?

Ik ben 46, woon in Hengelo (Ov) met mijn man en twee kinderen (en bonuskinderen die er af en toe zijn) van 12 en 16. Ik heb samen met mijn man een bureau (Bureau MORBidee) dat de dood bespreekbaar wil maken. Dat doen we door creatieve producten te bedenken en campagnes te ontwikkelen. Ik heb theologie gestudeerd (hoewel ik niet gelovig ben), en ben docent levensbeschouwing en filosofie, al geef ik momenteel geen les meer. Ik begon op de lagere school met schrijven: korte verhaaltjes, gedichtjes en ik hield een dagboek bij. Later heb ik af en toe een poging gedaan een roman te schrijven, maar dat lukte niet zoals ik het wilde. Sinds een jaar of zes schrijf ik columns en blogs, over de dood en rouw, en af en toe een artikel in een vakblad. Al een paar jaar wilde ik een thriller gaan schrijven. Ik was erg benieuwd of me dat zou lukken. Ik wilde heel graag dat gevoel oproepen dat ik zelf als meisje had als ik een spannend verhaal las (met name van Stephen King).

2: Hoeveel van je werkervaring heb je in het verhaal gestopt?

Ik denk best veel. Ik heb een opleidingsinstituut opgezet bij een uitvaartonderneming, en in die tijd heb ik meegelopen met een overledenenverzorger, die me veel leerde over postmortale zorg. Die kennis heb ik gebruikt voor in het boek. Maar niet alleen de feitelijke kennis. Ik heb in die jaren gezien hoe gepassioneerd mensen werken in dat werkveld. Hoe ze alles op alles zetten om een overledene te verzorgen en toonbaar te maken voor een afscheid. Uit persoonlijke ervaring weet ik hoe enorm waardevol dat is. Ik hoop dat in het personage van Isabel die liefde voor dat vak terug te lezen is.

3: Hoofdzaak schreef je in drie maanden tijd. Dat is best heel snel voor een debuut. Gaat het volgende boek net zo snel?

Drie maanden is inderdaad snel. Achteraf ben ik er best verbaasd over. Maar het ging nu eenmaal als een trein. Het tweede boek lijkt ook snel te gaan. Ik weet niet of ik de drie maanden haal, maar het zal niet veel schelen vermoed ik. Inmiddels ben ik op driekwart van de eerste versie. Vanwege het schrijven van een kort verhaal, een lekkere zomerthriller, ligt het tweede boek even stil, maar zodra het korte verhaal af is, pak ik het weer op.

4: De presentatie is geweest, de eerste recensies staan online. Hoe spannend was het? Lees je elke recensie?

Heel spannend! Bij elke recensie die verschijnt voel ik de kriebels. Ik wist vooraf dat ik het spannend zou vinden, maar het blijkt in de praktijk nog spannender te zijn dan ik voor mogelijk had gehouden. Ik lees alle recensies. Eerst scan ik snel door de tekst, en dan lees ik het in zijn geheel. En iedere keer is er daarna de opluchting…

5: Was je vanaf het begin af aan van plan om in het tweede boek dezelfde hoofdpersoon te gebruiken? En kun je ons al wat meer vertellen over het tweede boek?

Ik was dat niet vanaf het begin van plan, maar wel vrij snel. Ik houd zelf wel van seriethrillers, zoals bijvoorbeeld Karin Slaughter of Camillia Lackberg dat doen, dus de gedachte aan een serie was aantrekkelijk. Tijdens het schrijven merkte ik snel dat ik de personages liever niet los wilde laten nadat het boek af zou zijn. Nu ik werk aan het tweede boek, merk ik dat ze nog dichter bij me komen te staan. En dat ze me blijven verrassen met de dingen die ze doen en zeggen. In het tweede boek, de werktitel is ‘Balans’, is Isabel opnieuw de hoofdpersoon. Ik kan er niet veel over zeggen, omdat ik dan mogelijk iets verraad over Hoofdzaak, maar er is uiteraard een moord, en Isabel wordt erbij betrokken. De moord is, net als in Hoofdzaak, luguber, en stelt o.a. Isabel voor een groot raadsel… Het verleden van Isabel en de gebeurtenissen uit Hoofdzaak spelen eveneens een rol in ‘Balans.’ Hoe gaat Isabel om met alles wat gebeurde?

6: Donna Tartt is o.a. je favoriet met De verborgen geschiedenis. Heb je ook nieuwere werken die je hart gestolen hebben?

O ja, absoluut! Ik heb recent Jo Nesbø ontdekt, dat vond ik geweldig. Erg blij werd ik ook van De Negendoder, een Duitse thriller die zich in Berlijn afspeelt. En HEX van Thomas Olde Heuvelt deed mijn hart ook sneller kloppen… Ik lees ook graag andere boeken dan thrillers. Op dit moment lees ik Het smelt van Lize Spit. Ik ben erg onder de indruk tot nu toe, ze schrijft prachtig!

7: Je schreef eerder columns en blogs, hoe anders is het schrijfproces van een boek? Zit er sowieso enige vergelijking in?

De enige duidelijke overeenkomst die ik voor mezelf kan vinden, is dat ik beide heel gevoelsmatig schrijf. Ik ga zitten en zie wel wat er komt. Ik heb gemerkt dat ik vooral op vertrouwen moet werken, en niet teveel moet willen bedenken voor ik daadwerkelijk ga schrijven. Een groot verschil tussen columns, blogs en een boek is wel dat ik voor een boek veel aantekeningen maak. Als ik dat niet doe ga ik van alles vergeten. Een ander groot verschil is dat een boek verzonnen is, de columns en blogs gaan over meningen en ervaringen. Hoewel ik uiteindelijk merkte dat zelfs in een volkomen fictief verhaal als Hoofdzaak, er toch veel van jezelf en je eigen leven in gaat zitten. In personages, in gebeurtenissen.

8: Als je schrijft is dat dan in complete rust of juist met achtergrondgeluiden?

Met muziek! In mijn dankwoord heb ik daar ook aandacht aan besteed. Muziek inspireert enorm. Ik luister soundtracks van series die ik cool vind, zoals The Walking Dead, maar ook naar mijn grote favoriet Ryan Adams. En tijdens het schrijven van Hoofdzaak heb ik het album Purpose van Justin Bieber grijsgedraaid. Tot grote vreugde van mijn dochter…

9: Een auteur kan niet zonder proeflezers horen wij wel eens, had jij die ook en kies je die zelf, of krijg je daarbij hulp van de uitgever?

Ik heb voordat ik mijn manuscript opstuurde drie mensen uit mijn eigen omgeving laten proeflezen. Ik wilde graag weten of het een goed verhaal was, niet te voorspelbaar, spannend genoeg, etc. De uitgever heeft vervolgens ook nog een aantal proeflezers erop losgelaten. En ja, dat is erg fijn. Het is eng en confronterend, maar erg zinvol. Een boek wordt er absoluut beter van.

10: Bij ons in de groep gaat lezen vaak in combinatie met een glaasje wijn, wat is jouw favoriete drankje tijdens het lezen en/of schrijven?

Herkenbaar! Althans, het hangt wel af van het tijdstip waarop ik schrijf of lees.  Overdag drink ik graag koffie erbij, maar in de avonduren mag er een wijntje of (Belgisch) biertje bij. Heerlijk!

Wij hebben met veel plezier dit interview gemaakt en Belgische biertjes keuren wij ook meer dan goed tijdens het lezen 😀  Ben je benieuwd naar Hoofdzaak? Klik anders even deze link aan naar onze recensie, vier en halve sterren it issss.

Corina las: Hoofdzaak-Mariska Overman****1/2

Samen praten met Felicita Vos!

felicita

Hadden wij pas geleden een te leuke recensie actie omtrent Spaans Bloed van Felicita Vos dankzij Uitgeverij De Kring, hebben we nu dus een te leuk interview met de schrijfster van deze heerlijke en indrukwekkende roman!

Spaans bloed juist

Over Felicita Vos:

Felicita Vos is dochter van een Roma-vader en een Nederlandse moeder. Haar schrijverschap kenmerkt zich door een grote maatschappelijke betrokkenheid. Haar non-fictieboek Blauwe haren, zwarte ogen (2008) gaat over de Roma-cultuur. In Addergebroed onderzoekt ze taboes als vrouwenhandel en darkrooms. Haar romandebuut Duivelsklauw (2014) beschrijft een bijzondere familiegeschiedenis waarin de Roma- en de Nederlandse cultuur botsen. Spaans bloed is op 9 maart verschenen.

( Bron: http://www.uitgeverijdekring.nl )

Het interview:

1: Wie is Felicita?

Ik ben dochter van een Nederlandse moeder en een Roma vader. Ik woon in het hart van Arnhem, een groene stad met veel parken en bos, maar ook heide in de omgeving. Ik voel een sterke maatschappelijke betrokkenheid, heb een onderzoekende geest en een open en nieuwsgierige houding naar de wereld om mij heen. Ik droom graag, maar ben ook een realist. Verder geniet ik ervan om samen met vrienden te eten, gezellig (voor mij vegetarisch) te tafelen, te filosoferen, maar ik houd ook van afzondering, rust en ruimte om te kunnen creëren.  Verder houd ik enorm veel van dieren. Ik geniet iedere dag intens van mijn twee windhonden Lilly en Hazel en mijn twee katten Gina en Olivia.

2: Waarom wou je schrijfster worden?

Ik kon al op vrij jonge leeftijd lezen, en verdween dan ook het liefst in verhalen die ik met mijn eigen fantasie kon inkleuren. Zodra ik de magie van het geschreven woord ontdekte, wist ik dat ik schrijfster wilde worden. Het geeft me de  kans om in een andere werkelijkheid, een ander leven te stappen, verhalen te vertellen waarmee ik iets wakker wil schudden, een andere horizon creëer, lezers even alles wil laten vergeten, meeneem naar onbekende oorden waarin ik ze in een andere werkelijkheid wil laten vertoeven.

3: Je schrijft verschillende genres, romans en non-fictie. Hoe anders is dan het schrijfproces?

Goede vraag! Ik werk heel gestructureerd, en heb zowel bij mijn non-fictie boeken als mijn romans vooraf een plan, en helder voor ogen waar ik heen wil. Het verschil zit hem voor mij in het feit dat het schrijven van non-fictie meer journalistiek van aard is. Het gaat meer om letterlijke feiten, en de lezer verwacht dat ik de waarheid weergeef. Het schrijven van een roman geeft mij veel meer vrijheid en niet de feiten, maar de verbeelding staat centraal. Het schrijven van een roman begint met een idee, iets wat ik  gezien of gehoord heb, en wat in mij gaat leven. Ik ga broeden op een verhaallijn, bedenk personages die ik vervolgens uitnodig in mijn leven, en een stem geef zodat het mensen van vlees en bloed worden. Ik besteed veel tijd aan research, maar ontkom er niet aan de veelheid aan informatie te kanaliseren in wat ik wil vertellen. Alles staat in dienst van het verhaal, de ritmiek van de zinnen, de melodie. In zekere zin zie ik een roman ook als een muziekstuk.

4: Zijn er nog andere genres die je zou willen proberen?

Ik voel mij enorm thuis in het schrijven van romans, en heb op dit moment niet de behoefte een ander genre uit te proberen.

5: Voor research van je boeken ga je vaak op reis, en volgens je website ook naar plekken waar niet veel mensen komen. Wat is de vreemdste plek waar je ooit geweest bent?

Een darkroom voor mannen en afwerkplekken voor vrouwen. Dat zijn er twee. Als je mij vraagt wat de meest aangrijpende plek is geweest die ik bezocht heb, dan is dat zondermeer het vernietigingskamp Auschwitz en Birkenau.

6: Je geeft ook lezingen. Waarom ben je dat gaan doen? Is er een terugkomend thema in je lezingen?

Ik geef lezingen, omdat ik het enorm leuk vind om in contact te komen met mijn lezers. Ik vind het iedere keer weer bijzonder om te horen hoe mijn boeken door de ogen van de lezers ervaren worden, en wat het doet met hun belevingswereld. Terugkerende thema’s zijn mijn boeken, research en ook de Romacultuur waar veel mensen vragen over hebben.

7: Spaans Bloed is je laatste roman. Ben je al bezig met een volgend boek?

Jazeker! Ik heb de verhaallijn al grotendeels uitgebroed, en ik ben bezig met research.

8: Waar heb je je inspiratie vandaan gehaald voor Spaans Bloed?

Ik schreef ooit een kort verhaal waarin een anesthesist door zijn tweelingbroer gedwongen werd op een bizarre manier vrouwen te verhandelen. Ik deed daar research voor, en belandde in een keiharde, voor mij letterlijk ziekmakende wereld, en ik vond dat ik het onderwerp in een kort verhaal geen recht deed. Ik besloot het thema vanuit een ander perspectief in een roman te verwerken. Dat is de roman Spaans Bloed geworden. Het was niet mijn intentie een roman puur en alleen over vrouwenhandel te schrijven, maar meer over de kracht en moed van een jonge vrouw die een onterende geschiedenis te boven komt.

9: Vooral in de verhaallijn van Pilar komt veel religie (katholicisme) voor. Heb je daar affiniteit mee?

Ik ben als baby in de katholieke kerk gedoopt, en daar houdt het zo ongeveer mee op. Ik moest voor de verhaallijn van tante Pilar dan ook diep in het rooms-katholieke geloof duiken.

10: Lees je zelf ook veel? En wat kunnen we in je boekenkast vinden?

Ja, ik houd enorm van lezen. Als klein meisje al. Het liefst zat ik met een boekje in een hoekje. Of ik verzon verhalen, schreef gedichten of toneelstukjes. Als ik alle schrijvers die mijn boekenkasten bevolken moet opsommen, dan wordt het een lange lijst. Een aantal van mijn literaire helden zijn: Gabriel Garcia Marquez, Mario Vargas Llossa, Franz Kafka, Gustave Flaubert, José Luis Borges, Virginia Woolf, Henry Faulkner, Thomass Mann, Günter Grass, en Federico Garcia Lorca. Hoewel ik nu misschien een andere indruk wek, lees ik ook veel Nederlandse schrijvers hoor.

11: Schrijven is schrappen horen wij vaak, hoe lastig is dat?

Dat kan soms heel lastig zijn. Maar uiteindelijk staat alles in dienst van het verhaal. Dat betekent soms ook dat je zinnen of passages die je verhaal niet ten goede komen met pijn in het hart moet schrappen. Ik zie het proces uiteindelijk als een vorm van diamantslijpen. Je wilt alle facetten van je verhaal goed tot zijn recht laten komen en daarvoor moet je soms offers brengen.

Wij vonden het super dat Felicita de tijd wilde nemen om onze vragen te beantwoorden, een dikke bedankt daarvoor! Ben je nieuwsgierig geworden? Lees dan via de volgende link onze duo-recensie, want Ka & Co zijn fan en kijken uit naar het volgende boek!

Samen Gelezen-Karin & Corina: Spaans bloed-Felicita Vos****1/2