Samen lezen, de Top Vijf van het laatste half jaar 2017 door: Jac

Top Vijf Jac dec.jpg

Een top 5 maken van de boeken die je het tweede halfjaar van 2017 hebt verslonden, is ogenschijnlijk heel wat gemakkelijker dan het aanleveren van een top 5 aller tijden. Let wel, het betreft titels die gelezen zijn in de achter ons liggende maanden. Dit zegt niets over het jaar van publicatie.
Ogenschijnlijk, want de duivelse dilemma’s blijven opspelen. Welke criteria neem ik mee? Die schrijver die al zo al zo lang aan de top staat en kwalitatief de ene na de andere thriller uit zijn pen laat vloeien, of de debutant die een scherp boek neerzet? Laat ik humor ook meewegen of originaliteit?
Ik schenk een schrobbelèrke in. Dit soort nattigheid verlicht de geest en doet de ochtendnevelen verdwijnen.

Het ratelen van de inmiddels gesmeerde harde schijf geeft tenslotte na enige tijd de enig juiste uitkomst: het leesplezier. Zo simpel is het. Ik kan wel moeilijk gaan doen en allerlei objectieve factoren laten meewegen in mijn denkraam, maar hoe je het ook wendt of keert, het draait toch om het plezier dat je als lezer ervaart bij het tot je nemen van al die lettertjes, woorden, paragrafen, bladzijden en hoofdstukken.

Ik schenk nog eens in.

Het moeilijkste komt er aan. Een keuze maken uit 25 of 30 boeken. Ik tel nooit het aantal boeken dat ik lees. Het valt op dat er een paar schrijvers zijn van wie ik meerdere boeken gelezen heb. Ha, dan kan ik misschien wat sjoemelen. Dat vinden Karin en Corina vast niet erg. Een sjoemeltop5. Een mooi woord. Daar gaan we dan.

5. Fiona Cummins– De verzamelaar.

De verzamelaar, waarvan sprake is, verzamelt geen postzegels of sigarenbandjes maar een speciaal soort artefacten, die bij een normaal mens de wenkbrauwen zouden doen fronsen. Maar bij deze freak, die mestkevers houdt en gebruikt om zijn doelstellingen te bereiken, is niets normaal. Een extreme dader, een bottenbeheerder, met een hart van goud voor zijn zieke vrouw, zo leuk, die zo weggelopen kan zijn uit een roman van Charles Dickens. Het hele boek ademt het Victoriaanse tijdperk.
Een meer dan goed debuut.

4. Jean-Christophe Grangé – De passagier.

Het boek handelend over de identiteit of liever gezegd over het verlies van identiteit.
Een thriller van 636 bladzijden. Kan dat? En of dat kan!
Het is niet alleen een superspannend boek, door de veelheid aam zijlijntjes, door de grandioze schrijfstijl, de vele bizarre, humoristische en boeiende dialogen en de ontzettend grote fantasie van Grangé, heeft hij een overrompelende thriller gecreëerd.

3. Jo Nesbo– De dorst & Arne Dahl – De grensgebieden.

Beide schrijvers hebben gemeen dat zij beiden al gedurende 20 jaar of langer een geweldig oeuvre hebben neergezet van spannende thrillers. Beiden hebben een monument verdiend.

Jo Nesbø heeft een uiterst spannende en boeiende thriller geschreven, geheel in de tradities van de Harry Hole serie, een thriller zoals te doen gebruikelijk bij Nesbo met meerwaarde. Wees gerust, Harry Hole staat nog steeds als een huis.

Grensgebieden van Arne Dahl is een wow thriller van het zuiverste water. Waarom? Een excellent plot met een fameuze kanteling. En wat te denken van die verhoren, waarbij je als lezer op het puntje van je stoel zit. En benieuwd bent wat het antwoord van de tegenpartij is.

2. Jan van der Cruysse – Bling Bling 1.

De verrassing van het jaar komt uit Vlaanderen. Inmiddels staat deel 3 er aan te komen. Ik weet het, ik loop wat achter, af en toe.
In een luchtige schrijfstijl heeft van der Cruysse een uiterst amusante schelmenroman geproduceerd. Een boek met enorm veel leesplezier.
Deel 2 heb ik inmiddels in huis.

1. Bernard Minier – Schemering en Huivering.

Bernard Minier, de beste thrillerauteur van dit moment, zit in een productieve fase van zijn leven. Hij slaagt er in om jaarlijks met een thriller van kwalitatief hoog niveau en grote omvang naar buiten te komen.

Dit was de slotalinea uit de recensie uit Schemering, de laatste thriller over de strijd tussen Servaz en Hirtmann, tussen goed en kwaad.
‘Deze thriller is een voortzetting van de vorige drie delen. In een uitstekende, intelligente schrijfstijl zet Bernard Minier de lezer een boeiend, superspannend boek voor. De strijd van goed tegen kwaad woedt voort. Met wederom in de hoofdrol de Pyreneeën, waar het sneeuwt, koud is, mistig en bovenal onheilspellend is. En het weer net zo veranderlijk is als Julian Hirtmann, de seriemoordenaar.
Bloedstollende ontwikkelingen, een fraaie tekening van de hoofdpersonen, vele mooie en boeiende zijlijntjes, en voor het eerst ook een dampende liefdesscene. De cliffhanger zorgt voor kippenvel en een kille rilling !’
Schemering is deel vier.

Ik realiseer me dat Dolores Rodendo – Beschermengel niet vermeld is. ‘El guardián invisible’, is het eerste deel van de Baztán-trilogie.
Maar niet getreurd.
Dit alles zal ik je geven’ komt er aan.
In 2018 zal Dolores Rodendo beslist figureren in deze top 5, die overigens in elke willekeurige volgorde geplaatst kan worden.

Hoog tijd voor een beloning.
Proost.

Jac Claasen.

Jac las: Duivelseed-Jean-Christophe Grangé****1/2

Duivelseed.jpg

Over de auteur:

Jean-Christophe Grange is journalist, schrijver en scenarist, en geboren op 15 juli 1961 in Boulogne-Billancourt. Hij is een van de weinige Franse thriller auteurs die doorgebroken is in de VS.

Hij studeerde aan de Sorbonne en begint als copywriter. In 1989, werkt hij als freelancer voor fameuze tijdschriften zoals Paris Match, The Sunday Times en National Geographic. De reizen en verslagen die hij maakt zullen een bron van inspiratie voor zijn latere werken blijken te zijn.

In 1994 schreef hij zijn eerste roman De vlucht van de ooievaars. Geroemd door de kritiek. Zijn tweede roman, De bloedrode gletsjer (1998), is zijn doorbraak naar het grote publiek.

Naast zijn carrière als romanschrijver, schreef hij diverse scenario’s gebaseerd op zijn eigen boeken, maar schreef ook het scenario voor een stripboek: La Malédiction de Zener (de Philippe Adamov).

(Bron: http://www.fnac.com/Jean-Christophe-Grange/ia6134#Biography)

Over het boek:

Mathieu Durey kan het nauwelijks bevatten. Zijn beste vriend en studiegenoot, Luc Soubeyras, de man die hem zijn hele leven altijd overal net voor is geweest, heeft zelfmoord gepleegd. Door snel ingrijpen komt hij in een diepe coma terecht. Het is ondenkbaar dat iets Luc de dood in kan hebben gejaagd. Luc hield een amulet in zijn vingers, een dof stukje metaal met de afbeelding van aartsengel Michael, aanvoerder van de aartsengelen, vaandeldrager van Jezus Christus, driemaal zegevierend over satan. Een ding dat bescherming biedt tegen de duivel.

De toon is gezet.

Satan. De duivel. Het blijkt dat Luc zich op uitgebreide schaal heeft beziggehouden met het systematisch verzamelen van onverklaarbare, duivelse uitingen. Waarom? Mathieu is vastbesloten dit uit te zoeken en gaat op zoek naar de Duivel. Het antwoord is uitermate verrassend.

Via Lourdes komt hij terecht in het Vaticaan, waar zich diep in de kelders een apart clubje  bezighoudt met al de mysterieuze moorden die regelmatig als wonderbaarlijke genezingen door het leven zijn gegaan.

Het boek van 701 blz. staat bol van de ontwikkelingen. Het plot zit steengoed in elkaar, en Jean-Christophe Grangé toont zich wederom een meester van de lange adem. Het boek zakt nergens in. Daarvoor zijn de ontwikkelingen te spannend en divers. De grote hoeveelheid aan personages, locaties en verwikkelingen, leidt nergens tot overbelaste neurotransmitters.

Toch zijn er wel enkele kanttekeningen te plaatsen.

Het boek is geschreven vanuit perspectief van de ik-verteller. Jammer. Het verhaal is van een dergelijke grote omvang, dat de aanwezigheid van een groter overzicht wenselijk zou zijn geweest. Gelukkig heeft Grangé zich niet of nauwelijks bezig gehouden met overdadige en zeurderige interne beschouwingen en overpeinzingen. Hetgeen wederom duidt op zijn sublieme schrijverschap. Wat mij, katholiek groot gebracht, zelfs op den duur ging irriteren, was de alom aanwezige nadruk op het Rooms-katholicisme. Te vaak en te lang werd er gebeden etc.

Conclusie:

Duivelseed  is een uitdagend en zeer goed gedocumenteerd epos. En van een goede documentatie houden we. Uitdagend wat betreft omvang, maar ook qua thematiek. Het ouderwetse begrip satan immers, komen we zelden tegen in thrillers. Grangé neemt je mee op een uiterst bizarre zoektocht, welhaast een odyssee, op zoek naar satan en de waarheid. Het boek is uitermate gevarieerd, biedt inkijkjes in tal van gebieden, is spannend en boeiend, want Grangé  kan geweldig vertellen. Het is een thriller met enkele horror elementen. Want reken maar dat Jean-Christophe de hulp van de entomologen heeft ingeroepen om die legers in toom de houden.

De vertaling van Floor Borsboom is uitstekend te noemen. De Geus heeft zijn best gedaan om het boek in 2008 met een mooie harde kaft in de markt te zetten.

4,5 sterren.

Jac Claasen.

Jac las: De Passagier-Grangé*****

 

Grange.jpg

Jean Christophe Grangé-De Passagier

Jean-Christophe Grangé is journalist, schrijver en scenarist, en geboren op 15 juli 1961 in Boulogne-Billancourt. Hij is een van de weinige Franse thriller auteurs die doorgebroken is in de VS.

Hij studeert aan de Sorbonne en begint als copywriter. In 1989 werkt hij als freelancer voor fameuze tijdschriften, zoals Paris Match, The Sunday Times en National Geographic. De reizen en verslagen die hij maakt zullen een bron van inspiratie voor zijn latere werken blijken te zijn. In 1994 schreef hij zijn eerste roman De vlucht van de ooievaars. Geroemd door de kritiek. Zijn tweede roman, De bloedrode gletsjer (1998), is zijn doorbraak naar het grote publiek.

Naast zijn carrière als romanschrijver, schreef hij diverse scenario’s gebaseerd op zijn eigen boeken, maar schreef ook het scenario voor een stripboek La Malédiction de Zener (de Philippe Adamov).

(Bron: http://www.fnac.com/Jean-Christophe-Grange/ia6134#Biography)

Over het boek

Mathias Freire, psychiater, heeft alle beroepsregels aan zijn laars gelapt en is een verhouding begonnen met een betoverende patiënte, die echter zelfmoord pleegt door zich op te hangen aan de riem van Freire. Hij ontspringt de dans en gaat werken in Bordeaux, in het psychiatrisch ziekenhuis: Pierre-Janet. Hij wordt geconfronteerd met een enorme man met een cowboyhoed op en cowboylaarzen aan zijn voeten die niets meer weet. Hij is zijn geheugen kwijt. Een amnesiepatiënt met een bahcosleutel en een telefoonboek, beide vol bloed. De man wordt verdacht van een gruwelijke moord. Mathias gaat er achteraan.

Anaïs Chatelet is politieofficier, kapitein bij de nationale politie, en haar eerste moord is nabij het station Saint-Jean. Zij vindt het opwindend. De moord is verschrikkelijk. Een stierenkop, de minotaurus, geplaatst op het hoofd van een junkie. Symboliek? Een ritueel? Anaïs is een neuroot, getekend door verschrikkelijke gebeurtenissen in het verleden. In de loop van het verhaal ontwikkelt zij zich tot een politiek incorrecte anarchocop, die volkomen vast loopt in de politiebureaucratie. Met alle gevolgen van dien.

Freire stelt de diagnose: retrograde amnesie. Geheugenverlies, gevolgd door het  aannemen van een nieuwe identiteit, oftewel het syndroom van de ‘Passagier zonder bagage’.

Het boek handelt over de identiteit of liever gezegd over het verlies van identiteit. Mathias Freire en Anaïs Chatelet zijn beiden hun greep op de werkelijkheid kwijt. Wat is echt en wat is verzonnen? Mathias gaat op zoek naar zijn eigen identiteit, en komt steeds in een andere persoonlijkheid tot leven. Hij vervangt de ene schil door de andere. Grangé houdt een boeiende beschouwing over de problematiek van de identiteit. De erfenis van het DNA, versus de invloed van het leven zelf?

Het patroon van Grangé is duidelijk. Zijn hoofdpersonen komen keer op keer in absurde situaties terecht, het boek neemt absurde wendingen, en er zijn tal van mensen met absurdistische karaktertrekken. Het is bij tijd en wijle hilarisch. Toch wordt de hoofdlijn niet uit het oog verloren. Het verhaal deed me een beetje denken aan The Fugitive. De oudere jongeren onder ons kennen deze serie nog wel, met David Janssen in de hoofdrol, als de arts die constant op de vlucht is als verdachte voor een misdaad (de moord op zijn vrouw), die hij niet begaan heeft.

Het boek telt 636 bladzijden. Een homerisch aantal voor een thriller. De vraag is of Grangé de aandacht gevangen weet te houden. Het antwoord is een volmondig ja. Het is niet alleen een superspannend boek, door de veelheid aan zijlijntjes, door de grandioze schrijfstijl, de vele bizarre, humoristische en boeiende dialogen en de ontzettend grote fantasie van Grangé, heeft hij een thriller gecreëerd die mij overrompeld heeft. Grangé is bovenal een meester verteller met surrealistische en fantasy invloeden. En hij sleept de lezer, die wel wat tijd moet uittrekken, mee naar deze bizarre wereld.

Grangé heeft er twee fans bij. Dit was het eerste boek van deze schrijver. Ik ben benieuwd naar de rest van zijn oeuvre.

Vijf sterren.

Jac Claasen.

Samen lezen, de Top Vijf van het eerste half jaar door: Jac

Jac top vijf juist

De directie van dit theater heeft mij gevraagd om een top vijf te produceren van de boeken gelezen in de eerste zes maanden van dit jaar. Na het sneuvelen van enkele topfavorieten ( Cilla en Rolf Börjlind – Wiegelied en Jo Nesbø – Bloed op sneeuw) resteren op volgorde van lezen de volgende titels:

Jean-Christophe Grangé – De Passagier

Philip Kerr – Pruisisch Blauw

Bernard Minier – Een kille rilling

Daniel Cole – Ragdoll

Michael Robotham – Sluit je ogen

 

Wat is het criterium geweest om te komen tot deze top vijf?

In principe is lezen de verwoording van emoties, zoals daar zijn vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en afschuw, door een auteur die de vaardigheid bezit om dit op te schrijven zodanig dat de lezer geroerd wordt.

Ik lees voor mijn plezier. Dat is voor mij de basisemotie. Een boek moet iets oproepen dat mij in mijn normale, saaie ( sic) leven nooit zal overkomen. Daarom was ik al na twee boekjes klaar met Baantjer. Met de tv serie ging het niet veel beter. De sympathieke, beetje truttige diender, die elke morgen, na het nuttigen van een bord havermout met bruine suiker, naar zijn kantoor ging om zich dra te begeven naar de plaats delict alwaar een al dan niet gedeeltelijke ontklede BN’er zijn best deed om er dood uit te zien, was niet bepaald mijn favoriet. Een tv format dat hartstikke dood was, om in vaktermen te blijven. Zo saai, dan was mijn kantoorbaan met twee juffrouw Jannie’s en het gegoochel met debiteuren en crediteuren een stuk spannender.

Nee dan Jules Maigret, die scherpzinnige speurder met de pijp, wiens avonturen zich tenminste afspeelden in spannende milieus. Auteur Georges Simenon, een gekend schuinsmarcheerder, had zijn huiswerk goed gedaan en het barstte dan ook van de nachtclubeigenaren, hoeren, pooiers, minnaars en overspelige lieden, verderfelijke lieden uit de bourgeoisie en ander schuim van laag allooi, die elkaar naar het leven stonden.

Het moge duidelijk geworden zijn. Mijn thrillers moeten hoofdpersonen bevatten met bepaalde kwaliteiten, zodanige eigenschappen dat de dunne scheidslijn tussen goed en kwaad niet altijd even duidelijk te duiden is. Eenzame wolven, licht ontvlambare neuroten, gescheiden of op z’n best elkaar duldend, anti autoritair, drankzuchtig en met losse handjes. Eigenschappen die in de regel niet positief worden gewaardeerd worden, die dikwijls leiden tot een niet zo politiek correctie instelling als gewenst en voorgeschreven is binnen het korps.

Bovenstaande titels hebben ( voor een groot deel het volgende) gemeen:

  • Er is sprake van veel zwarte humor, veelal cynisch van karakter met veel harde grappen.
  • Het verhaal is intelligent geschreven. Van de lezer mag verwacht worden dat hij wat moeite moet doen om in het spoor te blijven van de auteur.
  • Er is in alle boeken sprake van een sterke filmische schrijfwijze met korte hoofdstukjes en veelvuldig wisselende scènes.
  • De hoofdrolspelers gaan niet altijd volgens de regeltjes te werk , maar naaien hun eigen naad.
  • We diepen dit wat uit aan de hand van Anaïs Chatelet ( op de naam alleen al word je verliefd), een van de hoofdpersonen uit De Passagier. Neuroot, psychisch verminkt. Vroeger een kille verleidster, nu een neurotische internetdatester. In de loop van het verhaal ontwikkelt zij zich tot een volkomen politiek incorrecte anarchocop, die vastloopt in de politiebureaucratie; de evenknie van Colomba Caselli. De granieten schoonheid met de groene ogen, uit Dood de Vader.

Haar team bestaat uit:

  • Hervé le Coz, luitenant, leeft op de zak van een overjarige barones.
  • Amar bijnaam Jaffar, weigert alimentatie te betalen en heeft de familierechter achter zich aan.
  • Conant.
  • Zakraoui bijgenaamd ‘Zak’, drugsgebruiker en verdacht van polygamie.

Zij noemt dit zooitje ongeregeld ‘De enige echte mannen in mijn leven.’

Een schrijver moet een uitstekend verteller zijn, een plot kunnen neerzetten, goed gedocumenteerd waar nodig en vooral, hij moet meerwaarde kunnen creëren door beschouwingen, opmerkingen, verhaallijntjes die niet per se nodig zijn in het plot maar buitengewoon interessant zijn voor de lezer.

Bovenstaande auteurs hebben al deze eigenschappen. Trouwens vele anderen ook. Toch wil ik graag benadrukken hoe verschrikkelijk aangenaam verrast ik was door Jean-Christophe Grangé. Grangé beschikt over een onuitputtelijke fantasie vol absurde situaties, wendingen en mensen. Kunt u zich een karaokewedstrijd voor clochards indenken? Die  tandeloze, rochelende, spuwende,zuipende, grofgesneden en – gebekte clochards die Johny Halliday’s ‘Pour moi la vie van commencer’ verkrachten?

Michael Robotham’s Sluit je ogen is het gebruikelijke buitenbeentje. Als een fantastische stylist voert hij de lezer mee in een ijzersterke thriller met sprankelende dialogen en mooie levensechte personen.

Jac Claasen.