Samen praten met: Frank Krake & Hannelore

Na het lezen van het meer dan indrukwekkende Hannelore mochten wij een paar vragen stellen en wat een mooie antwoorden kregen we daar op. Onze duo-recensie gemist? Klik dan even deze link:

https://samenlezenisleuker.wordpress.com/2020/02/01/duorecensie-corina-riejanne-hannelore-frank-krake/

Het interview:

Frank:

1 Hoe was het voor jou om dit boek te schrijven? Je hoorde verschrikkelijke verhalen en het lijkt me dat je daar door geraakt wordt, maar desondanks toch een objectief verhaal neer moet zetten. Was het moeilijk om het verhaal los te laten na weer een gesprek met Hannelore?

Ja en nee. Ik ben vrij rationeel ingesteld en heb ook de nodige ervaring opgedaan bij het schrijven van mijn vorige boek ‘De laatste getuige’. Wel dacht ik in de rit van ongeveer een uur terug vanuit Hoogeveen na over het net daarvoor gevoerde gesprek. Direct na terugkomst op kantoor sloeg ik aan het uitschrijven ervan. Daarna was het voor mij klaar. Pas toen ik alle verhalen en interviews ging samenvoegen en uitwerken tot het eerste manuscript, merkte ik dat het onbewust toch onder de huid was gekropen. Maar nooit heb ik de neiging gehad niet objectief te zijn daardoor. Dat hoort ook bij de professionele werkwijze die ik na streef. Ik denk dat het verhaal juist sterker wordt door de lezer zelf zijn/haar gedachten te laten vormen en te laten oordelen  

2. Jij hebt gebeld met Vrieswijjk, maar kreeg steeds zijn assistente aan de lijn. Ben je ooit bang geweest dat wanneer je hem zou zien, je “meegesleurd’ zou worden? Gezien het feit dat hij zo charismatisch was. Daarnaast zou ik heel graag willen weten of jij je voor kunt stellen dat mensen zo meegesleurd worden en daar alles in hun leven voor opzij zetten.

Ik ben zelf geen seconde bang geweest om ingepakt te worden door Vrieswijk. Maar hij was toen ook al 90 en ik ken natuurlijk de hele voorgeschiedenis. De wens hem te kunnen spreken kwam voort uit het research voor het boek en het willen grijpen van de kans als die zich voor zou doen. Helaas is hij er voordat het zo ver kwam er tussenuit gepiept.

Ik kan mij er alles bij voorstellen dat mensen door een sterke en charismatische leider worden gemanipuleerd en geïndoctrineerd. Het gebeurd simpelweg te vaak en te veelvuldig, gewoon om ons heen. Dan zou het de kop in het zand steken zijn als je daar blind voor zou zijn. Het overkomt mensen uit alle lagen van de bevolking. Meestal zijn ze wat zoekende of door persoonlijke omstandigheden ontvankelijk daarvoor. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus voor mijzelf ben ik niet bang.

Deze week nog kreeg ik een melding van ouders die hun zoon in de hanen van een sekte zagen vallen. Het is werkelijk overal om ons heen, in stad en platteland;

https://nos.nl/artikel/2326966-duitse-sekte-probeert-studenten-te-ronselen-in-twente.html

TV Oost heeft ook een videoreportage gepubliceerd;

https://www.rtvoost.nl/nieuws/327195/Auteur-Frank-Krake-kreeg-al-tien-alarmmeldingen-over-sektes-We-moeten-weer-een-landelijk-meldpunt

3. Wist jij voordat je aan dit boek begon dat sektes in Nederland ook nu nog veel voorkomen? Was de reden om dit boek te schrijven, om Hannelore een stem te geven of hield je daarbij ook in je achterhoofd dat je andere mensen wilde waarschuwen? Wat woog voor jou het zwaarst?

Nee, dat wist ik niet. Waarschijnlijk net als de meeste mensen had ik werkelijk geen idee. Het staat ver van mij af, past niet in mijn belevingswereld, maar plotseling besef je hoe dichtbij het kan komen, doordat uit Hannelores verhaal bleek dat het iedereen kan treffen. Toen kwam Ruinerwold daar nog eens overheen. Het boek was al bijna af, maar het bevestigde weer wat ik toen al wist. Tussen de 80 en 130 sektes zijn er in Nederland en meer dan 1.200 in België. En niemand die het weet. Daar wilden Hannelore en ik wat aan doen, om tegen dat gevaar te waarschuwen. Daarboven op gaf Hannelore te kennen dat ze graag zelf als inspiratiebron zou willen dienen voor al die vrouwen die zelf met een rugzak door het leven gaan, om welke reden en ervaring dan ook. Zij gaf aan dat als het haar lukt om weer gelukkig te worden, na alles wat ze heeft meegemaakt, dan lukt het hopelijk andere mensen ook. Zo mooi en oprecht. Dat gaf voor mij de doorslag dit boek te willen schrijven.

4: Heb je zelf een les geleerd uit het praten met al de mensen die dit boek mogelijk gemaakt hebben? Zo ja welke?

Ja, vertrouw vooral op jezelf en wees gezond achterdochtig. Tijdens mijn werk in een zomerkamp voor homeless kids in Amerika schreef een leidster in mijn herinneringsboek; ‘Always listen tot he beat of your own drummer’. Dat is een mooi houvast waar ik zo af en toe nog wel eens aan denk.

Wat ik ook heb geleerd is hoeveel weldenkende en sociale mensen er zijn. Zoveel mensen gesproken die het beste met Hannelore en de andere (voormalige) sekteleden voor hadden. Zo’n Vrieswijk was gelukkig een uitzondering, maar je ziet wat een schade hij heeft kunnen aanrichten. Wees daarom kritisch op wat andere mensen denken en vinden, maar accepteer ook de helpende hand van mensen om je heen die het beste met je voor hebben

5:Waar komt je “fascinatie” voor het vertellen van dit soort verhalen vandaan?

Ik hou van mensen die een verhaal te vertellen hebben waaruit veerkracht blijkt. Dat is de rode draad in al mijn vijf boeken die ik geschreven heb. Veerkracht, door een diep dal gaan en je daar weer uit knokken.

Ook vind ik het gewoon ontzettend leuk om totaal onbekende mensen met onbekende verhalen een geluid, een stem, te geven. En zoals bij Menthol, Rood Bloed en De laatste getuige ook het geval was; er diende heel veel onderzoek te worden verricht, voordat ik uberhaupt kon beginnen met schrijven. In het geval van HANNELORE meer dan toen maanden. Er waren amper foto’s, het verhaal was onduidelijk en incompleet en klopte lang niet altijd in de tijd. Na dat kleine jaar van zeer intensieve research kon ik de puzzelstukjes wel op de juiste plek leggen en zo een consistent geheel van alle flarden maken. Dat was voor Hannelore zelf soms ook een eyeopener.

6: Hannelore krijgt als boek/verhaal veel publiciteit op tv en radio. Hadden jullie dat van te voren verwacht?

Deze vraag beantwoord ik niet alleen als schrijver, maar ook als uitgever, want dat ben ik ook. Ik geef mijn eigen boeken uit.

Eigenlijk wel is het eerlijke antwoord. Dat is niet arrogant bedoeld, maar zo’n bijzonder, bizar en heftig verhaal, dat vraagt er om om verteld te worden. Na Jinek had ik echter niet verwacht dat er nog meer TV programma’s zouden volgen. Maar ook Hart voor Nederland, RTL4 5UUR Live en EenVandaag zonden het uit, dat geeft al aan hoe het leeft. En Omroep Gelderland maakte ism TV Oost een zeer indringende documentaire. Samen met veel radiostations en heel veel kranten en magazines was dat zó’n exposure dat bijna iedereen in Nederland er wel iets over gehoord zal hebben. En dat was ook het uitgangspunt van het marketing- en PR plan, dus in dat opzicht is het volledig geslaagd.

Natuurlijk hoop ik dat we veel boeken verkopen, maar ik onderschrijf Hannelores persoonlijke doelstelling volledig; ieder mens dat we kunnen behoeden voor de ellende van bezeten worden door een sektarische beweging is er één. En als dat lukt is het al die moeite, het bloed, zweet en tranen dubbel en dwars waard geweest.

Hannelore:

1.  Ik heb natuurlijk gelezen hoe jij en je zusje uit elkaar gehaald werden, evenals jij en je ouders. Heb je nu contact met je ouders en je zusje en hoe ziet dat contact er dan uit? Draag je het feit dat jullie uit elkaar gehaald zijn, en daardoor veel van elkaars leven gemist hebben, altijd mee of is dat overbrugbaar?

Ik heb een normaal gezond contact met mijn beide ouders en mijn zusje. Ze zijn betrokken in/bij ons leven en zijn dus trotse opa en oma en tante voor onze kinderen. Het heeft tijd gekost om de relatie te herstellen en je kunt de kinderjaren niet over doen. Mijn zusje en ik hebben dat wel als gemis ervaren maar staan daar niet vaak bij stil, alleen nu rond het boek zijn we ons daar weer bewuster van. We weten ook niet hoe onze relatie was geweest als we wel samen opgegroeid waren.

2. In hoeverre speelt Vrieswijk nu nog een rol in je leven? Je bent natuurlijk helemaal gehersenspoeld door hem, merk je nu soms nog wel eens oude gewoonten/gedachten bij jezelf, omdat die er als kind zo ingehamerd zijn? Zo ja, hoe ga je daar dan mee om?

Vrieswijk speelt geen enkele rol in mijn leven. Ik weet niet wie ik was geworden als ik in een ‘normaal’ gezin was opgegroeid. Wat ik weet dat ik heb ‘overgehouden’ aan mijn jeugd is dat ik voorzichtiger ben in het zomaar dingen aannemen. Het heeft lang geduurd voor ik mij niet meer afvroeg: ‘doe ik wel normaal?’, ‘heb ik wel goed gehandeld in deze situatie?’. Dus onzekerheid over hoe ik sociaal functioneerde heeft mij lang geplaagd. Soms vroeg ik gewoon aan mensen die ik vertrouw hoe zij er naar keken. Zo groeide het vertrouwen in mij zelf. Op mijn oude basisschool tijdens de lezing die wij daar gaven attendeerde iemand mij er op dat wij altijd met gebogen hoofd liepen, dus niet rond keken maar naar de grond. Toen ze dat vertelde kwam de herinnering bij mij boven dat ik toen ik net vrij was uit de sekte ik inderdaad op een gegeven moment mij bewust werd ik kijk niet rond ik kijk steeds naar de grond. Dat heb ik toen, zal in 1995 zijn geweest, bewust veranderd en ben om mij heen gaan kijken.

3.  In hoeverre heeft het sekte verleden nog invloed op je? Oud zeer? Heb je dat allemaal verwerkt, of heb je geleerd je leven daarom heen te bouwen?

Nee het doet niet meer zeer, het is ook al heel veel jaar geleden. Een leven er omheen bouwen past niet bij mij. Ik liep er eerst wel voor weg als oude pijn zich aandiende maar dat helpt niet want dan kom je het van zelf weer tegen. Dus uiteindelijk ging ik de confrontatie dan maar aan met of zonder hulp afhankelijk van de grote van de pijn. Ik kan nu dus gewoon aan mijn jeugd denken er over praten zonder dat ik daar last van heb. Ik heb ook geen nachtmerries of zo.

4.  Heb je nog contact met mensen die destijds met jou in de Gemeente Gods zaten? Zij hebben hetzelfde gevecht als jou moeten leveren om er van los te komen en ik vraag me af of jullie elkaar daar dan tot steun kunnen zijn of is het eigenlijk ieder voor zich?

Af en toe heb ik nog contact met mensen die ook in de GG hebben gezeten. Ieder is zijn eigen weg gegaan. We waren in de GG ook allemaal niet ons zelf maar een marionet van V. Wel vind ik het leuk om te horen hoe het met de anderen gaat, je bent toch als een soort rare familie met elkaar opgegroeid.

5:  Je geloof in God zelf is er altijd gebleven ondanks alles komt dit toch door je eerste levens jaren? Of meer door je familie en (nu) je man die je vlak na je terugkeer tegen kwam? Heb je Hem het nooit “kwalijk” genomen?

Ja ik geloof nog steeds in God en in de bijbel. Dat zou kunnen komen door dat mijn ouders mij in de eerste levensjaren een normaal bijbels geloof hebben bijgebracht. Het kan ook komen doordat er door mijn opa en oma en door familie en vrienden heel veel voor mij is gebeden. Zeker ben ik boos geweest op God en heb ik heel veel waarom vragen aan Hem gesteld. Ik heb geen antwoord hier op gekregen, maar wel vrede.

6: Wat ons erg raakte in het boek was dat je uiteindelijk tot de conclusie kwam dat je eigen gedachten niet veilig waren. Wat zou je nu willen zeggen tegen je kleine ik over die gedachtes?

Je mag er zijn precies zoals je bent bedoeld met alle gedachten en verlangens, boosheid en verdriet.

7: Wordt het nu je zoveel door het land reist om te praten over het boek en dus jouw leven het elke keer makkelijker of is het elke keer weer anders? Zou je soms terug willen naar de anonimiteit?

Ik vind het elke keer nog weer spannend omdat je niet weet wat voor publiek er tegenover je zit, het is dus elke keer anders. Ik vind het niet moeilijk om over mijn jeugd te praten, het is voor mij gewoon mijn jeugd. Toch ben ik elke keer weer blij met hoe het is gegaan en krijg ik vaak ook hele mooie reacties. Ik kan nog prima naar de winkel zonder dat iemand mij aanspreekt, dus ik heb er in mijn daagse leven geen ‘last’ van. Het geeft ook moed dat er mensen zijn die aangeven er echt iets aan te hebben.

Wij bedanken Frank en Hannelore voor hun tijd en uitgebreide antwoorden. En natuurlijk wensen wij hun nog veel geluk en plezier met de lezingen die nog komen gaan.

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Eva vraagt door: Annemieke de Schepper van De stille oorlog van mijn vader

portret annemieke marcel cloo

Annemieke de Schepper heeft met De stille oorlog van mijn vader een prachtig debuut geschreven. In de eerste plaats is het een oorlogsroman, maar het verhaal gaat bovenal om menselijkheid.
De stille oorlog van mijn vader is een boek over de vergeten Slag om de Schelde en de invloed die deze traumatische gebeurtenis heeft op een alledaags gezin in Biervliet. In het jaar 2000 gaat Anna met de as van haar overleden vader in zijn oude tabaksdoos naar Zeeuws-Vlaanderen. In de dichte mist blijft de veerpont midden op de Westerschelde stilliggen en in de uren die passeren ontmoet ze haar tante Lieve die het verhaal over haar familie vertelt. Anna’s beeld van haar vader gaat hierdoor kantelen. Eenmaal aan de overkant bezoekt ze de plaatsen van haar vaders jeugd en ervaart ze hoe hij zich een buitenstaander heeft gevoeld. De oorlog heeft op ieder van het gezin zijn sporen nagelaten, ook op haar vader bij wie de dramatische gebeurtenis niet bijgeschreven stond in zijn persoonlijke levensgeschiedenis.

Een boek over een vergeten oorlog in een vergeten gebied. Over grote strategische beslissingen en de kleinmenselijke ervaringen die daarvan het gevolg zijn. Over de menselijke behoefte om gekend en geliefd te worden door je naasten.
Met haar vloeiende pen heeft zij dit verhaal tot leven weten te brengen en de reacties liegen er dan ook niet om. Hoog tijd dus om deze auteur enkele vragen te stellen.


Wat een prachtige debuutroman heb je geschreven! Met welke insteek besloot jij om dit verhaal op te schrijven?

Dank je :-). Ik was al lang van plan om een roman te schrijven maar na een eerste poging tot een geheel fictief verhaal kwam ik toch terug bij een meer autobiografische insteek. Het Zeeuws-Vlaamse land uit mijn jeugd, de verstilde sfeer en de beklemming daar, het water als natuurlijke grens; dat alles had mij al eerder geïnspireerd tot een kort verhaal. Toen die fictieve roman na zo’n 25.000 woorden in de la bleef liggen, heb ik dat autobiografische werk opgepakt. Daar zat kennelijk meer energie op. Eén van mijn eerdere korte verhalen, ‘De laatste boot’,  ging ook al over mijn vader en zijn Zeeuwse roots. Dat verhaal was genomineerd bij de Arnhemse schrijfwedstrijd en dit heb ik als kaderverhaal gebruikt voor mijn roman. Ik had sterk het gevoel dat ik hier veel meer mee kon. (Het thema was toen ‘grensgeval’ en ook in dat verhaal is een dochter al op zoek naar wie haar vader eigenlijk was).

In grote lijn gaat het verhaal om de littekens die zijn ontstaan tijdens de slag om de Schelde, een vaak vergeten deel van de oorlog. Hoe was het voor jou om in deze geschiedenis te duiken?

Bizar! Ik wist haast niets over deze ‘vergeten’ slag. Ik wist ook niet wat er precies met mijn familie gebeurd was. Het enige wat ik wist was dat mijn vader geobsedeerd was door de Tweede Wereldoorlog. Hij las er alles over. En hij zei wel eens: ‘Er is heel hard gevochten hier in West-Zeeuws-Vlaanderen, Annemieke. Maar dat weet haast niemand.’ Maar hij zweeg over wat er precies was gebeurd met hem en met hun gezin. Toen ik twee tantes en een oom sprak en zij wel het hele verhaal aan me vertelden, maakte dat enorme indruk op me. Het was heftig. En het voelde bizar en vervreemdend dat ik dat nooit uit mijn vaders mond had gehoord. Dat intrigeerde me enorm. Dat ‘zwijgen’ en het ‘waarom daarachter’ is ook eigenlijk het belangrijkste thema van mijn roman geworden.

Wat dat betreft is het ook een ode aan je vader, vind ik, en alle mensen die het hebben meegemaakt. Wat vond jij het meest beangstigend om te horen/ontdekken? 

Klopt! Tja, het hele verhaal van mijn opa en oma die met hun tien kinderen tussen de 4 jaar en 18 jaar, waaronder één met Down Syndroom, uit hun brandende huis vluchten, is heftig. Maar doordat het over mijn familie gaat ging ik me echt voorstellen hoe het zou zijn als ik dit zelf had meegemaakt met mijn drie kinderen: ondergedoken zitten in de kelder onder je huis met je gezin en een heleboel buren. In paniek je huis uitvluchten. Op straat middenin het vuurgevecht tussen Duitsers en Canadezen terechtkomen. De paniek, de angst om je kinderen die je dan hebt. Ik kan natuurlijk nooit echt weten hoe dat voor mijn opa en oma voelde, maar het is wel een stuk dichterbij gekomen.

Zou je gewild hebben dat je al deze verhalen over je familie eerder geweten had, zodat je er misschien met ze over had kunnen praten?

Nee, het leven loopt zoals het loopt. Het is goed zo. Voor alles is een tijd. Ik had het eerder niet gedurfd om mijn nog levende familie hiernaar te vragen. En wellicht hadden zij er eerder ook niet over kunnen praten. Ik voelde heel sterk dat het nu het juiste moment was.

Hoe voelde het voor jou om het verhaal op te schrijven? Het lijkt mij een behoorlijk emotionele achtbaan. 

Een boek schrijven is sowieso een emotionele achtbaan ;-). Niet alleen vanwege het onderwerp. Het hele proces heeft allerlei fases waarin euforie, onzekerheid, en onrust elkaar afwisselen. Het verhaal over de oorlog was wel heftig maar de echte emotie zat hem bij mij vooral in het terugblikken op de band die ik met mijn vader had. Die herinneringen werden steeds sterker tijdens het schrijfproces. Er waren wel nachten dat ik zo onrustig was dat ik door het huis liep te banjeren omdat er allerlei beelden van mijn vader door mijn hoofd spookten. Met schrijven lijkt het alsof er steeds meer luikjes in je hoofd opengaan waardoor je vergeten beelden ineens weer terug kunt halen.

Lijkt mij ook heel bijzonder, dat je op dat moment heel dicht bij je vader stond. Heb je ook het gevoel dat hij jou in dit proces bijstond? 

Nou, dat is wel erg spiritueel… ik weet het niet. Ik vind het mooi om te denken dat het zo is, maar ik realiseer me dat het wel echt mijn eigen proces was. Of hij vanuit de hemel met me heeft meegekeken? Misschien wel.

Dit is je debuut. Smaakt het naar meer?

Jazeker! Ik krijg zoveel mooie reacties van mensen op mijn boek. Ook zijn er mensen die aangaven dat ik echt een volgend boek moet gaan schrijven en veel mensen vragen of ik al bezig ben. Dat stimuleert! Ik ben er nu nog niet klaar voor. Mijn hoofd zit nog te vol met dit boek en met de promotie eromheen. Maar ik verlang wel al af en toe weer naar het verstilde proces van het schrijven.

Heb je al een concept in je hoofd voor een volgend verhaal?

Nee, zeker geen heel concept. Wel weet ik dat het dit keer een minder autobiografisch verhaal gaat worden. Geen familiegeschiedenis dus zoals nu. Misschien pak ik wel het romanidee weer op waar ik al een heel eind mee was gevorderd. Dat speelt zich af in een klooster waar twee mensen die elkaar niet kennen allebei een weekend doorbrengen. De man wil juist contact leggen en zijn verhaal doen, de vrouw wil op zichzelf zijn. Dat botst. Maar omdat ze in dat klooster elkaar niet echt kunnen ontlopen, ontstaat er toch contact wat tot bijzondere inzichten en ontwikkelingen leidt. Dat gegeven, dat mensen op een bijzondere plek tot elkaar veroordeeld zijn, dat trekt me. In De stille oorlog van mijn vader speelt dat natuurlijk ook: de veerpont komt in de dichte mist midden op de Westerschelde stil te liggen, wat maakt dat de passagiers niet weg kunnen. Dat zet van alles in gang bij Anna en haar tante.

Ik denk ook dat daar uiteindelijk de mooiste contacten uit voortkomen. Je idee klinkt dan ook heel bijzonder! Wat trekt jou zo aan in dat menselijke, het elkaar echt tot in de kern zien voor wie hij of zij is?

Het intrigeert mij altijd al hoe mensen vaak net niet echt met elkaar contact maken. Er lijkt een soort onvermogen van mensen om echt tot de kern te komen, of te durven komen. Terwijl we tegelijkertijd allemaal ernaar hunkeren om echt gekend te worden, of zoals jij zegt ‘gezien te worden voor wie je echt bent.’ Dat schuurt en die wrijving boeit me. Dat laat ik hopelijk ook in mijn boek voelen. Zeker bij Anna en haar tante op de boot, die onmacht van beide kanten. Dat menselijk onvermogen boeit me, het hindert me en tegelijk heb ik er compassie voor.

Dat heb je zeker, het komt heel duidelijk naar voren. Wat is het mooiste compliment dat je tot nu toe ontvangen hebt op je boek?

Ik heb heel veel mooie reacties gekregen. Maar wat ik erg fijn vind is dat veel lezers mijn schrijfstijl beeldend vinden. Iemand noemde die beeldend en krachtig, dat vind ik een compliment omdat ik zelf de stijl in een boek ook erg belangrijk vind. Daarnaast is het mooiste compliment dat lezers echt geraakt worden door mijn boek. Mensen gaven aan dat ze het met liefde en warmte geschreven vonden. Dat ze zowel moesten huilen als lachen om scènes in mijn boek. Dat is zo ongelooflijk mooi, daar doe je het voor als schrijver. Zinnen als die van jou: ‘Zelden heeft een boek mij zo weten te raken op niet alleen emotioneel vlak, maar vooral op het menselijke aspect.’ En: ‘Je proeft de liefde voor elk woord, de betrokkenheid (…) maar bovenal de empathische vermogens van de auteur.’ Ja, daar ga ik van glimlachen en blozen. Dat vind ik super: dat je zo je best doet om treffend, beeldend, en bondig te schrijven in de hoop dat het raakt. En dat dat dan lukt. Gaaf.

signeersessie Goes

Dat is het zeker! Is dat voor jou als auteur ook meteen de grootste uitdaging om dat voor elkaar te krijgen of zijn er andere aspecten aan het schrijven waar je dat meer mee hebt?

Dat er kennelijk warmte in mijn schrijven zit en empathie dat gaat vanzelf, daar doe ik niets aan op bewust niveau. Het beeldende daar ben ik me wel bewust van. Ik werk graag vanuit een sterk beeld dat me treft. Zo’n eerste versie schrijf ik meestal in een flow. Als de scène dan in grote lijnen op papier staat dan voel ik in mijn lijf ‘ja, dit is goed’. Daarna ga ik schaven en schrappen op woordniveau. Dubbele woorden eruit, een beter synoniem vinden, afwisseling lange en korte zinnen vergroten, zinsopbouw krachtiger maken, overbodige woorden schrappen. Dat is hard werken.

Naast boeken schrijf je ook wel eens liedteksten voor het theatraal dameskoor Uit volle borsten waar je deel van uitmaakt. Wat is het grote verschil tussen een liedtekst en een roman?

Een roman heeft een grote spanningsboog, een liedtekst een heel korte. Ook heeft een liedtekst een vastere vorm dan een roman. Het heeft minstens een paar coupletten met een bepaald rijmschema en een refrein dat de centrale boodschap weergeeft. Soms een bridge waarin je een wending in het verhaal maakt. Dat alles maakt het voor mij makkelijker. Tegelijk moet je strak in het ritme van de melodie kunnen schrijven. Maar dat vind ik alleen maar leuk. Het moet strak en soepel zingen. Geen lettergreep te veel of te weinig. Dat vind ik de uitdaging :).

Als je moest kiezen tussen deze twee: welke doe je dan het liefst?

Dan kies ik absoluut voor een roman schrijven. Daar kan ik veel meer van mezelf in kwijt. En omdat de vorm niet zo vast ligt, kun je er alle kanten mee op. Dat maakt het lastiger en daarmee ook boeiender om te doen.

Laatste vraag: wat is jouw ultieme droom op schrijfgebied?

Mijn droom was om een roman te schrijven. Dat heb ik gedaan. Ik heb nu geen ultiem doel. Wat ik hoop te gaan doen is op een rustiger manier aan een tweede boek werken. Zonder die druk om het af te maken. Gewoon gaan en kijken wat er uitkomt. Ik heb veel geleerd van het schrijven van mijn eerste roman, op allerlei vlakken: van het schrijven zelf, maar ook van het durven ervoor te gaan en erachter te staan. Je werk de wereld in te gooien, de kwetsbaarheid daarvan te verdragen en mezelf te blijven voorhouden: ‘het is goed genoeg’.

 

***Interview by Eva Krap.

 

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Annemieke zelf volgen? Dat kan. Klik dan HIER

Eva vraagt door: Luna van Roosen van de Young Adult Day Dreamer!

bron - het laatste nieuws.jpg

Luna van Roosen heeft met Day Dreamer een weergaloos debuut geschreven. Het verhaal gaat over Lora, een meisje dat is opgezadeld met een een draak van een stiefzus. Samen met haar hondje Henry vlucht ze dan ook regelmatig naar het bos. Op een dag valt ze daar in slaap en als ze wakker wordt is het ineens donker. Gelukkig ziet zij in de verte een licht branden. Het blijkt van een kasteel te zijn. Maar het kasteel herbergt zo zijn eigen geheimen en mysteries… En dan is er ook nog de knappe prins waar Lora als een blok voor valt, tot haar stiefzus plotsklaps voor hun neus staat en de jongen van haar dromen voor haar neus wegkaapt.

Day Dreamer is een hedendaags sprookje vol romantiek en een vleugje urban fantasy. Het geheel is pakkend en spannend en laat je geen moment meer los. Ik was dan ook met recht meteen fan van Luna haar heerlijke schrijfstijl en bijzondere verhaal. Luna is nog relatief jong in boekenland – ze is geboren op kerstavond 1999 – maar ze overstijgt met haar boek nu al het niveau van een aantal auteurs die al langer in het vak zitten. Ze is dan ook een veelbelovende schrijfster en ik was zeer benieuwd naar wie zij is, wat haar ertoe heeft aangezet om dit boek te schrijven en waar zij haar inspiratie vandaan haalt. Het werd een verrassend leuk gesprek.

Hoe zou jij zelf zijn als zus?

Ik heb het ‘geluk’ een grote zus te mogen zijn van twee broers en een zus. We zijn typische broers en zussen voor elkaar. Het ene moment kunnen we het vinden en doen we onnozel. Nog geen twee seconden later kan dat plots omslaan en zijn we als kat en hond. Klinkt het bekend? 🙂 Mocht het erop aankomen dan zullen we er wel zijn voor elkaar. Hoewel geen van hen graag leest, luistert mijn zus wel eens (onder lichte dwang ;)) naar mijn verhalen. Mijn jongste broertje is heel enthousiast en probeert me op zijn manier te helpen.

Je zit echt boordevol fantasie. Nou las ik dat je graag nachtelijke wandelingen maakt. Ik kan me zo voorstellen dat als je ergens inspiratie vandaan haalt, het dat is. Klopt dat of haal jij het uit andere elementen?

Nee, daar krijg ik inderdaad ideeën door, soms. Inspiratie is een eigenaardig iets. Fantaseren is iets wat ik me moeilijk kan laten, met alle gevolgen van dien… Ik zie in het echte leven iets, of ik dénk dat ik iets zie en dan gaan mijn radertjes draaien. Het meeste van de tijd krijg ik mijn verhaalideeën als het al wat donkerder is. Zo ontstaan veel van mijn horrorverhaaltjes ’s nachts tijdens het piekeren. Of door een droom. Omdat ze zo onlogisch zijn heb ik de drang om ze logisch te willen maken en uiteindelijk ontstaat er rond dat nachtelijk beeldmateriaal een hele historie.

Je bent duidelijk een schrijfster in hart en nieren en je schrijft korte horror verhalen. Toch is je debuut een realistisch sprookje. Hoe kwam dat zo?

Goh, ‘een schrijfster in hart en nieren’ hoe je dat zo aardig zegt, moet een beetje van alles proberen te schrijven, denk ik. Zo leer je je eigen sterktes en zwaktes kennen en leer je misschien iets bij over je eigen schrijfstijl. Ten slotte heeft ieder verhaal spanning nodig. Ik vind niet dat je een verhaallijn opzij moet laten liggen omdat het niet tot een bepaald genre behoort. Ik hou van verschillende genres en je moet toch alles eens proberen, niet? En als je een idee hebt voor een sprookje, hoe wil je daar in godsnaam aan weerstaan als verhaalliefhebber?!

Niet :-). Hoe was het voor jou om Day Dreamer te schrijven? Tijdens het lezen werd ik compleet meegezogen in de wereld waar Lora in terechtgekomen is. Had jij dat ook tijdens het schrijven?

Ja, absoluut. Dat heb ik eerlijk gezegd met mijn huidige verhaal minder. Day Dreamer/Night Thinker was letterlijk iets waarmee ik opstond en ging slapen. Ik werd erdoor afgeleid tijdens mijn lessen. En soms ging ik dan best hard glimlachen, zodanig dat de leerkracht me zelfs eens vroeg wat er was. En als ik niet schreef maakte ik tekeningen of zocht ik ‘decors’ op internet op. Het hield me zelfs uit mijn slaap omdat ik plots de juiste woorden wist om iets te beschrijven of een leuke dialoog in mijn hoofd werd ‘afgespeeld’. Die zogenaamde ‘nachtelijke schrijfaanvallen’ had ik rond die tijd enerverend vaak. Nu heb ik dat minder en ik wéét dat het aan mijn liefde voor Day Dreamer/Night Thinker lag. (Of omdat ik tegenwoordig uit mezelf mijn schrijftijd ’s nachts inplan ;)).

Dat viel mij al op: de prachtige vormgeving van het boek én de mooie tekeningen. Zou jij daar meer mee willen doen, bijvoorbeeld een kinderboek willen illustreren? Of is het echt voor je eigen verhalen?

Momenteel maak ik enkel tekeningen voor mijn eigen verhalen. (En die traditie zou ik graag willen volhouden, als de uitgeverij het daar ook mee eens is.) Mocht iemand mij later een leuk voorstel doen om tekeningen bij een ander boek te voorzien, zou ik dat zeker overwegen. Hoewel het me dus allemaal erg leuk lijkt, zijn dat dingen om later over na te denken. Met mijn eigen boek(en) en studie is mijn agenda aardig volgepland tegenwoordig.


Day Dreamer speelt zich af in een kasteel, er zijn de prachtigste jurken, er is een droomprins… En toch komt er ook een duistere kant in voor. Wat trekt jou als auteur aan, aan die mysterieuze, tikkeltje gevaarlijke kant?

Waarom hou ik van de nacht, denk je? Mysterie en gevaar maakt het boek (én het echte leven) onvoorspelbaarder en dus ook interessanter. Met andere woorden: het maakt het leven het leven waard en het boek het lezen waard. Je ziet het licht pas als er schaduw is. Dat is een feit. Je kan pas écht van de mooie dingen genieten als die er niet constant zijn en je ook weet dat je alles met één verkeerde beslissing kan verliezen. Wie wil er nu in godsnaam een boek lezen waar altijd alles rozengeur en maneschijn is? Af en toe mag er een nacht zijn waarbij de maan geen licht voor je voeten uit werpt. Sterker nog, die moeten er zijn. 🙂 Hopelijk is die abstracte voorliefde nu een beetje in begrijpbare woorden omgezet.

Was je als kind wel eens bang in het donker?

Tuurlijk! Maar het is zalig omdat je fantasie dan op hol slaat. Dat is vaak de trigger voor het verzinnen van een fantastisch verhaal. En zolang je weet dat het je fantasie maar is (de nacht is in principe niet gevaarlijker dan overdag) ben je een beetje bang, maar niet angstig.

Momenteel maak je veel contact met de lezers en potentiële lezers van je boek(en). Krijg je veel reacties?

Ja, toch wel. Het is fantastisch om te horen dat lezers ervan genoten hebben en wat hun mening van Day Dreamer was. (Bij deze: laat het me vooral weten!).
Het is toch een soort bevestiging die je krijgt. Ook omdat ik op deze manier ook dingen leer over mijn schrijfstijl en zelfs over mijn eigen boek. Het is grappig hoe mensen dingen anders kunnen opvatten en bekijken dan hoe ik het voor ogen had. Ik vreesde er bijvoorbeeld voor dat mensen het mysterie meteen zouden doorzien, maar dat lijkt absoluut niet het geval te zijn. De meningen over Bobby liggen ook ver uit elkaar en daar schrok ik van. Mensen bekijken hem op een manier die ik niet had zien aankomen, misschien net omdat ik weet wat hij denkt. Zijn ‘uitstraling’ zegt blijkbaar iets heel anders.

Nu ben ik benieuwd, hoe bekijken mensen Bobby dan en wat verraste jou daaraan?

Sommigen vinden Bobby een beetje een meisjeszot omdat hij zowel met Amaryllis als Lora omgaat. Daar schrok ik van, want er zit een logische redenering achter (zijn redenering). Ik beschouw hem absoluut niet als zo iemand.

Zo zag ik hem ook absoluut niet.  Inmiddels is de cover van Night Thinker een feit. Hij is prachtig geworden! Hoe voelde het voor jou om het eindresultaat te bewonderen?

Even wennen om het ‘gezicht’ van jouw ‘kind’ te zien. Gelukkig is iedereen het erover eens dat het beiden schatjes zijn. 😉 Mijn mama noemde de jongen al grappend haar ‘schoonzoon’. Ze lachte ermee: éérst een kleinkind, nu een schoonzoon…

Ben je al zenuwachtig voor de respons straks op dit tweede deel?

Ja, ergens wel, maar dat is normaal volgens mij. Ik ben wel een beetje minder zenuwachtig dan voor Day Dreamer. In Night Thinker wordt alles alleen maar spannender! (Mijn bescheiden mening ;)). Waar deel één vooral in het mysterie duiken was, bestaat deel twee uit de ontknoping! Ik ben zelf ook benieuwd wat de lezers ervan vinden, of ze het tegen het einde zelf al hebben ontrafeld of niet… Zenuwachtig ben ik dus een beetje, maar ik heb er vooral ontzettend veel zin in. 😀


***Interview by Eva Krap.

 

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Luna herself volgen? Wij zeggen doenn en dat kan HIER

Eva vraagt door: Erik Le Romancier van de splinternieuwe Asverze!

770C2330-FEA2-4705-865C-1611F8A70941

Erik Le Romancier kwam met een leuke oproep op Facebook: wie zijn nieuwe fantasy, Asverze, wilde lezen. Ik twijfelde geen moment. Niet alleen zag de cover er prachtig uit, na wat onderzoek sprak het verhaal zelf mij ook ten zeerste aan. En het heeft mij geen moment teleurgesteld! Niet alleen een kei van een hoofdpersonage, maar ook een bijzonder mooi verhaal hebben mij enkele uren compleet in hun ban gehouden. Mede daarom werd ik benieuwd naar de auteur, die eerder compleet andere boeken schreef.

Asverze draait mijns inziens voor een groot deel om de onderdrukking van de vrouw. Met welke intentie heb jij voor deze insteek gekozen?

Asverze draait – voor mij, maar iedereen mag in mijn boeken lezen wat hij of zij wil lezen, en eruit halen wat men eruit wil halen – om meer dan alleen de onderdrukking van de vrouw. Vrouwenonderdrukking is slechts een beeld dat ik gebruik om mijn verhaal te vertellen. Dat verhaal draait in de eerste plaats om het recht jezelf te mogen zijn en je eigen keuzes te mogen maken. Om anders te mogen zijn, ongewone dingen te mogen doen, afwijkende dingen te kunnen zeggen, ongeacht wat de rest van de maatschappij daarvan vindt of zegt. Maar hoe doe je dat in moeilijke of gevaarlijke omstandigheden? Wat doe je wanneer de wereld je niet begrijpt, afwijst of zelfs bedreigt? Hoe blijf je dan bij jezelf?  Hoe kom je dan op voor je rechten? Hoe verdedig je dan je vrijheid en waardigheid?

Asverze is eigenlijk een redelijk universeel verhaal over opkomen voor jezelf, vechten voor je rechten en strijden voor je vrijheid. In mijn boek neemt dat de vorm aan van het gevecht van een jonge vrouw, Asverze, tegen de onderdrukking van vrouwen in haar gemeenschap. Je kunt het echter breder lezen.

Waarom ik heb gekozen voor een vrouwelijke hoofdpersoon en niet voor een man in een fictieve wereld vol mannenonderdrukking? Geen idee. Ik kan alleen zeggen dat het verhaal vanaf het allereerste begin, toen het alleen nog maar bestond als een concept in mijn hoofd, zich ontvouwde rond een vrouw en nooit rond een man. Zo is het altijd geweest en zo heeft het ook altijd goed gevoeld. Ik houd het er maar op dat het zo heeft moeten zijn.

Ben je zelf in je eigen leven wel eens tegengekomen dat je het gevoel had niet jezelf te mogen zijn?

Jazeker, meerdere malen zelfs. Met name mijn periode op de middelbare school was allesbehalve een feest. Gelukkig wordt het allemaal minder naarmate ik ouder word. Ook omdat ik zelf verander. Ik ga anders kijken naar mezelf en de wereld om me heen. Ga mezelf ook anders waarderen, veel positiever. Hoe ouder ik word hoe meer ik denk: dan ben ik soms maar anders dan de rest, nou en? Anders zijn was voor mij vroeger heel lastig en ongemakkelijk, tegenwoordig is het steeds meer een bron van vreugde en trots. Ik ben lekker niet doorsnee, fijn!

Zeker fijn! Is dat ook de reden dat je koos voor fantasy? Daarin is het immers geoorloofd om je heerlijk uit te leven.

Haha, tegenwoordig leef ik me sowieso wel uit, geoorloofd of niet. Sterker nog, de enige die – binnen de wettelijke grenzen, natuurlijk – bepaalt of iets geoorloofd is, ben je zelf. Als volwassene heb je niemands toestemming nodig om jezelf te zijn of plezier te maken, vind ik. Zolang het wettelijk maar is toegestaan en je een ander geen overlast bezorgt of schade toebrengt. Je hebt als volwassene natuurlijk ook nog je gezond verstand en je verantwoordelijkheid.

De reden dat ik heb gekozen voor fantasy, is dat ik weer eens iets anders wilde proberen. Als schrijver houd ik er namelijk van mezelf en mijn lezers uit te dagen en te verrassen. Daarom was mijn eerste boek, Stilte Graag!, een bundel van veertien korte verhalen op het grensvlak van feiten en fictie. Daarom was mijn tweede boek, Liefde, Lust en Andere Ongemakken een ode aan en parodie op chicklit en damesromans. En daarom is mijn derde, Asverze, een fantasyboek. Verandering van spijs doet lezen, denk ik maar. Al scheelt het natuurlijk dat ik zelf ook wel houd van fantasy, science fiction en dystopische romans.

Welke is jouw absolute favoriet?

Bedoel je op het gebied van fantasy? In dat geval is mijn absolute favoriet Lord of the Rings. Die cyclus is een verzameling absolute meesterwerken. Velen hebben het geprobeerd maar wat mij betreft komt niemand in de buurt van dit epos van Tolkien.

Goede tweede is 1984 van Orwell. Briljant en heel beklemmend meesterwerk.

Haal jij hier ook inspiratie uit?

Waaruit? Uit mijn twee favoriete boeken, bedoel je? Nee, niet echt. Althans, niet bewust. Onbewust en onbedoeld is dat misschien anders. Sowieso laat ik mezelf breed inspireren.

74915574_2612519872139021_1950376917202894848_o

Wat hoop je met Asverze te bereiken?

Allereerst dat mensen het verhaal met heel veel plezier lezen, dat staat voor mij voorop. Met elk boek dat ik schrijf, wil ik mijn lezers vermaken. Dus ook met Asverze en de Hypernachtserie. Ik hoop echt dat mijn lezers zich gaan verliezen in het verhaal, er helemaal door worden meegesleept en ademloos van verbazing gaan meeleven met Asverze en haar lotgevallen. Als je het jammer vindt dat het boek al uit is, heb ik mijn werk goed gedaan.

Als lezers daarnaast ook nog een boodschap, en ze mogen zelf bepalen welke want dat is toch voor iedereen iets anders, uit het verhaal halen dan is dat mooi meegenomen. Maar ook als men er geen boodschap uit haalt, maar alleen een berg plezier vind ik dat helemaal prima.


De hypernacht is een astronomisch verschijnsel (meer wil ik nog niet verklappen over het boek). Heb jij zelf ook een fascinatie voor astronomie en de invloed van planeten?

Jazeker! Ik ben gefascineerd door zowel astronomie, dus sterrenkunde, en aanverwante zaken als ruimtevaart, science fiction en aliens, als door astrologie. Met de one size fits all horoscopen die in allerlei blaadjes staan, heb ik niet veel. Het is echter wonderbaarlijk hoeveel een gedegen, diepgaande horoscoop kan vertellen of verklaren. Ook andere esoterische zaken als bijvoorbeeld tarot mogen op mijn belangstelling rekenen.

Gebruik je het ook zelf in je dagelijks leven?

De belangstelling is er altijd, maar actief gebruik maken van esoterische middelen komt en gaat bij mij in fases. Momenteel heb ik daar niet zo’n behoefte aan, maar er zijn periodes dat ik zelf behoorlijk bezig was met tarot, horoscopen en handlezen. Ik liet iemand ook wel eens voor me pendelen of de runenstenen gooien. Nu dus even niet, maar dat wil niet zeggen dat het nooit meer gaat gebeuren.

Even wat anders: wat ik persoonlijk erg tot de verbeelding vond spreken in Asverze was het Mistwoud. Heeft deze plek een diepere betekenis?

Dank je voor het compliment! Het Mistwoud staat in het boek voor het grote onbekende, voor de grote boze buitenwereld en voor de angst die we daarvoor kunnen voelen en die ons kan verlammen en klein, bang en onzeker kan houden. In zekere zin is het Mistwoud een soort gevangenis, een onneembare hindernis die ons gescheiden houdt van onze echte zelf, onze lotsbestemming en anderen. Je zou het Mistwoud een barrière kunnen noemen waarbij vroeg of laat iedereen voor de vraag komt te staan of we ons laten inperken en opgesloten blijven, of dat we de uitdaging aannemen, de stap wagen en op ontdekkingsreis met onbekende afloop gaan.

Mooie betekenis! Heb je tot nu toe al bijzondere reacties op je boek mogen ontvangen?

Behalve die van jou? Hmmm, valt best mee. Of tegen eigenlijk. Behalve één persoon die op Hebban riep dat de cover zo mooi was dat zij het boek daarom per se op haar wishlist wilde zetten.

De cover is dan ook prachtig en hopelijk volgen de reacties snel. Ik ben in ieder geval fan ;-). Is de cover gebaseerd op het idee dat jij in je hoofd had van Asverze of was het voor jou een verrassing?

De cover was een vrijwel totale verrassing voor me! Hulde daarvoor aan Jen Minkman. Ze heeft fantastisch werk geleverd op basis van mijn schaarse wensen en aanwijzingen. Ze heeft het verhaal en Asverze geweldig begrepen en in beeld gevangen. Ik ben er heel blij mee.

En terecht! Heb jij bepaalde rituelen tijdens het schrijven?

Nee, eigenlijk niet. Ik heb een planning, is dat ook goed ;)? Ik weet het, een planning klinkt allesbehalve romantisch of creatief, maar is voor mij broodnodig. Zonder een heldere deadline en mijn dagelijkse schrijfmoment – ingepland in mijn agenda, ja – red ik het niet. Dan komt een verhaal nooit af. Ik heb die structuur gewoon nodig. Maar ik geef grif toe dat een ritueel veel mooier en magischer klinkt.

Hoe voelt het voor jou om in het hoofd van je personages te kruipen? Hebben zij de leiding en nemen zij als het ware je toetsenbord over of heb je voor hen ook een gestructureerde planning?

Hahaha, voor hen heb ik juist geen gestructureerde planning. Was het maar waar, dan zou het schrijven en herschrijven misschien wat sneller gaan. Nee, in mijn hoofd zitten als het op mijn verhalen aankomt echt alleen hoofdlijnen. Ik geef elk verhaal de ruimte zichzelf te vertellen, om zich in redelijke vrijheid te ontwikkelen. Ook mijn personages hebben de vrijheid zichzelf te ontwikkelen. Hun karakters ontstaan heel organisch tijdens het vertellen van het verhaal. Ze nemen niets over, zo ver gaat het niet, maar ze krijgen wel ruimte.

Bijzonder hoe dat dan gaat. Is er ook een personage dat jou op wat voor manier dan ook verraste tijdens het schrijven?

Hmmm, daar moet ik even over nadenken. Ik zou zeggen Ysala. Die broekverbranding zag ik in eerste instantie ook niet aankomen, maar paste uiteindelijk prima in het verhaal.

Wat kunnen wij de komende tijd van jou verwachten?

Wat je de komende tijd in ieder geval mag verwachten is een nieuw deel in de Hypernachtserie. De opvolger van Asverze, dus. Daarnaast loop ik ook rond met het idee een nieuwe verhalenbundel te schrijven, en een prequel op mijn tweede boek: Liefde, Lust en Andere Ongemakken. In dat wereldje zijn nog een heleboel verhalen die nog onbekend zijn maar wel verteld moeten worden. Op een heel ander vlak, maar wel creatief, mag je een muzikale uitstap verwachten. Een eigen en zelf ingezongen song. Genoeg op stapel dus!

***Interview by Eva Krap.

 

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Erik himself volgen? Whooop en dat kan HIER

Eva vraagt door: Sandra J. Paul met de nieuwe thriller Kwijt!

75392746_983518075335422_5613574663062945792_o

Sandra J. Paul is bijna niet meer weg te denken uit boekenland. Met haar thrillers en young adults verovert zij vele harten. Neem alleen al De duistere school, een plek waar je, als je er eenmaal bent, niet meer uitkomt.

Jong en oud is in de ban van dit verhaal en er werd dan ook massaal gevraagd of er alsjeblieft een vervolg zou komen. Gelukkig kan iedereen opgelucht ademhalen: deze verschijnt binnenkort. 

Maar onlangs is er een heel ander boek van Sandra uitgekomen: de thriller Kwijt. Ook hierin verrast en trakteert zij haar fans weer op de nodige plotwendingen en een sterk psychologisch verhaal dat staat als een huis. De kritieken zijn veelal positief en jubelend. 

Hoog tijd dus om deze bevlogen auteur en uitgever te bestoken met enkele vragen. 

 

72756241_10157607092927118_4154159773907943424_o

De rode draad in Kwijt is geheugenverlies. Hoe kwam jij op het idee om hier een thriller over te schrijven?

Enkele jaren geleden heb ik een documentaire gezien over een heel interessante vorm van geheugenverlies, niet veroorzaakt door fysische redenen, maar psychische.  Dat is me zo bijgebleven dat ik toen de eerste hoofdstukken van Kwijt op papier heb gezet. En zo is het verhaal dan gegroeid.

Je hebt er dan ook psychologisch meteen een heel sterk verhaal van gemaakt. En een thriller element toegevoegd. Wat fascineert jou zo aan de psyche van de mens?

Eigenlijk alles! De interactie tussen mensen, de manier waarop mensen met elkaar omgaan in spannende situaties en vooral wat zij zouden doen in een extreme situatie als dit. Het hoofdpersonage Jim zoekt het hele boek door naar antwoorden op situaties die hij zich niet meer kan herinneren, maar niemand wil hem zeggen wat dat dan juist was, óf ze weten het gewoonweg niet. Dat maakt het dubbel interessant. Velen zijn niet op de hoogte, anderen wel maar kennen het hele verhaal niet. Door die situatie te creëren en vooral spanningen naar boven te halen tussen vader en zoon, maakt dat ik me echt heb kunnen uitleven.

Dat uitleven is je zeker gelukt! Er komen veel plotwendingen in voor. Geniet jij ervan lezers constant op het verkeerde been te zetten? 

Zeker. Ik ben bij mijn lezers beroemd en berucht omwille van mijn plottwisten. 😁

Dat lijkt mij nog best moeilijk om alles kloppend te krijgen. Werk jij volgens een bepaald systeem?

Ik heb een zeer organische manier van schrijven. Ik zit maanden op een idee te broeden en zodra ik in mijn schrijversmodus schiet, dan ben ik daar dag en nacht mee bezig. Op het moment dat ik begin te dromen over het verhaal, weet ik dat ik een goed spoor heb. 😉 Maar ik werk ook met nota’s, ik gebruik OneNote om tijdlijnen en personages (leeftijd, uiterlijk..) bij te houden en zet dat altijd naast me open als ik bezig ben.

Weer even terug naar Kwijt. Naast geheugenverlies en stevige plotwendingen, draait een groot deel ook om geheimen. Zowel voor elkaar als voor zichzelf. Wat maakt, denk jij, schrijven en lezen over dit gegeven zo boeiend?

We zijn allemaal mensen en mensen hebben nu eenmaal geheimen, vaak ook voor hun eigen partners. Dat maakt ons eigen. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand is die géén geheimen heeft. Het kan klein of zeer groot zijn, maar het kan ook iets zijn dat altijd aan je blijft knagen omdat je het aan niemand kwijt kan. Menselijk, normaal, en zeer interessant om iets mee te doen in een boek!

Jim is patissier en maakt de lekkerste taarten, cakes, etc. Had je niet ontzettend veel honger tijdens het schrijven?

Dat viel mee ;). Ik heb altijd groene thee bij me en dat stilt de honger. 😉

Dus geen lekkere recepten voor ons tijdens het lezen van Kwijt

Nee, je kunt wel gewoon naar de lokale bakker gaan en een taart gaan kopen en daar dan van genieten tijdens het lezen. Een slagroomtaart bijvoorbeeld in de vorm van Captain America.

Over creativiteit gesproken: Azerty, je eerste thriller, heeft een nieuw jasje gekregen en zal het levenslicht zien op 27 november. Vertel!

Ah ja. Azerty is een boek dat ik vier jaar geleden schreef vlak na mijn Young Adult-debuut. Ik was laureate van de allereerste Aspe Award, een kortverhalenwedstrijd die dus vernoemd werd naar Pieter Aspe. Het kortverhaal viel zo op dat ik vervolgens door mijn uitgever gevraagd werd om een eerste thriller te schrijven, en dat resulteerde in Azerty. Achteraf gezien, door de zeer korte tijdspanne waarin alles gebeurde, had ik altijd het gevoel dat ik nog meer wilde doen met dit boek. Het werd ook niet in de winkel aangeboden (enkel op bestelling). Toen ik mijn rechten terug kreeg, besloot ik om ooit een heruitgave van Azerty te maken en dat resulteerde dus in een extended edition waar ik mijn volledig ei kwijt kon, met een nieuwe, ultracoole cover die de geheimzinnigheid van het boek ook beter beschrijft. Zij die het boek indertijd lazen, vonden dat het een Agatha Christie-achtig sfeertje had en dat wilde ik dan ook benadrukken in de cover. Oorspronkelijk was het plan niet om dit boek in de winkels te krijgen, maar meer als een limited edition te verkopen. En toen zagen de inkopers het en zij waren laaiend enthousiast, dus nu komt het wel in alle boekhandels terecht, waar ik heel blij om ben! Het boek voelt nu zeer compleet aan en ik ben er trots op.

De cover is dan ook prachtig en mysterieus! 

Je zegt een Agatha Christie-achtig sfeertje. Ben jij ook één van de lezers die haar boeken verslonden heeft? 

Absoluut, ik ben ermee opgegroeid. Agatha Christie, Stephen King en Sir Arthur Conan Doyle waren de auteurs waar ik als kind al enorm naar opkeek. Ik heb altijd van dat mysterieuze gehouden en dat is in mij gebleven.

Wat dat mysterieuze ook bevat is De duistere school en binnenkort verschijnt de opvolger. Wat maakt het zo leuk om voor kinderen te schrijven (ook al zijn er genoeg volwassenen die ook van dit boek smullen)?

Kinderen zijn een zeer fijn publiek om voor te schrijven. Zij zijn ook dankbaar, houden van spanning en het mag allemaal nog wat griezeliger zijn dan jij denkt dat ze aankunnen. Ik heb heel veel kinderen blij weten te maken met School en heb van verschillende ouders zelfs foto’s! gekregen waarin ze hun lezende kinderen tonen. Dat doet me enorm veel plezier. Zo zat ik gisteren op de boekenbeurs en komen er ouders met School naar me toe, waarbij de kinderen dat boek zo vastklampen alsof het een schat is. Dat vind ik het geweldigste gevoel.

Toevallig had ik het daar van de week met een vriendin over: dat boeken voor kinderen best heel gruwelijk mogen zijn. De sprookjes van nu eindigden vroeger bijvoorbeeld op zijn zachtst gezegd macaber.  Geloof jij dat dat eigenlijk heel goed voor de ontwikkeling van een kind is?

Kinderen kunnen nog perfect griezelen zonder dat dit een impact op hen heeft. Volwassenen trouwens ook, er zijn miljoenen griezelfans die doodnormale mensen met een zacht hartje zijn in het echte leven :). Sprookjes zijn per definitie best wel gruwelijk, ik denk niet dat dit een probleem is.

Wat was de engste gedachte of wezen die jou als kind uit je slaap hield?

Ik heb ooit – per ongeluk – de film The Thing gezien als achtjarige. Ik heb een oudere broer die het leuk vond die film te huren. Ik heb toen weken niet geslapen. 😉 Vooral de scène met de buik is me altijd bijgebleven! Als kind was ik ook heel bang voor de dood. Intussen niet meer.

Wat heeft jouw angst doen omslaan?

Mijn moeder zegt altijd: er zijn twee dingen in het leven die je niet kunt veranderen, je geboorte en je dood. Maar wat je daartussen doet, bepaal je zelf. Dat is mijn filosofie geworden. En ja, er zijn onvermijdelijke gebeurtenissen maar ik probeer mijn leven zo goed mogelijk te leiden. Daardoor ben ik ook niet langer bang.

Naast auteur ben je ook uitgever (Hamley Books). Hoe is dat zo gekomen?

Lang verhaal kort: ik ben in het dagelijks leven ondernemer en heb twee activiteiten naast mijn boeken. Ik speelde al enige tijd met het idee om zelf iets te gaan doen rond boeken. In 2017, toen Heart-Beat, een van mijn Engelstalige werken, uitkwam, hebben we dit als een testcase uitgeprobeerd. In 2018 werd het echt officieel toen de vertaling van Heart-Beat (Hart-Slag) er kwam. Ik zat op dat moment in dubio wat ik met dat boek ging doen en heb toen mijn stoute schoenen aangetrokken en heb zo de beslissing genomen om dit zelf uit te brengen. Dat bleek een groot succes. Het vervolg groeide organisch. Begin 2019 begon ik ‘officieel’ ook met andere auteurs te werken en nu zijn we elf boeken verder, waar ik héél blij mee ben!

 

*** Interview by Eva Krap.

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Sandra J. Paul of Hamley Books volgen? Doe het, echt heel gaaf. En dat kan via onderstaande links:

Auteurspagina Facebook

Uitgeverij Hamley Books

Eva vraagt door: Tiny Fisscher van Romeo en Julia!

auteursfoto kleur 1

Toen ik Romeo en Julia, hertaald en geschreven door Tiny Fisscher ontdekte, ging mijn hart acuut sneller kloppen. Deze eeuwenoude en beroemde klassieker, uitgegeven in een prachtig jasje én verwoord in begrijpelijke taal, voelde alsof ik een lang verborgen schat ter hand mocht nemen. Tiny bezit namelijk het grote talent om oude klassiekers nieuw leven in te blazen zonder ook maar één moment de essentie van het oorspronkelijke verhaal uit het oog te verliezen. Op deze manier gaan deze oude verhalen nooit verloren en kunnen lezers zich ook in de huidige tijd verliezen in deze prachtige vertellingen. 

Meteen nadat ik Romeo en Julia had gelezen, verdiepte ik mij meer in de schrijfster ervan, en het bleek dat deze klassieker niet de enige is die zij op haar naam heeft staan. 

Hoe bijzonder dat zij deze gave bezit, dat zij dit werk met zoveel passie doet. Ik kon dan ook niet anders dan haar uitnodigen voor een vraaggesprek.

Hoe was het om in de wereld van Shakespeare te duiken?

Dat gebeurde in eerste instantie heel intuïtief. Ik had al een paar klassiekers hertaald en toen klopten Romeo en Julia op mijn schouder met de vraag om weer door nieuwe generaties gelezen te mogen worden. Want iedereen heeft weleens van Romeo en Julia gehoord, en iedereen weet dat het om een verboden liefde gaat met een fatale afloop, maar wie leest het originele toneelstuk nog, en wie kent het feitelijke verhaal nou écht? Ikzelf alleen via de film van Baz Luhrman, met Leonardo di Caprio in de hoofdrol, maar die film maakt wel nog gebruik van Shakespeares originele verzen. Toen het idee om er een roman van te maken eenmaal postvatte en ik me erin begon te verdiepen, ging er een wereld voor me open. Maar het was pas nadat Myrthe Spiteri, van Blossom Books, me met dit project binnenhaalde, dat de werkelijke impact van het toneelstuk tot me doordrong en ik me realiseerde wat een klus het zou worden. Want ik wilde het stuk dan wel in romanvorm gieten, maar gaandeweg kwam ik er pas achter hoeveel symboliek en verborgen betekenissen Shakespeare in dit stuk heeft gestopt, en hoeveel humor. Voor veel van de grappen en knipogen moest ik eigen varianten verzinnen, want letterlijk vertalen is niet mogelijk; niet alleen taal verandert, maar humor ook. Daarbij moest ik Engels idioom sowieso in goed Nederlands idioom zien om te zetten.

Kortom, het was geen eenvoudige klus, maar wel een bijzonder interessante. Ik had gelukkig veel steun aan een aantal heel goede websites waarin de stukken van Shakespeare ontleed worden, en waar ik de nodige achtergrondinformatie en uitleg vond. Toen ik het manuscript af had, heb ik het laten lezen door een paar Shakespearekenners, om te checken of ik alles wel goed had begrepen. Dat dit boek er is gekomen is trouwens best grappig, want ik heb een ontzettende hekel aan de ‘thou’s’ en de ‘thee’s, en de ‘hathest’ in die Middeleeuwse stukken. Dat ik er toch met enorm veel plezier aan heb gewerkt, komt omdat ik het tegelijkertijd een geweldige uitdaging vond om dan júíst van het verhaal en alle symboliek erin te gaan houden. Dat is meer dan gelukt.

Je bent heel dicht bij de essentie van het oorspronkelijke toneelstuk gebleven en helaas is het nog steeds griezelig actueel. Wat raakte jou het meest aan dit verhaal?

In eerste instantie de trieste uitzichtloosheid van deze schijnbaar onmogelijke liefde, maar toen ik er eenmaal dieper in dook, ook de kracht van Julia; dat ze weet wat ze wil en dat ze weigert zich te laten uithuwelijken. Van de kracht van twee jonge mensen die zich niet in een hoek laten drijven en die koppig hun eigen pad volgen, ook al moeten ze het met de dood bekopen. Dat het nog steeds griezelig actueel is, vind ik schrijnend. Daarom draag ik het boek ook op aan alle jonge mensen over de hele wereld die te maken hebben met ‘verboden’ liefde, in wat voor vorm dan ook.

Was je niet bang dat Shakespearekenners kritiek zouden uiten?

Uiteraard. Ik had met mijn andere hertalingen al gemerkt dat je als schrijver met de nek aangekeken of zelfs beschimpt kunt worden omdat je aan ‘hun’ auteur of lievelingsboek durft te komen. Ik heb dus ook Romeo & Julia bijna op de vierkante millimeter uitgespit en het lijkt me sterk als Shakespearekenners nog iets te piepen kunnen hebben. Althans, niet met betrekking tot de inhoud van het verhaal. Alles wat Shakespeare in het stuk heeft gestopt, zit ook in mijn boek. Of ze de stijl van mijn roman weten te waarderen, is natuurlijk een kwestie van smaak. Maar het mooie van mijn boek is wel dat je geen Shakespearekenner hoeft te zijn om ervan te kunnen genieten.

Je hebt al meer klassiekers vertaald. Welke vond je tot nu toe het mooiste om te doen?

Oei, dat is een vraag waar nauwelijks antwoord op te geven valt. Kees de jongen was de eerste klassieker waar ik me aan waagde omdat ik zo enorm veel van Kees houd, maar het boek niet veel meer gelezen wordt. Dat vond ik zo zonde en ik wilde Kees heel graag met nieuwe generaties delen. Daarna wandelde Rémi mijn hoofd binnen, de hoofdpersoon van Alleen op de wereld, mijn lievelingsboek toen ik een jaar of elf was. Wat een feest en een eer dat ik op zes hertaalde hoofdstukken met open armen bij Gottmer werd binnengehaald! Ik ben zo ongelofelijk trots op dat boek. Maar ik ben niet minder trots op Romeo & Julia, De kleine prins of Oliver Twist (uitgave medio 2020), die elk op hun eigen manier heel bijzonder voor me zijn. Welk boek ik dus het mooist vond om te doen: allemaal, en elk daarvan om een eigen, specifieke reden en om hun eigen, specifieke gevoelswaarde.

73201887_2610285909029084_6436753184550551552_o

Ik vind het echt heel mooi dat je dat doet. Oude schatten hertalen zodat ze niet verloren gaan. Hoe is jouw liefde voor het geschreven woord ontstaan?

Geen flauw idee, haha. Je hoort schrijvers soms zeggen dat ze levendige herinneringen hebben aan de magie van leren schrijven en lezen, maar die herinneringen heb ik niet. Ik heb als kind wel altijd heel graag gelezen én geschreven. Ik las alles wat los en vast zat, en schreef zelf ook schriften vol. Maar ik debuteerde pas op mijn veertigste. Ik heb wel altijd een grote liefde gehad voor taal in het algemeen. Als ik op de middelbare school een woord opzocht in het Engels, was ik ook meteen nieuwsgierig hoe je dat in het Duits of het Frans zei. Voor ik het wist was ik dan allemaal woorden aan het opzoeken en vergat dan welk huiswerk ik ook alweer aan het maken was. Ik heb ook een poosje Frans gestudeerd, maar op alle grammatica die daarbij kwam kijken, ben ik afgehaakt. Voor mij is het daarom wel extra bijzonder dat ik ook boeken uit het Frans heb hertaald. Het bloed kruipt kennelijk toch waar het niet gaan kan. 

Wellicht dat je daarom ook met zoveel passie dit werk doet. Nu zijn er bepaalde auteurs, bijvoorbeeld Tolkien, die een geheel eigen taal verzinnen. Deed jij dat ook? Of zijn het echt de bestaande talen waar je hart sneller van gaat kloppen?

Nee, ik heb nooit een eigen taal verzonnen. Ik ben ook geen liefhebber van fantasy. Hoewel ik In de ban van de ring wel ademloos heb gelezen, maar pas nadat ik de eerste film ervan zag.

Welk verhaal staat nog hoog op je verlanglijstje om te hertalen?

Hoog is een groot woord, want de boeken die ik heel graag wilde hervertellen, heb ik intussen kunnen afvinken, of zijn onlangs al door anderen gedaan en kan ik niet meer doen. Maar het was pas nadat ik Romeo & Julia had afgerond dat Oliver Twist in me opkwam, en nog voordat dat boek uit is, ben ik daar al zo ongelofelijk blij mee en trots op! Ik ben er dus van overtuigd dat er nog verhalen langs zullen komen waar ik in eerste instantie niet aan dacht. Ik heb trouwens wel al een paar titels in mijn hoofd hoor, maar die houd ik nog even onder de pet.

Het boekenpanel van DWDD verkoos Alleen op de wereld als een van hun vier favoriete boeken van die maand. Hoe voelde die erkenning voor jou?

Het voelde eerder als een triomf. Dat had mede te maken met een ervaring die ik een jaar eerder had met mijn hertaling van Kees de jongen, die door een columnist van dat programma werd afgeserveerd terwijl het overduidelijk was dat hij het niet had gelezen. Kennelijk was hij al op voorhand faliekant tegen een dergelijke hertaling. Dat een jaar later in datzelfde programma Alleen op de wereld omhoog werd gehouden, gaf me daardoor een extra kick. Ik vond het echt meesterlijk. Het heeft me ook qua verkoop geen windeieren gelegd; de tweede, derde en vierde druk konden achter elkaar in gang worden gezet. Het kleine kind in mij riep heel hard: ‘Lekker puh!’

Over reacties gesproken: wat is het mooiste compliment dat je tot nu toe hebt gekregen? 

Het mooiste compliment, goeie vraag. Naast de negatieve kritiek die je als schrijver voor je kiezen kunt krijgen, heb ik ook genoeg complimenten gehad; van kinderen, ouders, leerkrachten, recensenten, collega-schrijvers, noem maar op. Maar het indrukwekkendste compliment kwam denk ik toch van prof. dr. Ton Hoenselaars, Shakespearedeskundige en hoogleraar Engelse taal- en letterkunde aan de universiteit van Utrecht. Hij schreef me: “De sappige taal van Romeo & Julia vertalen – ook naar een ander idioom – is verschrikkelijk moeilijk. Maar daar ben je heel goed in geslaagd.” Dat compliment kon ik in mijn spreekwoordelijke zak steken, en dat laat ik daar lekker zitten.

Wat hoop jij in de toekomst nog te bereiken?

Een villa met zwembad. Nee, hoor, grapje.

Als antwoord op deze vraag geef ik eerst een citaat uit Winnie de Poeh, van A. A. Milne:

‘Wat doe jij het allerliefst op de hele wereld, Poeh?’ ‘Het allerliefste,’ zei Poeh en toen moest hij eerst eens even nadenken. Want al was Honing Eten iets vreselijks prettigs, er was toch één ogenblikje, vlak voor je begon, dat nog veel prettiger was, maar hij wist niet hoe dat heette.

Wat zoveel betekent als: heb je je doel eenmaal bereikt, dan blijkt vaak dat de weg ernaartoe, of het verheugen erop, in wezen nog fijner was. Want als je een doel bereikt hebt of als een verlangen is vervuld, ontstaat meestal al vrij snel een nieuw verlangen, en opnieuw, en opnieuw. Verlangens zijn onze motor, zonder verlangens zouden we op onze krent blijven zitten en niets willen of doen.

Zo verheug ik me altijd ongelofelijk op een nieuw boek, maar als ik het dan uiteindelijk in mijn handen heb, hoe blij en trots ik ook ben, voel ik toch dat het verheugen misschien nóg fijner was, en verlang ik alweer naar het volgende boek. Maar eerlijk is eerlijk, ik kijk wel uit naar financiële onafhankelijkheid, dus dat ik naast schrijven en de betaalde werkzaamheden die daaruit voortvloeien, geen andere banen meer hoef te doen. Meer betaalde school- en bibliotheekbezoeken zijn dus zeer welkom, en tegen nationale of internationale bestsellers zeg ik ook geen nee. Een flinke prijs in bijvoorbeeld de Staatsloterij mag ook. Dus kom maar op met die munten, eh, biljetten. Het liefst niet in de verre toekomst, maar in de nabije.

*** Interview by Eva Krap.

 

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Tiny herself volgen? Te leuk! Dat kan HIER

Eva vraagt door: Mariska Overman van de nieuwe Het geheim van Grace!

27336678_1622004831212759_89646119615511391_n.jpg


Mariska Overman is bekend van haar beklemmende thrillers met Isabel Dieudonné in de hoofdrol. In 2017 debuteerde zij met Hoofdzaak, gevolgd door Voltooid (2018) en Verdoemd (2019). In deze reeks is de dood een terugkerend thema. Onder andere postmortale zorg, zelfmoord en euthanasie spelen een grote rol. Dat is niet verwonderlijk, Mariska is eigenaar van het bureau MORBidee dat de dood bespreekbaar maakt. Ook schrijft zij columns over dit onderwerp.

Sinds kort heeft Mariska echter een heel ander boek op de markt gebracht, namelijk Het geheim van Grace. Een verhaal dat meteen pakt, maar vooral een feelgoodmysterie is. Wat het extra bijzonder maakt, is dat het verhaal als Kobo Original op de markt is verschenen. Ze neemt de lezer mee naar het prachtige Ierland, de ideale setting om de lezer op het puntje van de stoel te brengen. Vol ongeduld stond ik dan ook te trappelen om Mariska enkele vragen te stellen over het hoe en waarom.

Gefeliciteerd met je Kobo Original! Om meteen met de deur in huis te vallen: hoe is het zo gekomen dat jij Het geheim van Grace in deze vorm uit mocht geven?

Vorig jaar heb ik een kort verhaal geschreven voor tijdschrift Flair. Dat verhaal ging over Maud in Ierland en het witte huis dat ze van haar tante erfde. Mijn uitgever, Ilse, vond het verhaal zo leuk dat ze vroeg of ik er niet een heel boek over kon schrijven. En ze dacht dat het een mooi idee was om te kijken of we het als Kobo Original in de markt konden zetten (en later alsnog als paperback). Dat leek mij super, omdat ik op die manier hopelijk ook weer nieuw publiek bereik. Gelukkig was Kobo ook enthousiast. En zo ontstond Het geheim van Grace… 🙂

Het verhaal is heel anders dan de thrillers die je geschreven hebt. Folklore, mythen en feelgood zijn enkele aspecten van Het geheim van Grace. Wat heeft je doen besluiten om deze weg in te slaan?

Na Verdoemd, waar zelfdoding het thema is, had ik behoefte aan een ‘luchtiger’ verhaal. Ik had al langer de wens om iets te schrijven dat meer richting feelgood gaat, maar wel met wat mysterie, en geschiedenis. Toen ik een kort verhaal voor de Flair mocht schrijven leek me dat een mooi moment om een verhaal als dit te schrijven. En dat beviel zo goed, zowel voor mezelf als voor de uitgever, dat het dus een heel boek is geworden. Met het boek dat ik nu schrijf zet ik de combinatie mysterie, tikkeltje feelgood, en geschiedenis, verder.

Je bent zelf ook naar Ierland afgereisd. Heb jij dat nodig om je verhaal te schrijven?

Ik denk dat als je het echt goed wilt doen, dat de locaties waarover je schrijft bezoeken, nodig is. Helaas is dat niet altijd mogelijk, maar ik probeer het zoveel mogelijk te doen. Via boeken en internet is gelukkig veel informatie te vinden, maar daarmee mis je altijd de beleving. Je mist de mensen, de geuren, de kleuren, details op straat of in woningen. En ter plekke ontstaan altijd weer ideeën die het boek beter maken.

In Het geheim van Grace komt ook het nodige bijgeloof van de bewoners van Ierland naar voren. Heb jij, toen je daar was, daar ook over gesproken met de mensen die daar wonen?

Ik heb vooral veel gelezen daarover. Ierland heeft een rijke historie aan spookverhalen, waar ik me in verdiept heb. En als je er zelf loopt, over de kliffen terwijl het mistig is, dan is het niet moeilijk om het ook te geloven…

Het geheim van Grace

Heb je zelf ook iets meegemaakt op dat gebied?

In Ierland niet, maar ik heb meerdere malen in mijn leven dingen meegemaakt die niet verklaarbaar waren. Dat betekent niet dat er niet toch een logische verklaring voor is, maar het zijn soms ook prettige voorvallen die ik graag aanneem voor waar. Sommige hebben te maken met mijn overleden broertje, en de gedachte dat iets een teken van hem was, is prettiger dan het afdoen als verbeelding of iets dergelijks. Niet alles valt te begrijpen, en dat is prima volgens mij.

In je boeken komt het thema overlijden vaak aan bod. Naast schrijven ben je een groot onderdeel van MORBidee, een bureau dat de dood bespreekbaar maakt. Hoe zijn jij en je partner Rob Bruntink op dit idee gekomen?

Ik werkte als projectleider opleidingen bij een uitvaartonderneming, en Rob als journalist gespecialiseerd in palliatieve zorg. Vanuit dat werk (en persoonlijke ervaringen) merkten we beiden hoe lastig het onderwerp dood is. Samen kwamen we op het idee om op creatieve manieren te proberen het praten over de dood voor mensen eenvoudiger te maken. In ons werk konden we dat niet kwijt, dus zo ontstond Bureau MORBidee (MO zijn mijn initialen, RB zijn Robs initialen, plus de toevoeging ‘idee’…. Met een knipoog naar het woord morbide… 😉 ).

Op welke manier merk jij dat er behoefte is om de dood voor mensen eenvoudiger te maken?

In de zorg ligt de focus op genezing en behandeling. Terwijl er elk jaar ongeveer 80.000 mensen doodgaan aan o.a. kanker en orgaanfalen. In zorgopleidingen is niet of nauwelijks ruimte voor praten over het levenseinde, waardoor die 80.000 mensen niet altijd de goede zorg krijgen die bij doodgaan hoort, en niet een afscheid waar naasten mee verder kunnen. In ons werk en in contacten met zorgpersoneel merken we dat iedere keer opnieuw. En in het dagelijks leven eveneens. Als het woord dood valt wuiven mensen het veelal weg: dat is een naar onderwerp, daar kun je het beter niet over hebben. Terwijl wel met elkaar praten mensen verbindt, en zorgt voor een beter afscheid van elkaar als de tijd gekomen is.

Je schrijft nu, qua boeken, fictie. Ben je van plan om ooit een non-fictie over dit onderwerp te schrijven?

We hebben vorig jaar een boekje (56 pagina’s) uitgebracht voor professionals: Levenseindegesprekken. Met daarin allerlei praktische tips om de dood in het werk bespreekbaar te maken. En er zijn plannen voor een soortgelijk boek, maar dan voor het grote publiek, niet de professional.

Ik kom even terug op het boek dat je nu aan het schrijven bent. Het bevat, zei je, de combinatie mysterie, tikkeltje feelgood, en geschiedenis. Kan je hier meer over vertellen?

Uiteraard! Het is een historisch mysterie, dat gaat over de raadselachtige verdwijning van de schedel van de Duitse dichter/filosoof Friedrich Schiller (gestorven 1805). Het is gebaseerd op historische feiten: in 2008 wees DNA-onderzoek uit dat de schedel van Schiller die in de sarcofaag in Weimar ligt (naast Goethe), niet van hem is. Waar de echte schedel is, weet niemand. Ik heb het boek opgedeeld in twee tijdlijnen: 2008 en 1805 (met terugblikken naar 1788 en 1789). In de lijn van 2008 gaat hoofdpersoon Johnny, journaliste, op zoek naar de schedel van Schiller. Dit doet ze samen met een jonge Duitse journalist, Noud. In de lijn rond 1805 gaat het over de driehoeksverhouding tussen Schiller en twee zussen, Charlotte en Caroline, waarvan er een zijn vrouw wordt. Het is een combinatie van een mysterie en een historische roman, waarbij beide tijdlijnen uiteraard met elkaar te maken hebben. En het is bovenal een verhaal over liefde. Ik werk er nu twee jaar aan, en heb ontzettend veel research gedaan, zowel in literatuur als ter plekke (Weimar en Rudolstadt in Duitsland). Inmiddels denk ik dat ik een expert ben als het over het leven van Schiller gaat… ;-).

Wat interessant! Wat trekt jou zo aan als het gaat om mysteries uit het verleden?

Ik ben gek op geschiedenis, vroeger wilde ik een tijdje lerares geschiedenis worden. En als kind las ik veel sagen en legenden, heerlijk vond ik dat. Over weerwolven, zeemeerminnen, witte wieven, spoken en andere spannende mythes. In het verleden barst het van de mysteries, en daar met een hedendaagse bril naar kijken levert mooie verhalen op. Juist het mysterie geeft ruimte om als schrijver een verhaal om heen te bouwen. Want tenslotte weet niemand hoe het écht zit. De zelfbedachte theorie die achter het verdwijnen van de schedel van Schiller zit, zoals ik die in mijn Schillerboek beschrijf, zou dus zomaar echt gebeurd kunnen zijn…

Ik krijg nu al zin om het te lezen! Over weerwolven, zeemeerminnen en andere mythische wezens gesproken: denk je dat je daar ooit nog een boek over gaat schrijven?

Dat lijkt me wel erg leuk! Wat weerwolven betreft, heb ik wel een ideetje… Maar wanneer ik daar tijd voor heb? In ieder geval komt er in de winterbundel die in november uitkomt van de Crime Compagnie een kortverhaal van mij met iets over Witte Wieven…

Laatste vraag: wie bewonder jij op schrijfgebied?

Wie bewonder ik… Ik heb de hele negentiende eeuwse Russische bibliotheek gelezen, ik bewonder bijna alle auteurs van die tijd, met name Dostojewski. Maar ik bewonder ook iemand als Liane Moriarty, die naar mijn mening erg ingenieuze boeken kan schrijven. En David Mitchell, misschien bewonder ik hem wel het meest, wat een schrijver! Niet alleen qua plot, maar ook stilistisch.

 

*** Interview by Eva Krap.

 

**Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Mariska Overman zelf volgen? Duhhh en dat kan hierrrrr 😀

Auteurspagina Mariska Overman