Riejanne schrijft: Rouwen

Vanochtend luisterde ik naar een podcast van een vriendin over het verlies van haar broertje, nu dertig jaar geleden. Een podcast die recht mijn hart inkwam en al snel maakte dat de tranen over mijn wangen stroomden. Zoveel herkenning, dezelfde vragen, dezelfde gedachten…

Ze vertelde dat ze soms jaloers kon zijn op andere mensen die hun broers en zussen nog hebben. Iets wat heel herkenbaar is voor mij. Natuurlijk gun ik iedereen hun broers en zussen en ben ik blij dat de ander ze nog heeft, maar soms doet het ook gewoon een beetje pijn als je hoort dat ze naar hen toegaan. Pijn, omdat ik niet meer naar ze toe kan gaan, ze nooit meer kan zien en/of horen en ik het moet doen met mijn herinneringen. Herinneringen waarvan ik me soms afvraag of ik ze in de loop der jaren niet veel mooier gekleurd heb dan ze in werkelijkheid waren, omdat dat nog het enige is wat ik van hen heb.

Maar ook de boosheid, omdat anderen hun broers en zussen zoveel jaren langer om zich heen hebben (gehad). Een boosheid die ik mezelf soms kwalijk neem, omdat het niet terecht is, omdat het dan lijkt alsof ik dat de ander niet gun. En misschien is die boosheid wel heel functioneel, omdat dat makkelijker te handelen is dan dat grote verlangen om hen die ik zo mis nog een keer te zien, nog een keer samen te zijn. Dat verlangen om nog een keer samen herinneringen op te halen aan mijn vroegste vroeger, de gekkigheid die we beleefden, de ruzies die we maakten, maar ook het verlangen naar gewoon weer gewoon.

Misschien is dat laatste nog wel het grootste verlangen. Terug naar die tijd waarvan ik nooit het besef had dat dit ooit over zou gaan, dat het zo vanzelfsprekend was om mijn broer en zus te zien, zo vanzelfsprekend dat ze er gewoon waren.

Als ik nu naar mijn leven kijk is niets meer gewoon en vanzelfsprekend. Ik leef mijn leven en doe nog steeds de dingen die ik leuk vind, maar altijd is er dat knagende gevoel dat ik het nooit meer met hen kan delen. Tegelijkertijd is er door hen het besef dat het zo ineens afgelopen kan zijn, dat ik alles en meer uit het leven moet halen, omdat zij daar de tijd niet voor kregen. Mijn broer en zus die ik niet zo vaak benoem als ik zou willen, omdat daar altijd de angst is dat de ander denkt dat het nu maar eens klaar moet zijn, terwijl het voor mij voelt alsof dat nooit klaar is. Zij waren en zijn een heel belangrijk onderdeel van mijn leven en dat zal nooit veranderen.

En ja er gaan maanden voorbij waarin ik hen noem en over ze kan praten zonder dat daar gelijk het intense gemis aan te pas komt, maar dan zo ineens is het daar weer, wordt het getriggerd door iets wat je hoort, ziet of krijgt. Vorige week was zo’n momentje. Ik kreeg foto’s waar ik zelf opstond als vierjarige, foto’s die ik zelf niet eens kende en het liefste gelijk met mijn broer en zus wilde delen, omdat ik niet weet of zij die foto’s ooit gezien hebben, omdat zij mij misschien meer over die foto’s kunnen vertellen, maar misschien nog wel het meest omdat dat zou betekenen dat alles nog gewoon gewoon is.

Dat zijn de momenten dat het gemis snoeihard binnenkomt en me even terugwerpt in de tijd alsof ik ze gister verloren ben. En wat is het dan fijn dat er altijd die vriendin is die begrijpt hoe dat is en die mij leert dat rouwen mag. Vandaag, morgen en misschien nog wel veel langer, omdat rouwen nooit overgaat…

Riejanne Zwiers.

*Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂

Riejanne schrijft: Onvermijdelijk…

Soms word je gedwongen om stil te staan bij keuzes die je niet wilt maken, maar die ook onvermijdelijk zijn. Vorige week ontving ik zo’n brief die ik het liefste aan de kant wilde gooien, niet over na wilde denken, heel hard voor weg wilde rennen. Zo’n brief die al je emoties op scherp zet en gevoelens naar boven haalt die zelfs niet reëel zijn.

Twintig jaar geleden is mijn moeder overleden en kwamen we plotseling voor de keuze te staan om te begraven of cremeren. Mijn moeder had zich daar nooit duidelijk over uitgelaten. Af en toe riep ze wel eens wat, maar dat veranderde een maand later dan weer. Kortom, ineens zaten we met onze handen in het haar, wat gaan we doen? Uiteindelijk hadden wij een hele theorie waarom we ervoor kozen om haar te begraven, maar realiseerden ons denk ik niet wat voor zorg dat ook weer met zich meebracht. Een graf moet immers onderhouden worden…

We kennen allemaal de graven waar nooit iemand komt, simpelweg omdat mensen er geen behoefte aan hebben, omdat er geen nabestaanden zijn, of omdat je gewoon niets hebt met een graf. In die laatste categorie val ik, maar dat realiseerde ik me toen niet goed genoeg. Voor mij is het graf gewoon een plaats waar iemand kan laten zien dat diegene een plekje op deze wereld heeft gehad.

Aangezien mijn broer en zus ver buiten de stad woonden, kwam het onderhoud van het graf voornamelijk voor mijn rekening. Ik vond het onzin dat zij twee uur moesten rijden om een bloemetje op het graf te zetten, dus deed ik dat ook namens hen. Zo gingen de jaren voorbij en wist ik altijd in mijn achterhoofd dat er een moment zou komen dat de grafrechten zouden verlopen.

Die brief kwam dus vorige week en ineens moest ik de beslissing nemen om te verlengen of te ruimen. Een brief die ontzettend veel losmaakte, want inmiddels leven mijn broer en zus ook niet meer. Ineens was daar die boosheid, die niet reëel is, maar hij was er wel. Boos op mijn broer en zus die er tussenuit gepiept waren en mij nu met deze beslissing lieten zitten.

De strijd tussen verstand en gevoel. Mijn verstand wat aan alle kanten riep dat ik niet nog eens tien jaar een graf wil verzorgen, een graf waar ik niets bij voel, ook al ligt mijn eigen moeder daar…

Maar dan het gevoel wat een stuk ingewikkelder is. Ben ik egoïstisch als ik het graf laat ruimen? Gooi ik mijn moeder dan niet aan de kant? Meerdere keren wenste ik dat ik – al was het maar een minuutje- even met mijn broer en zus in gesprek kon gaan, even horen hoe zij hierin staan en stiekem misschien ook wel om mijn boosheid naar hen te uiten, omdat zij er vandoor gingen en mij hiermee achter lieten.

Tegelijkertijd weet ik ergens wel dat zij mij in mijn beslissing zouden steunen, maar toch…het was ONZE beslissing om haar te begraven en wat er nu met het graf gebeurt is MIJN beslissing. Gelukkig heb ik gouden vrienden met wie ik dit allemaal kon delen, maar wat ze ook zeggen, het schuldgevoel over mijn moeder aan de kant gooien overheerst dan toch.

Ontneem ik haar nu de plek waar zij kan laten zien dat zij een plek op deze wereld heeft gehad, maak ik van iets ineens dat ze niets meer is, niemand meer is? Is het fair om een graf te behouden waar je alleen maar uit plichtsbesef naartoe gaat en niet omdat je daar nu zo graag wilt zijn?

Jij hebt mij op de wereld gezet en nu besluit ik om jou je laatste plaats af te nemen en nee, dat is niet omdat ik niet van je hou, maar omdat jij het verdient dat er iemand aan je graf staat die daar ook echt wil zijn, die daar staat omdat ze daar de connectie met jou voelt en niet omdat het moet. Dus kies ik er met pijn in het hart voor om het graf te laten ruimen en draag ik je bij me zoals ik nu al twintig jaar doe, op die plek waar ik je met niemand hoef te delen, die plek die alleen voor mij toegankelijk is, die plek die diep in mij zit.

Verstand en gevoel en ik laat het verstand nu beslissen. En juist door die beslissing voelt het alsof ik je nu opnieuw verlies, opnieuw afscheid van je moet nemen, voelt het voor even weer net zo rauw en scherp als twintig jaar geleden……

Riejanne Zwiers.

*Vinden jullie het leuk ons op Facebook te volgen?

Like dan onze pagina Samenlezenisleuker en word om mee te kletsen over boeken lid van onze echte gezellige boekengroep! En dat kan hier: Samenlezenisleuker 📚🥂