Jac las: 22-11-1963 – Stephen King****

22 11 King

22-11-1963 is niet het boeiende epos geworden wat ik verwacht had.

‘I met a gin-soaked queen in Memphis, she tried to take me upstairs for a ride’

Oh sufferd!, oh grote sufferd! Wie slaat er nu zulke onzin uit. Met zo’n mooie vrouw in de buurt.

De relatie tussen SK en ondergetekende is altijd een ongelukkige geweest. Daar waren een paar redenen voor. Op de eerste en belangrijkste plaats: geen enkel boek van SK kon mij boeien. Carrie ging nog wel, alhoewel de film was – zeer uitzonderlijk-  beter dan het boek , maar toen volgden een aantal matige boeken:  Bezeten stad, De Shining, Cujo en Christine. Na 100 bladzijden van  Het heb ik SK in de boeien geslagen en opgeborgen in een vochtige kelder, voorzien van een degelijke eikenhouten deur met een groot, roestig slot er op en voorzien van een clownsmasker met een grote, vette, rode neus.

Daar komt bij dat ik horror een zielloos genre vind, en het gebruik van het bovennatuurlijke kwaad geen enkele indruk maakt. De duivel, beëlzebub en andere kwaadaardige demonen bestaan niet, en zijn uitingen van religieus fanatisme. Je moet de wereld niet moeilijker maken dan ze is. Alhoewel sommige voedingsfanatici, die het best als gifmengster kunnen worden getypeerd, daar anders over denken.

Terug naar 22-11-1963. Grosso modo zijn drie delen te onderscheiden. De eerste 250 pagina’s zijn als een road movie met weergaloze stukken proza die je meenemen naar een tijd, eind jaren vijftig en begin jaren zestig,  waar niet alles beter was, maar waar onbevangenheid en hulpvaardigheid normale zaken voor de doorsnee burger waren. De romp van het verhaal omvat 400 bladzijden, en vooral bestaande uit  een mix  van Joop ter Heul’s HBS tijd, Grease en Saturday night fever. Sandy (Grease) en Sadie lijken qua namen teveel op elkaar om het geen toeval te laten lijken. Het is middelbare school romantiek. Ik wil niet over romantiek lezen. Dat is toch meer iets voor de praktijk. SK is  geroutineerd auteur en neemt zijn toevlucht tot hulpmiddelen, en gooit er wat romantiek en sentiment tegen aan. Dat betekent honderden pagina’s lang een huis, tuin en keuken roman die hoogstens interessant is maar niet echt boeit. De laatste 200 bladzijden, de aanloop naar de ontknoping en vooral het vervolg daarop, zijn van grote klasse en laten zien hoe goed SK kan schrijven, daarbij tergend langzaam de spanning opdrijvend waarbij de lezer het boek niet los kan laten. Wat jammer van die laatste, overbodige, tien bladzijden.

Het verhaal:

King heeft zijn verhaal opgehangen aan een wat … als scenario. De wat… als scenario’s zijn of oersaai ( bedrijfseconomische modellen) of buitengewoon speculatief en spannend. Wat als de Nazi’s WOII hadden gewonnen of Jozef en Maria geen date hadden gehad?

SK stuurt Jake Epping en zijn alter ego George T. Amberson als een moderne professor Barabas terug in de tijd. Wat als hij er in slaagt om de aanslag op John Fitzgerald Kennedy te verijdelen? Dat rommelen in de tijd gaat niet zomaar. Er zijn dilemma’s en de tijd biedt weerstand. Daarnaast is er het vlindereffect. Mooi verwerkt in het verhaal.
SK is een fijne schrijver. Zijn betoog leest als een lier, hij schrijft in Algemeen Begrijpelijk Nederlands en wel zodanig dat je een zin nooit voor een tweede keer hoeft te lezen. Bovendien verstaat hij de kunst om honderden kleine details, honderden kleine verhaaltjes  in zijn verhaal te stoppen, grappige, boeiende of ontroerende details die een geromantiseerde kijk op de Amerikaanse maatschappij van die tijd geven. Het verhaal is uitmuntend gedocumenteerd. En daar houden we van.

Met zijn 879 pagina’s is dit toch gauw 20 -25 uur lezen. Het is natuurlijk onmogelijk om de spanningsboog gedurende deze tijd in stand te houden. Het leukste is de telefoon binnen handbereik te hebben en de talloze  verwijzingen naar onbekende Amerikaanse personen, feiten en plaatsen te checken.

  • Iemand ooit gehoord van Weegee en Diane Arbus?
  • Of hoe een Plymouth fury er uit ziet?
  • Of de foto van Lee Harvey Oswald met zijn geweer, een Mannlicher-Carcano van het postorderbedrijf voor het raam waar Aberson woont?
  • Of de verbazingwekkend mooie Marina Oswald –Prusakova gezien?
  • Of de Veronica – bad girl – Lake’s haarstijl bewonderd?
  • Het deed m’n hart goed als Doug Sam met z’n grote mond (letterlijk) genoemd wordt met ‘She’s about a mover’.

James Ellroy heeft het anders aangepakt. JFK ging eraan in Amerikaans riool, MLK en RFK in Zes ruggen, beide titels maken deel uit van de onvergetelijk rauwe Underworld USA trilogie. Het verschil in thematiek, aanpak en schrijfstijl is onvergelijkbaar.  De Underworld USA trilogie heeft op mij een onuitwisbare indruk gemaakt, bij 22-11-1963 is dat niet het geval.

Komt het ooit goed tussen SK en ondergetekende?
Ik ga nog een ultieme poging wagen. In het najaar.

Inmiddels ligt De Buitenstaander klaar.

Vier sterren.

Jac Claasen.