Samen met Saskia Jansen Storyteller: Spreken is zilver, zwijgen is fout.

saszwijgen

Als kind was ik altijd bang dat mijn ouders zouden sterven. Meer dan eens werd ik huilend wakker omdat ik levensecht gedroomd had dat ze omgekomen waren bij een ongeluk. Mijn vader sprak dan altijd de wijze woorden; “Een mens gaat zomaar niet dood.” Dit stelde mij altijd gerust. Het is waar. Je gaat niet zomaar dood. Een lichaam kan een heleboel hebben. Er zijn zat mensen die dood willen maar waarbij het ook niet vanzelf gaat. Nu ik volwassen ben droom ik niet meer over dodelijke ongevallen waarbij ik mijn ouders verlies.

Mijn zoontje daarentegen heeft blijkbaar veel van mijn genen want hij staat eens in de zoveel tijd midden in de nacht huilend aan mijn bed. Onder luid gesnik vertelt hij dan dat hij droomde dat ik dood ging in zijn dromen. Wanneer ik hem dan in mijn bed dicht tegen mij aan druk en hem in zijn oor fluister dat mensen niet zomaar dood gaan, voel ik hem ook rustig worden. We schuiven blijkbaar allemaal een plaatsje op in het leven. Het is zowel rustgevend als beangstigend om dit te beseffen.

Mijn ouders leven allebei gelukkig nog. Mocht een van hen nu het leven hier verlaten dan zou ik nog steeds intens verdrietig zijn maar ik ben niet meer bang dat ik dan niet meer verder kan leven. De natuur heeft dat goed geregeld. Wanneer mijn zoontje weer in zijn eigen bedje in slaap is gevallen en ik naar zijn lieve gezichtje sta te kijken bekruipt mij wel dat nare gevoel dat we allemaal om wat voor reden dan ook dood kunnen gaan. Ik hoop zo dat het mij pas gebeurt wanneer hij oud genoeg is om dan ook hardop te kunnen zeggen dat hij het zonder mij ook wel zal redden.

Eenmaal terug in mijn bed staar ik in het donker en vraag me af of er iets zou zijn als je dood bent gegaan. Het lijkt me beangstigend als je nog steeds mee kan krijgen wat er dan allemaal op aarde gebeurt. Dat je alles kan zien maar niet kan laten weten dat je er nog wat van mee krijgt. Ik zou het helemaal niet fijn vinden om mijn kinderen te kunnen zien huilen om mij of nog erger, dat ze je uiteindelijk aan het vergeten zijn. Ik hoop dat dood ook echt gewoon dood is.

Mijn gedachten maken overuren zo midden in de nacht. Plotseling denk ik aan katten. Katten hebben negen levens wordt er gezegd. Waar komt deze uitdrukking vandaan? Ik denk aan de tijd dat wij nog een kat hadden. Het was maar goed dat dat beestje negen levens had want met dit leven deed hij bar weinig. Hij lag hele dagen een beetje te slapen. Ik glimlach om mijn eigen gedachten. Ik denk aan hoe bizar het is dat mijn eigen kind met hetzelfde probleem kampt omtrent de angst voor de dood. Wanneer hij na een half uur wederom huilend aan mijn bed staat en hierdoor ook mijn dochter komt kijken wat er aan de hand is, besluit ik om het er eens over te hebben. De dood moet ons geen onnodige angst aanjagen. Ik besluit er luchtig met allebei mijn kinderen over te praten. Ik vertel ze dat het zeer onwaarschijnlijk is dat we jong zullen sterven en dat ze zich daar beter niet druk om moeten maken. Ik vertel ze ook dat als het noodlot wel toe zou slaan dat ze mij heel gelukkig zouden maken als ze dan verder gaan met hun leven zonder al teveel verdriet. Ik vind het idee dat ze in verdriet zouden blijven hangen en daardoor hun leven aan hun voorbij zouden laten gaan ondragelijk. Ze knikken allebei.

Misschien is het wel goed om het er eens over te hebben zodat je dan niet met teveel vragen blijft zitten. We zitten met elkaar op het bed en stellen elkaar allerlei vragen. Uiteindelijk maken we er zelfs grapjes over. “Ik hoop maar dat je niet heel vroeg sterft”, zegt mijn dochter dan zachtjes. Om eraan toe te voegen : “Want ik ben niet zo een ochtendmens.” We lachen allemaal. De zware lading van het gesprek is direct verdwenen. We knuffelen elkaar en zeggen dat we van elkaar houden. Zowel mijn zoon als mijn dochter slapen vrij snel na ons nachtelijk samenzijn weer.

Ik denk aan mijn ouders. Als wij vroeger weleens naar een pretpark gingen dan vroeg mijn moeder altijd waar we zouden afspreken als we elkaar kwijt zouden zijn. Daarna maakte niemand zich meer zorgen en konden we genieten van de dag. Nu ben ik veertig en zijn we elkaar allemaal in zekere mate kwijtgeraakt. Ik denk dat ik ze morgen ga opbellen om ze te zeggen dat we vergeten zijn waar we af moesten spreken als we elkaar kwijt zouden raken.

Advertenties

Gepubliceerd door

Samenlezenisleuker

Recensies, winacties, tips, leesclubs, columns, een kort verhaal of interviews! Kortom, alles wat maar gezellig en leuk is met betrekking tot boeken :-D

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s