Samen met Saskia Jansen Storyteller: Geheel volgens traditie

baron

Iedere derde woensdag in september is het bij ons jaarmarkt. De grootste van Nederland heb ik mij laten vertellen. Vroeger was het traditie om op deze woensdag samen met mijn moeder en mijn kinderen naar de Efteling te gaan. Het was er dan altijd heerlijk rustig. Er was alleen ieder jaar een probleem. De dag voor de jaarmarkt is er standaard een gondelvaart in Alphen met aansluitend een feestje.

Mijn moeder wilde altijd vroeg wegrijden naar de Efteling. En ieder jaar vond ik dit een goed idee. En ieder jaar nam ik mij voor om niet tot heel laat op dit feestje te blijven hangen. Nooit lukte dit. Ik zag destijds het probleem niet, dan zijn we toch gewoon een uurtje later bij de Efteling? Of twee. Ieder jaar zat ik met een enorme kater in de auto en was ik dolgelukkig dat mijn dochter niet in de achtbanen durfde en mijn zoontje daar nog veel te klein voor was. Wij hielden het bij de carnaval attractie, je weet wel, die met dat deuntje wat je nooit meer uit je hoofd krijgt en de Fata Morgana. Mijn maag kon deze attracties net aan handelen.

Dit jaar besloot ik om deze oude traditie weer eens nieuw leven in te blazen. Mijn moeder moest werken en mijn dochter kreeg geen vrij voor de Alphense jaarmarkt aangezien zij tegenwoordig in Amsterdam op school zit, maar dat mocht de pret niet drukken. Dan maar samen met mijn zoontje. De avond voor de jaarmarkt zou ik met een vriend samen naar de gondelvaart gaan kijken en heel eventjes naar het feestje gaan. Op het laatste moment bedacht ik me en heb ik afgezegd. Uiteindelijk ben ik samen met mijn man en kinderen op de fiets even naar de gondelvaart gaan kijken om vervolgens broodje nuchter om half elf in bed te liggen. Dit hoorde totaal niet bij de traditie maar het voelde goed.

‘s Ochtends al heel vroeg sprong mijn zoontje wild op en neer naast mijn bed. “Gaan we al?”, gilde hij in mijn oor. Ik gaf hem een duwtje op zijn hoofd en zei dat ik nog minstens twee keer wilde ‘snoozen’. Opstaan is nooit mijn sterkste kant geweest, met of zonder kater, het blijft een moeilijk iets voor mij. Geheel volgens de traditie zaten wij een uur later dan gepland in de auto onderweg naar Kaatsheuvel. In de auto somde mijn zoontje op waar we allemaal in moesten die dag. Vooral de Python stond hoog op zijn verlanglijstje omdat hij eindelijk groot genoeg was om daarin te mogen. Ik was extra blij dat ik het feestje van gisteravond aan mij voorbij had laten gaan.

“Ik heb een beetje kriebels in mijn buik mama”, zei hij toen we in een korte rij bij de gevreesde attractie stonden te wachten. “Nou anders ik wel”, zuchtte ik. Ik voelde dat ik wat zweterige handjes had maar wilde natuurlijk wel de stoere moeder zijn dus wreef ik mijn handen af en riep: “We gaan het gewoon doen”. Tergend langzaam werd het karretje waarin wij zaten naar een akelige hoogte getrokken. “Is het te laat om me nog te bedenken?”, vroeg ik aan mijn zoontje. Hij gierde het uit en riep volmondig; ”Ja!”.

Op het punt waar het karretje met een enorme snelheid naar beneden zou storten om vervolgens met dezelfde rotgang in een looping te komen waarbij wij over de kop zouden gaan zei hij nog even snel: “Heel veel sterkte mama”. Mijn hart bonsde achter mijn ribbenkast. Het voelde alsof mijn hoofd explodeerde toen wij naar beneden zoefde, twee keer over de kop, een soort kurkentrekker en wat snelle bochten, daarna stonden we weer stil bij het begin. We lachten allebei heel hard van de opwinding. “Gaaf he mam?”, bulderde hij. “Heel gaaf”, zei ik terwijl ik als een soort dronken vrouwtje de trap afliep naar beneden.

“Nu wil ik in Joris en de Draak”. Hij rende al vooruit naar de grote houten achtbaan. Ik kon mij niet herinneren of ik al eens eerder in deze achtbaan was geweest. Ik keek om mij heen en zag alleen maar kleine kindjes in de rij staan. Geen idee waarom, maar door deze aanblik had ik een geruststellend gevoel. Waarschijnlijk een leuk rustig ritje waarbij we in ieder geval niet over de kop gaan. Terwijl iemand controleerde of de veiligheidsbeugels goed vast zaten, zat ik totaal relaxt een beetje om mij heen te kijken. Plotseling vertrok het wagentje. De schrik sloeg mij om het hart. Dit ding ging veel harder dan de Python! Het was een helse rit vol diepe afdalingen en belachelijk scherpe bochten waarbij ik als een lappenpop heen en weer gegooid werd. “Jezus joh”, gilde ik. Dit tot groot plezier van mijn kind die met een glimlach van oor tot oor en rode konen zat te genieten. Eenmaal aan het einde van de rit voelde mijn maag een beetje raar en voelde ik dat mijn haar rechtovereind stond door de harde wind. “Je hebt een beetje futloos haar”, schreeuwde mijn zoontje het uit terwijl hij naar mijn kapsel wees. “Futloos?”, verdedigde ik mijn coup. “Dit hier”, ik wees naar mijn hoofd, “is geschrokken haar”. Ik had Joris en de Draak niet goed ingeschat.

Mijn zoontje kon niet stoppen met lachen. Na deze helse rit kon ik even ontspannen in de Piranha, bootjes die door een wildwaterbaan meegevoerd werden. Kletsnat maar ontspannen kwamen we hier weer uit. Uiteindelijk zijn wij nog in de Bobslee, de Vogelrock, de Vliegende Hollander, Villa Volta en Droomvlucht gegaan. De enige attractie die wij overgeslagen hadden was de Baron. We hadden er een tijdje bij staan kijken maar kwamen tot de conclusie dat wij dit allebei te eng vonden. Pas tegen sluitingstijd besloten wij dat het wel heel suf zou zijn om deze nieuwe attractie over te slaan en voegden wij ons in de rij bij de andere mensen met blijkbaar een doodswens. Hoe dichterbij we kwamen hoe enger ik het ging vinden. Waarom doen we dit? Ik hoef me toch tegenover niemand te bewijzen?

“Ik kan niet geloven dat we dit echt gaan doen mama”. Mijn zoon zijn gezicht was knalrood van de opwinding en hij hupste van zijn ene been op het andere. “Ik ook niet schat”, zei ik terwijl ik de tickets voor deze bizarre rit aanpakte van een medewerkster. “Veel plezier ” zei ze. Ik keek haar eventjes aan om te zien of ik iets van sarcasme kon ontdekken. Ze glimlachte naar me. Ik glimlachte flauwtjes terug. Voor ons stonden twee jongens van een jaar of vijftien. Ik vroeg aan hun of ze al eerder geweest waren. Ze knikten allebei. Op mijn vraag of ze het eng hadden gevonden knikten ze nog veel harder. “Het is doodeng”, zei een van hen. “Vooral het eerste stuk als je achtenveertig meter recht naar beneden valt”.

Dit was niet het antwoord waar ik naar op zoek was. Ik glimlachte beleefd en besloot maar niet verder te vragen. We werden in een stoeltje gezet en door een medewerker vastgeklikt met veiligheidsriemen. Ik kon niet normaal ademhalen van de zenuwen. Ook mijn zoon werd opvallend rustig. Ik kon hem amper zien zitten in die enorme constructie. “Nou mam, daar gaan we dan”, gilde hij toen het wagentje omhoog getrokken werd. Ik vroeg mij even af of ik nog iemand kon roepen om te zeggen dat ik er toch uit wilde, maar dat leek me vrijwel onmogelijk op dit punt.

Helemaal bovenin de attractie waarbij je over heel de Efteling uitkijkt hoorde ik een bel. Het karretje ging net over de rand waardoor we met onze gezichten zo de afgrond inkeken. Wat een hoogte! Na drie seconden viel het wagentje plotseling recht naar beneden. Het voelde alsof mijn maag door mijn mond naar buiten zou komen. Ineens was alles donker, een soort mist en toen was alles weer licht, we gingen over de kop en na enkele rare bochten waren we aan het einde. We gilden het allebei uit. Wat een opluchting! En boven alles voelden wij ons trots omdat we dit gedaan hadden samen. We gaven elkaar een high-five en bleven gillen hoe eng het was.

Mijn zoon wilde na dit avontuur nog een aantal keren achter elkaar in de Python. Het leek wel een kinderritje vergeleken bij de Baron. Met onze handen los en al babbelend gingen wij over de kop. Op het plein voor de Python besloten wij om even wat te gaan drinken en even bij te komen van alle spanning. Terwijl mijn zoontje met een rietje in zijn mond op zijn telefoon zat te kijken of er nog Pokémons te vangen waren in de Efteling zat ik te kijken naar een gezin wat vlakbij mij stond.

Een vader, moeder, een zoontje en een dochtertje. Het zoontje was een jaar of tien schatte ik en het meisje leek mij een jaar of vier hooguit. Het zoontje schreeuwde naar zijn vader of hij mee ging in de Python. Het enthousiasme van haar broertje zorgde er waarschijnlijk voor dat het kleine meisje met haar prinsessenjurkje heel hard in haar handjes begon te klappen en heel hard: “Jaaaaaa”, gilde naar haar broertje. Het jongetje keek verbaast naar zijn zusje en zei: “Weet je wel wat de Python is?”. Het meisje schudde haar hoofdje met haar leuke blonde krulletjes heen en weer maar zei dat ze ook in de Python wilde. Haar broertje pakte het meisje bij de schouders, draaide haar met haar gezicht naar de Python, en net op het moment dat er achtentwintig mensen gillend ondersteboven voorbij kwamen zei hij ; “DAT is de Python”.

Het kleine meisje trok zich los van haar broertje en maakte met haar wijsvinger een cirkel gebaar naast haar hoofdje terwijl ze wegrende. Haar moeder rende haar achterna en riep dat ze niet in de Python hoefde. Ik keek toe hoe de moeder het meisje aan haar hand weer meenam naar de rest van het gezin. Met haar handjes veegde ze tranen van haar kleine gezichtje. Het broertje ging naast haar staan en aaide zijn zusje liefdevol over haar blonde haartjes. “De Python is veel te eng voor jou”, zei hij lief. Vertederd zat ik naar dit tafereel te kijken en moest aan mijn eigen broer denken. Ik wou dat mijn broer nog zo lief voor mij was. “Misschien wil je liever in de Baron?”, zei hij toen uiterst grappig. De ogen van het meisje lichtten op en ze begon wederom in haar kleine handjes te klappen. De moeder gaf hem een tik tegen zijn achterhoofd en zei dat hij op moest houden haar te plagen. Het meisje had het niet in de gaten en sprong wild op en neer terwijl ze gilde; “Baron, Baron, ik ga in de Baron”.

Mijn zoon tikte even tegen zijn voorhoofd en dook weer in zijn telefoon. Ik kreeg een katerig gevoel van deze broer-zus probleempjes. Ik glimlachte bij de gedachte dat dit dan wel weer geheel volgens traditie was. Gelukkig verdwijnt dit gevoel als sneeuw voor de zon wanneer mijn zoontje opspringt, mij omhelst en zegt dat hij mij de stoerste en de liefste moeder van de hele wereld vindt.

Het was wederom de mooiste dag van zijn leven. Ik hoop voor hem dat er nog duizenden mooiste dagen van zijn leven zullen komen en dat hij later geheel volgens traditie met mij en zijn eigen kinderen hier rond zal lopen, inclusief fikse kater natuurlijk.

Gepubliceerd door

Samenlezenisleuker

Recensies, winacties, tips, leesclubs, columns, een kort verhaal of interviews! Kortom, alles wat maar gezellig en leuk is met betrekking tot boeken :-D

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s